Kentekens als indicator gebruiken geldt volgens een rechterlijke uitspraak als indirecte discriminatie, en daarmee een schending van Artikel 1 van de Grondwet. Jair Schalkwijk, jurist bij Controle Alt Delete, een organisatie tegen etnisch profileren. ‘Het kabinet heeft hier ruimte voor geschapen door het verbod op etnisch profileren dat de rechter vorig jaar uitsprak, te nauw te interpreteren. De overheid moet burgers beschermen tegen discriminatie en dat doet ze niet.’
Op 14 februari 2024 is het precies een jaar geleden dat het gerechtshof in Den Haag oordeelde dat de Koninklijke Marechaussee etniciteit niet langer mag gebruiken bij de beslissing iemand al dan niet te controleren. De zaak was aangespannen door Controle Alt Delete, Amnesty, antidiscriminatiebureau RADAR en door jurist Mpanzu Bamenga, die de zaak aanhangig maakte nadat hij zelf in 2018 op vliegveld Eindhoven etnisch was geprofileerd.
Het gerechtshof vernietigde de uitspraak van de lagere rechtbank, die eerder oordeelde dat etniciteit wel mocht worden gebruikt als het niet het enige criterium was om iemand te controleren. De hogere rechter oordeelde dat etnisch profileren altijd een ernstige schending is van het discriminatieverbod. Toch blijft de Koninklijke Marechaussee het doen door het gebruik van nummerborden als onderdeel van een set van aanwijzingen om een voertuig in het grensgebied aan het houden, bijvoorbeeld bij het bestrijden van mensensmokkel. Volgens de Koninklijke Marechaussee is dat geen etnisch profileren, maar er ligt een heldere uitspraak over de inzet van kentekens, zegt Schalkwijk, het zogeheten ‘MOE-lander-arrest’ uit 2020, waarbij MOE staat voor Midden- en Oost-Europa. Schalkwijk: ‘Daarin staat dat een kenteken niet los kan worden gezien van de personen in de auto, en selecteren op kenteken dus een vorm van discriminatie is.’
geblindeerde ramen
Woordvoerder Robert van Kapel van de Koninklijke Marechaussee (KMar) werpt tegen dat het kenteken slechts één van de criteria is waarop wordt gecontroleerd. Hij legt uit hoe dat werkt: ‘We werken informatiegestuurd, op basis van statistieken die we bijhouden en informatie-uitwisseling met collega’s in Duitsland en België. We weten bijvoorbeeld dat er in een bepaalde Duitse stad, zeg, München, in een bepaalde periode meer safe houses zijn die door mensensmokkelaars worden gebruikt, en dat bepaalde grensovergangen vanuit daar worden gebruikt, op welke tijden. Als je dan een kenteken uit München ziet, en het is een busje of auto met geblindeerde ramen of met drie, vier mensen erin, dan kun je die aan de kant zetten.’
Zo is er ook informatie over bijvoorbeeld de ‘Balkan-route’, of, een paar jaar geleden, over de ‘Wit-Rusland-route’, en als die routes intensiever worden gebruikt is er extra aandacht voor voertuigen met kentekens uit die landen. Van Kapel: ‘Let wel, het kenteken is nooit de enige reden om een voertuig te controleren, maar altijd één van de indicatoren.’
En daar gaat het volgens Schalkwijk van Controle Alt Delete mis. ‘In de zaak die we aanspanden, oordeelde een lagere rechter in 2022 dat etniciteit wel als één van de factoren mocht worden gebruikt. Tot die tijd had de Koninklijke Marechaussee gelijk, maar sinds de uitspraak van vorig jaar mag het gewoon niet meer.’
‘Een kenteken meenemen in een profiel mag, net als etniciteit, alleen als het gaat om een concreet signalement. Is er geen signalement, dan is het discriminatie.’
Schalkwijk houdt het nu demissionaire kabinet verantwoordelijk. Het ministerie van Justitie en Veiligheid besloot vorig jaar niet tegen de uitspraak van het gerechtshof in cassatie te gaan, maar stelde in dezelfde nota dat de uitspraak alleen geldt voor controles op luchthavens en niet in de grensgebieden op de weg en het spoor. In die nota uit mei 2023 staat: ‘Uit een eerste algemene inventarisatie lijken de mogelijke gevolgen van de uitspraak voor andere overheidsdiensten beperkt omdat de uitspraak in beginsel uitsluitend ziet op de selectiebeslissingen bij de MTV-luchtcontroles door de KMar. De uitspraak raakt geen andere taken van de KMar en doet ook geen uitspraak over taken van andere overheidsdiensten.’
MTV staat voor Mobiel Toezicht Veiligheid, oftewel het toezicht op personen die vanuit een ander Schengenland bij de Belgische en Duitse grens naar Nederland reizen. Vanwege het vrij verkeer van personen binnen het Schengengebied mogen grenscontroles niet, maar mag in de grensstreek binnen bepaalde kaders wel worden gecontroleerd op identiteit en verblijfsstatus. Schalkwijk: ‘Een kenteken meenemen in een profiel mag, net als etniciteit, alleen als het gaat om een concreet signalement van een verdachte, dus als er bijvoorbeeld wordt gezocht naar iemand met lang haar en een gele jas die rijdt in een witte auto van een bepaald merk met een Duits kenteken. Is er geen signalement, dan is het gebruik van kenteken discriminatie.’
Van Kapel van de KMar reageert geïrriteerd: ‘Moeten we nu óók al een discussie houden over kentekens? We willen niet etnisch profileren maar we willen wel boeven vangen.’
gescheiden zones
Controle Alt Delete, Amnesty International, Stichting RADAR en een burger stuurden deze week een brief naar de regering waarin ze minutieus uiteenzetten waarom zij vinden dat de uitspraak van vorig jaar door het kabinet te nauw is geïnterpreteerd. De uitspraak gaat over álle MTV-controles, stellen ze. Luchthavens zijn niet anders omdat daar ook verkeer van buiten Schengen arriveert; immers, op luchthavens zijn gescheiden zones voor Schengen-passagiers en voor passagiers van buiten Schengen. Het Schengen-gebied op Schiphol verschilt dus niet van een parkeerplaats bij Hazeldonk, Oldenzaal of Zevenaar of een trein op station Hengelo of Breda.
Schalkwijk van Controle Alt Delete: ‘De overheid moet burgers beschermen tegen discriminatie en dat doet ze nu niet.’
Mpanzu Bamenga is inmiddels lid van de Tweede Kamer voor D66. Voor hem ging het balletje rollen toen hij in 2018 uit de rij werd gepikt op vliegveld Eindhoven en hij een klacht indiende omdat hij vermoedde dat hij etnisch was geprofileerd. Uiteindelijk bleek dat inderdaad het geval: hij zou eruitzien als een ‘Nigeriaanse geldsmokkelaar’ want hij was volgens de marechaussee ‘goed gekleed, snellopend en [had] een niet-Nederlands uiterlijk’. Op de vraag wat een ‘niet-Nederlands uiterlijk’ was, kwam geen duidelijk antwoord. Aan dergelijke profielen is een eind gekomen. Bamenga: ‘Ik word er tegenwoordig niet meer uitgepikt. Maar het gaat natuurlijk niet om mij. Ik krijg nog steeds vragen om hulp en advies van mensen die het vermoeden hebben dat ze etnisch worden geprofileerd door marechaussee of politie. Dat tast je menselijke waardigheid aan en raakt mensen diep.’
vertrouwen
Hij zag de uitspraak van vorig jaar als ‘het begin van herstel van vertrouwen’, zegt hij. Bamenga: ‘De uitspraak bood een mooie gelegenheid het vraagstuk van etnisch profileren en discriminatie breed aan te pakken. Maar hoewel ook de Koninklijke Marechaussee me vertelt dat de uitspraak intern echt iets teweeg heeft gebracht, zie ik geen concrete stappen.’
Etnisch profileren aantonen is moeilijk. De succesvolle juridische procedure was mogelijk omdat Bamenga het concrete risicoprofiel waarop hij werd gecontroleerd boven tafel kreeg, maar doorgaans is etnisch profileren een gevoel, een ervaring, en daarmee kun je niet naar de rechter.
‘Agenten zijn zich niet altijd bewust van hun blinde vlekken, denken eerder dat hun collega het misschien wel doet maar zij zelf niet.’
Cijfers zijn er niet. Daarom dringen Amnesty en Controle Alt Delete in een gezamenlijke campagne die nu loopt aan op het monitoren van álle controles. Door langdurig bij te houden wie er op welke gronden wordt gecontroleerd, niet alleen door de KMar maar ook door de politie, óók als een controle niets ‘oplevert’, en die gegevens te analyseren, kan er zicht komen op het beleid van etnisch profileren. Daarmee kan het fenomeen ook gericht bestreden worden.
Dat kan op allerlei manieren. Eén veelbesproken methode is het zogeheten ‘stopformulier’, dat in sommige buitenlanden worden gebruikt om inzicht te krijgen in controles. Een papierwinkel is allicht wat ouderwets, maar het kan ook met een app, of op wat voor manier dan ook. Bij de politie roept het thema weerstand op. Op een interviewverzoek waarin het woord ‘stopformulieren’ wordt genoemd, reageert woordvoerder Mireille Beentjes geprikkeld: ‘Dat is voor ons een gepasseerd station. Er is wetenschappelijk aangetoond dat stopformulieren niet werken dus daar willen we het niet weer over hebben.’
prullenbak
Daar valt wel het een en ander op af te dingen. Er zijn verschillende onderzoeken, ook eentje waarbij verschillende onderzoeken op een hoop werden geveegd om te bekijken wat de opbrengst van zo’n monitoring is. Dat is ook het onderzoek uit 2016 waar Beentjes naar verwijst. Conclusie is dat er geen ‘robuuste onderbouwing’ is voor de stelling dat de invoering van stopformulieren ‘als zodanig’ etnisch profileren vermindert, maar dat ‘een pakket aan maatregelen waarvan het stopformulier een belangrijk onderdeel is, etnisch profileren kan terugdringen en de effectiviteit van het politieoptreden kan vergroten’.
De toenmalige minister noemde het deel na ‘maar’ niet bij het naar de prullenbak verwijzen van het idee te kijken of stopformulieren ingevoerd moesten worden, of er in de praktijk een proef mee moest worden gedaan.
Mpanzu Bamenga zet zich er nu als volksvertegenwoordiger voor in die monitoring op gang te krijgen. Bamenga: ‘We moeten het volgen om te zien of etnisch profileren afneemt. Hoe dat precies moet, daar moeten we over in gesprek.’ Hij weet dat het gevoelig ligt: ‘Maar volgens mij wil je de uitvoering van beleid monitoren, zeker bij zo’n belangrijk probleem.’
Ook Amnesty en Controle Alt Delete dringen aan op monitoring.
Bas Böing, projectleider professioneel controleren voor de Nationale Politie en PhD-student aan de Universiteit Twente, wil het best over stopformulieren hebben, maar stelt ook dat de methode wetenschappelijk niet onderbouwd is. Gevraagd naar het effect van bijvoorbeeld een vernieuwd zogeheten ‘handelingskader professioneel controleren’, dat net is uitgekomen en waarin heel duidelijk staat beschreven op basis waarvan mensen wel en niet gecontroleerd mogen worden en waarin expliciet staat dat etnisch profileren niet mag, zegt hij de bekendheid met het handelingskader inderdaad is onderzocht. Maar het effect ervan op etnisch profileren? Böing: ‘Dat is lastig te meten. Er is een plan met gerichte doelen, maar of je die haalt, weet je nooit.’
Tenzij je monitort? Böing: ‘De politie zou een keer een proef moeten doen met stopformulieren. Dan ben je er na een jaar óf vanaf, óf je hebt een goed instrument in handen. Maar soms heb ik het gevoel dat er wel erg streng naar de politie wordt gekeken. Veel agenten staan sympathiek tegenover het idee hier iets aan te doen maar verandering doet pijn. Agenten vragen zich bijvoorbeeld ook af wat het doet met hun morele autoriteit als een crimineel hen als zwak ziet doordat we samenwerken met mensenrechtenorganisaties.’
instructie
Wordt er in trainingen bij de politie en de KMar veel aandacht besteed aan dat belangrijke handelingskader, dat dus zeer recentelijk en naar aanleiding van de rechterlijke uitspraak van vorig jaar, is vernieuwd? Van Kapel van de Koninklijke Marechaussee: ‘Jazeker, en bij ons zijn die trainingen ook verplicht. Iedere medewerker van de marechaussee kent het handelingskader.’
‘Artikel 1 van de Grondwet hangt in elk bureau aan de muur.’
Bij de politie is dat anders en blijkt, afhankelijk van stad of regio, de bekendheid niet algemeen te zijn. De trainingen erover zijn niet verplicht. In veel regio’s wordt het handelingskader op het intranet gezet, en is het maar de vraag wie het opent en bestudeert. Bas Böing van de politie: ‘Je zou denken dat een training verplicht is, maar we moeten afwegen waar we instructie in geven. Dan wordt er bijvoorbeeld gekozen voor fysieke vaardigheden, want goed kunnen schieten is heel belangrijk. Zo wordt er op verschillende niveaus een afweging gemaakt.’
Maar artikel 1 van de Grondwet is toch ook heel belangrijk? Böing: ‘Agenten denken soms ook dat dit onderwerp niet over hen gaat. Ze zijn zich niet altijd bewust van hun blinde vlekken, denken eerder dat hun collega het misschien wel doet maar zij zelf niet.’ Woordvoerder Beentjes: ‘Artikel 1 van de Grondwet hangt in elk bureau aan de muur.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.