Sander Pleij over de tics, neurosen en zelfkastijding van de grote schrijvers, denkers, kunstenaars en musici. Hij stelt een duidelijk patroon vast onder de heren.

Toen ik naakt voor het raam stond, besloot ik om niet aan mijn ballen te frunniken. Je weet toch niet wat voor krachten je daarmee oproept in deze tijd; voor je het weet groot alarm, buurtwacht, stenen door de ramen, uit de woning.

Edoch, zojuist had ik geleerd dat je rigoureus te werk moet gaan als je wilt schrijven, musiceren of kunst maken. De Amerikaanse schrijver Thomas Wolfe (1900-1938) gebruikte begin vorige eeuw deze eigenaardige methode: hij ontdeed zich van zijn kleding, opende het raam, nam plaats en streelde zijn mannelijkheid, niet te opwindend, want zijn penis ‘remained limp and unaroused’, zo verzekerde hij zijn redacteur in een brief, maar wel genoeg om dat ‘good male feeling’ te krijgen dat de katalysator vormde van zijn creativiteit. Dat was geen aberratie van die rare Wolfe, hij was er bepaald niet de enige in, ook iemand als de grote Benjamin Franklin (1706-1790) kwam naakt achter het bureau tot grotere prestaties.

Het is niet bon ton om de neus op te halen voor de filmpjes van TED, voor Alain de Botton, literatuurdokters en nog hippere varianten op Emile Ratelband, maar op de een of andere manier komen ze bij mij niet helemaal binnen, zal ik maar zeggen. Daarom zocht ik mijn oplossing elders: hoe deden de groten het zélf?

Mason Currey beschrijft hun dagelijkse rituelen in het boek Daily Rituals: How artists work. Het resultaat is een bonte verzameling van de tics, neurosen en zelfkastijding die grote schrijvers, denkers, kunstenaars en musici aan de werktafel moesten houden. Currey waagt zich niet aan analyse of conclusie. Toch vallen er een aantal patronen waar te nemen: ’s ochtends vroeg wordt het meest gewerkt, bijna altijd is het eigenlijk de herhaling die de gewenste gesteldheid oplevert en of het nu gaat om amfetamine, alcohol, koffie (exact zestig bonen per kopje bij Beethoven) of thee, een vorm van stimulerende dan wel verdovende middelen schijnt broodnodig. En er is één vast patroon dat bij állen die mannelijk zijn opgaat en leidt tot de ultieme schrijftip voor mannen:

Regel 1: Terroriseer je omgeving.

De grote Matisse kon de zondagen toch niet zomaar opgeven omdat zijn modellen vriendjes hadden?

Gezin of geen gezin: alles om je heen draait om jou en moet dat consequent doen. Flaubert, Thomas Mann (zijn kinderen vormden een te knechten kaboutervolk), Mahler: ze gebruikten hun meest geliefden uiteindelijk als hun eerste bedienden. Freud, die zijn vrouw de tandpasta op zijn tandenborstel liet knijpen, versprak zich – ja, hij – toen hij zei dat een leven zonder werk hem ‘oncomfortabel’ toescheen. Ja, wat had hij dan moeten doen? Met zijn kinderen praten?
Een groot schrijver of kunstenaar terroriseert geliefden én personeel. De grote Matisse kon de zondagen toch niet zomaar opgeven omdat zijn modellen vriendjes hadden?

Vrouwelijke kunstenaars hoefden, althans vroeger, niet zo mee te doen aan alle drama en de pathetische toestanden (George Sand over haar geliefde Chopin: ‘Hij sloot zich dagenlang op in zijn kamer, huilend, lopend, pennen brekend.’). Vrouwen werkten gewoon en schoven hun manuscript even onder het naaiwerkje als er bezoek kwam (Jane Austen).

En liefdevolle en gelijkwaardige relaties onder kunstenaars? Ze hebben bestaan, zolang de vrouw maar de afwas deed.