Het moet even slikken zijn geweest voor Pia Dijkstra, Jesse Klaver en Gert-Jan Segers, toen ze eerder deze week vernamen dat de prestigieuze Thorbeckeprijs voor politieke welsprekendheid aan hun neus voorbij ging. Ze waren alle drie genomineerd, maar te elfder ure besloot de jury het eerbewijs bij gebrek aan geschikte kandidaten aan Kamervoorzitter Khadija Arib toe te kennen.
Van de jury kreeg ze de opdracht mee ‘het debat en de politieke welbespraaktheid in de Tweede Kamer zo te stimuleren dat in de toekomst weer vele winnaars van formaat opstaan voor wie iedereen de televisie aanzet.’ Het zal je maar gezegd worden, als genomineerde.
Arib maakte van de gelegenheid gebruik haar collega-Kamerleden te berispen over de toenemende neiging van parlementariërs om Kamerdebatten vooral te gebruiken om leuke filmpjes te maken voor het bedienen van de eigen achterban via de sociale media: ‘Dat kan het openbare, publieke debat in de weg staan,’ sprak ze streng. ‘De Kamer mag niet verworden tot marginaal decor voor filmpjes voor Facebook of Twitter.’
Wie ze in het bijzonder op het oog had zei Arib er niet bij, maar de goede verstaander wist: het duo Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk van DENK, die al eerder door Arib bestraffend werden toegesproken omdat ze met ‘knip- en plakwerk’ filmpjes op Facebook en YouTube zetten om andere Kamerleden in een kwaad daglicht te stellen.
En niet te vergeten Thierry Baudet, leider van Forum voor Democratie (FvD), die het afgelopen jaar regelmatig verstek liet gaan bij belangrijke Kamerdebatten en zelfs bij de Algemene Beschouwingen maar een paar minuten optrad, om na afloop een filmpje voor eigen parochie in elkaar te kunnen knutselen. Toen de FvD-leider eerder dit jaar met zijn stelselmatige afwezigheid werd geconfronteerd sprak hij schouderophalend dat veel debatten toch ‘vrij zinloze exercities’ zijn.
Waarop menig televisiekijker zich afvroeg: waarom zit die man dan überhaupt in de Kamer?
Wie Arib overigens ook had kunnen noemen: Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren, die in het eerste half jaar van deze kabinetsperiode maar vijf keer aan debatten deelnam.
Wie Arib overigens ook had kunnen noemen: Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren, die in het eerste half jaar van deze kabinetsperiode volgens een onderzoekje van EenVandaag maar vijf keer aan debatten deelnam en tussen november en mei zelfs nul keer (ter vergelijking: Kees van der Staaij van de SGP, eerder winnaar van de Thorbeckeprijs, deed 61 debatten), en daar zelf als reden voor aanvoerde dat ze het heel druk had gehad met het uitbreiden van de Dierenbeweging in andere Europese landen. NRC-columnist Tom-Jan Meeus vatte de massale kritiek op haar afwezigheid in een bondig zinnetje samen: ‘Je laat je met vijf zetels kiezen in de Kamer, en zegt vervolgens: nou kiezers, tabee maar weer, mijn werk is voorlopig over de grens.’
Des te verrassender dat de jury van de Thorbeckeprijs de naam van Marianne Thieme toch opnam in de voorselectie: zo dun is de spoeling kennelijk geworden.
Het lijkt misschien een kleinigheid, maar het is een veeg teken: politici die het belangrijker vinden zich buiten het parlement te profileren dan hun dure plicht te doen in het hart van de democratie.
Zou het een idee zijn een jaarlijkse Parlementaire Aanfluiting uit te reiken aan de slechtst presterende politicus?
Waardoor ik opeens moest denken aan de Golden Raspberry Awards: de prijzen die al vele jaren op de dag voor de Oscaruitreiking worden toegekend aan de makers van de allerslechtste films. Paul Verhoeven was in 1995 de eerste regisseur die zo sportief was de Razzy voor Worst Picture en Worst Director persoonlijk in ontvangst te komen nemen voor zijn geflopte film Showgirls, tot vreugde van jury en publiek.
Zou het een idee zijn een jaarlijkse Parlementaire Aanfluiting uit te reiken aan de slechtst presterende politicus, nu kennelijk alleen de Kamervoorzitter nog in aanmerking komt voor de Thorbeckeprijs?
Ik weet wel een paar geschikte kandidaten.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.