Ook al wordt van Levensvormen door de uitgever gezegd dat het nog niet zo eenvoudig is om te bepalen tot welk genre het boek behoort, toch staat op de titelpagina ondubbelzinnig ‘roman’. Dat is wellicht om er vanaf te zijn nu het zowel dagboek, memoires, essay, filosofie en administratie van een leven is. Levensvormen heeft wel iets van een roman omdat de verteller en hoofdpersoon, de Berlijnse kunstenaar met Nederlandse connecties Julius Heine, contacten heeft met verschillende mensen. Maar hij heeft er geen romanachtige verwikkelingen mee. Het zijn artistieke contacten. Van enige emotie, sensualiteit of intimiteit is geen sprake, of het moet zijn liefde voor bomen, voor stronken of de spiegeling van de wolken in een meer zijn. Heine is, afgezien van beeldend kunstenaar, ook fotograaf en schrijver van ‘fragmenten’. ‘Fragmenten’ omdat, mind you, de wereld nooit in zijn geheel ervaren en begrepen kan worden.
Het tweede belangrijke personage is de Nederlandse kunstenaar Simon Kiebert, niet alleen goed bevriend met Heine, ze voelen zich zelfs geestverwanten. Dat gaat zover dat Kiebert door Heine geschreven teksten als die van hem in het openbaar uitspreekt. Kiebert is ook de maker van de schilderijenserie The Alphabet of Lost Order die in de werkelijkheid (buiten de roman) van Lex ter Braak is. Als roman geeft het boek Ter Braak de ruimte om Heine de vreemdste emoties en ideeën te laten krijgen, zoals een passie voor boomstronken. Dat zou ook een ‘levensvorm’ zijn en heus niet minder dan die van de mens. De mens is voor Heine maar één van de levensvormen. We moeten van hem op zoek naar andere, veronachtzaamde levensvormen, zoals die van de vleermuizen. Alles in de wereld is gelijkwaardig aan de mens.
de rusteloze wereld
Ter Braak laat Julius Heine er een ‘circulaire schrijfmethode’ op na houden. Dat wil zeggen dat hij steeds weer bij zijn fragmenten terugkomt (een cirkel aflegt) om er iets aan toe te voegen. Op die manier krijgt hij een verzameling waarin zijn dagelijkse doen en laten tot in de trivialiteiten een belangrijk aandeel heeft. Hij is een kunstenaar die zich intensief met de natuur bezighoudt. Wij zijn onze gevoeligheid voor de levende wereld verloren. Wij zijn verdwaald en helemaal in beslag genomen door het ‘nutsdenken’.
In de fragmenten laat Ter Braak middels Julius geleidelijk een soort filosofie ontstaan waarin alles wat door de mens eerder veronachtzaamd werd (of zou zijn) voor het eerst wordt gezien, zoals bomen (die zijn ‘de goden nabij’), bladeren en stronken. Ook moet het verleden in het heden zichtbaar worden gemaakt. ‘Wat wij heden noemen is niet meer dan een vloeibaar amalgaam van vele verledens’. Het heden is een bewegelijk geheel, ligt nooit vast. De wereld komt bij Heine nooit tot rust, is altijd Heraclitisch aan het veranderen. Tuinen veranderen waar je bij staat. Kunstwerken veranderen met elke toeschouwer. Wie zich niet heeft laten inpakken door het ‘flitskapitalisme’ denkt bewegelijk in een veranderlijke werkelijkheid.
Heine denkt graag zoals niemand denkt. Hij wil overal andere ‘levensvormen’ in ontdekken, zoals in ‘afgewaaide boombladeren, vaak nog jonge blaadjes die in glanzende vlekpatronen de natte straten bedekten’.
De figuur van Julius Heine laat zich graag meeslepen. Hij is makkelijk ‘geraakt’ en niet bang om romantisch te zijn. Hij is gegrepen door het leven en het denken van de kunsthistoricus Aby Warburg, naamgever van het vermaarde Warburg Institute in Londen. Hij legde een enorme verzameling afbeeldingen aan (zijn Bildatlas), voornamelijk uit de renaissance. Dat was het materiaal waarmee hij de culturele, mythische en psychologische achtergrond en doorwerking van de renaissancekunst bestudeerde. Julius Heine voelt zich thuis bij Warburg omdat hij niet een echte wetenschapper is, maar een dichter. Warburg zocht naar het poëtische en getormenteerde gehalte in de kunst van de renaissance.
denken zoals niemand denkt
De eigenaardige en grillige eruditie van Julius Heine maakt hem tot een soort alternatieve intellectueel. Hij heeft veel en selectief gelezen. Hij kan daardoor ook schrijven. Ook al gaan zijn ideeën vreemde kanten op, hij kan ze helder en begrijpelijk overbrengen. Hij denkt steevast buiten de lijnen. Hij is gek op het eeuwenoude sediment op de bodem van de zee. Dat eigenaardige denken leidt regelmatig tot de nodige sofisterij: dan verzint hij bij elke gedachte die in hem opkomt iets. Dan kan hij op het idee komen te zeggen ‘dat een foto in wezen de wereld doodt’.
Heine denkt graag zoals niemand denkt. Hij wil overal, in het onnozelste, andere ‘levensvormen’ in ontdekken: ‘Opeens zag ik ze overal: de afgewaaide boombladeren, vaak nog jonge blaadjes die in glanzende vlekpatronen de natte straten bedekten’. ‘Als ik mij over bladeren buig, zie ik het nietige en vreemde, de tragische val uit een overweldigende werkelijkheid’. Hij wordt helemaal in beslag genomen door ‘deze onnadrukkelijke schoonheid van het vergaan, het vervalen en verdrogen, de overgave aan het liggen, het verlies van identiteit’. Let wel: ‘de overgave aan het liggen’ van een boomblad.
ondergronds wortelstelsel
Ter Braak laat Heine, net als hijzelf als schilder, houden van vlekken (net als John Ruskin, J.M.W. Turner, Leonardo da Vinci en Rorschach). Voor Heine is duisternis een vorm van transparantie. Hij maakt 365 dagen lang elke dag een foto van een klok of een horloge. Maar hij weet niet waarom. Hij had iets met tijd. Die foto’s worden op 30 x 20 cm afgedrukt en verdwijnen in een doos. Hij wordt gefascineerd door onderzoekers van meren (limnologie), als onderdeel van het onderzoeken ‘van alles’. Hij wil met een archeologe een tentoonstelling maken over het ‘onzichtbare’ in de werkelijkheid: The Materiality of the Invisible. Ze wil wat diep in de grond zit ‘naar het heden brengen’. ‘Met zijn ondergronds wortelstelsel is de boom een sterk voorbeeld van het onzichtbare’.
Maar daar laat Heine het niet bij. Om zijn idee ‘te schragen’ maakt hij ‘lijstjes van voorbeelden die het onzichtbare in zich dragen: een boek, een foto, een kunstwerk, een meer, een fragment, een monument, een stoel, een glas, een koffer, een mens. Alles, dacht ik bij herlezing’.
Is het vreemd dat Heines zuster Julia denkt met een grap te maken te hebben?
het vereren van korstmossen
Wanneer Ter Braak de archeologe haar ‘archeologische verbeelding’ de kost laat geven wil ze niet meer met vitrines werken (‘glazen doodskisten’). Ze wil haar vondsten presenteren in reenactments, in rollenspelen, het maken van vuistbijlen, het vlechten van manden, leven in plaggenhutten. Ook hier denk je met satire te maken te hebben. Heine raadt zijn vriend Kiebert aan het boek van Merlin Sheldrake Verweven leven te lezen. Daarin staat dat onze autonomie een illusie is want wij zitten barstensvol bacteriën die onze gezondheid en constitutie bepalen, ‘denk alleen maar aan je darmflora’. Alsof het om een alternatieve complottheorie gaat zegt hij: ‘Wij zijn in handen van het onzichtbare: microben, bacteriën en virussen’. Heine ‘denkt er vaak aan hoe het onzichtbare als een sedimentlaag op de bodem van de geschiedenis ligt’. Heine maakt ook balletjes van klei. Die gooit hij op een kaart van Berlijn om zo de route van zijn wandelingen te laten bepalen.
Hoe goed geschreven soms ook, er waart door Levensvormen een zelfingenomen (on)bescheidenheid die denkt dat elke buitenissige gedachte ook wereldkundig gemaakt moet worden.
Een van de projecten waaraan Heine meedoet is het plannen maken voor een grote ‘boomprocessie’, te organiseren door een vereniging van natuurliefhebbers in Dresden, de ‘Heimverein’. Hij ziet daarbij een gevelde eik van dertig meter voor zich die door vele handen in processie door de stad wordt gedragen. Tijdens een ’alternatieve denkmiddag’ zou hij een toespraak moeten houden in de geest van zijn eerdere lezing over Wald und Gewald. ‘Bomen’ dat staat voor Heine gelijk aan ‘plaatsmaken’, bomen moeten voortdurend verdwijnen. Hij wordt aangesproken door de even ‘visionaire als geniale’ actie van Joseph Beuys die vanwege ‘de verscheurde verhouding tussen mens en boom’ in Kassel tijdens de Dokumenta 7 1982 de eerste van 7000 eiken plantte.
De boomprocessie is een goed voorbeeld van waarover het in Levensvormen gaat: te vaak op een geforceerde manier anders over de wereld willen denken. Iedereen geeft inmiddels om bomen, niet alleen Julius Heine in Levensvormen, maar hij maakt er iets meer van: een soort animisme, bomen die ‘de goden nabij’ zijn. Hoe goed geschreven soms ook, er waart door Levensvormen een zelfingenomen (on)bescheidenheid die denkt dat elke buitenissige gedachte ook wereldkundig gemaakt moet worden. Julius Heine noteert zijn bewegingen, het wandelen, het staren bij het meer, het telefoneren, het maken van afspraken pretentieus pretentieloos. Het blaast de bescheidenheid van Julius op. Ter Braak wil via Julius Heine ook nog dat we de korstmossen vereren.
Levensvormen door Lex ter Braak is uitgegeven door Van Oorschot.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.