Lisa Bouyeure probeerde (voor de wetenschap!) virtual reality-porno. En vroeg zich af: wat als je op die manier aangerand wordt?

Vanuit mijn ooghoek zie ik twee vibrators op de wastafel liggen. Een onbekende vrouw in fluorescerend roze string en beha zit op mijn schoot, haar rug naar me toe. Mijn handen betasten haar strakke lichaam. Ik sla op haar kont, spreid haar billen, trek aan het elastiek van haar onderbroek en laat het — pets! — weer los. Ze kirt, kronkelt, lacht en komt dan op haar knieën voor me zitten. Als een automatisme wend ik mijn gezicht af. Ik probeer me op de lege jacuzzi naast ons te focussen maar het gekreun (mijn gekreun?) drukt me met m’n neus op de feiten. Net als ik durf te kijken naar háár neus op de feiten wordt het zwart voor mijn ogen.

Ik hoor ze denken: Haha, jij hebt net porno bedreven in een badkamer en wij weten straks alles van je, voor lul!‘In welke mate voelt u zich seksueel opgewonden?’ ‘Kwam de virtuele wereld echter op u over dan de werkelijke wereld?’ Als ik de koptelefoon en Oculus Rift, een speciale virtual reality-bril, naast me neer heb gelegd, vul ik de vragenlijst in. Achter een scherm zitten drie psychologiestudenten op computers te werken. Ik hoor ze denken: Haha, jij hebt net porno bedreven in een badkamer en wij weten straks alles van je, voor lul! Je bent zeker hitsig hè? Kijk eens omhoog? Klopt, dat is inderdaad een systeemplafond. Jij denkt aan seks? Zo ongepast. Dit is een universitair laboratorium hoor.

‘Oké, ik ga nu het volgende fragment starten,’ zegt een van de drie. Waarschijnlijk denkt ze aan Excel-bestanden en lunch.

Jordan Belamire (een pseudoniem) schreef vorig jaar dat ze werd aangerand in virtual reality. Ze speelde een spel waarin ze met meerdere onbekende spelers op zombies moest schieten toen ene BigBro442 over haar virtuele borsten en kruis begon te wrijven. Dat ze hem via de microfoon tot stoppen maande hielp niets. Integendeel. De schok en walging die ze voelde, zei ze, kwam in de buurt bij die keer dat ze werd betast in een filiaal van Starbucks.

Eugene Volokh en Mark A. Lemley, twee Amerikaanse hoogleraren in de rechten, noemen het in hun onlangs gepubliceerde artikel ‘Law, Virtual Reality, and Augmented Reality’ een van de gerechtelijke uitdagingen voor de toekomst. Veel wetten zijn gebaseerd op het onderscheid tussen lichaam en geest, stellen ze, tussen beleven en waarnemen. Maar in een wereld waarin steeds meer ervaringen niet ‘echt’ zijn in de klassieke zin van het woord, moeten we onze notie van die term overdenken.

Inmiddels lig ik met stripperhakken aan mijn voeten naast een met palmbomen omringd zwembad. Mijn gelakte nagels zijn lang en in punten gevijld. Kan die man tussen mijn benen zijn geslacht misschien even uit de buurt van mijn gezicht houden totdat hij zich fatsoenlijk heeft voorgesteld? Nee hoor, hij is vastberaden om me te overrompelen, overheersen, ja: overmannen. De drie studenten denken nu vast aan de stijgende huizenprijzen en broodjes kroket, maar toch voel ik me weer betrapt. Ik hoef geen tastprikkels te verwerken als mijn tijdelijke onderlichaam de lust bedrijft, maar ik grijp wel een keer verward naar de iPhone in mijn broekzak om een foto van mijn zonnebankbruine bedpartner te maken. Want die is dan wel niet echt maar ook zeker niet helemaal nep.

‘Heeft u nog opmerkingen?’ Ach. Nee. Of trouwens: misschien kan iemand eens proberen om Heath Ledger virtueel tot leven te wekken. Voor, nou ja, de wetenschap.

Meer Lisa Bouyeure? Neem de nieuwsbrief van Vrij Nederland.