Liever luisteren dan lezen? Samuel Peperkamp heeft dit verhaal ingesproken.
In Richard Powers’ recente roman The Overstory bezint dr. Patricia Westerford zich op de volgende vraag: ‘What is the single best thing a person can do for tomorrow’s world?’ Ze schenkt een plantaardig gif in een glas water en heft het glas omhoog. Ik zal niet verklappen wat er gebeurt, maar het lijkt alsof haar antwoord op de vraag is: de gifbeker drinken. Eén vervuiler minder. Maar ze heeft het mis. Het echte antwoord is een stuk minder dramatisch.
Je zou zeggen dat zo langzamerhand alles wel is gezegd over klimaatverandering. We begrijpen steeds meer over het probleem, en ook wel over de maatregelen die moeten worden genomen, op individueel niveau dan. Minder (of niet) vliegen. Minder (of geen) vlees en zuivel. Minder van alles, eigenlijk: consuminderen. We weten het best: we willen er alleen nog niet echt aan.
En toch, in al het geschrijf en gedebatteer is er één aspect van het klimaatprobleem dat schittert door afwezigheid. Een waarheid zo ongemakkelijk dat zelfs Al Gore zich er niet aan brandt. Iets dat zich vlak voor onze neus bevindt en toch niet of nauwelijks wordt gezien. We hadden al twee V’s (Vliegen, Vlees); het zou handig zijn als die derde ook met een V begint, niet? Vooruit dan. Voortplanting.
Oh ja, die. Overbevolking en zo. Maar had de Zweedse statisticus Hans Rosling ons niet al tot kalmte gemaand? Don’t panic, was zijn boodschap: naarmate de wereldwijde welvaart omhooggaat, zal het aantal kinderen per gezin naar beneden gaan, zelfs in culturen waar we dat niet zouden verwachten. Uiteindelijk zal de wereldbevolking ergens rond de elf miljard tot een stilstand komen, waarschijnlijk al aan het eind van deze eeuw, en zal een twee-kindgezin de norm zijn. Elf miljard: dat is veel, heel veel, maar misschien niet te veel, zolang er genoeg grondstoffen zijn voor iedereen en de wereld nog een beetje leefbaar is.
Overconsumptie
Dat laatste is nog maar de vraag. Want wat nu als al die elf miljard er ook in welvaart op vooruit gaan (zoals we mogen hopen) en ook een westerse leefwijze willen? Zoals Rosling zelf ook zag, is een land met veel welvaart (en de leefwijze die daarbij hoort) veel belastender voor het milieu dan een ontwikkelingsland. ‘Een Afrika dat succesvol is zal veel meer consumeren in 2050 dan een Afrika dat niet succesvol is.’
En daar zit dan ook de crux van het probleem. Bij het berekenen van de kosten voor klimaat en milieu gaat het niet zozeer om de groei van de bevolking als om de groei van de behoeften, ‘the growth of needs’. Zoals milieujournalist Fred Pearce al zei: het grote probleem achter klimaatverandering is niet overbevolking maar overconsumptie. Dat probleem zit dan ook niet zozeer in de bevolkingsgroei van niet-westerse landen, zoals soms wel wordt gedacht, maar in de wereldwijde verspreiding van westerse consumptiepatronen.
De CO2-impact van een Amerikaan is meer dan 130 keer zo groot als die van een Bangladeshi.
Ik ben geen statisticus. Maar in mijn eigen bezinning op deze vraag kom ik veel statistieken tegen. Deze vergelijken vooral de Amerikaanse (ecologische en CO2-) voetafdruk met die van andere culturen. Zo berekent een recente studie de CO2-impact van een Amerikaan als meer dan 130 keer zo groot als die van een Bangladeshi. De gemiddelde Amerikaan brengt ook dertien keer zoveel ecologische schade teweeg dan een Braziliaan. Een onderzoek uit 1995 (Arturo Escobar, Encountering Development: The Making and Unmaking of the Third World) suggereert zelfs dat één Amerikaan gemiddeld evenveel consumeert als negenhonderd Nepalezen.
Een onacceptabele impact
Die Amerikanen toch! Vergeleken daarmee valt het nog mee met ons. Maar vergeleken met de rest van de wereld doen we het in Europa ook niet zo best. Zo verbruikt de gemiddelde Nederlander rond de tien ton CO2 per persoon per jaar; dat is drie keer zoveel als de gemiddelde wereldburger. De ecologische voetafdruk van de Nederlander is zo’n 4,4 mondiale hectare, waarvan het WNF meldt dat, als iedereen zo zou leven, er een tweede aardbol nodig zou zijn. De Nederlander consumeert ook bepaald niet duurzaam, met veel vlees en zuivel en veel voedselverspilling.
Maar die getallen hoeft u niet te onthouden hoor. Heel erg in het algemeen kunnen we stellen dat het milieu en het klimaat veel meer belast worden door het toevoegen van een persoon in een welvarend land dan in een ontwikkelingsland. En we kunnen daar nog een heel bescheiden aanname aan toevoegen, namelijk dat elk nieuw kind in zijn of haar leven grofweg evenveel zal consumeren als diens ouders in hun leven. Tenslotte groeien de meeste kinderen op in dezelfde omgeving als hun ouders, met dezelfde leefstijl, een soortgelijk dieet, soortgelijke transportgewoonten en dezelfde of vergelijkbare beurs.
Dat betekent dat de beslissing om een kind te krijgen, puur beschouwd in termen van environmental impact, een verdubbeling (of, bij twee kinderen, een verdrievoudiging, et cetera) inhoudt van je eigen levenslange consumptie. Oftewel: je vergroot je consumptie (van CO2, grondstoffen et cetera) per kind met dezelfde hoeveelheid als je in je eigen leven verbruikt.
Sommigen vinden dat, in de huidige omstandigheden, onethisch. De Amerikaanse filosoof Thomas Young legt het zo uit (ik put hier vrijelijk uit Christine Overalls boek Why Have Children? uit 2012). De motieven achter reproductie en overconsumptie zijn vaak ‘identiek’: ‘culturele verwachtingen, verbeterde status, verhoogde eigenwaarde, vergroot geluk, of een altruistisch verlangen om met anderen te delen’. Dus als we kinderen krijgen als moreel aanvaardbaar beschouwen, dan zouden we hetzelfde moeten kunnen zeggen van ‘eco-vraatzucht’ (eco-gluttony): dat wil zeggen, ik zou mijn eigen consumptie moeten mogen verhogen met dezelfde hoeveelheid als een nieuw westers persoon zou verbruiken in zijn of haar hele leven.
Dat laatste is duidelijk verkeerd: het zou totaal onethisch van mij zijn zoveel grondstoffen te verbruiken op een nu al overbelaste planeet. Maar dan, zo zegt Young, is het in veel gevallen even fout om een kind te krijgen, hetgeen ook een onacceptabele impact heeft op het milieu. Of, in de woorden van schrijfster Corinne Maier, ook aangehaald door Overall: ‘Als je in Europa of Amerika woont, dan is kinderen krijgen immoreel.’
Klimaatklappers
Grote woorden, te groot misschien, maar ze hebben een punt, deze filosofen. Zeker als we aan de totale levenslange consumptie van één nieuwe burger ook die van toekomstige generaties toevoegen. Want er is een grote kans dat onze kinderen te zijner tijd ook zelf kinderen zullen willen krijgen. De toegevoegde milieubelasting strekt zich dan tot ver in de toekomst uit – en er lijkt geen goede reden te zijn om die niet in onze afwegingen mee te nemen.
Waarom dan, in al het recente gedebatteer over vliegschaamte en vleesconsumptie, zo weinig aandacht voor de derde en allergrootste V: de V van voortplanting?
Om maar een voorbeeld te noemen: in de lijst die organisatie Milieu Centraal heeft gemaakt van ‘grootste klimaatklappers’ – dat wil zeggen, grootste maatregelen die wij als individuen kunnen nemen ten behoeve van het klimaatprobleem – wordt de kwestie van kinderen niet eens genoemd. Dat is vaak zo met dit soort lijstjes. Maar wat gebeurt er als we het niet krijgen van kinderen – nee, gewoon het krijgen van één kind minder – wél in dit rijtje zetten?
Dan blijkt het effect groter dan alle andere maatregelen die je zelf kunt nemen bij elkaar.
De keuze om één kind minder te krijgen is met gemak de individuele maatregel die de grootst mogelijke positieve impact heeft op klimaat en milieu.
Er zijn hier wel wat kanttekeningen bij te plaatsen. Zo neemt deze berekening ook toekomstige generaties in beschouwing (als het kind zelf kinderen zou krijgen), en hoe verder we van onze huidige situatie komen, hoe vager de voorspellingen worden. Zo zijn er misschien nieuwe technologieën in aantocht die voeding, transport en energie (en daardoor de voortplanting) radicaal zullen verduurzamen. Maar wat in ieder geval buiten kijf staat, is dat de keuze om één kind minder te krijgen met gemak de individuele maatregel is die de grootst mogelijke positieve impact heeft op klimaat en milieu.
Misschien wringt er iets. Klopt het wel om de CO2-impact van het kind toe te voegen aan die van de ouder? Tenslotte berekenen we ecologische en CO2– voetdrukken per capita: per persoon dus. Hoort die impact dan niet bij het kind te blijven? Ik denk het niet. In een tijd van zulke urgentie als de onze, moeten we al onze keuzes onder de loep nemen. Kinderen krijgen is in de meeste gevallen en zeker in westerse landen een kwestie geworden van persoonlijke keuze; in veel gevallen is het zelfs een luxe. Grote families zijn soms gemotiveerd door religieuze motieven, vaak ook door persoonlijke wensen: ‘Ik heb altijd een groot gezin gewild.’ Het idee daarachter is dat kinderen krijgen bij uitstek moreel goed is, of in elk geval moreel neutraal: puur een kwestie van persoonlijke voorkeur. In een tijd als de onze begint dat een achterhaald idee te worden.
Een druppel op de gloeiende plaat
De groeiende behoeftes van een groeiende wereldbevolking zijn de #1 cause van alle problemen die geassocieerd worden met klimaatverandering.
Waarom zijn er te veel varkens? Omdat er te veel mensen zijn die ze willen eten.
Want waarom zijn er te veel varkens? Omdat er te veel mensen zijn die ze willen eten. Te veel vliegtuigen? Omdat te veel mensen willen vliegen. De aantallen gaan omhoog, maar wat misschien nog belangrijker is: de behoeftes doen dat ook. Een westers mens dat nu geboren wordt, heeft grotere vliegbehoeftes dan vijftig jaar geleden; tenzij we nu drastisch onze leefwijze gaan veranderen en hogere belastingen accepteren op vervuilende luxes als autorijden, vliegen en dierlijk voedsel, zullen die behoeftes alleen maar stijgen.
Zo bezien is het bijna lachwekkend, de nadruk die wordt gelegd op dingen als recyclen en minder plastic verpakkingen gebruiken. Onlangs vertelden de Britse prinsen Harry en William heel trots hoe hun vader hen heeft geleerd altijd keurig de lichten uit te doen als ze niet gebruikt worden. Maar dat soort zaken zijn een druppel op de gloeiende plaat vergeleken met de aanschaf van elektronica, autorijden, vliegverkeer, dierlijke consumptie en, vooruit dan, kinderen krijgen.
Ziekelijk afhankelijk van groei
Maar de economie dan? Genoeg berichten in het nieuws dat het dalende geboortecijfer in Nederland, zoals in andere Europese landen, nadelige effecten zal hebben op de economie. Vandaar de recente campagnes in Polen, Hongarije, Denemarken en Italië om het geboortecijfer weer op te krikken. Zonder groei geen economische groei, toch?
Je hebt weinig aan een bloeiende economie als de wereld daaronder onleefbaar is geworden.
Dit is een discussie die zeker gevoerd moet worden, met in het achterhoofd het feit dat je weinig hebt aan een bloeiende economie als de wereld daaronder onleefbaar is geworden. Daarbij is het nog maar de vraag of we ons moeten laten leiden door de mechanismen van het huidige economische systeem. Zoals schrijfster en activiste Naomi Klein zegt, denkt ons huidige economische model als een drugsverslaafde: ‘Where can I get my next fix?’ Het leert niet van zijn fouten. Als het misgaat, is de reactie niet: ik moet ophouden, maar: ik wil meer. En zoals wetenschapper James Lovelock in de zestiger jaren al vroeg aan economen, tot hun grote ontsteltenis: waarom is groei überhaupt nodig? Wat is er mis met een ‘steady-state economy?’
If it ain’t broke, don’t fix it – maar wat als het wel broke is? Waarom dan niet proberen te ‘fixen’: dat wil zeggen, proberen het economische paradigma zo om te schakelen dat het niet zo ziekelijk afhankelijk is van groei, ten alle kosten? Zoals schrijver en voormalig milieu-activist Paul Kingsnorth recent beargumenteerde in Tegenlicht, blijven we maar hangen in precies hetzelfde op eindeloze groei gebaseerde paradigma dat de oorzaak is van alle ellende. De groei van behoeften en de groei van de economie hangen samen in wijzen die nog volledig onderzocht moeten worden. Vaststaat dat we niet eindeloos zo door kunnen gaan. Groei is oneindig, de wereld is dat niet. Ergens houdt het op.
Baby-tax?
Tot zover de problemen. Wat zijn de oplossingen? Een één-kind-beleid à la China? Een baby-tax? Laten we niet overdrijven. Ik ben zeer sceptisch over de mogelijkheid van goedaardige politieke interventie in zaken gerelateerd tot de voortplanting. Meestal is het geen goed idee als de overheid zich te veel met de voortplanting gaat bemoeien, en we moeten daarbij niet alleen denken aan de Chinese één-kind-politiek maar evenzeer aan de recente campagnes van overheden als Hongarije en Denemarken om het geboortecijfer op te krikken. Ik denk dan ook zeker niet dat deze overwegingen moeten worden omgezet in overheidsbeleid. Wel is dit een kwestie van grote persoonlijke verantwoordelijkheid, een overweging die alle toekomstige ouders in acht zouden moeten nemen bij de ingrijpende keuze wel of niet (nog) een kind te willen.
Een kind krijgen kan niet langer een moreel neutrale keuze zijn, als het dat al ooit was.
Let wel: het gaat hierbij niet om oordelen, laat staan veroordelen. De keuze om wel of niet een kind te krijgen is er een van zo’n grootsheid en gelaagdheid en hangt met zoveel dingen samen, dat we die afweging nooit voor iemand anders kunnen maken. Wel denk ik dat er ruimte is voor een breder en dieper bewustzijn omtrent de morele consequenties van deze keuze: op individueel niveau, maar ook in onze cultuur als geheel. Een kind krijgen kan niet langer een moreel neutrale keuze zijn, als het dat al ooit was. Maar de vraag naar de morele aspecten van kinderen krijgen behoort tot een veel groter debat, en daar komen we nu niet aan toe.
Zoals rockster Ian Anderson van de band Jethro Tull recent beargumenteerde in een interview, gaat het er niet om mensen te zeggen dat ze geen vlees mogen eten of minder dan twee kinderen moeten krijgen. Het gaat er alleen maar om dat we hierover gaan nadenken. Bewuster worden.
Filosofe Christine Overall heeft een soort vuistregel: je mag jezelf vervangen, dus iedereen mag één kind per persoon.
Twee of minder kinderen, dat komt vaak terug bij de (nog relatief kleine groep) mensen die zich met deze kwestie bezighouden. Filosofe Christine Overall heeft zelfs een soort vuistregel: je mag jezelf vervangen, dus iedereen mag één kind per persoon (twee per stel). Het wordt er dan in elk geval niet slechter op. Zeker niet als klimaatbewuste ouders ervoor kiezen hun kinderen groen op te voeden (dus vegetarisch of zelfs veganistisch, zonder verre vliegvakanties naar Bali, et cetera). En zoals twee Britse medici schrijven, geciteerd door Overall: ‘Stoppen bij twee kinderen, of in elk geval een kind minder hebben dan oorspronkelijk gepland, is de eenvoudigste en grootste contributie die welke persoon dan ook kan maken om een leefbare planeet achter te laten voor onze kleinkinderen’.
Daarmee zijn we weer terug bij de vraag van dr. Patricia Westerford, die met een glas in de hand op het punt staat van zelfmoord: ‘What is the single best thing a person can do for tomorrow’s world?’ Zoals ik al zei, is het echte antwoord een stuk minder dramatisch. Het beste wat je op dit moment voor de wereld van morgen kan doen, is geen of minder kinderen krijgen. In elk geval totdat de toekomst er een stuk rooskleuriger uitziet.
Dr. Mara van der Lugt is filosoof en historicus aan de Universiteit van St Andrews (UK), waar ze werkt aan een boek over de filosofie van het pessimisme, dat hopelijk volgend jaar wordt uitgegeven.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.