Wat te doen, na de uitslag van het Oekraïne-referendum? Het electoraat van de VVD en de PvdA is diep verdeeld. Vruchtbare grond voor het CDA, denkt electoraal geograaf Josse de Voogd. ‘Die zouden zomaar weer een monsterzege kunnen boeken.’

Ondanks de stormloop van vrijwel de gehele oppositie waren de regeringspartijen VVD en PvdA woensdagavond in de Tweede Kamer niet bereid ook maar één knoopje door te hakken over de uitkomst van het Oekraïne-referendum. De boodschap, in vele toonaarden herhaald door premier Rutte: we gaan eerst overleggen met de andere EU-landen, en dat kan máánden duren. Voor het nee-kamp was het een frustrerende vertoning. Maar welbeschouwd was het geen wonder dat Rutte zijn kruit droog probeerde de houden, om verschillende strategische redenen. In de eerste plaats – zoals de premier zelf al betoogde – sla je in Brussel geen deuk in een pakje boter als je alleen maar ‘nee’ roept: dan zit je niet meer aan tafel en komt er van de door de oppositie gewenste aanpassingen van het associatieverdrag helemaal niets terecht.

In de tweede plaats – en dat zei Rutte er niet bij – bleek juist het electoraat van de regeringspartijen VVD en PvdA bij het referendum diep verdeeld. Van de PvdA-stemmers die kwamen opdagen stemde 48 procent ‘nee’, van de VVD-stemmers maar liefst 62 procent, tegen de wens van hun eigen partij in. Heel verstandig dus dat Rutte nu geen beslissing over het associatieverdrag wil forceren, en het rustig in de Europese achterkamertjes wil zien op te lossen.

De vraag is alleen hoe lang Rutte en Samsom er nog in slagen de onenigheid binnen hun eigen electoraat weg te masseren, want bij het referendum werd een diepe verdeeldheid over Europa en immigratie zichtbaar die dwars door beide partijen loopt, en die ieder moment weer kan opspelen in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2017.

‘Die splijting binnen de traditionele volkspartijen is al veel langer te zien,’ zegt electoraal geograaf Josse de Voogd. ‘Niet alleen bij PvdA en VVD, maar ook bij het CDA, waar 32 procent volgens Ipsos bij het referendum “nee” stemde. Voor de middenpartijen is de uitslag heel slecht nieuws. Alleen de partijen die erin slagen die beide vleugels bij elkaar te houden kunnen straks winnen.’

Josse de Voogd, als onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, werd landelijk bekend doordat hij de afgelopen jaren niet alleen zorgvuldig in kaart bracht hoe er werd gestemd in welke wijken en welke straten, maar ook in welke sóórt wijken en straten. Dat levert verrassend herkenbare beelden op: in wijken uit de jaren dertig met wilde tuinen en oude Volvo’s voor de deur kan je er donder op zeggen dat er veel D66 en GroenLinks wordt gestemd, in etageflats in Amsterdam West met schotelantennes kan de PvdA nog altijd scoren, in laagbouw in Brabant met stalen rolluiken is er een beste kans dat de bewoners PVV stemmen.

Ook van de referendumuitslag maakte Josse de Voogd een fraaie kaart van Nederland, met categorieën waar andere electorale onderzoekers minder oog voor hebben. Zoals de Green Belts, waarvan de grootste zich uitstrekt van het welvarende Heemstede in het duingebied via de studentensteden Utrecht en Wageningen tot het vredige Zutphen, waar men in meerderheid ‘ja’ stemde en waar bij de Tweede Kamerverkiezingen GroenLinks en D66 hoge ogen gooien. Opmerkelijk zijn ook de gebieden die hij aanduidt als ‘Rust Belts’, een term uit de Amerikaanse sociologie waarmee de van oorsprong industriële, in verval geraakte gebieden rond steden als Detroit en Pittsburgh worden aangeduid. In Nederland zijn dat de mijnstreek in Limburg, het gebied rond Rotterdam en Oost-Groningen rond Delfzijl, waar in grote meerderheid ‘nee’ werd gestemd (in Pekela: 77,6%) en waar de PVV en de SP grote aanhang hebben. Ook opvallend is het grote, aaneengesloten, okergele gebied in noordoost Nederland, van oorsprong hoofdzakelijk gematigd protestant, waar relatief vaak ‘voor’ is gestemd. Daar is het sociale vertrouwen relatief hoog, krijgen PVV en SP weinig voet aan de grond.

Beeld: Josse de Voogd

Maar het belangrijkst voor de komende verkiezingen worden volgens Josse de Voogd de suburbane gemeenten in de Randstad en Brabant, zoals Pijnacker en Oosterhout. De binding met de traditionele partijen is er gering, ze stemmen er vooral op de partij die kan voorkomen dat de PvdA de verkiezingen wint. Jan Peter Balkenende behaalde hier zijn onverwachte overwinningen, net als Mark Rutte in 2010 en 2012. Daar liggen ook nu weer de kansen voor de christendemocraten. ‘Als het CDA die groeikernen weet aan te spreken en ook nog de katholieke kiezers in het zuiden, en als de VVD een paar grote fouten maakt, zou het CDA zomaar weer een monsterzege kunnen boeken. ‘

Als de middenpartijen in 2017 willen winnen, zullen ze ervoor moeten zorgen dat het in de campagne níet over immigratie en Europa gaat.

Als de middenpartijen in 2017 willen winnen, zegt De Voogd, zullen ze ervoor moeten zorgen dat het in de campagne níet over immigratie en Europa gaat, want dan speelt meteen de verdeeldheid op die bij het referendum zichtbaar werd. ‘Ze moeten de aandacht zien te richten op andere thema’s, zoals de zorg en de economie. Dat is in het belang van de VVD, die tot nu toe aardig overeind is gebleven in de peilingen, maar vooral van de PvdA, die de conservatieve linkse kiezer moet zien terug te winnen. Dat is het grootste electorale gat. Maar het is de vraag of de PvdA dat gat nog kan vullen. De PvdA is intern nog veel dieper verdeeld dan toen, zoals het referendum laat zien. Hoe krijgen ze de progressieve kiezers in Amsterdam en de conservatieve in Pekela ooit weer bij elkaar?’

De uitkomst van de verkiezing zou naar de inschatting van Josse de Voogd dan ook best weer een kabinet-Rutte kunnen zijn, ‘maar deze keer met het CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie, de oude Kunduz-coalitie, of zelfs met de SP.’