‘We presenteren een evenwichtsoefening,’ zei advocaat Bart Stapert vanochtend in de grote jihadzaak. Een paar weken geleden ging de deur nog dicht vanwege onderwerpen die ‘de staatsveiligheid’ in gevaar zouden kunnen brengen. Toch moest de raadsman van Jordi de J. daar nu iets van onthullen als bouwstenen in zijn verdediging: Jordi en ook zijn moeder hebben tijdens en na diens reis naar een Syrisch trainingskamp contact gehad met een ‘Nederlandse overheidsdienst’, zei Stapert, waarbij het voor het publiek niet moeilijk is om de bijpassende afkorting te bedenken: AIVD.
Die contacten waren al bekend uit het dossier, Jordi en zijn moeder hebben daarover in eerdere verhoren iets gezegd. Maar Stapert voegde daaraan toe dat door ‘de aard, omvang en inhoud van die contacten het vertrouwen is gewekt dat er geen vervolging zou worden ingezet’. Er zouden door die dienst volgens de advocaat ‘specifieke instructies’ zijn gegeven, ‘zelfs over de in te nemen proceshouding, zelfs over de af te geven verklaringen’. Volgens Stapert is er ‘over een langere periode’ een ‘vertrouwensrelatie’ opgebouwd, het ging om veel meer dan ‘een incidentele ontmoeting’. Zo zouden tegen Jordi opmerkingen zijn gemaakt als: ‘Jij helpt niet alleen ons, wij helpen ook jou.’
Probleem voor Stapert is dat de belofte om Jordi niet te vervolgen niet op papier is gezet, gaf hij in de pauze van het proces toe. Het is de verklaring van Jordi zelf die de rechters moet overtuigen. Diensten als de AIVD doen geen uitspraken over hun modus operandi, dus ook zeker niet wie hun informanten of agenten zijn geweest bij het verzamelen van de informatie.
Toch is het een bekend probleem. Mensen die de AIVD van gevoelige informatie voorzien, willen daar vaak iets voor terugzien. Ze worden doorgaans overgehaald met geld, maar ook met beloftes dat ze voor de rechter zullen worden ontzien mochten ze zelf tegen de lamp lopen. En dat gaat geregeld mis, zo weten we onder andere uit een rapport van toezichthouder CTIVD van vorig jaar over ‘de inzet van enkele langlopende agentenoperaties’. De AIVD kreeg in dat onderzoek een flinke tik op de vingers juist omdat de dienst te makkelijk strafrechtelijke immuniteit belooft, terwijl ze dat niet kan waarmaken. ‘Door onduidelijke communicatie kan bij de agent de indruk ontstaan dat de AIVD eventuele strafrechtelijke problemen oplost.’ En dat is onterecht, schrijft de toezichthouder op de geheime diensten: dat bepaalt het openbaar ministerie of de rechter. ‘In drie van de bestudeerde operaties hebben de acquisiteurs aangegeven inderdaad niet uit te kunnen sluiten dat de agent de indruk heeft dat de dienst meer mogelijkheden heeft dan werkelijk het geval is.’ De CTIVD noemt dat ‘onzorgvuldig’.
Nu is het volstrekt niet duidelijk of Jordi als een ‘agent’ moet worden beschouwd, vermoedelijk ging dat niet zo ver. Maar het is wel duidelijk dat de AIVD de neiging heeft opzettelijk slordig te zijn met haar beloftes. Terwijl de medewerkers beter weten. ‘Het is de Commissie uit haar gesprekken met medewerkers van de AIVD gebleken dat de straffeloosheid als een “wassen neus” wordt beschouwd.’ De AIVD zal er niet vaak beroep op doen, schrijft de CTIVD, want dat brengt de eigen operatie in gevaar.
Of het de verdediging iets helpt, is ook ongewis. Dat zal blijken bij de uitspraak op 10 december. Het rapport van de toezichthouder op de AIVD geeft niet al te veel hoop: ‘Indien een agent ervoor kiest zich, ondanks de risico’s voor zijn veiligheid, toch te beroepen op zijn straffeloosheid, is het de vraag of dit hem iets oplevert als de dienst niet wil bevestigen dat er sprake is geweest van een bevoegd gegeven ambtelijk bevel.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.