In een glazen hok in het Nationaal Archief in Den Haag zitten vijf historici, omgeven door stapels folianten uit de zeventiende eeuw. Een van hen haalt een groot kussen tevoorschijn – zo’n zeldzaam zeventiende-eeuws boekwerk mag je niet met zijn rug op een formica tafeltje leggen. Dr. Ineke Huysman en haar collega’s buigen zich hier over de correspondentie van Johan de Witt (1625-1672), de belangrijkste politicus van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, die uiteindelijk werd gelyncht. Straks zal iedereen alle veertigduizend ingescande brieven van de raadpensionaris op trefwoorden kunnen doorzoeken en lezen.

Huysman bladert in het 21ste-eeuwse boekwerk dat ik heb meegenomen en dat deels in dit hok is ontstaan. Mijn klamme handen hebben het zilverkleurige wapen dat met folie in reliëf op de cover is afgedrukt nu al laten vervagen. Het is de meer dan vuistdikke roman Musch; Johan de Witt trilogie 1, van Jean-Marc van Tol (1967), tekenaar van Fokke & Sukke (sinds 1993) en ook bekend als de enige BN’er die Wie is de Mol? ooit vrijwillig heeft verlaten. Huysman en de andere wetenschappers hebben dit eerste deel van de Johan de Witt-trilogie van hun parttime collega al wel gelezen, maar alleen digitaal.

‘Wat wij hier aan het doen zijn, kan de Nederlandse geschiedenis op zijn kop zetten,’ zegt Huysman. ‘De gebroeders De Witt waren sleutelfiguren en al die onbekende brieven zijn een goudmijn voor historici. De zeventiende eeuw is echt mijn eeuw, vooral omdat mensen in die tijd over zichzelf als individu begonnen schrijven, ook over heel persoonlijke zaken als ziekte en pijn. De wetenschap nam een grote vlucht, de politiek was heel interessant en het is natuurlijk de Gouden Eeuw van economische voorspoed en topkunst.’

Huysman werkt tegelijkertijd ook aan een uitgave van de brieven van Constantijn Huygens (1596-1687). ‘De Witt en Huygens waren tijdgenoten en enorme tegenpolen. De Witt was een typische regent en Huygens was echt een hoveling. Ze konden elkaar niet uitstaan.’

Streng bewaakt

Dan komt Jean-Marc van Tol gehaast binnenvallen. Met zijn witte T-shirt, hippe zonnebril en oosterse wijdvallende broek valt hij nogal uit de toon in de bezonken sfeer van het Nationaal Archief. Hij heeft een grote doos presentexemplaren meegenomen voor zijn collega’s. Maar eerst reikt hij er eentje ­– ‘bíjna het eerste exemplaar’ – plechtig uit aan Frank Kanhai, een van de medewerkers van het archief, dat streng wordt bewaakt. ‘Mijn lastige eigenschap om de dingen precies te doen zoals ik het wil, botst hier soms met de hiërarchie en de regels.’

Eén dag per week werkt tekenaar Van Tol als gastonderzoeker mee aan het in kaart brengen van de brieven van De Witt.

Later krijgen ook de wetenschappers ieder een boek met opdracht en tekening. Officieel wordt de roman trouwens pas op zaterdag 26 mei gepresenteerd in Slot Loevestein, waar de vader van Johan en Cornelis de Witt samen met andere regenten driehonderdachtenzestig jaar geleden door Willem II (1626-1650) werd opgesloten. Daarna stuurde de stadhouder zijn leger op de stad Amsterdam af in een even onhandige als vergeefse – en inmiddels ook vergeten – poging om die stad in te nemen.

Eén dag per week werkt tekenaar Van Tol als gastonderzoeker mee aan het in kaart brengen van de brieven van De Witt. De meeste andere leden van het groepje van zo’n tien mannen en vrouwen zijn, net als hij, onbetaalde krachten – stagiairs, een promovendus, gastonderzoekers, studenten. Projectleider Ineke Huysman wordt wel betaald voor haar research, door Huygens ING, het onderzoeksinstituut dat ernaar streeft geschiedenis en literatuur te ontrafelen door gebruik te maken van nieuwe technologie. Huysman: ‘Dan moet je denken aan netwerkanalyses, het blootleggen van informatiestromen, elektronische tekstvergelijkingen, dateren van middeleeuwse teksten.’

Johan de Witt
De onderzoekers, met links Jean-Marc van Tol en rechts Ineke Huysman.
Verwende kinderen

‘Sorry dat ik wat later ben,’ zegt Jean-Marc van Tol als hij iedereen heeft begroet. ‘Ik moest nog even een strip tekenen.’ Hij overlegt dagelijks met Bastiaan Geleijnse en John Reid over de actuele grap voor NRC Handelsblad. ‘Dan hebben we zo ontzettend veel lol. Al kwamen we er vandaag niet echt uit.’ Van Tol wilde per se niets doen met de royal wedding, een nietszeggend onderwerp in zijn ogen. ‘Uiteindelijk hebben we een grap over privacy gerecycled die Bastiaan eerder al had gemaakt bij NRC live.’

‘Heel vaak liep het uit de hand en eindigde het met een duel of een venerische ziekte.’

Enthousiast bladert hij door de kladblokjes waarin de gebroeders De Witt – Johan en Cornelis – hun uitgaven noteerden tijdens hun Grand Tour in 1644 en 1645. In zijn boek beschrijft Van Tol hoe verwende kinderen van rijke regenten een paar jaar naar Frankrijk of liever nog naar Italië werden gestuurd. Dat was goed voor hun algemene ontwikkeling, maar stilzwijgend ook om uit te groeien tot mannen van de wereld op het gebied van drank en vrouwen. Een soort zeventiende-eeuwse Erasmusbeurs. ‘Heel vaak liep het uit de hand en eindigde het met een duel of een venerische ziekte.’

Johan en Cornelis de Witt waren relatief braaf, zegt Van Tol. ‘Zeker vergeleken met die regentenzonen die in hun brieven in bedekte termen en in een soort geheimschrift aangaven wat ze allemaal voor foute dingen deden in het zuiden. Je ziet wel aan de uitgaven dat de gebroeders De Witt in Parijs danslessen kregen, maar veel wilder wordt het niet. Kijk, het overzicht van de brieven die ze kregen en verstuurden hielden ze precies bij op de linker pagina. Gaaf toch?’

Zo’n doos met eeuwenoude spullen

Door een kwarteeuw Fokke & Sukkes tekenen en bedenken was zijn passie voor geschiedenis en literatuur een beetje naar de achtergrond verdwenen, vertelt Van Tol als we de collega’s even alleen hebben gelaten met de zeventiende-eeuwse manuscripten. ‘Ik ben aan de UvA afgestudeerd in de historische letterkunde bij Herman Pleij en voor mijn eindscriptie ben ik in archieven overal in Europa gedoken. Zo lékker om in het British Museum te zitten met zo’n doos met eeuwenoude spullen waar soms twee- tot driehonderd jaar lang niemand naar gekeken heeft.’

In 1993 maakten Van Tol, Geleijnse en Reid hun eerste Fokke & Sukke, voor het studentenblad Propria Cures. Na een periode waarin hun strip zo ongeveer in alle universiteitskranten werd afgedrukt kwamen ze via Pieter Steinz en Paul Steenhuis op de achterpagina van NRC Handelsblad terecht.

Op een gegeven moment liep het behoorlijk uit de hand met de twee vogeltjes, zegt Jean-Marc van Tol. ‘Het werd extreem druk, we waren overal, NRC, DWDD, VPRO-gids, VARA-gids, ook Vrij Nederland vroeg om covers en illustraties. Ik tekende op een gegeven moment zes dagen in de week zes strips per dag. Succes is leuk hoor, maar dat was nu ook weer niet de bedoeling.’

‘Walt Disney, Hergé en Van der Steen zijn allemaal ongelukkig gestorven, Toonder ook, omdat ze in feite hun identiteit hadden verkocht.’

Ze overwogen de mogelijkheid van een Fokke & Sukke-studio, om aan de grote vraag te kunnen voldoen. ‘Die keuze hebben Walt Disney, Hergé en Van der Steen gemaakt – en Marten Toonder, niet te vergeten. Die mannen zijn allemaal ongelukkig gestorven, Toonder ook, omdat ze in feite hun identiteit hadden verkocht – Toonder bezat zelfs zijn eigen naam niet meer. Niet dat ik ons met die grootheden durf te vergelijken, maar de vraag was wel waarom we zo’n fatale stap in godsnaam zouden zetten. We besloten om iets te blijven maken dat echt van onszelf was, we bleven alles in eigen hand houden.’

Zo’n foute figuur

Fokke & Sukke moesten zich voortaan maar aanpassen aan hun scheppers, in plaats van andersom. Het was een inzicht dat een drastische draai gaf aan zijn leven, zegt Van Tol. ‘Soms heb je zo’n moment van helder inzicht. Johan de Witt had dat volgens mij ook toen hij aan het eind van zijn leven bedacht dat hij zelf net zo’n foute figuur was geworden als Cornelis Musch (1593-1650), een man die hij verachtte. Maar voor hij al zijn functies kon neerleggen, werd hij vermoord.’

‘Het is lachwekkend en absurd hoe de jonge Willem II probeerde om de macht van de steden te breken door Amsterdam te belegeren.’

Geleijnse, Reid en Van Tol waren eerder ook al buiten de strip actief op hun eigen terrein en daar kregen ze meer tijd voor nu de frequentie van Fokke & Sukke werd teruggeschroefd. Jurist John Reid ging behalve als kantonrechter ook recht spreken als Rijdende Rechter, Bastiaan Geleijnse trad nog vaker op bij symposia en als communicatieadviseur en Jean-Marc van Tol dook zijn geliefde archieven weer in en wilde historische romans gaan schrijven.

Van Tol: ‘Eerst werkte ik aan een boek over Geert Lubberhuizen en de oprichting van de Bezige Bij als verzetsuitgeverij, maar daar kwam ik niet uit. Toen herinnerde ik me mijn scriptie over Willem II en het jaar 1650. Als ik het weleens vertelde, kende niemand dat verhaal. Het is lachwekkend en absurd hoe de jonge Willem II probeerde om de macht van de steden te breken door Amsterdam te belegeren. Dat beleg mislukte jammerlijk en nog in hetzelfde jaar overleed de prins. Toch heeft het ook echt een omwenteling betekend in onze geschiedenis. Mensen kennen hoogstens nog het “eerste stadhouderloze tijdperk” – ik vind het dus leuk om te vertellen hoe dat zo is gekomen.’

Hij bladert door Musch, nog een beetje verliefd op zijn eerste roman, die hij schreef én uitgaf. ‘Die aantasting van het zilveren wapen op de cover hoort wel een beetje bij het afbladderen van de hoofdpersoon Cornelis Musch.’ Fokke & Sukke worden al tien jaar uitgegeven door de eigen uitgeverij Catullus, ooit het pseudoniem waaronder Van Tol verhaaltjes inzond naar Propria Cures. ‘Toen we vertrokken bij De Harmonie doken er meteen een paar grote uitgevers op, maar ik dacht: wat voegt zo’n uitgever eigenlijk toe, we kunnen dat ook wel zelf. Tenslotte maakte ik op mijn twaalfde al krantjes en verkocht ik boekjes.’

Van Tol zat op het Baarnsch Lyceum in de redactie van de schoolkrant Animo, samen met de latere schrijvers Bert Natter en Ronald Giphart. ‘Ik zei toen al tegen Bert en Ronald: nu doen we dit voor een paar honderd mensen, maar straks voor een paar miljoen.’

Geleijnse en Reid ontmoette hij later pas, bij het Amsterdamse studentencorps in het literaire dispuut Hebe. ‘Ik zat eerst op de kunstacademie in Utrecht maar dat was een chaos, ongestructureerd. Daarna ging ik Nederlands studeren en het corps gaf me de structuur die ik nodig had: er is altijd een lustrumstuk, er zijn cabaretvoorstellingen te bedenken, krantjes en almanakken vol te schrijven en te tekenen.’

In ongenade

Zijn schoolvrienden Giphart en Natter gaven hem tips voor zijn debuutroman. Eerst wilde hij een historische roman à la Hillary Mantel schrijven over Johan de Witt en Willem II, vertelt Van Tol over het begin van zijn project, zeven jaar geleden. ‘Zo’n historische roman waarin je meeleeft met de hoofdpersoon. Dat dreigde een hybride geheel te worden over een soort 21ste-eeuwer die in de 17de eeuw rondloopt. Dat wilde ik niet.’

‘Door de hand aan zichzelf te slaan wil hij wraak nemen op zijn ontrouwe vrouw en zijn onechte kinderen.’

Ronald Giphart suggereerde dat hij zou kunnen kiezen voor een verteller die van enige afstand kon reflecteren. ‘Zo kwam ik op de onbetrouwbare verteller Cornelis Musch, de corrupte griffier van de Staten-Generaal, die terugblikt op de strijd om de macht in de Republiek, terwijl hij op het punt staat zelfmoord te plegen. Ik suggereer dat de tekst in mijn boek een afscheidsbrief is. Door de hand aan zichzelf te slaan wil hij wraak nemen op zijn ontrouwe vrouw en zijn onechte kinderen, om schande over de familie te brengen en het bezit wettelijk verbeurd te laten verklaren, wat gebeurde na een zelfmoord.’

Al staat dat van die zelfmoord dus niet vast, zeker is dat Cornelis Musch in 1650 in ongenade viel bij Willem II en in datzelfde jaar overleed. Wat historisch ‘waar’ is en wat hij aan het verhaal heeft toegevoegd is voor de lezer niet meer te achterhalen, geeft Van Tol toe. ‘Bert Natter stelde voor om er nog duidelijker fictie van te maken, maar nu ziet hij wel dat ik in Musch een literair spel speel met de historische feiten. Het is een caleidoscopische roman, waarin ik een werkelijkheid heb geschapen waarin je als lezer kunt geloven. Voor de historische bronnen en de “echte” feiten is er mijn website waarop ik regelmatig blogs post.’

Zeventiende-eeuwse sociale media

Van Tol gebruikte behalve brieven en de biografieën van Johan de Witt van Luc Panhuysen en van de Amerikaan Herbert H. Rowen ook pamfletten als bron. Die fungeerden als een soort zeventiende-eeuwse sociale media. Er werden berichten mee verspreid die je nu fake news zou noemen. Van Tol verzamelt dat soort pamfletten, de zogeheten blauwboekjes.

Van Tol: ‘De regenten die namens de steden in Den Haag zaten, moesten voor ruggespraak vaak terug naar Hoorn, Amsterdam of Dordrecht. Dat duurde in die tijd dagen. Tijdens dat machtsvacuüm verschenen die blauwboekjes, dus elke keer als die gasten op weg waren naar hun stad werd er allerlei hitserig nieuws verspreid, waarmee zij onder druk werden gezet. Die pamfletten worden vaak als historische bron gebruikt, maar ze zijn dus niet erg betrouwbaar. Toen Musch griffier was van de Staten-Generaal, verschenen er aan de lopende band van die vlugschriften over hem, vol toespelingen op zijn machinaties, chantagepraktijken en corruptie. Daar heb ik dankbaar gebruik van gemaakt.’

Zijn collega-onderzoekers zien geen bezwaar in Van Tols vermenging van feit en fictie, zullen ze later zeggen als we elkaar in de kantine van het archief weer zien. Van Tol: ‘Ja, inmiddels weten jullie ook dat de waarheid over het verleden niet vastligt. In de geschiedschrijving wordt van alles ingevuld en hinein geïnterpreteerd.’

Omhooggevallen ‘jonge’ adel

De Oranjes, omhooggevallen ‘jonge’ adel, hadden door de Tachtigjarige opstand tegen de Spanjaarden aan macht en invloed gewonnen. Zij leidden het leger en verdeelden de officiersposten onder vrienden en familie, maar het leger werd betaald door de steeds rijkere regenten van de steden. Die dreigden dat ze niet langer wilden opdraaien voor de kosten. Willem II had juist plannen om samen met de Fransen de Spanjaarden definitief uit de zuidelijke Nederlanden te verdrijven en misschien zelfs het Engelse koningshuis weer aan de macht te brengen. ‘Het is nooit uitgesproken, maar ik vermoed dat Willem II als dat was gelukt koning der Nederlanden was geworden – dan had niet pas in 1815 maar al in 1651 een Oranje-Nassau op de troon gezeten.’

Om zijn leger in stand te houden, stuurde Willem II zijn soldaten af op Amsterdam. Van Tol beschrijft hoe die missie volledig faalde en meteen ook de neergang inluidde van de corrupte griffier Cornelis Musch.

Voor de opbouw van zijn roman speelde Van Tol leentjebuur bij Game of Thrones, vertelt hij.

De vraag bij wie de macht ligt in de Republiek, bij de steden of bij de stadhouder, wordt in Musch vanuit verschillende perspectieven bekeken. Van Tol speelde voor die opbouw van zijn roman leentjebuur bij Game of Thrones, vertelt hij. ‘Ik dacht: als je dan toch meerdere gezichtspunten hebt, waarom zou je dan behalve van vertelperspectief niet ook wisselen van stijl of van toon, zoals in Game of Thrones de art direction kleur geeft aan de verschillende partijen. Toen ik dat eenmaal had bedacht, was echt alles mogelijk. Met de spreektaal heb ik wel geworsteld. In hun duizenden brieven spreken de gebroeders De Witt elkaar consequent aan met u en mijn waarde, alsof het volk meeluistert. Maar hoe ze echt met elkaar spraken, weet je niet.’

De ‘pokjes’?

Kort na zijn mislukte missie overleed de pas 26-jarige Willem II, volgens tijdgenoten aan de ‘pokjes’, maar volgens Van Tol kan vergiftiging als oorzaak niet worden uitgesloten. Willems in hetzelfde jaar geboren zoon, de latere stadhouder Willem III (1650-1702), zou wel koning worden – alleen niet van Nederland maar van Engeland. ‘Ongelooflijk dat onze stadhouder toen gewoon Engeland veroverde.’

‘We worden nog steeds uiteengedreven door troebele financiële belangen en politieke spelletjes, net als in de zeventiende eeuw.’

De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zou je kunnen vergelijken met Europa, zegt van Tol. ‘Johan de Witt zag de zeven gewesten nog als zeven schepen die soms gezamenlijk opvoeren maar meestal een eigen koers volgden. Wij weten inmiddels niet beter dan dat Nederland één land is, maar dat is historisch gezien best een recente ontwikkeling. Ik hoop dat het met Europa diezelfde kant op gaat, want bij alle verschillen tussen Rome en Amsterdam voelt Europa toch echt als mijn land. Al worden we nog steeds uiteengedreven door troebele financiële belangen en politieke spelletjes, net als in de zeventiende eeuw.’

Van Tol droeg zijn boek op aan Amalia – de dochter van koning Willem-Alexander, in een vorig leven een van zijn klasgenoten op het Baarns Lyceum, aan wie hij ‘natuurlijk’ een presentexemplaar stuurde. ‘Die opdracht aan de kroonprinses is meer een stijlfiguur, een verwijzing naar zeventiende-eeuwse vleierij. Veel boeken werden in de zeventiende eeuw opgedragen aan vorsten in de hoop op een royale financiële bijdrage. Al is het dus een grapje, ik wil er ook mee zeggen: dit boek is niet anti-Oranje. Ik ben juist blij dat we geen republiek meer zijn, want dan hadden we een Cornelis Musch als president. Alleen zo iemand is daar gewiekst en ambitieus genoeg voor.’

Jean-Marc van Tol, Musch; Johan de Witt trilogie 1, Uitgeverij Catullus, 518 p., paperback €24,95, gebonden €29,95.

Op zaterdagavond 26 mei vindt op Slot Loevestein de presentatie plaats van Musch.
Historici Ineke Huysman, Luuc Kooijmans en Johan de Witt-biograaf Luc Panhuysen geven een voordracht.