Jamal heeft last van een venijnige oogontsteking, maar leest stug door. ‘Soms zie je scherper als de gewone zienswijzen even niet beschikbaar zijn.’ Hij ziet kopieën van kopieën van kopieën en verzucht: wees geen sprinkhaan, schrijver.
Hadden schrijvers tegenwoordig maar het lef juist dát te schrijven wat niemand anders schrijft


