Ik haat de islam. Toch stem ik niet op de PVV of op andere uitzetpopulisten. Welke linkse partij durft het aan om op snoeiharde maar constructieve wijze islam-kritisch te zijn?
Mijn neefje van vijftien – geen Marokkaans bloed, zoals ik, wel half-Nederlands, half Indiaas – kan woordelijk de opzwepende strijdliederen meezingen die klinken in de gruwelfilmpjes van IS. Let wel: het neefje heeft verder geen interesse in de radicale islam. Ik denk dat hij en zijn leeftijdgenoten het gewoon cold-blooded shit vinden om de soundtrack van een onthoofdingsvideo te kunnen meedreinen.
Het doet me denken aan een stamgast van het Amsterdamse café De Pels, een joodse journalist die het nogal leuk vindt om te pas en te onpas het Horst Wessel-lied in te zetten. Ik herinner me ook hoe, toen ik vijftien was, in 1994, mijn klasgenoten en ik woord voor woord Ezechiël 25:17 konden reciteren, zoals het personage van Samuel Jackson dat deed in Quentin Tarantino’s Pulp Fiction, vlak voordat hij zijn slachtoffers vermoordde. (‘And you will knóóów my name is the Lord when I lay my vengeance upon thee!’) We zongen ook uit volle borst het nummer ‘Moordenaar’ van de Osdorp Posse mee. (‘Je vindt me misschien een beetje raar / maar ik ben gewoon een moordenaar.’)
Dat flirten met moordpraktijken, het zal wel de hang naar het grensoverschrijdende zijn dat pubers eigen is. Hoe dan ook bezingt de Hollandse jeugd tegenwoordig dus de jihad en dat betekent dat de radicale islam inmiddels is doorgedrongen tot onze popcultuur. En daarmee wordt nog iets anders duidelijk: de islam is geen lichaamsvreemde stof meer, maar is onderdeel geworden van ons organisme. Dat heeft implicaties voor hoe wij ons wapenen tegen fundamentalistische varianten van die religie.
Dat lijdzame insjallah
Voor de duidelijkheid: ik haat de islam.
Sinds het bovengenoemde jaar 1994 ben ik niet meer in het land geweest waar mijn vader oorspronkelijk vandaan komt, Marokko. Om heel wat redenen, maar toch hoofdzakelijk om hoe er in dat land met vrouwen werd omgesprongen, ja, en ook om dat lijdzame insjallah: dat lafhartige afwachten tot het God eindelijk eens een keertje behaagt om in je armetierige rotleven in te grijpen.
Ik hoop dat die religie, zeker in de fundamentalistische variant ervan, zo klein mogelijk blijft in Nederland, maar dat is natuurlijk naïef. Sterker nog: in NRC Handelsblad las ik dit weekend een verontrustende reportage over de steeds grotere invloed van salafisten in Marokkaanse moskeeën in Nederland. De stroming is vooral populair onder jongere moslims. Het salafistentuig wordt opgeleid in Saudi-Arabië en komt vervolgens hier hun achterwaartse ideeën verkondigen. (‘De vrouw haar plek is in eerste instantie thuis, en als het noodzakelijk is, mag zij naar buiten gaan. Maar dan dient zij zich schaamtevol te gedragen.’)
Toch stem ik niet op de PVV of op andere uitzetpopulisten (je treft ze dezer dagen ook steeds vaker aan bij de VVD en het CDA). Als we de islam willen vernietigen op de manier waarop extreem-rechts dat wil, dan vernietigen we namelijk ook onszelf. Door de principes van onze rechtsstaat op te geven, bijvoorbeeld. Of door heel de tijd te balanceren op het randje van racisme en religiekritiek, zoals Geert Wilders doet, door bijvoorbeeld de woorden Marokkaan en moslim volstrekt inwisselbaar te gebruiken.
Rechts steekt de kop in het zand voor het feit dat de islam nu eenmaal deel is gaan uitmaken van onze cultuur. Moslims zijn geen mensen die je ‘terug’ kunt sturen, want ‘terug’ is in veel gevallen Amsterdam-Oost of de Schilderswijk in Den Haag. Gematigde moslims zijn geen wolven in schaapskleren, maar medestanders in de strijd tegen gewelddadig fundamentalisme.
Moslims zijn geen mensen die je ‘terug’ kunt sturen, want ‘terug’ is in veel gevallen Amsterdam-Oost of de Schilderswijk in Den Haag.
Links heeft de islamdiscussie al heel wat jaren geleden laten kapen door rechts, terwijl islamkritiek juist heel goed zou kunnen behoren tot wat we als linkse idealen beschouwen: verheffing uit de duisternis van het geloof, emancipatie van de vrouw, mensen beoordelen op hun denkbeelden en niet op hun afkomst.
Maar principiële standpunten zijn niet genoeg. Dat laat rechts zien: veel gebrul, weinig actie.
Wat zou nu een typisch linkse, concrete strategie kunnen zijn in de strijd tegen de radicale islam? Een heel simpel voorbeeld: duurzame energie. De ironie is namelijk dat wij momenteel zelf betalen voor de import van de salafistische islam. Saoedi-Arabië spendeert miljoenen aan het opleiden van salafistische imams uit alle landen ter wereld, zoals het NRC-artikel aantoont, en dat doet de Saoedische overheid natuurlijk van onze oliecenten. Met elk autoritje sponsoren we de fundamentalisten. Verse brandstof in je Vespa? Boem! Weer een haat-imam erbij.
De ironie is namelijk dat wij momenteel zelf betalen voor de import van de salafistische islam.
Links anti-islamisme zou kunnen zijn: geen olie meer importeren uit Saoedi-Arabië. Het door Allah geschapen klimaat profiteert daar ook nog eens van mee.
Het is zomaar een gedachtegangetje ter illustratie. Maar ik denk wel degelijk dat links nu aan zet is. Wilders ziet er dodelijk vermoeid uit en bralt al meer dan tien jaar dezelfde teksten. Thierry Baudet heeft even weinig respect voor vrouwen als de gemiddelde haat-imam. Sybrand Buma gelooft zelf in het sprookje van een God die niet houdt van de gelijkheid van man en vrouw. We moeten het echt niet van hen hebben.
De linkse partij die het aandurft om op snoeiharde maar constructieve wijze islam-kritisch te zijn, kan over vier jaar – liever eerder – op mijn stem rekenen.
Meer Jamal? Neem de nieuwsbrief van Vrij Nederland.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.