Kevin Spacey, Louis-Ferdinand Céline, Eminem en nu ook Lucebert: allemaal fout. Nou en, vraagt Jamal zich af. Ook een lul moet je blijven lezen.

De wereld van de letteren stond flink op z’n kop, afgelopen week. Een vreselijk pijnlijke onthulling deed het beeld van een schrijver die we massaal omarmd hadden, stevig kantelen. Niets was meer wat het leek. Van anderen hadden we dit kunnen verwachten, maar van hem, nee echt, van hém? Dat uitgerekend deze zachtaardige goedzak in feite een klootzak was! We maken allemaal fouten, maar wat deze man had gedaan was eigenlijk onvergeeflijk, en hoe moesten we dat dan verenigen met de visie op zijn werk? Konden we dat überhaupt nog wel lezen?

Ik heb het natuurlijk over Peter Buwalda, van wie bekend werd dat hij in huiselijke kring een enorme lul kan zijn. Dat vertelde zijn ex-vriendin Suzanne Rethans in Verlaten, een documentaire over mensen die door hun partner gedumpt zijn. ‘Openhartig’, zoals dat dan heet (bedoelende: welkom bij een versie van de Privé met bewegende beeldjes en geluid) vertelde Rethans dat Peetie erg akelig had gedaan tegen haar en haar kinderen uit een vorige relatie. Die wilde hij niet over de vloer hebben, die kinderen, of niet allemaal, of niet allemaal tegelijkertijd, of weet ik veel hoe het zit, het gaat mij niet aan, maar nu zitten die verwikkelingen toch in mijn hoofd. Ik weet nu dat Peter Buwalda een Fouterik is.

Veroordelen-zonder-vorm-van-proces

Er heerst dezer dagen een sfeertje van veroordelen-zonder-vorm-van-proces, vooral door de recente golf van #MeToo-kwesties, en wat mij daaraan opvalt is dat de andere kant zelden of nooit aan bod komt. Hoor en wederhoor: een journalistiek principe dat tot het verleden behoort. Is het waar dat Buwalda zo’n lul is? Heeft hij die nare dingen gedaan en gezegd? En zelfs als dat zo is – is hij dan meteen een soort psychopaat of zit er meer achter?

Ik meen me te herinneren van interviews, jaren geleden gelezen, dat Buwalda is opgegroeid zonder zijn biologische vader, dat daar mogelijk ook een verband zit met de verwrongen ouder-kind-relaties in zijn debuutroman Bonita Avenue, en misschien verklaart dat ook wel iets van zijn ambivalente houding ten aanzien van de kinderen van Rethans – die er immers voor koos haar kinderen aan een pleegoudersituatie bloot te stellen. Maar dát verhaal vertelt de documentaire niet. Dus het beeld dat blijft is dat van een ongelofelijk botte, harteloze klootzak. Er zullen vast en zeker mensen zijn die het volgende boek ‘van die lul’ niet hoeven te lezen. Zo makkelijk gaat het.

Dát verhaal vertelt de documentaire niet. Het beeld dat blijft is dat van een ongelofelijk botte, harteloze klootzak.

Totale infantilisering

Want wat me, ten tweede, ook opvalt: de vanzelfsprekendheid waarmee bij elke nieuw opgedoken Fouterik allerhande journalettes zich gaan afvragen of we de boeken van die Fouterik nog wel mogen lezen, of we zijn films nog wel mogen bekijken, of we zijn schilderijen niet beter uit het museum kunnen verwijderen, of we zijn graf niet moeten ruimen.

De Volkskrant kwam onlangs zelfs met een heuse handleiding voor dergelijke vraagstukken. Voor het kijken of luisteren naar werken van foute kunstenaars werden criteria opgesteld als: kijk of luister je alleen of in een groep? Hoe ernstig is het vergrijp van de kunstenaar? Hoelang is het vergrijp geleden? In hoeverre valt het vergrijp samen met het werk?

Je moet gewoon overal naar kunnen kijken en luisteren, hoe fout de maker ook is.

Dit is de totale infantilisering van de kunstbeleving. Je moet natuurlijk gewoon overal naar kunnen kijken en luisteren, hoe fout de maker ook was of is.

Volstrekte, klinklare onzin

Maarrrr… wat me, ten derde, ook opvalt: de gemakzucht waarmee door wéér anderen wordt geroepen dat je de kunstenaar en zijn werk van elkaar moet kunnen scheiden. Ook dat is volstrekte, klinklare onzin. Want dat kán helemaal niet.

Ik lig een potje te luieren op de bank, op mijn telefoon heb ik Spotify geopend en er speelt een playlistje met nummers van rapper Eminem. ‘Just bend over and take it like a slut, okay ma?’ hoor ik voorbijkomen, en elders klinkt het: ‘I can’t wait ’till I catch all you faggots in public’, ja, het is bepaald geen vrouwvriendelijk wereldbeeld dat Eminem uiteenzet en op de homoseksuele medemens lijkt hij ook al niet bepaald gesteld, en toch – o, deze bekentenis kan me mijn kop kosten – luister ik er graag naar, want ik houd van dat spervuur van woorden, zijn onverhulde woede die altijd gekleed gaat in de juiste, vernietigende formuleringen, steevast versierd met een sardonische lach. Zijn retoriek is vernietigend voor zijn tegenstanders, zijn critici, zijn vijanden.

Eminem is bepaald niet vrouw- of homovriendelijk, en toch luister ik er graag naar.

In de beginjaren van zijn carrière was er veel commotie rond de persoon van Eminem, onder meer vanwege die vermeende vrouwen- en homohaat, maar ik kan me van toen niet hetzelfde soort hysterische verbazing herinneren die je nu zo vaak aantreft: de verbazing dat iemand die heftige, nare kunst maakt, in het echte leven óók een naarling is. Luister naar Eminems autobiografische ontboezemingen, vooral ten aanzien van zijn moeder: ze zijn zo onthutsend onaangenaam (in een van zijn mildere buien voegt hij haar toe: ‘I hope you fucking burn in hell for this shit’) dat je bij vlagen je kop onder een kussen wilt steken van plaatsvervangende schaamte en pijn.

Het is dan ook echt totaal geen verrassing dat zo iemand fictieve personages bedenkt als de psychopaat Slim Shady of de gevaarlijk obsessieve fan uit het nummer ‘Stan’ (‘My girlfriend’s jealous ‘cause I talk about you 24/7, but she don’t know you like I know you, Slim, no one does’). Het is totaal geen verrassing dat zo iemand zich op uiterst onaangename wijze uitlaat over vrouwen, over homo’s.

Scheur in de ziel

Nog niet zo lang geleden begrepen we – ja, was het volstrekt vanzelfsprekend – dat de meeste kunstenaars een scheur in hun ziel hebben, en dat hun kunst uit dezelfde zielenscheur voortkomt als het verknipte gedrag dat zij in hun privéleven vertonen. Nog niet zo lang geleden begrepen we dit.

Ik lig te luisteren naar Eminem en ik mijmer een beetje in het wildeweg over Kevin Spacey. Sommige acteurs hebben een specifiek talent voor het spelen van good guys. Tom Hanks is zo’n prototypische good guy. En ook iemand als Richard Gere zie ik niet zo gauw in de rol van een kinderverkrachtende psychopaat voor me. Andersom zijn er acteurs die het best tot hun recht komen in, nou ja, niet per se de rol van slechterik, maar wel in complexe rollen met flink wat duistere kantjes. Spacey is op z’n best als de leugenachtige crimineel Verbal Kint in The Usual Suspects of als de huisvader-in-midlife crisis die het vriendinnetje van zijn tienerdochter probeert aan te randen, in American Beauty. En natuurlijk als Frank Underwood in de Netflix-serie House of Cards – misschien wel de rol van zijn leven.

Kevin Spacey begrijpt de slechteriken die hij speelt misschien wel beter dan andere acteurs, omdat hij er zelf ook een is.

Dat betekent niet dat hij niets anders kan spelen, of dat een slechterik altijd gespeeld moet worden door een acteur die in het echte leven ook slecht is. (Dat zou het type logica zijn dat theaterregisseuse Daria Bukvić hanteert, door te betogen dat Shakespeare’s Othello toch echt door een zwarte acteur gespeeld moet worden, want Othello is zwart.) Maar wanneer je iemands oeuvre in z’n geheel overziet, kun je wel degelijk bepaalde voorkeuren aanwijzen. Op die manier zou je kunnen zeggen dat Kevin Spacey het koelbloedige roofdierengedrag waarvan hij beschuldigd is, tevens heeft aangewend om de slechteriken in zijn film- en tv-werk vorm te geven. Hij begrijpt dergelijke personages misschien wel beter dan andere acteurs.

Inzicht in een geest vol rabiaat ressentiment

Ik luister naar Eminem, naar zijn homofobe, vrouwonvriendelijke teksten, en ik stel vast dat ik nooit iets heb begrepen van het ongemak rondom de Franse auteur Louis-Ferdinand Céline. Recentelijk was er in Frankrijk weer eens een relletje rondom de geplande heruitgave van diens antisemitische geschriften. Wie Célines belangrijkste romans leest, de geaccepteerde meesterwerken Reis naar het einde van de nacht en Dood op krediet, ziet dat die boeken bruisen van het gif en dat lijkt mij hetzelfde gif als waar het antisemitisme van de auteur uit voortkwam. Je hoeft niet de keuze te maken tussen a) al het werk van deze antisemiet in de vergeetput flikkeren of b) volstrekt negeren dat hij antisemiet was. De simpele derde weg is c: in het volle besef van Célines weerzinwekkende denkbeelden tóch kennis nemen van zijn werk. Dat geeft inzicht in een geest vol rabiaat ressentiment, en is dáárom een verrijking van je eigen geest. Geen fijne verrijking, maar alsnog een verrijking.

Ik snoer Eminem de mond, sta op en loop naar de boekenkast voor een dichtbundel. Welke? Luceberts van de afgrond en de luchtmens, natuurlijk. Want dat was de andere literaire figuur die afgelopen week ‘van zijn voetstuk viel’. Een van onze grootste dichters bleek in zijn jonge jaren, tijdens de Tweede Wereldoorlog, sympathie te hebben opgevat voor de Duitse bezetter. Hij ondertekende zijn brieven met ‘Heil Hitler’ en gaf zich zelfs vrijwillig op voor de Arbeitseinsatz.

Mij verbaasde Luceberts sympathie voor de Duitse bezetter niet.

Mij verbaasde het niet. Stijl is misschien wel altijd de sleutel tot het wezen van een kunstenaar, zo ook bij Lucebert. Hier hebben we een jongeman die zich heeft laten bedwelmen door de absolute taal van een dodelijke ideologie. Na (en misschien ook: dóór) zijn verblijf in nazi-Duitsland kwam hij tot inkeer, en wat betekende dat voor zijn stijl? Dat hij zich een dichterscarrière lang uitdrukte in taal die ongrijpbaar en meerduidig was. De radicale ‘onverstaanbaarheid’ van Luceberts poëzie, is in alles de ontkenning van absolutistisch taalgebruik, dat juist totalitair eenduidig is. Luceberts stijl is misschien wel zijn boetedoening.

Elke grensoverschrijding brengt gevaren met zich mee. Juist daarom moeten we het werk van “foute” kunstenaars blijven lezen, bekijken, beluisteren.

Echte kunstenaars hebben een neiging tot transgressie. Die neiging kan leiden tot het ontdekken en verkennen van nieuwe werelden. Daarbij maken ze fouten, die kunstenaars. Dat is onvermijdelijk. Elke grensoverschrijding brengt gevaren met zich mee. Daarom, juist daarom, moeten we het werk van ‘foute’ kunstenaars blijven lezen, bekijken, beluisteren. Dat werk laat ons de vele kamers van de duisternis verkennen, en hoe onaangenaam dat ook is, ik denk dat het ons als mensen wijzer maakt. We hebben maar weinig tijd op deze planeet – het is zaak de wereld zo goed mogelijk in je op te nemen, in al z’n facetten, goed én kwaad.

In zijn zojuist verschenen en nu al beruchte biografie van Lucebert ontleedt Wim Hazeu het pseudoniem van de dichter: ‘een combinatie van het Italiaanse luce (licht) en het germaanse bert (stralend)’. Hij wijst erop dat je Lucebert ook kunt associëren met Lucifer, en vervolgens citeert hij de dichter zelf: ‘En er zijn natuurlijk twee Lucifers: de heerser over de hel en het stokje dat vuur geeft, licht. Misschien ben ik wel allebei.’