Mengistu en Mugabe liggen eindelijk onder vuur in Zimbabwe. Het volk eist gerechtigheid en genoegdoening. Maar heeft het nog zin om een strop te leggen om een rimpelige kippennek?
Vitrinekasten vol skeletten, keurig geordend op type. Vakken met schedels, vakken met ribben, vakken met botten van armen, benen. Alles aangetroffen in massagraven. Het was in het museum van de Rode Terreur in Addis Abeba (voluit: het ‘Red Terror’ Martyrs’ Memorial Museum). Begin 2012 reisde ik door Ethiopië om research te doen voor mijn roman Een honger, en omdat een deel van die roman zich afspeelde tijdens de grote hongersnood van 1984, had ik me grondig in de geschiedenis van het land verdiept. Afstandelijk en nuchter, als een wetenschapper. Maar oog in oog met de stoffelijke overschotten van de slachtoffers die door het regime van de Derg (1974-1991) waren gemaakt, kreeg ik het toch een beetje te kwaad. Zweten ondanks de airco, ademnood, duizelingen.
De Derg: een junta geschoeid op marxistische leest. En zoals veel communistenclubjes, verspreid over de wereld, verspreid door de geschiedenis, trapte ook dit clubje in de valkuil van de onvrijheid, van de onderdrukking. Nog maar net hadden ze keizer Haile Selassie van de troon gestoten, afgevoerd in een blauwe Volkswagen Kever, en – ja, dat hoort erbij – vermoord onder duistere omstandigheden, of ze begonnen al hetzelfde soort schrikbewind uit te oefenen dat ze nu juist de keizer hadden verweten.
Onder aanvoering van kolonel Mengistu Haile Mariam werd op gruwelijke wijze afgerekend met tegenstanders van het regime. Tienduizenden politieke moorden. Martelingen. Gedwongen volksverhuizingen. En: hongersnood als politiek-militair pressiemiddel. Want die beroemde hongersnood uit ’84 – die een zooi Britse popmusici aanzette tot het maken van de benefietsingle Do They Know It’s Christmas?, en die inspireerde tot Live Aid – die hongersnood had men al in een vroeg stadium kunnen zien aankomen. Maar de honger woedde in rebellengebied, en bovendien had Mengistu het te druk met het organiseren van de festiviteiten rondom het tienjarige jubileum van de revolutie.
De rebellen wonnen uiteindelijk. In 1991 kwam het regime ten val. Mengistu vluchtte naar Zimbabwe, waar hij hartelijk werd ontvangen door Robert Mugabe, die hem asiel verleende.
Weinig heeft ooit onwerkelijker gevoeld dan toen ik, na afloop van mijn bezoek aan dat Rode Terreurmuseum – een plek die zo stil was en vergeven van de dood – in de stralende zon een kopje koffie dronk op een terras naast het museum, te midden van het levendige, stadse rumoer van Addis. Het was een heerlijke kop koffie, ik kon weer ademen.
De laatste tijd moet ik nu en dan weer aan de Derg denken. Journalist Marnix de Bruyne schreef onlangs op deze plek over de strafzaak tegen het voormalig Derg-lid Eshetu Alemu in Den Haag. Voor de oorlogsmisdaden die onder Eshetu’s leiding in de provincie Gojjam zouden zijn begaan, werd levenslang tegen hem geëist.
Minstens zo belangrijk is wat de verwikkelingen in Zimbabwe van de afgelopen dagen te betekenen hebben voor de grote Derg-roerganger Mengistu, die een kwart eeuw lang de bescherming van Mugabe genoten heeft en naar het schijnt in een weelderige villa in de Zimbabwaanse hoofdstad Harare woont. In Ethiopië is hij in 2008 al – bij verstek – ter dood veroordeeld: genocide.
Zal hij eindelijk worden uitgeleverd aan zijn thuisland nu Mugabe niet meer in staat is hem de hand boven het hoofd te houden?
Bejaarde mannen zijn het inmiddels, die voormalig Derg-monsters. Het recht komt in zulke gevallen maar al te vaak te laat. Wat valt er voor genoegdoening te behalen wanneer een bejaarde achter tralies verdwijnt of een strop om zijn gerimpelde kippennek gelegd krijgt? Niet veel, niets positiefs, denk ik. Maar het is in ieder geval een negatieve genoegdoening, want er wordt iets opgeheven: de onverdraaglijke wetenschap dat zo’n stuk schoft ongestraft en in alle vrijheid rondloopt.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.