Niet alles van waarde is in euro’s uit te drukken, roepen wij kunstenaars al jaren. Hoongelach valt ons dan ten deel. ‘Hoor ze nou slap lullen,’ zegt het volk, ‘die elitaire idioten!
Kunst is maatschappelijk gezien al jarenlang het pispaaltje. Kunst staat voor links en elitair – ergere scheldwoorden kun je in de vroege eenentwintigste eeuw amper naar je hoofd krijgen. Frappant dus eigenlijk, dat men juist aan de rechterkant van het politieke spectrum de mond zo vol heeft van ‘onze cultuur’. Die schijnt beschermd te moeten worden tegen invloeden van buitenaf, tegen homeopathische verdunning, tegen islamitische elementen.
Dan zie ik Halbe Zijlstra voor me, de man die zich zorgen maakt om de paaseitjes van de Hema, ja, dezelfde man die nog maar zo kort geleden, terwijl het sadistische genoegen van zijn duivensmoel spatte, de wereld van de kunstsubsidies leegpikte.
In het uiterst zeldzame geval dat een rechtse definitie van cultuur toch ook de kunsten omvat, gaat het hooguit om kunstenaars die door vertrouwdheid ongevaarlijk zijn geworden. Vincent van Gogh is cultuur. Paul Verhoeven is cultuur. De Grote Drie zijn cultuur. Deze figuren waren ooit controversieel. Want dat is een van de vele functies van kunst: de beschouwer hoeft nu eens niet, zoals in de wereld van de commercie, tevreden gesteld te worden, maar moet juist beledigd, geschokt of in ieder geval geconfronteerd worden met een nieuwe zienswijze, een ander perspectief.
Er vallen termen als ‘big data’, ‘DNA-informatie over boeken’ en ‘worstseller’, maar nergens, nergens, nergens het woord kunst.
Een maatschappij met zelfvertrouwen verwelkomt zulke controversiële elementen, zoals een regering met zelfvertrouwen kritische journalisten verwelkomt – zelfs al is het tandenknarsend.
De kunst mist
In NRC Handelsblad kwam afgelopen vrijdag de directeur aan het woord van het WPG-concern, waartoe uitgeverijen als De Bezige Bij en A.W. Bruna behoren, maar bijvoorbeeld ook een medium als Vrij Nederland. Deze directeur, Patrick Swart heet hij, experimenteert momenteel ‘met algoritmen die helpen voorspellen hoe goed een boek het gaat doen’. Hij voegt eraan toe: ‘Bij Netflix-series doen ze dat al.’
Wat opvalt in het gesprek met Swart is dat er wel termen vallen als ‘big data’, ‘DNA-informatie over boeken’ en ‘worstseller’ (ja, sorry, het staat er echt), maar nergens, nergens, nergens het woord kunst.
Literatuur, beste heer Swart – ik herinner u er maar even aan want u schijnt het vergeten te zijn – is een kunstvorm, die zich per definitie onttrekt aan uw verdienmodelletjes.
Laat ik het eens in het meervoud zeggen: wij, kunstenaars, moeten ons vakgebied elke keer weer verdedigen tegenover managers als Swart, tegenover politici als Zijlstra, en tegenover iedereen die in hun cynische valstrikken trapt: consumenten, kiezers. En onze karige verdediging is altijd weer: heus, er is méér in het leven dan louter geld verdienen.
Niet alles van waarde is in euro’s uit te drukken.
Hoongelach is dan ons deel. ‘Hoor ze nou slap lullen,’ zegt het volk, ‘die elitaire idioten! Alles om maar te verhullen dat ze niet kunnen rondkomen van hun artistieke gepriegel en gepruts!’
Deze week bleek dat de Amsterdam Arena misschien wel nóóit de Johan Cruyff Arena zal gaan heten, zoals zo veel voetballiefhebbers uit alle lagen van de bevolking graag zouden zien. ‘De naam kan namelijk ook voor miljoenen worden verhuurd aan het bedrijf dat het meeste geld op tafel legt,’ schreef de Volkskrant afgelopen vrijdag.
Ik las het met bijna wraakzuchtig leedvermaak. Zo voelt het dus als je ideaal de nek wordt omgedraaid door de mensen met het geld. Zo voelt het dus als de goede smaak aangevreten wordt door de kanker van de winst.
Misschien moeten we eindelijk eens op zoek naar een geneesmiddel dat die kanker zo niet uitroeit, dan toch in ieder geval beheersbaar maakt. Uit naam van alles waarvan de waarde niet in euro’s is uit te drukken.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.