Terwijl uit nieuwe analyses blijkt dat maatregelen tegen de opwarming van de aarde ontoereikend zijn, boort Nederland lekker door. Wanneer haalt men de kop uit het zand?

Gisteren circuleerden er twee nieuwsberichten waarvan de combinatie op zijn minst tot nadenken stemt. Na druk uit de Tweede Kamer verbiedt het kabinet gasboringen in de Waddenzee, maar aan de randen – bij Schiermonnikoog bijvoorbeeld –  gaan ze voorlopig gewoon door. Op dezelfde dag verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift Nature een nieuwe analyse over de opwarming van de aarde: zelfs als we alle maatregelen uit het akkoord van Parijs uitvoeren zal de temperatuur in 2100 zijn gestegen met 2,6 tot 3,1 graden Celsius. Drastische extra ingrepen zijn nodig om onder het plafond van 2 graden – liefst 1,5 – te blijven en zo onomkeerbare catastrofes voor te blijven.

Ergens moet er dan toch iets mis zijn gegaan in de besluitvorming, zou je denken. Door een ingreep van de PvdA kan er nu geen gas meer gewonnen worden in beschermde Natura2000- en Werelderfgoedgebieden. Maar elders blijven oliemaatschappijen gewoon doorzoeken naar nieuwe gasvelden, ook al is het aan de rand van kwetsbare natuurgebieden. Volgens minister Kamp heeft Nederland dat gas gewoon nodig.

De woorden van Kamp passen binnen het Nederlandse beleid om nog steeds zoveel mogelijk gas uit de grond naar boven te halen. Door de aardbevingen moet dat misschien iets langzamer, maar naar boven komen zál het. ‘Onverantwoord,’ zei Dirk Schoenmaker, hoogleraar Banking and Finance aan de Erasmus Universiteit hierover een paar weken geleden in Vrij Nederland, in een stuk over de koolstofzeepbel die we met zijn allen aan het opblazen zijn: ‘Ze steken dus hun kop in het zand en doen alsof er niets aan de hand is.’ Want als we de maatregelen van Parijs om CO2-uitstoot terug te dringen willen uitvoeren, is de kans dat we alle fossiele energievoorraden kunnen winnen nagenoeg nul. En als er nu dus nog extra ingrepen nodig blijken te zijn, wordt die kans alleen maar kleiner.

Natuurlijk weet Economische Zaken dat ook wel. In antwoord op vragen hierover bouwt het ministerie nog steeds een muur op van mooie verhalen over gas als noodzakelijke ‘transitiebrandstof’ naar een volledig duurzame energievoorziening. Maar die muur vertoont wel de eerste barstjes. Op termijn wil het kabinet de ‘inzet van gas beperken’ tot gebruik waarvoor nog geen alternatief is, zo schreef Economische Zaken ons. Dit heeft volgens het ministerie ‘consequenties voor de binnenlandse gaswinning’.

Nu blijken er dus zelfs extra maatregelen nodig om de doelstellingen van ‘Parijs’ te halen. Is dit dan niet het ideale moment om alvast aan die beperking van de inzet van gas te beginnen?