‘Duitsland is haar verleden vergeten. Na de Tweede Wereldoorlog zat het land volledig aan de grond en had het een enorme schuldenberg. En wat deden de geallieerden? Ze scholden de héle schuld kwijt, zodat de Duitsers met een propere lei opnieuw konden beginnen.’
De ogen van de Belgische topeconoom Paul De Grauwe spuwen vuur. Met verheven stem vervolgt hij zijn betoog: ‘Nu zeggen de Duitsers steeds: “Wij willen ons geld terug van de Grieken.” Die houding vind ik op zijn zachtst gezegd ongepast. Natuurlijk, ook de Grieken hebben stommiteiten begaan. Maar als er één land is dat ooit echt gezondigd heeft, dan was het toch wel nazi-Duitsland.’
Bedoelt u dat het nu de beurt is aan Duitsland om andere landen een tweede kans te geven?
‘Precies! Ik ben bijzonder teleurgesteld in Duitse economen die de mythe hebben gecreëerd van die luie, vadsige zuiderlingen die onze zuurverdiende centen willen afpakken en hoe we dat niet mogen toestaan. Wat ik Duitse politici verwijt, is dat ze hun financieel-economische macht niet gebruiken om de eurozone uit het dal te helpen. Ze denken te veel alleen aan Duitsland en het nationale belang. Dat vind ik echt verwerpelijk.’
Hollandse arrogantie
Het is Paul De Grauwe ten voeten uit. In zijn analyses van de eurocrisis en in zijn kritiek op de aanpak van Noord-Europese leiders neemt de vooraanstaande hoogleraar internationale economie geen blad voor de mond. Ook over de houding van het Nederlandse kabinet is hij niet te spreken. ‘Typische Hollandse arrogantie’ noemde hij kort geleden nog de suggestie van premier Rutte dat landen die zich niet goed gedragen maar uit de euro moeten stappen. ‘Zijn moraliserende houding getuigt van een fundamenteel onbegrip over de oorzaken van de eurocrisis en heeft tot gevolg dat de Nederlandse bevolking nog meer wordt opgehitst tegen de zuiderse landen,’ schreef De Grauwe in zijn vaste column in de Vlaamse krant De Morgen.
Natuurlijk, zegt hij aan de keukentafel in zijn woning in een buitenwijk van Leuven, een aantal landen in de periferie heeft te lang op de pof geleefd met als gevolg een schuldexplosie. ‘Maar tegenover elke debiteur die gekke dingen heeft gedaan, staat ook een crediteur die gek is geweest. En degenen die de kredieten hebben gegeven, zaten allemaal in het noorden van Europa. Dus de verantwoordelijkheid voor de financiële misère is gedeeld. Maar de noordelijke crediteuren vormen een dictatuur. Zij leggen de wetten op en de debiteuren, de zuidelijke landen, moeten die maar accepteren. Dát is het grote drama van de eurozone.’
‘Tegenover elke debiteur die gekke dingen heeft gedaan, staat ook een crediteur die gek is geweest’
Al voor de crisis was De Grauwe (67) een gerenommeerd econoom, maar vroeger genoot hij vooral bekendheid in eigen land. Bovendien werd hij met zijn kritiek op een gemeenschappelijke munt in de eurozone en waarschuwingen voor ineenstortingen van het financiële stelsel, door velen weggezet als een doemdenker. Maar sinds de financiële wervelstorm de eurozone in de greep heeft, speelt hij een steeds belangrijkere rol in het internationale debat. Tot twee keer toe complimenteerde de Amerikaanse Nobelprijswinnaar Paul Krugman hem met studies waarin hij de zwakte van landen in een gezamenlijke muntunie aantoont en laat zien hoe verdere bezuinigingen in de Noord-Europese landen ons in een nog diepere recessie leiden.
‘Niemand leerde me meer over de eurocrisis dan Paul De Grauwe,’ schreef Krugman recent nog in The New York Times. ‘Ja, dat is wel leuk,’ zegt De Grauwe bescheiden over de loftuitingen van zijn beroemde vakgenoot. Twee jaar geleden moest de hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven tegen zijn zin met pensioen omdat hij vijfenzestig jaar was geworden. Maar van zijn oudedagsvoorziening genieten, is hij nog lang niet van plan. Tegenwoordig geeft hij colleges aan de London School of Economics en pendelt hij iedere week tussen zijn appartementje in de hoofdstad van Engeland en zijn huis in Leuven.
Was het niet frustrerend dat u van de Belgische wet moest stoppen met werken, terwijl u tegelijkertijd internationaal aanzien verwierf met uw studies?
‘In België wordt een mens van vijfenzestig jaar beschouwd als iemand die geen economische meerwaarde meer levert aan de maatschappij. Dat vond ik in zekere zin wel vernederend, want ik zat nog vol vuur en enthousiasme. Mensen zouden de vrijheid moeten hebben om zelf te beslissen hoe lang ze doorwerken. Gelukkig heb ik nu in Londen een contract zonder leeftijdsbeperking.’
Verhitte debatten
Ook thuis voert De Grauwe verhitte debatten over de eurozone. Sinds zeven jaar leeft hij samen met een onderzoekster aan de Leuvense universiteit. Ze hebben zelfs een aantal studies samen uitgevoerd. ‘Meestal zijn we het met elkaar eens,’ zegt de drieëndertigjarige Yuemei Ji met een bijna verlegen glimlach. ‘Paul heeft meer ervaring, ik leer veel van hem.’ De kasten in hun woonkamer puilen uit met talloze studies van economen, waaronder Krugmans bekendste boek End This Depression Now!, biografieën van wereldleiders en analyses van voormalige centrale bankiers. Eén plank is gevuld met geschriften over het Derde Rijk. De laatste aanwinst: The End van de Britse historicus Ian Kershaw, over de laatste tien maanden van de oorlog. De Grauwe is gefascineerd door die episode uit de geschiedenis, vertelt hij. ‘Hoe werd een gek als Hitler zo populair? En waarom bleven de Duitsers zo lang doorvechten, terwijl hun positie al hopeloos was? De combinatie van de op scherp staande sociale verhoudingen en een onverwoestbare kadaverdiscipline liet ze doorgaan tot het bittere eind. Zo’n situatie kan overal ontstaan, niet alleen in Duitsland.’
Ziet u parallellen met de huidige tijd?
‘Zo ver wil ik het niet rekken. Maar er zijn landen – denk aan Spanje, Portugal en Griekenland – waar je toestanden hebt zoals in de jaren dertig. De werkloosheid is opgelopen tot dertig procent, onder jongeren is die zelfs hoger dan vijftig procent. Daar zie je wel grote sociale en politieke spanningen ontstaan.’
Deze week ontving De Grauwe in eigen land de Arkprijs van het Vrije Woord, die begin jaren vijftig is ingesteld ‘om te verhinderen dat ideologische bekrompenheid de vrijheid van meningsuiting en denken zou inperken’. Het Arkcomité oordeelde dat De Grauwe ‘in een moeilijk tijdsgewricht onafhankelijk de traditionele economische modellen herziet en kritiek uitoefent op de uitwassen van het rauwe kapitalisme’. Als overtuigd liberaal – van 1991 tot 2003 zat hij zelfs namens de Vlaamse Liberalen en Democraten in het Belgische parlement – geloofde hij lange tijd heilig in de zelfreinigende werking van de vrije markt. Maar gedurende zijn onderzoeken kwam hij er steeds meer achter dat de financiële markten niet zo betrouwbaar zijn als hij dacht.

Onder de kop ‘De bekering van Paul De Grauwe’ plaatste De Standaard eind 2009 een interview, waarin u zou hebben bekend afstand te hebben gedaan van uw kapitalistische gedachtengoed.
Grinnikend: ‘Dat hebben de journalisten ervan gemaakt. Alsof ik zoals Paulus naar Damascus ging, van mijn paard viel en plots het licht zag. Maar zo ging het dus niet. Ik heb inderdaad een parcours afgelegd, zowel op intellectueel als op wetenschappelijk vlak. In het begin van mijn carrière, in de jaren zeventig en tachtig, geloofde ik volop in de vrije markt en was ik ervan overtuigd dat de financiële markten zelfregulerend en stabiel waren. Daar ben ik in de loop van de jaren op terug gekomen. Ik kwam geleidelijk tot het inzicht dat de overheid het systeem van de financiële markten meer in de hand moest houden, omdat het anders een oncontroleerbare tijger wordt die veel schade kan berokkenen.’
Wanneer begon u te twijfelen aan de zelfregulering van de vrije markten?
‘Toen de beurzen in 1987 in Japan en Amerika crashten. Geen enkel traditioneel model had die zeepbelontwikkeling en enorme neerwaartse beweging in de aandelenmarkt voorspeld. Dat zette mij aan het denken. Vanaf dat moment ben ik de chaotische structuur van de markten gaan onderzoeken en modellen gaan ontwikkelen. Ik kwam uiteindelijk tot de conclusie dat het zelfregulerende element van de financiële markten bijzonder zwak is, dat allerlei irrationele factoren een rol spelen en dat we voortdurend met zeepbellen en ineenstortingen te maken zouden krijgen.’
Toch heeft u tot 2003 in het Belgische parlement gezeten namens de liberale fractie, die vooral de vrije markt aanhing en wetgeving daarin wilde beperken.
‘Ja, dat is waar. Maar ik herinner me nog goed dat eind vorige eeuw de – paradoxaal genoeg rooms-rode – Belgische regering een wet door het parlement joeg die het de financiële sector makkelijker maakte bonussen te verstrekken. Er kwam een fiscaal gunstige regeling voor optiecontracten, zodat ze niet meer werden belast als arbeidsinkomen. Ik stemde vanuit de oppositie tegen, noemde het casinokapitalisme en was ervan overtuigd dat die versoepeling tot gokgedrag zou leiden. Et voilà, dat is ook gebeurd.’
Voelt u zich nog steeds een liberaal of inmiddels meer een socialist?
‘Tja, what’s in a name. Ik ben nog steeds liberaal in de zin dat ik geloof in het marktsysteem en niet in andere systemen. Alleen, en daarin kun je me een socialist noemen, moet het op vele plaatsen gecorrigeerd worden door een sterke overheid.’
De meeste economen zijn overvallen door de financiële crisis in de eurozone. Heeft u die met uw eigen modellen wel zien aankomen?
‘De timing was een verrassing, maar dat de eurozone een crisis zou kennen, zag ik wel gebeuren. Ik heb al in 1998 voor de Financial Times een artikel geschreven over de vraag: kan een financiële crisis zoals we die in Azië hebben gekend ook in de eurozone komen? Mijn antwoord was: ja, natuurlijk, en die gáát er ook komen. Ik heb een beetje geluk gehad met het land dat ik als voorbeeld nam, want dat was toevallig Spanje. Mijn analyse: als Spanje lid zou worden van de eurozone, zou dat leiden tot een enorme consumptieboom in het land. Spanje zou namelijk veel financieel kapitaal aantrekken van de andere Europese landen omdat er geen wisselrisico van valuta’s meer zou zijn. De noordelijke landen zouden massaal kredieten toestaan en die ontwikkeling zou de zeepbel in de huizenmarkt versterken. Uiteindelijk zou alles ineenstorten, terwijl we in niets hebben voorzien om dat op te vangen.’
Een villa zonder dak
Al voor de invoering van de euro wees De Grauwe regelmatig op de gevaren van een gemeenschappelijke muntunie. ‘Ik noemde het een schitterende villa zonder dak. De constructie was niet af. De economieën van landen liepen te veel uiteen en er was geen politieke en budgettaire unie. Zolang de zon scheen, zou iedereen blij zijn. Maar zodra de storm zou opsteken, zouden we vervloeken dat we erin waren getrokken. Ik werd weggezet als een doemdenker. Ik zou in een ivoren toren zitten en het allemaal niet begrijpen.’
Wie zeiden dat?
‘Beleidsmakers, politici. Toen het Verdrag van Maastricht speelde, begin jaren negentig, nodigde de Europese Commissie me samen met andere economische deskundigen uit om aan een rapport te werken dat moest aantonen hoe goed zo’n muntunie zou zijn voor Europa. De eerste vergadering herinner ik me nog heel goed. Ik maakte wat sceptische opmerkingen en zei: jullie nemen een risico. Welnu, daarna werd ik niet meer uitgenodigd.’
U werd de mond gesnoerd.
‘Ja. Andere kritische economen werden ook niet meer uitgenodigd. Het bleek een soort Darwiniaanse selectie van enthousiastelingen over de euro. En er is inderdaad een rapport verschenen. Daarin stond dat de munt de groei van de eurozone een grote boost zou geven. Maar daar is niets van uitgekomen.’
Voelt het als een triomf dat u gelijk heeft gekregen?
‘Ik kan alleen maar zeggen dat het spijtig is dat het zo is gelopen.’
Comeback
Zijn kritische houding kwam De Grauwe destijds duur te staan. Tot tweemaal toe schoof de Belgische regering hem naar voren als kandidaat voor een directiepost bij de Europese Centrale Bank (ECB). Beide keren, in 2002 en 2003, werd hij afgewezen. De officiële verklaring luidde dat hij te weinig ervaring had, maar achter de schermen vernam de econoom de échte reden. ‘Ik hoorde dat de toenmalige president van de Bundesbank Welteke had gezegd: “Die De Grauwe moeten we absoluut niet hebben, want hij is een euroscepticus.” Anderen vonden dat ook, maar niemand zei het in mijn gezicht.’
‘Angst en paniek hebben geleid tot excessieve, zelfs zelfvernietigende besparingen in het zuiden’
Op het toneel van de Europese Commissie maakte De Grauwe een comeback. Van 2005 tot 2009 was hij een van de economisch adviseurs van voorzitter Barroso. In seminars mocht hij regelmatig zijn ideeën delen met Barroso en diens commissarissen. Ook daar benadrukte De Grauwe het belang van meer politieke unie en het bouwen aan een sterkere constructie. De bankencrisis was al gaande, maar de echte malaise in de euro zou nog toeslaan.
‘Vanuit Brussel werd gezegd: nu we in de eurozone zitten, zijn we beter gewapend tegen een crisis. Want de ECB heeft diepe zakken.’ Met een besmuikt lachje: ‘De verblinding kan groot zijn.’ Langzamerhand verwaterde het contact tussen De Grauwe en Barroso. ‘Op een gegeven moment stuurde hij zijn assistent naar de bijeenkomsten. Dan weet je genoeg. De interesse was weg.’
Wat hij al die tijd al dacht, toonde de econoom twee jaar geleden aan met wetenschappelijk onderzoek. Engeland had op dat moment een hogere staatsschuld en een groter begrotingstekort dan Spanje. Toch vonden de financiële markten Spanje een riskantere belegging en eisten ze een hogere rentevergoeding op de Spaanse obligaties. De Grauwe analyseerde de oorzaken. Zijn conclusie: het lid worden van een muntunie maakt landen niet sterker maar juist zwakker. Landen in de eurozone geven namelijk schuldpapieren uit in een munt waarover de eigen overheden geen controle meer hebben. ‘Vroeger konden ze hun eigen centrale bank dwingen geld te creëren als de lade leeg was,’ aldus De Grauwe. ‘Nu is die garantie helemaal weg. Aanvallen van de financiële markten kunnen ze daardoor niet meer afslaan. In Spanje, Portugal en Italië hebben we gezien hoe dat tot een enorme kapitaalvlucht kan leiden. Zodra de financiële markten geen vertrouwen meer in ons hebben, zijn we verloren.’ Met zijn onderzoek maakte hij furore onder zijn vakgenoten. ‘Van veel economen hoorde ik dat het een eyeopener voor ze was.’
Afgelopen voorjaar haalde hij opnieuw het wereldnieuws met een studie. Samen met zijn vriendin en collega-econoom onderzocht hij alle eurolanden die driftig bezuinigen om het begrotingstekort te verlagen om zo weer aantrekkelijk te worden voor de financiële markten. Wat bleek? De landen die het meest besparen, ervaren een scherpe daling van het bruto binnenlands product en belanden in een nog diepere recessie. Huishoudens en bedrijven proberen al hun schulden weg te werken en houden hun hand op de knip. Nu overheden dat ook volop doen, versterkt dat de neerwaartse spiraal. Politici van de eurozone laten zich leiden door de grillen van de markten in plaats van door economisch beproefde recepten, oordeelden de onderzoekers. ‘Angst en paniek hebben geleid tot excessieve, zelfs zelfvernietigende besparingen in het zuiden en overheden faalden om de economie in het noorden te stimuleren.’
Het viel me op dat uw vriendin in de mediaberichten over het onderzoek naar de bezuinigingen nauwelijks werd genoemd.
‘Ja, dat is spijtig. Zij heeft nog minder naamsbekendheid dan ik. Maar zij heeft al het econometrisch werk gedaan.’
Sleutelt u in de weekenden en ’s avonds samen veel aan onderzoeken naar de problemen in de eurozone?
‘Het gevaar is inderdaad dat we te veel met ons werk bezig zijn. Maar we doen ook andere dingen samen. Zo zijn we laatst nog naar IJsland gegaan. Die reis was een goede combinatie van discussies voeren over de eurocrisis en ontspannen.’
U voerde verhitte gesprekken, terwijl u badderde in de geiserbronnen?
Lachend: ‘In de Blue Lagoon dacht ik even aan andere dingen dan aan de eurocrisis. Maar we zijn ook bij de gouverneur van de IJslandse centrale bank geweest, ook dat bezoek was leuk.’
De double-dip waar de noordelijke landen nu in zitten, hebben ze aan hun eigen beleid te danken, vervolgt De Grauwe dan zijn pleidooi tegen bezuinigingen. Ook Nederland is daarin volgens hem veel te ver gegaan. Met verbazing volgt hij het politieke debat over of we nou wel of niet 4,3 miljard euro in 2014 moeten gaan bezuinigen om het begrotingstekort onder de norm van drie procent te krijgen. ‘Het Nederlandse kabinet heeft last van getallenfetisjisme. Dat verrast me steeds opnieuw. Die bewindslieden zijn toch intelligente mensen? Ik weet dat het wordt opgelegd door Brussel, maar ook daar zouden toch slimme mensen moeten zitten. Het lijkt alsof die drie procent een religieuze connotatie heeft voor de politieke leiders. Alsof er vreselijke dingen zouden gebeuren als we daar boven zitten. Met wetenschappelijke analyse heeft het in ieder geval niets te maken.’ Hoewel uit een recente peiling van het discussieforum Me Judice bleek dat inmiddels een groot deel van de Nederlandse economen overstag is, zijn de meesten van hen op dit vlak lange tijd tekortgeschoten, vindt De Grauwe. ‘Ik noem geen namen, maar velen van hen hebben te lang vast gehouden aan bezuinigingsformules en de gevaren daarvan niet helder gezien.’
Premier Rutte riep de bevolking laatst op weer geld uit te geven en zo de economie te laten draaien. We moeten niet meer zo somberen en eindelijk die nieuwe auto en een nieuw huis kopen, was zijn boodschap.
‘Hij houdt een zedenpreek van: u moet meer consumeren, maar ondertussen room ik wel uw beschikbare inkomen verder af. Dat is niet consistent. Doe het zélf, zou ik tegen hem zeggen. Híj is de minister-president en moet het goede voorbeeld geven. Hij moet bijvoorbeeld investeren in collectieve voorzieningen als de infrastructuur en het onderwijs, zodat het voor bedrijven ook makkelijker wordt om te investeren.’
Opstand
Over de financiële situatie van de zuidelijke landen zoals Spanje, Italië en Portugal heeft De Grauwe de meeste zorgen. Daar dreigt volgens hem bij verdere bezuinigingen een opstand tegen het eurobeleid. ‘De sociale onrust in sommige landen kan zo groot worden dat ze beslissen uit de euro te stappen. Dat scenario is inmiddels goed denkbaar. En dán hebben we pas echt een groot probleem. Want een deconstructie van de muntunie kan nooit op een gebalanceerde manier plaatsvinden. Dat gaat tot heel grote trauma’s leiden: sociaal, politiek, economisch. De grenzen moeten gesloten worden, kapitaal en mensen mogen er niet meer uit. Je riskeert dat grote delen van de bankensector onderuitgaan. Dan krijgen we een heel ander soort Europa.’
Hoe ziet dat Europa eruit?
‘Daar durf ik bijna niet aan te denken. Als we zo ver gaan, komen er grote conflicten. Uit de euro stappen kan leiden tot politieke instabiliteit, waarbij extreme partijen aan de macht komen en een land een richting in gaat die niemand verwachtte. Maar ik denk nog steeds dat we dit scenario kunnen vermijden.’

Zijn oplossing van meer politieke eenwording is op dit moment een utopie, realiseert De Grauwe zich. ‘Het wantrouwen in Europa is nu groter dan ooit, van het noorden naar het zuiden en vice versa. Maar politici moeten wél al het signaal afgeven dat we uiteindelijk onze handen en voeten aan elkaar zullen binden, zodat een terugweg echt niet meer mogelijk is.’ Ook vindt de hoogleraar dat er eindelijk meer solidariteit moet komen van het noorden naar het zuiden en dat er een groot stimuleringsprogramma moet worden ingesteld. ‘Als je bij problemen tegen elkaar zegt: don’t count on me, kan geen enkele unie blijven bestaan. Maar ik ben niet optimistisch over de toekomst van de eurozone, precies om deze reden.’
Vooral de Duitse macht in Europa moet meer tegenwicht krijgen, vindt De Grauwe. ‘Ik had gehoopt dat de nieuwe Franse president Hollande die zou bieden. Maar dat blijkt een bloemzak te zijn, zoals wij Vlamingen iemand met weinig wilskracht noemen. Dat heeft mij wel ontgoocheld.’
Het belangrijkste wat op de korte termijn moet gebeuren om de eurozone overeind te houden, is volgens De Grauwe dat de ECB onvoorwaardelijk inspringt met liquide middelen.
In uw column in De Morgen noemde u de huidige ECB-bestuursleden onlangs nog 23 bange mannen die niets of weinig doen. Voelt u nog wrok om uw afwijzing van destijds?
‘Nee, ik voel geen wrok. Maar ik vind dat ze te veel twijfelen. Vorig najaar zette de centrale bankpresident Draghi een moedige stap door te zeggen: wij zijn bereid een ongelimiteerde hoeveelheid geld in het systeem te pompen om te beletten dat de eurozone de afgrond ingaat. Dat heeft een stabiliserend effect gehad. Maar tot nu toe hebben ze dat nog niet gedaan. Nu de recessie in sommige landen gevaarlijke vormen aanneemt, vind ik dat ze echt tot actie moeten overgaan.’
Jeuken uw handen niet om alsnog toe te treden, als één dappere man tussen 22 bange mannen?
De Grauwe is even stil. Dan: ‘Ja, ik zou er wel tussen willen zitten. Meer nog dan de vorige keren, toen de eurozone nog relatief rustig was. Als het erop aankomt dat er één iemand het verschil kan maken, wil ik die persoon wel zijn.’