Precies 24 uur na de aanslagen in Brussel probeerde de Belgische terreurexpert Rik Coolsaet de lezers op zijn website een beetje troost te bieden: ‘Ook de huidige terreurgolf zal vroeg of laat op haar grens botsen,’ schreef hij. Terwijl de opsporingsinstanties nog druk bezig waren met hun sporenonderzoek op de luchthaven, het metrostation en in de woningen van de daders in Brussel, koos de hoogleraar internationale betrekkingen in Gent een historische benadering. Ook vorige golven van terreur doofden ‘steevast’ uit, stelde hij. Door optreden van politie en inlichtingendiensten. Maar ook door de afschuw die de daden veroorzaakten, zelfs in eigen kring. ‘Dat staat ook deze generatie aanslagplegers te wachten.’ Het is misschien een lichtpuntje in een tijdperk dat beheerst lijkt door terrorisme. Na Madrid (2003), Londen (2005) en Parijs (2015) was Brussel vorige week de vierde Europese hoofdstad die deze eeuw getroffen werd door grootscheeps geweld van extremistische moslims. Dit keer meer dan dertig doden, onder wie drie Nederlanders, honderden gewonden, grote vernielingen en angst, heel veel angst. Puur geografisch gezien komt het gevaar voor Nederland steeds dichterbij. En de tv-beelden leiden haast onafwendbaar tot de vraag: houdt dit dan nooit op?
Heel klassiek
Om terrorisme te stoppen, proberen bestrijders natuurlijk te leren van gepleegde aanslagen. Ook nu zijn geheime diensten, terrorismecoördinatoren, politie en experts druk bezig de binnendruppelende informatie te analyseren. Met de aanslagen in Parijs vorig jaar leek de terreur in Europa een nieuwe fase ingegaan: in de Franse hoofdstad vielen de meeste doden door terroristen die met kalasjnikovs op symbolische plaatsen om zich heen schoten. Maar de aanslag in Brussel lijkt nog het meeste op die in Londen in juli 2005. Ook daar lieten tientallen mensen in de spits het leven in bus en metro door jihadisten die zichzelf opbliezen. Brussel is wat dat betreft ‘heel klassiek’, meent Edwin Bakker, hoogleraar terrorisme en contraterrorisme aan de Universiteit Leiden. Al zijn er aanwijzingen dat de opgepakte Salah Abdeslam wel degelijk van plan was met een kalasjnikov toe te slaan. ‘Ook heel klassiek: het achterlaten van symbolen, zoals een testament op een laptop en een vlag van IS.’
Het zal een keer ophouden, maar we zien ook dat er dan altijd wel weer een andere golf op de loer ligt.
Het meest verontrustende is nog iets anders: het netwerk dat in Parijs aanslagen pleegde, kon in Brussel opnieuw een gecoördineerde actie op touw zetten. Geheime diensten zijn het meest beducht voor de ‘ongekende dreiging’, onbekenden die plotseling toeslaan. Maar dit was gekende dreiging. De jihadisten werden in de Belgische hoofdstad wel opgejaagd, maar ze konden voldoende onder de radar blijven om alsnog toe te slaan. Dat leidt tot stevige kritiek op de Belgische aanpak. Na de aanslagen in Parijs met Belgische betrokkenheid probeerde eerder genoemde terreurexpert Rik Coolsaet dergelijke geluiden nog te relativeren. ‘Laten we ophouden met België te bekritiseren,’ schreef hij. ‘Een groot deel van Europa is immers in hetzelfde bedje ziek.’ Maar het is de vraag of Coolsaet dat nu nog zal herhalen. Uit België vertrokken naar verhouding twee keer zoveel jihadisten naar Syrië dan uit Nederland, terwijl het land maar de helft uitgeeft aan veiligheid.
‘België heeft echt een acuut probleem,’ zegt Bibi van Ginkel, terrorisme-expert van Instituut Clingendael. ‘Wat ze nu nodig hebben, is een supergeoliede machine, maar wat ze hebben, is een krakend wagentje met zand tussen de wielen.’ In België heerst volgens haar een bestuurlijke chaos: een federale structuur, de taalgrens, negentien Brusselse subgemeenten en verschillende politieregio’s. Bovendien hebben bestuur en politie nauwelijks contacten in probleemwijken als Molenbeek, alleen al omdat te weinig ambtenaren Arabisch spreken. ‘Het enge is dat de Belgische diensten daardoor hun informatie niet bij elkaar hebben,’ zegt Bakker. ‘En er komt ook nauwelijks informatie uit de gemeenschap. Die gooit zelfs stenen naar de politie.’ Een ideale situatie voor jihadisten die safe houses nodig hebben voor het verbergen van explosieven en het plannen van hun terreurdaden.
Ook nu weer schieten instanties in een bekende reflex: Europese landen moeten beter samenwerken en informatie delen, zoals de EU vorige week weer eens concludeerde. Daar is reden voor, gezien het gestuntel met Ibrahim el Bakraoui. Die kon in juli ongehinderd Turkije uitgezet worden om via Nederland naar België te gaan en zich op te blazen. De Turken stuurden wel een bericht, maar niet volgens de protocols. En de Belgen lieten na hem internationaal te signaleren. Toch ligt er volgens Bakker in de analyses een te grote nadruk op gebrekkige internationale samenwerking en uitwisseling van informatie: ‘Als die informatie er niet is, kun je hem ook niet delen.’
Onder de radar
In de terrorismebestrijding in Nederland – de ‘Integrale Aanpak Jihadisme’ – hebben de experts meer vertrouwen. Het is een waaier van maatregelen, hard en zacht, strafrechtelijk en administratief, gericht op wijken en op individuen. Terrorisme is een wicked problem. Zo complex dat je een heel scala aan maatregelen in gang moet zetten. ‘Het is trial and error,’ zegt Van Ginkel. En Bakker: ‘We doen maar wat, misschien wel te veel. Maar de kans is wel kleiner dat hier mensen onder de radar verdwijnen.’
Intussen proberen de Nederlandse diensten te beoordelen wat de gebeurtenissen in Brussel voor ons land betekenen. Vrij Nederland belde een dag na de aanslag met Dick Schoof, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTV). ‘Ook in Brussel lijkt het te gaan om mensen die goed zijn getraind, al dan niet in Syrië,’ zegt hij. ‘Hun professionaliteit stemt mij tot zorg.’ Het ‘dreigingsniveau’ blijft substantieel, maar aan het precieze ‘dreigingsbeeld’ wordt door de NCTV constant gesleuteld. Zo kwam er na ‘Parijs’ meer aandacht voor de risico’s van misbruik door terroristen van de vluchtelingenstromen omdat een paar daders zo Europa waren binnengekomen. Voor zulke conclusies is het nu nog te vroeg, aldus Schoof. Wel zijn vorige week tijdelijke maatregelen genomen ter beveiliging van luchthavens, stations en overheidsgebouwen. Een structurele aanscherping van die beveiliging ligt niet voor de hand omdat terroristen hun doelen dan gewoon verleggen. ‘Na de aanslagpoging in de Thalys ontstond vorig jaar de discussie: moeten we de toegang tot die trein niet net zo gaan beveiligen als die van een vliegtuig? Daar hadden wij toen onze twijfels over.’
In het aangepaste dreigingsbeeld komt volgens Edwin Bakker ongetwijfeld aandacht voor de problemen in België. ‘Een ketting is zo sterk als de zwakste schakel. En België is evident een zwakke schakel in de terrorismebestrijding. Nu ging het nog om Franssprekende Belgen die op Frankrijk zijn georiënteerd. Wat nu als het om Vlamingen gaat? Die hebben veel sterkere banden met Nederland.’
Bibi van Ginkel maakt zich zorgen over de grote arsenalen aan wapens en explosieven die de laatste maanden werden gevonden. En over de steeds snellere radicalisering van moslimjongeren: ‘Je hebt nu Born-Again Salafisten die twee maanden geleden nog drugs stonden te dealen. Die zijn nog redelijk in de picture omdat de politie ze kent. Maar meer onder de radar bevinden zich succesvollere jongeren die zich toch miskend voelen en solidair willen zijn met moslims in de wereld. Dat is een lastige groep om in beeld te houden.’
De golftheorie
Beatrice de Graaf gaf drie weken geleden een college over terrorisme in de speciale reeks van De Wereld Draait Door. In de uitzending wandelde de hoogleraar internationale betrekkingen uit Utrecht heen en weer voor een scherm met een grafiek met vier bulten: de golftheorie van David Rapoport. Die Amerikaanse terrorismedeskundige onderscheidt sinds 1880 vier golven van internationaal terrorisme, gemeten naar het aantal mensenlevens dat het geweld kostte. De acties van anarchisten (onder meer de moord op keizerin Sisi), de antikoloniale terroristen (zoals de Ierse IRA) en nieuw links terrorisme (de RAF et cetera) kenden allemaal een hoogtepunt en doofden daarna weer uit. In de vierde golf – die van het religieuze terrorisme – zitten we nog. De sterke suggestie die van de grafiek uitgaat, is deze: ook hieraan komt een einde, de jihadisten zullen weer verdwijnen. ‘Kunnen we iets geruster slapen?’ vroeg Matthijs van Nieuwkerk aan het einde van de uitzending. ‘Ietsje wel,’ antwoordde De Graaf, die de golftheorie zowel ‘onrustbarend’ als ‘geruststellend’ had genoemd.

De vier golven van David Rapoport
1. Anarchistisch terrorisme (1880-1920)
Anarchisten vermoordden politieke leiders als tsaar Alexander II (1881) en de Amerikaanse president McKinley (1901). Maar wierpen ook bommen in cafés en theaters.
2. Antikoloniaal terrorisme (1920-1960)
Het ‘zelfbeschikkingsrecht’ dat de Amerikaanse president Wilson uitriep, inspireerde tal van militante bewegingen wereldwijd om aanslagen te plegen tegen koloniale overheersers.
3. Links terrorisme (1960-1989)
De Duitse ‘Rote Armee Fraktion’, de Italiaanse Rode Brigades en het Japanse Rode Leger pleegden aanslagen op politici, industriëlen en legerbases. Ook deze nieuwe marxisten keerden zich tegen het kapitalisme en hoopten een revolutie te ontketenen.
4. Religieus terrorisme (1979-heden)
Moslims radicaliseerden door de val van de Sjah van Perzië en de Russische inval in Afghanistan in 1979. Terroristen van al-Qaeda en IS proberen zo veel mogelijk burgers te doden.
Hebben de golven ook voor terrorismecoördinatior Dick Schoof iets geruststellends? ‘Het probleem met dit soort theorieën,’ zegt hij, ‘is dat ze een historisch perspectief hanteren. Achteraf bekeken klopt het, maar je weet nooit of je nu nog aan het klimmen bent of al aan de top zit.’ Als hij er een slag naar mag slaan, zegt Schoof dat we nog ‘aan het klimmen zijn – de intensiteit van het terrorisme neemt toe – we zitten in elk geval niet in een dal’. Het terrorisme heeft volgens de NCTV een ‘duurzaam’ karakter. ‘Ik verwacht dat de dreiging op korte termijn eerder toeneemt dan afneemt. Dat komt door de druk op IS en door de rol van Nederland binnen de coalitie. Maar hoe lang die situatie voortduurt voordat het weer gaat dalen, die voorspelling durf ik niet aan.’
Een nieuwe vorm
Ook Bibi van Ginkel is ambivalent over de troost die uit de golfgrafiek spreekt. ‘Het zal een keer ophouden, maar we zien ook dat er dan altijd wel weer een andere golf op de loer ligt.’ Edwin Bakker heeft minder met de golven: ‘Volgens de theorie van Rapoport zou het religieus terrorisme inmiddels al bijna moeten zijn uitgewoed. Dat is niet gebeurd. IS heeft de golf een nieuwe vorm gegeven. Misschien kunnen we wel helemaal niet meer spreken over terrorisme. Misschien sloeg in Brussel wel een pseudostaat toe, een genocide-organisatie. Misschien lijkt het wel meer op het communisme: ineens was er in 1917 de Sovjet-Unie.’ Bakker wijst ook op de grilligheid van de aanslagen. ‘Tussen Londen en Breivik was er in Europa niets. Misschien eindigt met Brussel wel weer een reeks. Het staat allerminst vast dat dit een horrorjaar wordt.’
Toch verwachten beide deskundigen dat ook deze beweging zal verlopen. ‘IS wordt niet sterker,’ zegt Bakker. ‘Op de grond in Syrië en Irak gaat het ze slechter, al maak ik me wel zorgen over de situatie in Libië en Jemen.’ Van Ginkel wijst op de aantrekkingskracht van IS: ‘Nu sluiten de losers van de maatschappij zich nog aan bij het winning team. Maar als we over vijf jaar Syrië en Irak onder controle hebben, is dat hopelijk weg.’ Het fijne aan de golftheorie is volgens Van Ginkel ‘dat je de amplitude van de golf kunt beïnvloeden met goed beleid’. Te hard optreden leidt ook tot radicalisering. ‘Drones die in Pakistan omstanders treffen, helpen ons niet.’
Als een waterbed
Waar met een beetje goede wil hoop geput kan worden uit de golfbeweging van David Rapoport, circuleren er onder terreurdeskundigen ook somberder theorieën. Vrij Nederland interviewde in oktober Peter Knoope, oud-directeur van het ICCT, het Internationaal Centrum voor Contraterrorisme. Een verontrustend verhaal. ‘Het wereldwijde karakter van terrorisme is nooit eerder vertoond en niet vergelijkbaar met eerdere golven,’ zei hij. ‘Het is als een waterbed. Je drukt het hier naar beneden en het komt aan de andere kant weer boven.’ Volgens Knoope heeft dat een veel structurelere achtergrond: ‘Wij denken nog steeds dat we moeten democratiseren, en dat onze seculiere vooruitgangsgedachten enige relevantie hebben in een wereld waarin het merendeel van de mensen antiwesters is.’ Dat is volgens hem zo in Afrika en grote delen van Azië. Daar zeggen de mensen: ‘Wat jullie ons komen vertellen over de toekomst is niet onze toekomst maar jullie toekomst.’ In hun beleving heeft democratie ze alleen maar ellende gebracht. Ellende die zich nu tegen het Westen keert.

Bibi van Ginkel kan een eind met Knoope meegaan: ‘Wij zijn ontzettend op onszelf gericht. In de vluchtelingencrisis draait het vooral om het behoud van onze eigen welvaart. Terwijl we veel van die welvaart hebben verworven over de ruggen van anderen. Eerlijk is eerlijk. Waarom zouden we onszelf zo fantastisch moeten vinden?’
Edwin Bakker is het met het verhaal van Knoope juist erg oneens: ‘Echt onzin. Kijk nou naar onze popcultuur, zoveel mensen wereldwijd die proberen zo westers mogelijk te zijn. Dat nihilisme, die zelfkritiek! Waar heb je het over? Geef me de feiten! Als je kijkt naar het Midden-Oosten, daar neemt het anti-Ruslandgevoel ook sterk toe. Wie slachten elkaar vooral af? Moslims onderling: soennieten en sjiieten. En hoe kan het dat honderdduizenden mensen hun leven en dat van hun kinderen in de waagschaal stellen om naar Europa te gaan? Naar het Westen dat zij zo haten?’
De vluchtelingenstroom als teken van hoop voor het Westen. Dat hoor je niet vaak.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.