De dwang van de trojka doet het verleden in Griekenland herleven, merkt antropoloog Daniel Knight. Alles komt terug: de Ottomaanse tijd, de nazi’s en de hongersnood, de burgeroorlog en de junta. ‘De Duitsers overlopen ons weer,’ klinkt het in Trikala.

Vóórdat de misère toesloeg, toonde de treinreis nog een baaierd aan weelde. Wie wegreed uit Athene, zag de hoge reclameborden: horloges en sportwagens, televisies en verre vluchten. Jarenlang trokken ze aan het oog van Daniel Knight voorbij wanneer de Britse antropoloog naar Trikala toog. De Grieken geloofden in de toekomst, de weg erheen was geplaveid – op afbetaling. ‘Koop!’ jubelden de banken en regeringen. ‘Dit is het moderne Europa!’

Aan de Egeïsche Zee wist men evenwel dat ellende, welk masker ze ook draagt, nooit lang uitblijft. Vanaf 2010 kreeg financiële malaise de Grieken in haar greep, en allengs vervaagden de affiches langs het spoor. Zo zie je vandaag de dag niets meer dan karkassen op palen, roestig en leeg, het verraad van de voorspoed.

Na vier uur aan bergen ligt daar de vlakte van Thessalië, het plotseling platte land, waar Daniel Knight neerstreek om zich te wijden aan de liefde en de volkenkunde. Ver bij het Atheense rumoer vandaan, in alle kalmte, voelde hij de hartslag van de Grieken. Knight benoemde dokters en loodgieters, boeren en baanlozen tot zijn informanten over leven en ziel. Tijdens de opgang en de neergang.

De toekomst komt van achteren

‘De geschiedenis is weergekeerd,’ vertelt de antropoloog op een middag in Trikala, een stad met Byzantijnse straten en een akropolisje. Twaalf jaar aan observaties ligt op tafel, naast de ijskoffie, gebundeld in History, Time, and Economic Crisis in Central Greece, dat deze zomer verscheen. Knight schreef een boek van belang, want wil je de Griekse respons begrijpen, het vurige ervan, dan ligt de sleutel in het verleden. Immers: ‘de toekomst komt van achteren’, zo gaat hier het gezegde.

‘Honderden, duizenden malen hoorde ik het,’ zegt Knight, verbonden aan het Helleens Observatorium van de London School of Economics. ‘De inwoners – Trikalini genaamd – brengen aldoor de Ottomanen (tot 1829), de Tweede Wereldoorlog en de hongersnood (1941-’44), de burgeroorlog (1946-’49) en de junta (1967-’74) naar het heden. Niet als herinnering, maar als belevenis, alsof dat zich nú afspeelt. Het lijkt lang geleden, maar dat is het niet: Grieken geven hun geheugens door.’

Families wonen dicht opeen, grootouders vertellen steeds over vroeger. ‘Als student belde ik mijn vader driemaal per jaar,’ zegt Knight, ‘maar Grieken bellen iedere avond.’ Poëzie en film, liederen en theater en onderwijs zijn eveneens doordesemd van die periodes. De collectieve verhalen zitten zozeer in de Grieken, schrijft Knight, dat ze die niet kennen, maar doorvoelen.

In Athene alleen al stierven driehonderdduizend Grieken een hongerdoor. Dat is in de geest gebrand.

Flauwgevallen kinderen

Knight verkoos Michel Serres tot zijn academische muze. Als die Franse filosoof naar Picasso’s Guernica keek, dan trilde zijn lijf, een ‘symptoom van het kwaad’ – hij groeide op in de oorlog. Zo ‘druipt’ de historie ook uit foto’s of brieven. Wie ellende intens ondervond, belichaamt die. ‘De Trikalini zeggen: ik voel het weer “in mijn vezels”, “in mijn botten”.’

De tijd verstrijkt niet, betoogt Serres, maar is wanorde. Die vorige crises rijzen omhoog in de tijd, liggen óp het heden, in een vreemde nabijheid. Ga maar na bij William Faulkner, zegt Knight, en hij citeert: ‘Het verleden is nooit dood. Het ís niet eens verleden.’ En zo vertelde de 55-jarige Thanos in Trikala aan Knight: ‘De Duitsers overlopen ons weer. Mijn vader speurde in 1941 op straat naar broodkruimels en dat wil ik niet voor mijn kinderen… maar het is te laat, diezelfde honger zit al in ons.’

Zulke herbeleving is aan de orde van de dag, meent Knight, en die verklaart de woede en angst, de onrust. Destijds eiste de Wehrmacht al het eten op, soldaten plunderden zelfs de ziekenhuizen. In Athene alleen al stierven driehonderdduizend Grieken een hongerdood. ‘Dat is in de geest gebrand,’ stelt Knight. Nu de schuldeisende trojka – van EU, ECB en IMF – almaar meer besparingen oplegt, zien de Trikalini stadsgenoten in een vuilnisbak graaien, horen ze van flauwgevallen kinderen in de klas, en laatst joeg een man achter een eend aan, over de mosgroene rivier, maar dat diner ontglipte hem. De Trikalini beseffen dat de Bondskanselarij in Berlijn de trojka aanvuurt, en de oude haat is terug.

Een gevoel van groot onrecht

‘Dat alleen de Griekse samenleving in het stof bijt,’ zegt Knight, ‘terwijl politici en banken vrijuit gaan, haakt een gevoel van groot onrecht vast in de Trikalini.’ De excessen vond je ook in dit stadje. Neem Dimitris, die een rode Ferrari op krediet kocht. ‘Wat kan me gebeuren?’ zei hij tegen Knight. ‘Betaal ik niet, dan nemen ze ’m weer in. Prima: iedereen zag mij dan wél in die Ferrari rijden.’ Maar de meeste Trikalini leefden gewoontjes; de misère overvalt hen. En de vlugge teloorgang dompelde de stad in depressie.

In een buitenwijk tekende Knight de aftakeling van Dorothea op. Alles bloeide in 2007, de tuin en het leven: een lieflijk huwelijk, goede pensioenen, een nieuwe auto, een dochter in Duitsland en een zoon als ambtenaar, allen gezond en wel. Ze baadde in luxe.

Een paar jaar later bezocht Knight haar weer en zag dat ze oud was, grijs en getekend. Dorothea’s echtgenoot stierf aan een hartstilstand, de dochter was terug, de zoon ontslagen. De tuin was overwoekerd, de auto en het tweede familiehuisje van de hand gedaan. Nog een derde van haar pensioen resteerde, winterse verwarming was haast te duur. En haar peetzoon, in de schulden en onlangs gescheiden, tuimelde in een ravijn – vermomde zelfmoord.
‘De buitenlanders nemen ons leven, ons eten en werpen ons terug in de tijd,’ vertelde ze Knight in tranen. ‘We voelden ons Europees, maar ze behandelen ons slechter dan honden.’

Macht, hebzucht en ideologie

Het is marktdag. In de schaduw staat Daniel Knight te peinzen. Hij oogt tenger en een beetje bleek, draagt een bruine haarvlecht en een baardje, is losjes gekleed – een evenbeeld van Pablo Iglesias, voorman van de Spaanse partij Podemos. Bij een ronde door Trikala vertelt de Engelsman over feit en fabel, over de gedachtegang van de Grieken, het volk dat Europa blijft verbazen.

Zo doolt de antropoloog tussen de tomaten en courgettes, voorbij de eieren, en stuit op een wagen van het stadsbestuur, vol gedoneerde groente. Steeds meer Trikalini, vele honderden, vullen hier hun tasjes. Ook op deze markt is de tussenhandel weggesneden, je koopt bij de boer, dat scheelt een beetje. Aan bonnetjes doet men niet, om eentje vragen is een faux pas, vertelt Knight; de broedergunst van het btw-ontduiken. Om te overleven. ‘De trojka dringt deze boeren een andere economie op, van regeltjes en wetten, maar eeuwen van informele handel vervliegen niet vlug.’

De Trikalini twijfelen dezer dagen: Zijn we dan tóch een Balkanvolk? ‘Die vraag is ontluisterend; Europa vertelde de Grieken dat ze erbij horen, verfijnd en verheven. De angst om af te glijden hoor je steeds op de markt. Albanezen en Bulgaren, díe stoken hun kachels met hout. Maar de Grieken ook weer, sinds een tijdje…’

’s Winters hangt de smog boven Trikala. Staat er geen briesje, dan vult hij de straten. Tienduizenden Grieken leven zonder stroom, bij kaarslicht, en de anderen besparen erop, verbranden soms meubilair. Af en toe gaat een huis in vlammen op, terwijl in veel stadjes de brandweer is wegbezuinigd. ‘Wie dicht bij het bos woont,’ weet Knight, ‘begint een ondergronds bedrijfje. Je koopt een busje, hakt in het donker bomen om en levert de blokken ’s nacht bij de dorpelingen af.’
Benzine is evenzeer een luxe, en veel Trikalini ruilden hun auto om voor een fiets, wat de desillusie vergroot. Wel leent de vlakte zich voor fietspaden, die de burgemeester dan ook aanlegde, nadat de eerste fietsers werden doodgereden.

De buitenlanders nemen ons leven, ons eten en werpen ons terug in de tijd. Ze behandelen ons slechter dan honden. 

Intussen, na vijf jaar versoberen, leeft ruim de helft der Grieken op of onder de armoedegrens. De economie is een kwart gekrompen, de werkloosheid verviervoudigd. En de staatsschuld is gestegen. Maar dit blíjft de weg naar herstel, zei de trojka, en in juli vestigde ze in Brussel het ‘Dictaat van Athene’. De Duitse minister van Geld, Wolfgang Schäuble, bedong ieder uur nieuwe, zwaardere maatregelen. Op die zomernacht drong bij het grote publiek door dat Berlijn het Griekse beleid tot in detail dicteert.

‘De Trikalini volgden alles op de voet,’ zegt Knight, ‘tot aan de dageraad, en Schäuble dook die nacht als “duivel” tevoorschijn. “Hij pijnigt ons,” hoorde je, en dat valt niet te ontkennen: macht, hebzucht en ideologie, daar draait het om.’ En zo tekende premier Alexis Tsipras voor het soort politiek dat hij wilde wegruimen, maar hij móést wel, bankroet naderde – daarin schuilt de chantage.

Griekse vliegvelden in Duitse handen

Het akkoord met de trojka levert Athene 86 miljard euro op, klinkt het, maar de realiteit is anders. Van de vorige 227 miljard ging immers 203 miljard naar schuld- en rentebetaling en naar Griekse en Duitse en Franse banken, tien procent belandde bij de staat. De trojka redde het kapitalisme. Dit nieuwe bedrag wacht eenzelfde verdeling, en zo blijft premier Mark Rutte trouw aan zijn belofte: ‘Geen cent naar de Grieken.’

Duitsland spaarde bovendien honderd miljard euro uit, in deze vijf jaar, berekende het IWH-instituut. Laaide het Griekse vuurtje op, dan vluchtte men massaal naar Duits schuldpapier en de rente daalde fors. Onderwijl zijn de eerste Griekse vliegvelden in Duitse handen, sinds Schäuble Griekenland dwong voor tientallen miljarden aan staatsbezit te verkopen. ‘John Stuart Mills idee van het grootste goed voor de meeste mensen,’ zegt Knight, ‘is erg ver weg.’

Als hij door een ziekenhuis of universiteit loopt, ziet Knight het uitvloeisel van de besparingen, dan krijgt dat woord gestalte. De begrotingen zijn gehalvéérd, en zo nemen zieken hun eigen verpleger mee, hun eigen beddengoed, soms medicijnen. ‘Zelfs de intensieve zorg is onderbezet, ik ken veel gevallen waarbij de dood onnodig was. Dat kwelt de families.’ De kindersterfte is inmiddels met veertig procent toegenomen.

Ook in het onderwijs is zowel de franje als het onmisbare weggesnoeid. Printers zonder inkt en papier, geen schoonmakers en beveiligers, geen tijdschriftabonnementen. ‘Eerst was het een warboel,’ zegt Knight, ‘nu een ravage.’ De slotsom is zonneklaar, meent de antropoloog. ‘Voer werkelijk hervormingen door, daar is behoefte aan, en investeer. Kijk: de artsen roken en drinken achter hun bureau, en de patiënten staan in een lange, lange rij te wachten. Een hoogleraar is benoemd door een vriendje, dus die hoeft zichzelf niet te overtreffen. Ga dat te lijf én zwengel de economie aan – dit nieuwe akkoord zet de neergaande spiraal voort.’

‘Taallessen Germanika’

De marktdag loopt ten einde. In een zijstraat werft een uithangbord: ‘taallessen Germanika’, en een vlaggetje in zwart-rood-geel. Overal zie je ze; een surreëel beeld, de ‘duivelse Schäuble’ indachtig. ‘De paradox is oud,’ vertelt Knight, slenterend. ‘In de jaren zestig was de uitstroom naar Duitsland immens, terwijl men de executies door de nazi’s nog bejammerde. Maar daar verdienden ze veel, en ook nu is een baantje in Berlijn een verlossing.’ Je verwondert je wel, mompelt Knight, dat op een kwade avond niemand zo’n taalschooltje platbrandt.

Samen van het dak

Grote Waterbron, die naam draagt het slaapdorpje van Knights geliefde, Stavroula, en schoonmoeder Eleni serveert er ’s middags de dis. Alles van eigen kweek: auberginesalade, moussaka, olijven en purperrode wijn, en meloen toe. In de mooie jaren hoorde de magere Knight aan tafel: ‘Lijdt Engeland aan hongersnood? Eet, mijn liefste!’ Tegenwoordig klinkt het: ‘Voordat de hongersnood ons overvalt: eet, mijn liefste!’

De lucht is broeierig, het wemelt van de muggen, en bij een ommetje door de tuin, langs de druiventrossen, zegt Knight: ‘De familie is doodsbang voor honger. Eleni is hierheen verhuisd, uit Trikala weg, vanwege deze moestuin – de garantie van leven.’ In Athene is de voedselinname met een derde verminderd.

De trojka sloot de banken, en her en der zagen de Trikalini lege winkels. ‘Dat bracht de historie wéér dichterbij: “Wie zegt dat de Duitsers ons niet opnieuw uithongeren?” Dat is oprechte angst, geen retoriek. Leg ik eten in de koelkast, dan is het meteen weg. “Verstop het dan,” zegt Eleni. Dus dat doe ik, en het verdwijnt alsnog. “Verstop het beter!”’ In het dorpje spaart men de eigen olijfolie op; vallen de banken om, dan is olie als een goudstaaf, waardevast.

De familie is doodsbang voor honger. Eleni is hierheen verhuisd vanwege deze moestuin – de garantie van leven.

Onlangs zat Knight in een café met Christiana, een informante. ‘De honger en pijn van mijn grootouders,’ zei ze, ‘voel ik op de huid. Zij doorleefden oorlog en armoede, en de trojka duwt ons in die afgrijselijke tijd terug.’ Achter haar, op de wand, stond een komkommer getekend: het symbool van de magere jaren. Op Trikala’s muren strijdt die met het hakenkruis van nazipartij Gouden Dageraad om voorrang.

Wie wandelt door Grote Waterbron ziet een overwoekerd pleintje, bescheiden huisjes, een vergane dorpskroeg en een handvol villa’s. De verre bergen liggen in nevel en een vaalgeel licht. Een manke oude vrouw in het zwart, koffie op veranda’s, kippen en varkens dwalen rond, en zo gaan de dagen loom voorbij.

Leen je het oor van een antropoloog, dan weet je dat de dorpelingen ’s nachts roven van de appelboompjes van de buren, van de paprikaplanten. Dat de dieverij toeneemt nu men spaargeld in matrassen verbergt. Dat men weer fluistert over de politiek; links en rechts leven in onmin, en dat herinnert aan de burgeroorlog. Die tijd werd lang verzwegen: hij verdeelt, terwijl honger verbroedert. Destijds staken broers elkaar de ogen uit in Trikala, en het regime hing hoofden van ‘rebellen’ aan de brug – de geheime politie noteerde wie rouwde. ‘Deze zomer, bij het referendum,’ zegt Knight, ‘keerde die bittere twist terug.’ Familieleden en vrienden gingen in woede uiteen, het andere – linkse of rechtse – kamp ‘vernielde het land’, niemand had nog zenuwen over. Een trots volk vreesde voor vernedering.

Maar de Trikalini eerbiedigen de taboes niet langer. Altijd legde zelfmoord een schande op het gezin, maar nu is de wanhoop voor allen begrijpelijk. Die proef je in de afscheidsbrieven, vertelt Knight. ‘Steeds is het thema: mijn familie lijdt, dat is mijn schuld.’ Griekenland kende het laagste suïcidecijfer van Europa, nu is dat verdubbeld. ‘Het einde van de malaise is niet in zicht, dat drijft mensen tot gekte. Beeld je in dat je nóóit kunt ontsnappen aan hitte, of dat je hond zijn vlooien niet kan afschudden – zo is het.’ Een moeder en zoon sprongen samen van het dak, een dokter sprong van zijn ziekenhuis. En Eleftheria, een informante, vertelde Knight over een boer uit haar dorp: ‘Op een avond verwachtte hij zijn zoon uit Athene, die ontslagen was. De boer had al schulden, en de aanblik van zijn jongen bedroefde hem. Ze dineerden en dronken tsipouro, en nadat de zoon wegreed liep de man naar de schuur, nam zijn jachtgeweer en schoot zich door het hoofd.’

Cadeautjes van politici

Loop de deur uit bij Eleni in Grote Waterbron, en je stuit op een fonkelnieuwe school in rood-grijze tinten. De trojka liet die bouwen en gebood alle zeven schooltjes uit de omgeving er samen te gaan om geld uit te sparen. ‘Maar de andere dorpen weigeren,’ zegt Knight, en de school staat leeg.

Dit principe gaat vaker op, vermoedt Knight: de weerzin is zo diep dat Syriza lippendienst bewijst aan het akkoord, maar zo min mogelijk zal invoeren – wet wordt niet altijd werkelijkheid. De wil ertoe is in de samenleving nihil, na deze vijf jaar en na Schäuble’s krenkingen.

Niet alleen de school is overbodig, in Grote Waterbron kwijnen vier van de vijf speeltuinen weg. ‘Cadeautjes van politici,’ zegt Knight. ‘Een wederdienst voor trouwe kiezers. Niemand ziet dat als corruptie: kapitalisten handelen in geld, cliëntelisten in vriendschap.’

Dat idee is geliefd: je beschermt de eigen kring, koopt brood bij een kennis, geeft kleding aan je achterneefje, via via valt veel te regelen. ‘Maar de keerzijde is soms cru,’ vertelt Knight. ‘Laatst kreeg een vrouw een beroerte, en urenlang reed een ambulance haar door Thessalië. Artsen of verplegers kende ze niet, noch had ze geld voor een fakelaki – een “envelopje van geluk” – en de deuren bleven dicht. Excessen als deze, en de zelfverrijking van Pasok en Nea Dimokratia, doen de Trikalini treuren.’

Illustratie: Khuan+Ktron
Een soort stockholmsyndroom

Het stadhuis van Trikala drijft op patronage. De twee oude partijen deelden gunsten en vergunningen uit en behielden hun macht. ‘Onder pressie van de trojka bezwoer Michalis Tamilos, de vorige burgemeester, de helft van de ambtenaren hun congé te geven. Maar hij nam nóg meer familieleden aan.’

Het motief om op Syriza te stemmen, vervolgt hij, is helder: ‘Hoop en verwachting, óf de “minst kwade keuze”. Niemand vertrouwt Nea Dimokratia, maar in de verzwakte middenklasse ervaar je een vreemde behoudzucht, een soort stockholmsyndroom: de ellende is nu hún ellende, en dat ene baantje is heilig – “wie weet dwingt de trojka Tsipras toch nog de euro uit”.’

De bangmakerij dient volgens oud-minister Yanis Varoufakis maar één doel: ‘de vrees Gods in de Fransen vast te zetten’, betoogde hij in The Guardian, zodat Berlijn een neoliberale eurozone creëert. Pleit Parijs of Podemos in Spanje voor de verzorgingsstaat, dan dreigt Schäuble met het Griekse spookbeeld.

Hoewel hij de ideeën van Schäuble versmaadt, acht Varoufakis hem als mens en academicus hoog, zei hij in El País. Jeroen Dijsselbloem daarentegen noemde hij ‘onbetrouwbaar’, een ‘leugenaar’ en een ‘intellectueel lichtgewicht’. Geen Griek gelooft Dijsselbloem nog, sinds hij betwijfelde of het – tot nu toe – schone Syriza de corruptie kan bevechten, terwijl hij over Pasok en Nea Dimokratia steeds zweeg en hen zelfs beschermde.

Over het Griekse fonds dat de Europese lening beheert, had Varoufakis één ding te zeggen, ontdekte hij: de beloning van die bankiers. Twee ton per jaar kregen ze, en Varoufakis paste een simpele regel toe: de trojka verlaagde het ambtenarenloon en de pensioenen met veertig procent, dus honderdtwintigduizend euro is eerlijker. Per ommegaande ontving hij een brief uit Brussel: de trojka herriep die daad.

‘Bij zulke dwingelandij denken de Trikalini aan de junta,’ zegt Knight. Pas veertig jaar geleden viel het kolonelsbewind van Papadopoulos. Alles wat naar linkse politiek neigde was verboden. ‘Ieder moment kon een agent je deur kraken, je wegvoeren, martelen, verbannen of ophangen. Voor de Grieken voelt de juntatijd nabij, nu de trojka probeert Syriza omver te werpen.’

In dat licht verwijst Varoufakis vaak naar de filosoof Georg Hegel: ‘Niemand is vrij zolang één iemand slaaf is.’

We blijven uitgaan

Hartje Trikala. Dag en nacht is de Asklipioustraat het domein van de volta, hier flaneer je langs de rij cafés en turende ogen. Opgedofte dames, wijn en sigaretten, vertier en escapisme. En altijd het geklaag van buitenlanders over dat zwierige leven, alsof dit ellende is, waar is die dan? Ga liever werken!

In de kranten klinkt die verbazing door; over volle taveernes, over de onwil te versoberen. Maar de Trikalini zien een ander vertoon. Zo zei een informant: ‘Geen winkeltasjes, werkloze jongeren in de kroeg, neergelaten rolluiken en een man die de hele dag op één glaasje ouzo teert: de Asklipioustraat toont ons de littekens van de crisis.’

De Trikalini kennen de afspiegeling van ‘de Griek’ in Noord-Europa, zegt Knight. ‘En dat ontgoochelt ze. De clichés zijn vastgeroest: lui, corrupt, kinds en frivool.’ Speur en je vindt: de ambtenaren doen veel dutjes. Maar de postbodes en kelners, de vissers en timmermannen werken twaalf, dertien uur per dag, voor vijf- à zeshonderd euro. Ook enkele Trikalini verzwegen de dood van hun ouders om nog jaren hun pensioen te innen. Maar gastvrijheid en filotimo – de deugd van het goeddoen, uit eerbesef – vormen het Grieks-zijn ten diepste.

Een reis naar Java of Jamaica is nu een reisje naar de Griekse kust, zes drankjes in de Asklipioustraat is nu één drankje. ‘Maar een levenswijze wis je niet zomaar uit,’ weet Knight. ‘Grieken gaan naar buiten, frivool is dat niet – de trojka dient die “tekortkoming” eens als “verschil” te zien. Stel dat je Engeland dwingt het theedrinken, de koningin en de kastelen af te schaffen? Of het Oktoberfest, is dat soms “efficiënt”? Schijnbaar waardeloos, maar o zo waardevol.’

Knights vriendin Stavroula beoefent eveneens de antropologie. In Zuid-Italië werd ze gewaar dat bij geldgebrek ook daar la bella figura, de mooie verschijning, allerminst verdwijnt. Net zomin als in Trikala. Informant Apostolis lichtte toe aan Knight: ‘We blijven uitgaan, ons goed kleden… dat zit de Duitsers dwars, maar ze begrijpen onze cultuur niet.’ Een ander, Charis, betoont zich zelfs een partizaan: ‘Mijn garage is zonder klanten, mijn zoon is werkloos, iedere dag is een oorlog. Maar in Asklipiou tonen we de trojka dat we haar wetten minachten.’

In de loop der crisis zag Knight het straatleven aanzwellen: de huiskamer roept spanning op. ‘Daar tob je,’ zei informante Agapi. ‘Je ziet de rekeningen op tafel, de televisie zendt kommer en kwel uit, daar hoor je de politiek aan, en je beseft er dat je leven dreigt om te vallen.’ En zo ontvluchten de Trikalini eventjes de maalstroom, in een eenvoudig eettentje.

‘Je weet alleen niet wat je níét ziet,’ zegt Knight. ‘De onzichtbaren, die zie je pas na lange tijd.’ De baanloze broers, universitair geschoold, die uit schaamte hun kamer niet meer verlaten. De buurvrouw die alleen nog de hond uitlaat, depressief en bezorgd. Als een filmploeg weer een demonstratie in beeld brengt, voltrekt de ware tragedie zich achter die muren, binnen. De stilte valt te vrezen, niet een plein vol vlammen.

Lijf en leden lijden onder de misère, de Grieken wijzen je erop: zie die grauwe huid, de moeë ogen. De weerslag van 337 procent meer belastingen, van de eindeloze geboden… ‘Een Brit, Nederlander of Zweed kan zich die mate van benauwenis niet meer indenken,’ stelt Knight. Aldoor versoepelde de trojka de arbeidswetten, en het regent massaontslagen. Velen gaan van vaste dienst naar daglonerschap, overuren werk je voor niets, en steeds is daar de vrees: verlies je je baan, dan vervallen na één jaar de uitkering en zorgverzekering. Vangt je familie je niet op of krijg je kanker, dan ben je ten dode opgeschreven.

En nu schrijft het nieuwe akkoord voor dat alle bedrijven, groot en klein, hun belasting een jaar vooruit betalen. Eveneens versimpelt de trojka de wet voor huisuitzettingen: zo paait ze weer de banken, zo naait ze weer de burger.

Onlangs was Stavroula op bezoek bij vrienden toen hun oude buurvrouw begon te krijsen. In een vlaag van waanzin rende haar dochter met een schop achter de kippen aan. Ook zij was werkloos geworden en met haar zoontje bij de moeder ingetrokken – mijlenver bij het zorgeloze van vroeger vandaan. ‘De crisis had haar aangeraakt,’ weet Stavroula. Na twintig minuten lag de tuin vol dode kippen.

Met de bezuinigingen slaan de Duitsers ons land kreupel, en met hun technologie roven ze onze zon.

De metafoor van de dronepiloot

Een dag later rijdt Eleni naar het werelderfgoed van Meteora, de rotspilaren die hun kloosters hoog de hemel in heffen. De ochtendzon boven de korenvelden is al warm, boven op een graanwagen zitten oude mannen in klederdracht, en Knight wijst op de zonnepanelen. Ze liggen te glimmen op de mooiste landbouwgrond – alle van Duitse makelij.

Sinds de malaise intrad, is de graanhandel gesmoord. Al vlug liepen Duitse zakenlieden de dorpjes binnen, met offertes onder de arm: ‘Leen een half miljoen euro, de panelen doen het werk, en u verdient zeshonderd euro per maand.’ Voor gewassen krijgen ze nog maar de helft, legt Knight uit. ‘Dus een keuze is er niet. “De landheer is weergekeerd,” klagen de boeren, “in een Duits jasje.”’

Hun families zwoegden onder de tsiflikia, de Ottomaanse regenten – eeuwenoud bloed en zweet zit in die grond. ‘Maar we zijn alwéér bezet’, vertelde boer Dimitris aan Knight. ‘Mijn grootvader rebelleerde tegen de Turken, mijn vader bevocht de Duitsers… De historie herhaalt zich. Op mijn veld staan 64 Duitse zonnepanelen. Aan graan verdien ik niets, de politici en economen leggen de lijntjes zo dat ze bepalen wat ik wel en niet doe. Dit is een Ottomaans stelsel.’

In Grote Waterbron wuifde een buurman eens naar Knight met de rekening, ‘charatsi’ roepend. Dat was de huizentaks die de Ottomanen van niet-moslims vroegen. En nu is een belasting op eigendom ingevoerd. ‘De trojka nam mijn land,’ schreeuwde hij, ‘en nu koloniseert ze mijn huis!’

In de dorpscafés bespreken de boeren het dilemma: een salaris óf trouw zweren aan de geschiedenis. Op een dag beklommen Knight en informant Kostas de bergen, en Kostas wees op de akkers. ‘We “kweken” nu panelen, het is absurd theater. Met hun bezuinigingen slaan de Duitsers ons land kreupel, en met hun technologie roven ze onze zon.’ Nu Duitsland zijn kernprogramma ontmantelt, zit het verlegen om stroom.
‘Het dubbelhartige,’ zegt Knight, ‘is dat de Duitsers afgeven op de “leencultuur” alhier, en nu kolossale leningen opdringen. Het laat de boeren angstig achter.’

Op veel Griekse omkoperij staat ook een Duitse handtekening, dat vergeet men niet. Het grootste schandaal in Griekenland betreft Siemens; zowel Mercedes, BMW als Opel zijn gedaagd om importfraude; Duitse wapenfabrikanten dragen de meeste steekpenningen het Atheense ministerie van Defensie binnen. De lijst is eindeloos.

Een kolonie, dat woord ligt op de Griekse tong. Op die julinacht in Brussel beval Schäuble dat de Vouli, het Griekse parlement, anderhalve dag later de 977 bladzijdes aan wetgeving moest aannemen. Daarbij dacht Knight terug aan het Britse Rijk. ‘De macht in Londen vroeg zich vertwijfeld af waarom de Soedanezen onze wetten verfoeiden. Die prachtige wetten! Nu zendt Berlijn de trojka, en zegt: beste Grieken, we verbeteren jullie levens! Ieder idee van tact of cultuur ontbreekt.’

Ten slotte stuurde Londen een antropoloog naar Soedan om die aversie te ontleden. Dat de Duitse ambassadeurswoning in Athene met kalasjnikovs is beschoten, spoorde Berlijn daar niet toe aan. ‘Hoe de alledaagse Griekse moeite aanvoelt, weet de trojka niet. Graag zou ik me eens onder die bureaucraten begeven om te zien of er meer in de gedachten is dan theorieën alleen.’

De metafoor van de dronepiloot, die vanuit een veilige bunker bommen loslaat op een Afghaans stadje, valt niet te onderdrukken. De eenvoud van de daad, zonder de geur van verwoest leven te ruiken. Vanuit verre vergaderzalen een beleidslijn opleggen die al vijf jaar rampspoed brengt, is net zoiets, beaamt Knight in de auto.

Dan is daar Meteora, het raadsel van rotsen. Eleni parkeert aan de voet. Even later veert ze op achter haar kopje koffie. Een agent duwt een bon van tachtig euro tegen de voorruit – het rode bord was verscholen. Al vlug ontlokken de charmes van Stavroula aan de politieman de raad: ‘Koop iets in de apotheek, toon het reçuutje op het bureau, zeg dat het dringend was, en de commissaris zal de bekeuring verscheuren.’ Zo gezegd, zo gedaan. Knight kijkt er tevreden op toe: ‘Daar is geen trojka tegen opgewassen.’