Het begon met een simpel verkoudheidje. Niks aan de hand. Maar na een week evolueerde dat verkoudheidje in een aanzwellende, bonkende pijn die ik niet kon plaatsen. Het straalde uit naar mijn kaken, mijn oogkassen, mijn hele gezicht – er was geen ontsnappen aan.
Ik deed wat ik altijd doe bij fysieke ongemakken: ik tikte op Google mijn symptomen in. Toen de eerste hit ‘hersentumor’ was, haastte ik me naar het doktersspreekuur. De huisarts stelde me gerust. ‘Je hebt gewoon een flinke bijholteontsteking,’ zei hij. Ibuprofen, neusspray en rust. Daarmee zou het na een week of twee wel overgaan.
‘Twéé weken?’ vroeg ik. Ik zag mijn maandomzet in gedachten drastisch kelderen. Mijn dokter keek me bedenkelijk aan. ‘Jij freelancet toch?’ zei hij. Ik knikte. Hij raadde me sterk aan om de eerste paar dagen thuis te blijven, maar als ik geen koorts had en verder rustig aan zou doen, hoefde werken daarna geen probleem te zijn, zei hij.
Ik haalde opgelucht adem. ‘Maar misschien moet je toch eens aan een arbeidsongeschiktheidsverzekering gaan denken,’ zei hij toen we elkaar bij het afscheid nemen de hand schudden. ‘Voor het geval je een keer écht door iets wordt getroffen.’
Vinger op de zere plek
Met die opmerking legde hij de vinger op de zere plek. De woorden ‘arbeidsongeschiktheidsverzekering’ en ‘pensioensparen’ zoemen al zo’n twee jaar, sinds ik begon met fulltime freelancen, als twee zeurende bromvliegen rondom mijn hoofd.
Ik weet dat ik als zzp’er geacht word om zelf zorg te dragen voor deze zaken en dat er iets wezenlijks op het spel staat: mijn bestaanszekerheid. En toch heb ik nog altijd geen structurele regelingen getroffen – op een spaarrekening na, waar ik geld op stort als de zaken goed gaan (en weer even makkelijk geld van afhaal als ik krap zit).
Zo hobbel ik nu al twee jaar van opdracht naar opdracht, hopend dat ik onderweg niet getroffen wordt door een burn-out, een ernstige ziekte of ander onheil.
Deels komt dat, vrees ik, door mijn persoonlijkheid. Ik ben van de korte termijn. Nu al geld opzijzetten voor tientallen jaren later of voor hypothetische onvoorziene omstandigheden voelt even tegennatuurlijk voor me als een etentje maanden van tevoren plannen. Het roept weerstand in me op.
De keren dat ik toch de moed bij elkaar had verzameld om me te verdiepen in een arbeidsongeschiktheidsverzekering, raakte ik al gauw het spoor bijster in de vele opties waar ik uit kon kiezen en schrok ik van de hoge premies, die in sommige rekenvoorbeelden in de honderden euro’s liepen.
Met de treurigstemmende tarieven die in de journalistiek gelden – waarin vaker niet dan wel rekening wordt gehouden met premiekosten – zijn die bedragen moeilijk op te hoesten. Een broodfonds (een coöperatie van zelfstandigen die elkaar financieel ondersteunen in geval van ziekte) is veel betaalbaarder en lijkt me een heel goed plan, maar op de een of andere manier stel ik ook die beslissing voortdurend voor mezelf uit.
En zo hobbel ik nu al twee jaar van opdracht naar opdracht, hopend dat ik onderweg niet getroffen wordt door een burn-out, een ernstige ziekte of ander onheil, want dan ziet het er niet bepaald gunstig voor me uit. Als single heb ik geen partner met een tweede inkomen waar ik op terug kan vallen en in het bezit van een koophuis met tonnen aan overwaarde ben ik evenmin.
‘De zzp’er’ bestaat niet
Dat het slecht gesteld is met de sociale zekerheid van zzp’ers, mag geen verrassing zijn. Het CBS berekende vorig jaar dat slechts 20 procent van de zelfstandigen een arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft. Een kwart van de zzp’ers heeft geen pensioenvoorziening getroffen. De meest genoemde reden: het is voor veel zelfstandigen financieel niet op te brengen.
Voordat we het gaan hebben over die belabberde sociale zekerheid van zzp’ers, allereerst een constatering: er bestaat natuurlijk niet zoiets als ‘de zzp’er’.
Zzp is een containerbegrip. Over wie hebben we het nou precies?
Het spectrum aan zelfstandigen loopt uiteen van de consultant op de Zuidas tot de maaltijdbezorger op zijn mountainbike, van de snelle grootverdieners tot de uitgebuite onderbetaalden, van het zelfverkozen zzp’er-schap tot het verkapte dienstverband. Het is een containerbegrip en precies dat maakt gesprekken erover voeren (of een stuk erover schrijven) ingewikkeld, want over wie hebben we het nou precies?
Kijk ik naar de zzp’ers in mijn vrienden- en kennissenkring – grotendeels werkzaam in de Amsterdamse creatieve sector – ontstaat eveneens geen eenduidig beeld. ‘Ik ben freelancer tegen wil en dank,’ zegt een vriend. Hij freelancet omdat het de enige manier is waarop hij zijn beroep kan uitoefenen. Hij maakt er het beste van, maar een echte ondernemer is hij niet. ‘Ik ga nooit meer voor een baas werken,’ zegt een vriendin, die zich juist wel identificeert als ondernemer en haar eenmanszaak liefkozend ‘haar bedrijfje’ noemt.
Wat vaststaat, is dat het aantal zzp’ers in Nederland met rasse schreden toeneemt. Het zijn er inmiddels anderhalf miljoen en het worden er steeds meer.
Van comfort naar creativiteit
Zelf behoor ik tot de grote groep zzp’ers die zelfstandig werd vanuit loondienst. De titel waar ik redacteur was werd doorverkocht. De uitgever bood me een vervangende baan aan, maar die stond zo ver af van mijn ambities dat ik zonder aarzeling koos voor het zzp’er-schap.
In de opstartfase verlangde ik nog wel eens naar het comfort van een vaste baan – wat een onvoorstelbare luxe: doorbetaald worden tijdens een vakantie – maar inmiddels omarm ik mijn bestaan als zelfstandige. Ik deel een kantoorruimte met mede-freelancers en haal er plezier uit om voor meerdere opdrachtgevers te werken en steeds weer met nieuwe projecten bezig te zijn. Ik heb het idee dat ik als freelancer creatiever en vindingrijker ben dan wanneer ik voor een baas werk.
Ik vind het een verademing dat ik niet meer vijf dagen per week naar hetzelfde kantoor moet met functioneringsgesprekken, koffiemachines en systeemplafonds, maar dat ik mijn werk grotendeels kan uitvoeren waar en wanneer ik wil.
Dit stuk is voor een groot deel geschreven in Berlijn, waar ik een vriend opzocht. Als me nu een vaste baan aangeboden zou worden, zou ik drie keer nadenken of ik wel bereid ben om die flexibiliteit op te geven.
Zzp heeft iets wat van een ongezonde relatie
Tot zover het goede nieuws. Want tegen die vrijheid valt natuurlijk van alles in te brengen. Ik zat afgelopen jaren nog steeds wel eens onder het systeemplafond, als ik door opdrachtgevers werd ingehuurd om redactiewerk te doen.
Het tarief was vaak veel te laag – dat wist ik, dat wisten mijn opdrachtgevers – maar in periodes waarin ik even geen zicht had op beter betalende klussen ging ik er toch mee akkoord. Ook al was het niet veel, ik kon er in elk geval even mijn vaste lasten van betalen.
Als ik tegen die tarieven in opstand was gekomen, was ik bij voorbaat kansloos geweest; voor mij tien anderen. Dit soort overeenkomsten hebben iets weg van een ongezonde liefdesrelatie, hoorde ik een mede-freelancer eens zeggen, waarin je afhankelijk bent van iemand die niet het beste met jou voorheeft. Vaak wordt op dit soort plekken van freelancers eenzelfde soort commitment verwacht als van iemand in loondienst, met één verschil: de kosten voor sociale premies zijn uitsluitend voor de zzp’er.
Vrijheid? Voor veel zzp’ers is het werk eerder het tegenovergestelde.
Doorgewinterde zzp’ers zeggen graag dat elke freelancer die met dit soort overeenkomsten akkoord gaat de markt verziekt. Dat is waar, maar toch kijk ik met compassie naar de vele freelancers die zich gedwongen voelen om zo te werken. Voor veel mensen is nu eenmaal niet direct een betere oplossing voorhanden. Vrijheid? Het is eerder het tegenovergestelde.
Toen ik een dag na mijn doktersbezoek met een bonkend hoofd op de fiets zat, high van de pijnstillers omdat ik het geld dat ik die dag zou verdienen niet mis wilde lopen, voelde ik me evenmin vrij. Net zoals de keren dat ik in de rij van de supermarkt stond en twijfelde of ik de boodschappen in mijn mandje wel kon betalen, omdat een grote factuur van een paar duizend euro maar niet werd uitbetaald – ook niet na herhaaldelijk aandringen.
Op zulke momenten voel ik me uiterst kwetsbaar en spoken de woorden van mijn huisarts door mijn hoofd: straks word je een keer echt door iets getroffen.
En dan?
Nog best goed geregeld, voor een zzp’er
‘Na mijn diagnose werd het heel onrustig in mijn vriendengroep,’ vertelt schrijver en dichter Lieke Marsman (1990). Ze lacht er een beetje schamper bij. ‘Ineens bezochten freelancende vrienden broodfondsavonden.’
We drinken koffie in een café in Amsterdam-Oost. Na bijna anderhalf jaar van vage klachten kreeg ze in maart van dit jaar slecht nieuws: er zat een kwaadaardige tumor in haar rug.
De tumor werd succesvol verwijderd. De vooruitzichten lijken goed. Ze durft inmiddels voorzichtig weer optimistisch te zijn over de toekomst, maar de impact op haar leven is groot. In haar onlangs verschenen boekje De volgende scan duurt vijf minuten bespiegelt ze onder andere op de kwetsbare maatschappelijke positie van zelfstandigen.
‘Ik had het voor een zzp’er nog best goed geregeld,’ vertelt ze. ‘Ik heb altijd genoeg klussen gehad, eerder te veel dan te weinig. Daardoor kon ik makkelijk geld opzijzetten.’
Dat geld was eigenlijk bedoeld voor haar pensioen, maar diende het afgelopen jaar als financieel vangnet. ‘Daar had ik geluk mee, maar ja, ik moet wel weer helemaal opnieuw beginnen met sparen. En ik had ook nog een uitgever en ouders waar ik in uiterst geval van nood op kon terugvallen.’
Niet meer verantwoord
We hebben het al gauw niet meer over Marsman zelf, maar over de meest kwetsbare mensen in de samenleving die geen vangnetten hebben zoals zij had. In haar boekje hekelt ze de uitspraak van VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff, die tijdens het voorjaarscongres van zijn partij voorstelde om de bijstand te verlagen, zodat ‘de pechvogel niet crepeert, maar wel zo snel mogelijk weer op eigen benen staat’.
Een opmerkelijke woordkeuze, vindt Marsman, want pech klinkt als iets eenmaligs, terwijl mensen die in de bijstand terechtkomen vaak te maken hebben gehad met systematische tegenslag.
‘Kijk naar de zzp’ers in zwaardere beroepen zoals de bouw, die vanwege de zware arbeid die ze leveren veel risico lopen, maar voor wie de hoge premies vaak niet op te hoesten zijn. Dan kom je al snel in de bijstand als je arbeidsongeschikt raakt. Dat simpelweg afdoen als pech vind ik beledigend naar iedereen die te maken heeft gehad met langdurige ziekte of armoede.’
‘ZZP Nederland is tegen verplichte verzekeringen. Dan vraag ik me meteen af: van welke zzp’er behartigen zij de belangen?’
Ze maakt zich ook boos als ze denkt aan de mensen in haar omgeving, vrienden, die onderbetaald werk doen onder waardeloze voorwaarden en veel te weinig verdienen om ooit een huis te kopen – of überhaupt iets van bestaanszekerheid op te bouwen.
‘Ik denk dat veel freelancers die onder dit soort voorwaarden werken het liefst een vast contract willen, maar ja, in de creatieve sector zijn die er bijna niet. Dus wat moet je dan?’
Zzp’ers moeten zich meer verenigen, denkt Marsman, misschien wel per inkomensklasse. ‘Laatst hoorde ik dat belangenvereniging ZZP Nederland tegen verplichte verzekeringen is. Dan vraag ik me meteen af: van welke zzp’er behartigen zij de belangen? Van de hele rijken, die als ze ziek of oud zijn altijd nog hun tweede huis in Frankrijk kunnen verkopen?’
Zelf werkt ze inmiddels twee dagen in de week op basis van (nu nog) een tijdelijk contract. ‘Daar heb ik geluk mee, want voor veel mensen is zo’n contract niet haalbaar. Ik vond het niet meer verantwoord om als fulltime zzp’er verder te gaan. Verzekeringen voor zelfstandigen zijn al niet te betalen en als je kanker hebt gehad al helemaal niet.’
Na ons gesprek wacht ik op de fiets keurig tot elk stoplicht op groen springt.
Nergens op terug kunnen vallen
Het gesprek met Marsman heeft iets in me losgemaakt. Het heeft me laten inzien hoe kwetsbaar je als mens bent. Ik kom nog veel meer schrijnende verhalen op het spoor van zzp’ers die na een onvoorziene gebeurtenis – zonder verzekering of ander vangnet – in de problemen zijn geraakt.
Zoals Inger van Nes (1986), die vier jaar geleden een ernstig fietsongeluk kreeg. Ze fietste door de stad en haalde een fietser in, zoals we allemaal wel eens een fietser inhalen. Maar deze fietser week uit het niets uit, waardoor Inger tegen een lantaarnpaal botste. Ze overleefde het ternauwernood, liep ernstig hersenletsel op en belandde in de bijstand. Inmiddels lukt het haar om een paar uur per dag te werken, maar een 40-urige werkweek zit er niet meer in.
‘Stap in een broodfonds, zorg dat je iets hebt geregeld, want de gevolgen kunnen niet te overzien zijn.’
‘Ik kon helemaal nergens op terugvallen,’ vertelt ze over de telefoon. ‘Ik had gewoon niets geregeld. Niet eens omdat het te duur was – ik verdiende prima – maar omdat ik er simpelweg nooit over na had gedacht. Deels verwijt ik dat de Kamer van Koophandel. Iedereen kan zich daar zomaar inschrijven, maar ik kan me niet herinneren dat ik werd gewezen op het belang van een verzekering.’
Volgens Van Nes willen veel freelancers de risico’s van het ondernemen niet inzien. ‘We wanen ons veilig. Totdat er iets gebeurt.’ Van Nes is voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering. Maar zolang die er niet is, zegt ze, moeten zzp’ers zelf in actie komen. ‘Stap in een broodfonds, zorg dat je iets hebt geregeld, want de gevolgen kunnen niet te overzien zijn.’
Zelfverwezenlijking
Op een zonnige herfstdag drink ik thee met mijn oudste zus. Zij is in alle opzichten mijn tegenbeeld. Ze heeft een gezin, een koophuis, een vaste baan, een arbeidsongeschiktheidsverzekering, vakantiedagen en een pensioen.
Als ik mijn beklag doe over het gebrek aan zekerheden in mijn leven, is zij degene die wel eens tegen me zegt dat ik misschien toch eens aan een vaste baan moet denken. ‘Al is het maar voor twee dagen,’ probeert ze vaak.
Ik weet dat ze een punt heeft. Ik weet dat een vaste baan me veel beter in staat zou stellen om iets van bestaanszekerheid op te bouwen. Maar als ik op vacaturesites kijk naar het magere aanbod van banen waar ik met mijn cv op kan reageren – veelal niet in de journalistiek, maar op de communicatieafdeling van een instelling of bedrijf – zakt de moed me in de schoenen.
Hoe lang ik deze manier van werken volhoud, weet ik niet.
Lang niet altijd, maar toch vaak genoeg, voelt het werk dat ik als freelancer uitvoer niet als werk, omdat het aardig in de buurt komt van wat ik het liefste doe. Het schijnt dat die behoefte aan zelfverwezenlijking groot is onder mijn generatie, zo groot, dat we bereid zijn onszelf te verwezenlijken tegen de meest ongunstige voorwaarden denkbaar.
Hoe lang ik deze manier van werken volhoud, weet ik niet. Misschien heb ik over een paar jaar wel genoeg van de absurde tarieven, de te laat betaalde facturen en de slechte vooruitzichten op het kopen van een huis. Misschien kies ik dan alsnog voor een kantoorbaan, die weliswaar niet beantwoordt aan mijn ambities, maar me wel bestaanszekerheid geeft.
Tot die tijd hobbel ik nog even verder, van opdracht naar opdracht, in de misschien wel naïeve overtuiging dat dit het pad is dat nu eenmaal het beste bij me past. Maar zonder verzekering durf ik dat niet meer. De eerste stappen naar een broodfonds zijn gezet.
En dat pensioen? Die beslissing stel ik voorlopig uit. Ik heb (hopelijk) nog even.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.