De Turkijedeal zit zo in elkaar dat niemand echt verantwoordelijk is voor de vluchtelingen. Ook het Europees Parlement staat buiten spel, sinds Mark Rutte het plan bij een werkontbijt verklapte. Dat begint zich nu te wreken.

Op de vroege morgen van 20 januari begaf een plukje Nederlandse Europarlementariërs zich, glibberend door de sneeuw, naar de residentie van de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiger in Straatsburg. Tijdens een informeel werkontbijt zou premier Mark Rutte zijn collega-politici bijpraten over het Europees voorzitterschap van Nederland, dat net was begonnen.
Maar toen Rutte van wal stak, verslikten sommige aanwezigen zich bijna in hun croissant: out of the blue legde de premier uit dat er in stilte werd gewerkt aan een mogelijke oplossing van de vluchtelingencrisis waarover tot dan toe nog niets naar buiten was gekomen. Alle bootvluchtelingen in Griekenland zouden naar Turkije worden teruggestuurd. In ruil daarvoor zouden twee à driehonderdduizend Syrische oorlogsvluchtelingen per vliegtuig vanuit Turkije veilig naar de Europese Unie worden gebracht.
De mededeling van de premier sloeg in als een bom, vooral bij de linkse Europarlementariërs. In kleine groepjes aan de sta-tafeltjes werd hevig verder gediscussieerd: kon dat juridisch allemaal wel? En hoe serieus was dat plan?
Sommige aanwezigen begon het die middag al te dagen dat het door Rutte geopperde idee meer was dan een losse flodder, toen de premier tijdens een persconferentie in het Europees Parlement verklaarde dat de vluchtelingenstroom binnen twee maanden sterk moest zijn teruggedrongen.
‘Maar bij mij viel het kwartje pas echt een week later,’ zegt GroenLinks-Europarlementariër Judith Sargentini, ‘toen Diederik Samsom het plan onthulde in de Volkskrant, en vertelde dat er al sinds begin december op het hoogste niveau aan was gewerkt.’
Half maart werd de deal beklonken, na vele maanden van harde onderhandelingen met Turkije. Sindsdien verklaren de hoofdrolspelers, met Mark Rutte voorop, dat het plan onmiddellijk effect heeft: het aantal bootjes over de Egeïsche zee is drastisch teruggedrongen, het businessmodel van de mensensmokkelaars is onderuit gehaald, de eerste ‘hervestigingen’ van vluchtelingen vanuit Turkije vinden plaats.
Maar de laatste weken komen er steeds meer berichten over de duizenden vluchtelingen die op de Griekse eilanden onder mensonterende omstandigheden worden opgesloten. Over hulporganisaties die niet in de kampen worden toegelaten. Over Turkije dat nu al de afspraken schendt. En over de Europese lidstaten die hun beloften weer eens niet nakomen.
Pijnlijk was een update van de Europese Commissie die deze week verscheen: van de door de lidstaten toegezegde officials die in Griekenland moeten helpen bij de procedures van de vluchtelingen zijn nog steeds niet meer dan enkele tientallen aan het werk. ‘Het is beschamend,’ zegt Judith Sargentini. ‘Intussen verkommeren er tienduizenden mensen in de kampen op de Griekse eilanden.’
De Turkijedeal zit zo in elkaar dat, behalve Griekenland en Turkije, niemand echt verantwoordelijk is voor de vluchtelingen: niet de lidstaten, niet de Europese Commissie, niet het Europees Parlement. Vanaf het begin klinkt al de kritiek dat de Turkijedeal juridisch niet in de haak zou zijn, maar dat is moeilijk hard te maken. Door het gebrek aan medewerking van Turkije zijn de eerste vanuit Griekenland teruggestuurde vluchtelingen onvindbaar, zodat de ngo’s nog geen zaak kunnen beginnen bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. En de overbelaste Griekse overheid leunt volledig op de hulp van de lidstaten, maar die zijn tot niets verplicht: alle hulp aan Griekenland geschiedt op basis van vrijwilligheid.
Ook het Europees Parlement staat sinds het informele werkontbijt met Mark Rutte volledig buitenspel. Het door de lidstaten overeengekomen noodfonds van 700 miljoen voor de vluchtelingen in Griekenland is gebaseerd op een door een slimme ambtenaar opgeduikelde passage in het verdrag van Lissabon, die zegt dat de Raad van regeringsleiders op voorstel van de Commissie financiële steun kan verlenen aan lidstaten die door uitzonderlijke omstandigheden in de problemen zijn. Dat klinkt mooi, maar zonder zeggenschap van het Europees Parlement wordt het vullen van het fonds volledig aan de willekeur van de lidstaten overgelaten.
‘Dat is de paradox,’ zegt Sargentini. ‘Misschien is het juridische niemandsland precies de reden dat de Turkijedeal er überhaupt is gekomen: politiek is het veel makkelijker als niemand op de gevolgen kan worden aangesproken. Maar in de uitvoering begint het zich nu al te wreken. Rutte kan er wel triomfantelijk over doen dat de deal een succes is en dat mensensmokkelaars eindelijk worden aangepakt, maar in de praktijk zijn de vluchtelingen nog steeds de klos.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.