De alcohollobby

‘De periode van vrijheid-blij­heid, als het om alcoholgebruik door jongeren gaat, is echt voltooid verleden tijd.’ Dat zei Hans Hoogervorst begin dit jaar in een toespraak op het Nationaal Alcoholcongres in Rotterdam. De minister van Volksgezondheid was verontrust geraakt door cijfers van het Trimbos-instituut die aantoonden dat Nederlandse jongeren tegenwoordig ‘vroeg, vaak en vooral véél’ drinken. En niet alleen dat. Onze jeugd bleek zelfs de ‘zuipschuit van Europa’. Hoog tijd voor stevig beleid, vond Hoogervorst.

De minister dacht aan maatregelen als verhoging van accijnzen op bier en Breezers, verhoging van de verkoopleeftijd voor zwak­alcoholische dranken van zestien naar achttien jaar, beperking van alcoholverkooppunten en beperking van drankreclame.

Als liberaal, zei Hoogervorst, was hij in principe tégen betutteling door de overheid en zou hij de verantwoordelijkheid voor het alcoholprobleem het liefst bij de ouders leggen. Maar inmiddels, vond de minister, konden pa en ma wel een ‘steuntje in de rug’ gebruiken.

Hans Hoogervorst had al vaker ferme maatregelen aangekondigd. En daarin staat hij niet alleen. Instellingen als de Jellinek en het Nationaal Instituut voor Gezondheids­bevordering en Ziek­te­pre­ven­tie (NIGZ) roepen al jaren dat de oorlog tegen alcohol op alle fronten moet worden gevoerd.

Toch moet worden geconstateerd dat het gros van alle voorstellen en pogingen om het alcoholmisbruik onder jongeren te verminderen niets heeft opgeleverd. Hoe komt dat?

Ingestort convenant

Drie jaar geleden was voor Jos Wienen, burgemeester van Katwijk, de maat vol. Het drankgebruik van de plaatselijke jeugd was totaal uit de hand gelopen. ‘Het aantal jongeren van vijftien jaar oud dat wekelijks vijftien glazen alcohol tot zich nam, was schrikbarend,’ zegt Wienen. ‘Jonge kinderen moesten ’s avonds om half twaalf dronken uit een portiek van een flat worden gehaald. Een meisje van dertien werd stomdronken op straat aangetroffen en moest met spoed in het ziekenhuis worden opgenomen.’

Wienen besloot een convenant te sluiten met alle winkels, supermarkten en slijterijen in de stad. De verkoopleeftijd voor alcohol moest voortaan op achttien jaar komen te liggen. Iedereen die drank wilde kopen, zou zich moeten gaan legitimeren. Na een jaar van onderhandelen hadden alle winkels hun medewerking toegezegd. Inclusief de filialen van Albert Heijn en Dirk van den Broek.

Het convenant hoefde alleen nog ondertekend te worden, toen burgemeester Wienen bezoek kreeg van Sjoerd Veenstra, directeur van het Platform Verkoop Alcoholhoudende Dranken voor Thuisgebruik (PVAD), een samenwerkingsverband van winkels die alcohol verkopen. Het PVAD is initiatiefnemer van de leeftijdscampagne ‘Soms moet je nee verkopen’, voor supermarkten en slijterijen. Veenstra liet weten het convenant maar niks te vinden. Zo’n leeftijdsgrens van achttien jaar zou volgens hem alleen maar verwarrend zijn, de landelijke norm lag tenslotte lager. ‘Misschien heeft u gelijk,’ zei Wienen, ‘maar wij zitten hier met een groot probleem, dus we gaan het voorlopig even proberen.’

En toen, vertelt de burgemeester, kwam de aap uit de mouw. Veenstra zou gezegd hebben: ‘Maar als de maatregelen wél blijken te werken, bestaat de kans dat andere gemeenten hetzelfde gaan doen. Dat gaat ons heel veel geld kosten.’

Wienen wees zijn bezoek de deur. Enige tijd later kreeg hij te horen dat het hoofdkantoor van Albert Heijn zijn filialen in Katwijk had teruggefloten. Nog wat later verbood ook Dirk van den Broek zijn vestigingen het convenant te ondertekenen. ‘Verschillende winkeliers hadden hun medewerking toegezegd onder de voorwaarde dat iederéén zou meedoen,’ zegt Wienen. ‘Nu stortte het convenant dus in elkaar.’

Sjoerd Veenstra beweert dat tijdens zijn gesprek met de burgemeester het woord ‘geld’ nooit is gevallen. ‘Ik heb gezegd dat wij in het belang van de landelijke aanpak niet wensen te experimenteren met een leeftijdsgrens van achttien. De wet is duidelijk. En die voeren wij uit.’

Ouders en trapveldjes

Als het aan minister Hoogervorst had gelegen, zou die wet er allang anders hebben uitgezien. Maar bijna alle voorstellen die hij de afgelopen jaren heeft gedaan om het alcoholmisbruik onder jongeren terug te dringen, zijn door de Tweede Kamer naar de prullenbak verwezen. Vooral de VVD, Hoogervorsts eigen partij, en het CDA wilden niets van beperking van verkooppunten of hogere accijnzen weten.

‘Waarom zouden we de hele samenleving met maatregelen opzadelen als een paar procent van de bevolking niet met alcohol kan omgaan?’ zegt Edith Schippers, woordvoerder Volksgezondheid voor de VVD. ‘Neem die accijnsverhogingen. Dat voelt Jan met de pet die geen drankprobleem heeft óók in zijn portemonnee.’

Als liberaal, zegt Schippers, staat ze voor een open, vrije samenleving. En daar hoort het terugdringen van drankverkooppunten of alcoholreclame volgens haar niet in thuis. Schippers ziet meer in het voorlichten van ouders, en strafbaarstelling van jongeren die onder de zestien alcohol kopen. ‘En waarom zorgen we niet dat overal trapveldjes komen? Ik kom zelf uit een dorp in Drenthe waar niets te beleven viel. Tja, dan ga je vanzelf drinken.’

Siem Buijs, tot voor kort CDA-woordvoerder Volksgezondheid, vindt dat ouders beter op het drankgebruik van hun kinderen moeten toezien. En iedere school een eigen preventiemedewerker, dat lijkt hem ook wel wat. Buijs gelooft niet in een verhoging van de verkoopleeftijd voor alcohol naar achttien jaar.

‘We hebben net de leeftijd van zestien ingevoerd,’ zegt hij. ‘Laten we eerst zorgen dat díe norm wordt gehandhaafd.’

Vrijkaartjes

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is voor de bestrijding van het probleem meer nodig dan een enkel regeltje. In het onderzoeksrapport Alcohol: no ordinary commodity uit 2003 schrijven de onderzoekers dat het terugdringen van alcoholmisbruik uitsluitend kans van slagen heeft wanneer een breed pakket aan maatregelen wordt ingevoerd: én voorlichting, én minder reclame, én minder verkooppunten, én hogere prijzen, én een hogere verkoopleeftijd.

Een overtuigend onderzoek van een gerenommeerde instantie. Des te opmerkelijker is het dat partijen als de VVD en het CDA consequent tégen strenge alcoholwetgeving stemmen. De vraag is of dat alleen met partij-ideologie te maken heeft, of dat het fractiestandpunt ook door andere factoren wordt beïnvloed. Door de lobby van de alcoholindustrie bijvoorbeeld.

Noem het L-woord in Den Haag en iedereen is op zijn hoede. Medewerkers van het ministerie van Volksgezondheid fluisteren ver­slaggevers in dat er nu écht eens een artikel moet komen over de lobby van de alcoholbranche, en over de rol van een prominente VVD’er daarin. Maar zodra er wordt doorgevraagd, gaat de deur op slot. In de Tweede Kamer spreekt alleen de ChristenUnie zich uit. ‘Alles wat met accijnsverhogingen te maken heeft, daar gaan de VVD en het CDA dwars voor liggen,’ zegt woordvoerder Volksgezondheid Joël Voordewind. ‘Dan kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat zij sterk onder invloed staan van de alcohollobby.’ Buiten de Kamer zegt de Katwijkse burgemeester Jos Wienen zijn twijfels te hebben over het CDA – de partij waarvan hij zelf lid is. Zijn plan om de verkoopleeftijd voor alcohol in Katwijk te verhogen staat haaks op het standpunt van Siem Buijs. ‘Het zal voor een deel met ideologie te maken hebben,’ zegt Wienen, ‘maar ik vermoed dat ook de alcohollobby een rol heeft gespeeld. Want ik weet dat genoeg partijgenoten, ook Kamerleden, het convenant wél een uitstekende actie vonden.’

Wim van Dalen is directeur van de Stich­ting Alcoholpreventie (STAP), een organisatie die zich hard maakt voor strengere alcoholwetgeving. Van Dalen zegt dat hij soms politici spreekt die de terminologie van de alcoholbranche helemaal hebben overgenomen. ‘Edith Schippers bijvoorbeeld, die praat precies hetzelfde als de industrie.’ De STAP-directeur noemt ook een voorbeeld van ‘iemand in Den Haag’, hij kan niet zeggen wie het is, die van Heineken vrijkaartjes kreeg voor het tennistoernooi Heineken Trophy. De zoon van de betreffende persoon mocht ook nog op de foto met een toptennisser. ‘Dan zeg je de volgende dag dus niet meer dat het alcoholbeleid strenger moet,’ zegt Van Dalen.

Booze, broads and bribes

Bacardi-lobbyist Eelco van Ravenswaay, die op de website van de Bond voor Adverteerders wordt omgeschreven als de man ‘die een belangrijke rol speelde in de succesvolle lobby tegen verder overheidsingrijpen op alcoholreclame’, wordt vakkundig door zijn voorlichter afgeschermd.

Marjolijn Vencken is namens Heineken geregistreerd lobbyist in de Tweede Kamer, wat inhoudt dat ze een pasje heeft waarmee ze de Kamer in en uit kan lopen wanneer ze maar wil. Maar volgens Vencken betekent dat niet dat ze heel direct invloed heeft op de beleidsvorming. ‘Het is niet zo dat ik kan aanwijzen: ik heb deze argumenten naar voren gebracht, en daardoor is die wet niet doorgegaan.’

Volgens Peter van Keulen, directeur van lobbyadviesbureau Public Matters, is de invloed van de alcohollobby enorm. Van Keulen werkte enkele jaren geleden voor een paar grote alcoholproducenten, waarvan hij de naam niet kan noemen. ‘Ik adviseerde die bedrijven hoe ze moesten lobbyen,’ legt hij uit. ‘Ik bracht het contact tot stand, ging mee naar afspraken. Maar het inhoudelijke verhaal moesten ze zelf houden. Ik stuurde alleen een beetje bij.’ Denk niet dat daarvoor, zoals ze dat in Amerika noemen, de drie B’s van booze, broads and bribes worden aangerukt, zegt Van Keulen. ‘Lobbyen in Nederland gaat er saai aan toe.’ Hier staan de drie B’s eerder voor: briefje, belletje, broodje kaas. Volgens Van Keulen was het de laatste jaren lastig om iets bij het ministerie van Volksgezondheid voor elkaar te krijgen. ‘Sommige ambtenaren wilden vaak niet bewegen, en de minister ging daar in mee.’ Maar daar hebben de lobbyisten iets op gevonden. ‘Dan probeerden we een voorstel via Economische Zaken te traineren of er een puntje aan toe te voegen.’ Wordt een voorstel in de Kamer behandeld, vertelt Van Keulen, dan loopt de lobby vaak via beleidsmedewerkers. ‘De beleidsmedewerker van een alcoholbrancheorganisatie belt dan bijvoorbeeld met de beleidsmedewerker van een Kamerlid, en zegt: “Dit zijn onze argumenten, kun je er nog een keer naar kijken?” Bij de VVD en het CDA staan ze daar over het algemeen meer voor open dan bij de SP.’

Wiegels bemoeienis

Een belangrijke figuur voor de alcoholbranche, zegt Van Keulen, is Hans Wiegel, VVD-coryfee en al tweeëntwintig jaar voorzitter van het Centraal Brouwerij Kantoor (CBK). ‘Toen er sprake van was dat de drankaccijnzen zouden worden verhoogd, is daar eerst op het niveau van Hoogervorst geïntervenieerd, en vervolgens in de Kamer. Het voorstel stond al zwart op wit, maar het is toen keurig van tafel gegaan. En volgens ingewijden heeft Wiegel daar een grote rol bij gespeeld.’

Wiegel geeft geen commentaar op de kwestie. Wel wil hij iets kwijt over de periode dat Els Borst nog minister van Volksgezondheid en hij nog senator was. Borst streed destijds ook al voor een verscherping van de Drank- en Horecawet. Dat veel van haar plannen het niet hebben gehaald, komt volgens sommigen door de bemoeienis van Wiegel.

‘Er werden regelmatig gesprekken gevoerd als er iets dreigde te gebeuren wat onverstandig was,’ zegt Wiegel. Als voorbeeld noemt hij die keer dat hij samen met partijgenoot Jan Kamminga, toenmalig voorzitter van de Stichting Verantwoord Alcoholgebruik, en D66-kopstuk Hans Gruijters, destijds voorzitter van het Productschap voor gedistilleerde dranken, bij Borst op bezoek ging. Het trio had van de alcoholindustrie de opdracht meegekregen om de verhoudingen tussen Borst en branche te verbeteren. Wiegel: ‘Borst vroeg: “Wat willen de heren drinken?” Gruijters antwoordde: “Jenever graag.” Ik zei: ‘Doe mij maar pils.’ Op alles was gerekend. Heel gezellig allemaal.’

Maar hebben de contacten met Borst ook invloed op haar beleid gehad? Wiegel: ‘Soms wel, soms niet’.

In het november/decembernummer van het vakblad Koninklijk Horeca Nederland laat de CBK-voorzitter zich uit over het drankmisbruik onder jongeren. ‘Jonge mensen moeten niet te snel, te veel alcohol drinken,’ zegt hij. ‘Het is jammer dat politici dan gelijk roepen dat accijnzen omhoog moeten. Daar tref je de misbruiker niet mee. Die laat zich niet afschrikken door de prijs. Je treft wel de verstandige consument.’ Zijn advies: ‘Beter is het om de jongere die in een café bier bestelt, strafbaar te stellen.’

Hebben we dat niet eerder gehoord, bij de woordvoerder Volksgezondheid van de VVD? Maar Edith Schippers werpt de suggestie dat haar standpunten over alcohol en jongeren zijn ingegeven door de branche verre van zich. ‘Mijn verhaal gaat helemaal niet over belangen,’ zegt ze. ‘Het interesseert me helemaal niks wat de industrie of de Stichting Alcoholpreventie vindt.’ Ook Siem Buijs ontkent te zijn beïnvloed door de drankindustrie: ‘Je reinste flauwekul.’

Symboolpolitiek

De alcohollobby past de laatste jaren een subtielere strategie toe. Al enige tijd hebben de drankproducenten en -importeurs in Nederland een maatschappelijk verantwoord gezicht: STIVA, wat staat voor Stichting Verantwoord Alcoholgebruik. Bestuursleden van de organisatie zijn onder meer Heineken-directeur Philip de Ridder en Bacardi-directeur Mark de Witte. STIVA is bekend van de slogan ‘Geniet, maar drink met mate’ en de Bobcampagne. De laatste jaren richt de stichting zich ook sterk op het thema alcohol en jongeren.

Directeur Ingrid van Engelshoven zegt dat de alcoholbranche ‘zeer bezorgd’ is over het overmatige drankgebruik van de jeugd. En daarom huldigt STIVA het credo: géén alcohol onder de zestien. ‘De alcoholbranche is natuurlijk een commerciële industrie’, zegt Van Engelshoven, ‘maar omzet hoeft niet ten koste van alles te gaan. Wij willen geen onderdeel zijn van het probleem, maar van de oplossing.’

Die oplossing ligt niet in repressief beleid, vindt STIVA. Verhoging van accijnzen, verhoging van de verkoopleeftijd, beperking van reclame en beperking van verkooppunten hebben allemaal niet het gewenste effect, zegt de branchevereniging. STIVA gelooft vooral in voorlichting, bewustmaking van ouders en strafbaarstelling van jongeren die onder de zestien alcohol kopen. Met die boodschap trekt Ingrid van Engelshoven regelmatig naar het Binnenhof.

‘Als het onderwerp alcohol in de Kamer aan de orde komt, maak ik een ronde langs de woordvoerders,’ vertelt ze. ‘En ik schrijf brieven aan de Kamercommissies.’ Zoals de brief van 24 mei, waarin Van Engelshoven het voorstel van Minister Hoogervorst om de verkoop van Breezers tot het slijterskanaal te beperken ‘symboolpolitiek’ en ‘discriminerend’ noemde.

Als het bij de verkiezingen van 22 november aan 1120 stemmers had gelegen, zou het geluid van Ingrid van Engelshoven voortaan nog luider klinken in Den Haag. De STIVA-directeur stond namelijk op plaats 8 van de kandidatenlijst van D66. Nóg een partij die zich de afgelopen jaren veelvuldig tegen strengere alcoholmaatregelen uitsprak. Was dat aan Van Engelshoven, die al zestien jaar actief is voor de Democraten, te danken? ‘Nee’, bezweert ze, ‘ik heb die zaken altijd strikt uit elkaar gehouden.’

Inmiddels heeft STIVA de belangrijkste partijen in het veld ervan kunnen overtuigen dat de poging om alcoholmisbruik onder jongeren te bestrijden haar menens is. De stichting zit regelmatig om de tafel met het ministerie van Volksgezondheid en het NIGZ. Zo ver is de tabakslobby nooit gekomen.

Prinses Laurentien

Anderhalf jaar geleden won de alcohollobby een belangrijke slag. Had Minister Hoogervorst lange tijd gedreigd met een beperking van alcoholreclames op televisie, in 2005 besloot hij tot een minder gevoelige maatregel, voorgesteld door STIVA: het systeem van zelfregulering, dat de alcoholbranche al een aantal jaar hanteerde, zou worden aangescherpt. STIVA moest drankcommercials voortaan zelf vóór uitzending toetsen aan een vernieuwde Reclamecode voor Alcoholhoudende Dranken. Ook moesten drankreclames voortaan worden begeleid met een slogan van STIVA die drinken onder de zestien ontmoedigt. Na verschillende leuzen te hebben laten onderzoeken, kwam de stichting met: ‘Alcohol onder de 16, nog even niet’. ‘We hebben ook de slogan ‘Geen alcohol onder de 16’ laten testen’, zegt Engelshoven. ‘Maar dat had iets dwingends. Dat stelden de proefpersonen niet op prijs.’

Om de branche scherp te houden, vertelt Van Engelshoven, organiseert STIVA voor alle marketing- en reclamemedewerkers jaarlijks een workshop over verantwoord communiceren. Het is niet de eerste de beste die de workshop leidt: prinses Laurentien, in het dagelijks leven communicatieadviseur. ‘Zij leert onze mensen dat ze niet te veel op de randen van reclamecode moeten opereren, omdat zoiets alleen maar tegen ons werkt. En ze leert hen dat binnen die grenzen nog heel veel mogelijk is.’ Laurentien werkte twee jaar lang als lobbyist voor tabaksfabrikant Philip Morris. Is dat ook een reden waarom de keuze op haar is gevallen? Van Engelshoven: ‘Nee, dat heeft hier helemaal niks mee te maken.’

Verkapte reclameboodschap

De drankindustrie heeft het goed voor met de jeugd, zo lijkt het. Maar volgens Wim van Dalen van STAP moeten de goede bedoelingen van de branche worden gewantrouwd. Dat de fabrikanten jongeren afraadt om onder de zestien te drinken, is ook uit eigenbelang, zegt hij. ‘Als de industrie helemaal niks zou doen tegen alcoholmisbruik onder jongeren, bestaat er een kans dat ze op den duur wetgeving krijgt opgelegd die net zo streng is als de tabakswetgeving. En dat wil de branche natuurlijk niet.’ Het is begrijpelijk dat de producenten allereerst aan zichzelf denken, vindt Van Dalen. Maar het effect is wel, zegt hij, dat de branche bij de bestrijding van het alcoholprobleem onder jongeren zorgvuldig kiest voor een aanpak die wel indruk maakt, maar weinig oplost. ‘STIVA richt zich consequent op voorlichting. Terwijl onderzoek heeft uitgewezen dat voorlichting prima is om iets in de week te leggen, maar niet om iets af te maken.’ Van Dalen wordt hierin gesteund door preventiemedewerker Martijn Planken van het NIGZ. Die zegt: ‘Voorlichting alleen is niet voldoende. Je hebt een breed pakket aan maatregelen nodig.’

En dan die slogan, óók zo’n voorbeeld van de slappe aanpak van STIVA, vindt van Dalen. ‘Het is een verkapte reclameboodschap. Jongeren van veertien, vijftien jaar zullen zo juist geprikkeld worden om te gaan drinken.’

Vorig week meldde Trouw dat ambtenaren van VWS, verslavingsdeskundigen en afgevaardigden van de alcoholindustrie tijdens een besloten overleg in december 2005 langdurig hebben gediscussieerd over de leus. Volgens de krant is toen vastgesteld dat die niet werkt bij de jeugd. ‘De jongeren raken al op tilt bij het woord 16’, aldus een verslag dat Trouw in bezit heeft. Opmerkelijk is dat de slogan nooit op kinderen is getest. Uit een brief van STIVA aan de kamercommissie Volksgezondheid blijkt dat onder de proefpersonen die STIVA via internet heeft laten ondervragen 434 ouders en 105 leraren zaten, maar géén jongeren.

Zelfregulering

Het ministerie van Volksgezondheid subsidieert de Stichting Alcoholpreventie om drankreclame te monitoren. STAP ziet er ook op toe dat de alcoholbranche zich aan de reclamecode houdt. Dat gaat regelmatig mis, zegt Wim van Dalen. Volgens hem worden er nog steeds commercials uitgezonden die tegen de regels zijn. Ook zouden nog steeds shooters (kleine flesjes met sterke drank) worden uitgedeeld in discotheken. ‘Opinies, geen feiten,’ noemt Ingrid van Engelshoven de kritiek van STAP. ‘Als je ziet hoe weinig klachten er binnen komen over onze reclames, kun je niet volhouden dat zelfregulering niet werkt.’ Dat gebeurt wel, zegt Wim van Dalen, maar dat bepaalde klachten (zo’n veertig per jaar) niet worden toegewezen, komt ook doordat de reclamecode waaraan STIVA de spotjes moet toetsen mede door STIVA zelf is opgesteld. Sinds de aanscherping van de code in 2005 is een commercial bijvoorbeeld verboden als die een aantrekkingskracht heeft op jongeren die ‘aanmerkelijk’ groter is dan de aantrekkingskracht van de commercial op volwassenen. ‘Het zit hem net in zo’n woordje,’ zegt Van Dalen, ‘want dat is niet te bewijzen.’

Roel Kerssemakers, preventiemedewerker bij de Jellinek, vindt het opmerkelijk dat de verscherping van de zelfregulering destijds werd gesteund door het CDA. ‘Twee jaar geleden wilde het CDA nog een extra controleur boven de Kijkwijzer,’ weet hij nog. Kamerlid Joop Atsma zei toen: ‘De huidige keuring gebeurt door wetenschappers die worden betaald door de sector. Je laat de slager ook niet zijn eigen vlees controleren.’ Kerssemakers denkt dat CDA-prominent Hans Hillen er iets mee te maken heeft. ‘Ik was in juni op een bijeenkomst van STIVA,’ vertelt hij. ‘Daar pleitte Hillen voor zelfregulering.’ Hans Hillen is voorzitter van het CMC, een brancheorganisatie voor reclamemakers.

Ieder weekend stomdronken

Wim van Dalen verwijt de branche dat ze een ‘vals verhaal’ over alcohol en jongeren de wereld in stuurt. De producenten leggen de verantwoordelijkheid voor het probleem volgens hem onterecht bij anderen. ‘De ouders, hè, die hebben het allemaal gedaan.’

Ingrid van Engelshoven vindt dat de media ook verantwoordelijk zijn: ‘Die wekken soms de indruk dat de jeugd ieder weekend stomdronken is. Daar moeten ze mee oppassen. Voor je het weet, gaan jongeren denken dat het heel gewoon is om dronken te zijn.’

Niet minder ‘vals’ vindt STAP dat STIVA de conclusies van een aantal alarmerende rapporten over alcohol bagatelliseert. Begin dit jaar publiceerde het gerenommeerde wetenschappelijk tijdschrift Archives of Pediatrics & Adolescent Medicine onderzoeksresultaten waaruit bleek dat drankreclame jongeren aanzet tot drinken. Van Engelshoven is er niet van onder de indruk. ‘Er zijn ook onderzoeken die het tegendeel bewijzen.’ Ook het recent verschenen rapport Alcohol in Europe, waaruit onder meer opnieuw blijkt dat Nederlandse jongeren het meest drinken van alle jongeren in de EU, moet ‘met een behoorlijke korrel zout worden genomen’. Een van de wetenschappers die het onderzoek in opdracht van de Europese Commissie heeft uitgevoerd, heeft volgens Van Engelshoven hechte banden met de Britse anti-alcoholbeweging. ‘Dat lijkt de cijfers te hebben beïnvloed.’

Een ondermaatse opmerking, vindt Wim van Dalen. ‘De alcoholindustrie mocht zelf wetenschappers aanwijzen om naar de conceptversie te kijken. De branche heeft dus alle kans gehad aanvullingen te plegen. En dat is ook gebeurd.’ De vereniging van Europese bierbrouwers heeft inmiddels een tegenstudie laten uitvoeren door een instituut dat The Weinberg Group heet en als

mission statement heeft: ‘We help our clients improve manufacturing processes, clear regulatory hurdles, and defend products in the courts and the media.’

‘Dat bedrijf,’ zegt Wim van Dalen, ‘heeft in het verleden ook voor de tabaksindustrie gewerkt, om aan te tonen dat meeroken niet schadelijk zou zijn.’

Flashy drankjes

Een andere manier waarop STIVA haar standpunten over het voetlicht brengt dan de lobby in Den Haag, is het organiseren van board­room meetings. Dat zijn bijeenkomsten waar­voor allerlei belanghebbenden op het gebied van alcohol worden uitgenodigd: fabrikanten, media, beleidsambtenaren en ook artsen. ‘We hebben dan gewoon een goed gesprek over hoe we de discussie over alcohol en jongeren een stap verder kunnen helpen,’ zegt Van Engelshoven. Verder kan ze er weinig over kwijt. De bijeenkomsten zijn besloten en verslagen mogen niet worden ingezien. ‘Iedereen moet vrijuit kunnen praten,’ legt zij uit, ‘zonder dat hij bang hoeft te zijn dat hij het later ergens terugleest.’

Gert Jan van Tongeren, docent en zorgcoördinator op een VMBO in Bovenkarspel, was uitgenodigd voor een boardroom meeting op 8 november in het Centraal Brouwerij Kantoor: ‘Het was een geweldige ervaring om eens in zo’n mooi grachtenpand te komen. Het was een zeer imponerend gezelschap. Ik zat ineens naast de directeur van Bacardi en van Heineken. Ik dacht: wat overkomt mij allemaal?’ Ook aanwezig in de boardroom was oud-PvdA-Kamerlid Rob van Gijzel. Hij leidt alle meetings voor STIVA. Van Tongeren was ‘aangenaam verrast’ dat de fabrikanten vertelden wel degelijk hun verantwoordelijkheid te willen nemen. ‘Ze willen dat vooral via Postbus 51-spotjes doen.’ Hij weet sinds die middag ook wat daarvoor een van de redenen is. ‘De branche wil niet in dezelfde hoek worden gedrongen als de tabaksindustrie, die in Amerika dikke claims aan de broek heeft gekregen, omdat ze verkeerde voorlichting had gegeven.’

Nico van der Lely was ook uitgenodigd voor de boardroom meeting, maar hij bleef thuis. Van der Lely is kinderarts in de Reinier de Graaf Groep in Delft. Hij was onlangs in het nieuws toen hij aankondigde dat zijn ziekenhuis deze maand een aparte polikliniek opent voor jongeren met gezondheidsproblemen door alcohol. Had Van der Lely eind jaren negentig hooguit twee patiënten onder de zestien met alcoholvergiftiging, afgelopen september stond de teller voor 2006 al op twaalf. Na enig rondbellen concludeert hij dat het landelijk aantal nu tussen de vijfhonderd en duizend ligt. ‘STIVA dacht waarschijnlijk: die Van der Lely is ons iets te vaak in het nieuws,’ zegt hij. ‘Laten we hem eens uitnodigen.’ Hij begrijpt dat fabrikanten zich zorgen maken over negatieve publiciteit. ‘Maar ze hebben boter op hun hoofd. Want waarom maken ze dan van die flashy drankjes die vooral worden gekocht door jongeren en veel geld opleveren?’ De arts zegt niet zomaar van de boardroom meeting te zijn weggebleven. ‘Ik wilde er niks mee te maken hebben. Voor je het weet, staat je naam onder een rapport waar je geen invloed op hebt.’

Ingrid van Engelshoven zegt weinig te klagen te hebben over het contact met de andere partijen in het alcoholveld. ‘Lang dacht iedereen: de alcoholindustrie kun je niet vertrouwen, want die wil toch alleen maar hun omzet vergroten. Maar gelukkig dringt de boodschap dat wij onze verantwoordelijkheid willen nemen steeds meer tot de overheid en de gezondheidsinstellingen door.’

Wim van Dalen blijft erbij dat de VVD en het CDA, het ministerie van Volksgezondheid en de gezondheidsinstellingen zich door STIVA zand in de ogen laten strooien. ‘De alcoholbranche brengt haar verhaal slim. Dan moet je sterk in je schoenen staan om te zeggen: het is allemaal doorgestoken kaart.’

Grafieken:

Consumptie van alcohol bij leerlingen van 15-16 jaar in 2003

Alcoholgebruik onder uitgaande jongeren

Dronkenschap bij tieners stijgt met de jaren in procenten

Één of meer dagen per week minstens zes glazen alcohol onder mensen van twaalf jaar en ouder in 2004 in procenten

Alcoholhulpvraag per 10.000 leeftijdgenoten in 2005

Alcoholgebruik in een aantal Europese landen gemeten in liters pure alcohol per hoofd van de bevolking in 2003

Accijnstarieven op alcoholhoudende dranken bedragen in euro per hectoliter consumptie in 2004-2005

Bestedingen voor alcoholreclame in massamedia in miljoenen euro’s

Aandeel marketing- en verkoopkosten van de totale bedrijfslasten van Heineken in 2005 in miljoenen euro’s

Bronnen:

hibell et al / rivm

trimbos instituut

monshouwer et al / stap

pols, cbs

ivz

pd, 2004

europese commissie

bbc de media en reclame bank

jaarverslag heineken 2005