De afkondiging van invoerheffingen op staal en aluminium door Donald Trump begint op een echte oorlogsverklaring te lijken. ‘Easy to win’, sprak de dwaas uit het Witte Huis. Eerst kon je nog denken dat het een tragische vergissing van de president was. Genomen zonder zijn hoogste economische adviseur Gary Cohn erin te betrekken (waarop die direct zijn biezen pakte), en zonder het plan te bespreken met minister van Buitenlandse zaken Rex Tillerson (vierkant tegen, nu ook weggestuurd, en vervangen door de nationalist Mike Pompeo).
Genomen ook tegen het advies in van zijn eigen veiligheidselite, wat wel zo interessant is. De reden die Trump namelijk opgaf was dat de maatregel ‘in het belang van de nationale veiligheid’ is genomen. Staal heb je nodig voor tanks en vliegtuigen en oorlogsschepen, dus die moet je niet uit het buitenland importeren. Daar is misschien wat voor te zeggen als het om Russisch of Chinees staal gaat, maar de grootste staalimport van de VS komt uit Canada, Mexico en Europa, en dat zijn niet de meest voor de hand liggende vijanden van de VS. Het zijn al decennia de trouwste bondgenoten.
Als Trumps vasthoudt aan zijn maatregel, dan is zijn vriendschap niets waard en vallen de Amerikaanse veiligheidsgaranties ook niet serieus te nemen.
Sterker nog: de generaals, de defensie-industrie en een flink aantal van Trumps Republikeinse partijgenoten klagen dat de invoerbeperkingen tot prijsverhogingen of productiebeperking zullen leiden en de nationale veiligheid van de VS zullen schaden. De diplomaten moeten de boze reacties van de bondgenoten opvangen, maar de twijfel is al gezaaid: als Trump vasthoudt aan zijn maatregel, dan is zijn vriendschap niets waard en vallen Amerikaanse veiligheidsgaranties ook niet zo serieus meer te nemen. Ergo, dubbel verlies. De Amerikaanse veiligheid èn die van de bondgenoten worden door de maatregel gedupeerd.
Misschien zijn 80.000 staalarbeiders blij met Trumps kortzichtige nationalisme, dat geldt zeker niet voor de honderdduizenden arbeiders die het juist van buitenlands staal moeten hebben en wier baan in gevaar komt door de heffingen. Trump nam niet eens de moeite zich te laten voorrekenen wat het saldo is, maar dat is zeker negatief.
Vliegtuigen en Mercedessen
Alleen al in de Amerikaanse vliegtuigindustrie verdienen 2,5 miljoen mensen hun brood en die bedrijfstak zorgt nu nog voor een handelsoverschot van 86 miljard dollar. “Alleen al de heffingen op aluminium gaan onze sector twee miljard per jaar kosten”, gruwde Eric Fanning, baas van de vliegtuigsector AIA (Aerospace Industrie Association). Een voorbeeld hiervan dichtbij huis: Nederland koopt veel wapens in de VS. Het bekendste geval is natuurlijk de JSF (alias F35) – het gevechtsvliegtuig dat ons alleen al in aanschaf (laat staan levensonderhoud) bijna 5 miljard euro gaat kosten. Dat kan duurder worden als producent Lockheed door de heffingen op buitenlands staal prijsverhogingen moet doorvoeren. Overhevelen van de productie naar goedkopere landen?
Vergeet dat maar, de Amerikaanse defensiesector is vanouds al beschermd en houdt alles zoveel mogelijk in eigen huis. Duurder dus. Dat kan weer tot daling van het totaal aantal (voor de VS en de export) F35’s leiden, dus krimpgevolgen hebben voor de defensiecapaciteit van zowel de VS als haar bondgenoten.
Intussen kan niet ontkend worden dat de bondgenoten zenuwachtig zijn geworden van Trumps dreigementen uit the Oval Office en er om uitzonderingen bedelen. Canada, Mexico en Australië kregen belet en zijn van de lijst geschrapt. Des te pijnlijker is dat de Europese Unie dat presentje tot dusver niet heeft gekregen. Trump gooide er zelfs nog een schepje bovenop, door te zeggen dat de EU zijn eigen “afgrijselijke” protectionisme (Trump doelt op: heffingen en handelsbeperkingen vermomd als milieu-eisen), die Amerika erg “oneerlijk” treffen, eerst maar eens moet schrappen, anders zou ook de import van Mercedessen en BMWs wel eens aan de beurt komen. Individuele uitzonderingen voor EU-landen zijn onmogelijk want er zijn nu eenmaal geen binnengrenzen in het gebied, dus suggesties om de situatie per geval uit te onderhandelen zouden neerkomen op een poging om Europese landen tegen elkaar uit te spelen en de interne markt te splijten. Zelfs de Britten kunnen, zolang de Brexit nog geen feit is, het niet op een akkoordje gooien met Trump en zijn van Brussel afhankelijk.
Zelfs de Britten kunnen, zolang de Brexit nog geen feit is, het niet op een akkoordje gooien met Trump en zijn van Brussel afhankelijk.
Nog onaangenamer is de koppeling die Steve Mnuchin (Trumps minister van Financiën) vorige week maakte tussen de defensie-uitgaven van de Europese NAVO-landen en de eventuele vrijstelling van de heffingen. De VS vinden dat die Europese defensie-uitgaven omhoog moeten naar 2% van het Nationaal Inkomen. Die bestedingsnorm is in de NAVO inderdaad afgesproken, maar geldt pas per 2024 en het is onduidelijk of Trump dat jaartal nu ineens naar voren wil halen.
Nog los daarvan zal het streefpercentage in veel landen, ondanks goede voornemens, niet haalbaar zijn en is de koppeling omstreden omdat er landen zijn (Griekenland) die de 2% wel halen maar ‘niets’ doen en landen die de norm niet halen (bijvoorbeeld Nederland) maar wel aan vredesoperaties en verdediging van bijvoorbeeld de Baltische landen meedoen. Vooral in Duitsland is de koppeling handel-defensie erg slechts ontvangen en als het zoveelste bewijs dat Trump iets tegen Berlijn (of Merkel?) heeft. Duitsland doet het economisch heel goed, geeft elk jaar heel braaf fors meer aan defensie uit, maar het Nationaal Inkomen groeit iets harder dan de defensieuitgaven dus percentagegewijs dalen het defensiebudget zelfs geleidelijk (nu 1.2%).
De linkage, zoals dat in jargon heet, van handelstarieven aan defensie-uitgaven speelt EU-landen (van wie een deel trouwens geen NAVO-lid is, dus niet gebonden aan een door Washington gedicteerde defensienorm) dus ook uit elkaar, en maakt het woord ‘handelsoorlog’ dubbel relevant.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.