De crisis drijft de Grieken tot wanhoop; zelfs kinderen worden ter overname aangeboden. En het zelfmoordcijfer is verdubbeld.
Het vliegtuig naar Thessaloniki is zo goed als leeg. Goed, het is februari. Maar hoeveel kostte dit ticket in totaal? Vijftien euro vanaf ‘Brussels South’. Wat bezielt Ryanair om een handvol mensen voor een habbekrats dit hele eind te vervoeren?
Bij aankomst wordt dat duidelijk. Een gedeelte van de vertrekhal is gereserveerd voor Ryanair. Daar staat het mudvol jonge Grieken. Ze zien er goed verzorgd uit en ze overschrijden stuk voor stuk de regels voor de maximaal toegestane handbagage. Die zien we hier voorlopig niet meer terug. Sinds de crisis hebben al duizenden jonge Grieken hun land verlaten. Van Oslo tot München zitten de souvlaki-shops vol academici, koortsachtig speurend naar vacatures op hun laptop.
De bus van vliegveld naar stad kreunt en kraakt vervaarlijk. Buiten staan gigantische billboards waaraan alleen nog repen papier van oude reclames hangen. Er komt regen door de raampjes naar binnen. De Griekse passagiers klagen steen en been. Al dat oude materiaal, wanneer doet de burgemeester dáár eens iets aan? Ineens zwenkt de bus naar rechts, de hoofdweg af, de busremise in. De chauffeur zet een sombere stem op: er is een technisch probleem. Willen we alstublieft uitstappen? Consternatie alom. Direct komt er een andere, veel mooiere bus aangereden. We mogen weer instappen. Laten we niet meteen conclusies trekken.
Onze Picasso
Thessaloniki is de tweede stad van Griekenland. De crisis is er alomtegenwoordig: lege winkels, emigratie en een werkloosheid van 25 procent. Overal in de stad hangen plakkaten. Te koop, te huur, te koop, te huur. Een gemeubileerde studio van 35 vierkante meter met zeezicht: 130 euro per maand. Dat is nieuw: een paar weken geleden was de ondergrens nog tweehonderd euro.
Het vermaarde archeologisch museum van Thessaloniki is dicht dit weekend. Sinds de Griekse staat de weekenddiensten in de culturele sector niet meer betaalt, wordt er op zaterdagen en zondagen gestaakt. Wél open is een tot museum omgebouwde Turkse moskee. Een elegante oudere dame zit in haar eentje achter de balie, weggestoken in een lange bontjas. ‘Wat zeggen ze in Nederland over ons?’ vraagt ze. ‘Wat denkt u dat er moet gebeuren?’ Ze zit hier de hele zondag te kleumen naast een gebrekkig straalkacheltje. ‘Ze staken zelfs op de Akropolis,’ zucht de dame. ‘Ik zit hier vandaag ook voor nop. Van tien tot zes. Maar aan staken doe ik niet. Voor de burgemeester zou ik zelfs de hele week gratis werken. Heeft u van hem gehoord? Hij is van een beroemde wijnfamilie, Boutaris. En bovendien: het is belangrijk dat ik hier zit. Kijk maar wat er met onze Picasso gebeurd is.’
Dat stond vandaag in de krant: het Atheense museum voor moderne kunst wordt ’s nachts slechts door één of twee man bewaakt. Er is geen geld voor meer personeel. Gisternacht zijn er drie schilderijen gestolen, waaronder het enige werk van Picasso dat in Griekenland hing. Opgedragen aan het Griekse volk door de meester zelf, vanwege het moedige Griekse verzet tegen de fascisten. Onze Picasso. Dat er ook een werk van Mondriaan gestolen is, kan de dame minder schelen.
Voormalig alcoholicus
’s Avonds ga ik uit eten met een correspondent van een Engelse krant. De ober raadt ons een koppige rode wijn aan. ‘We drinken hier sinds kort alleen nog maar Boutari van onze Yiannis,’ glimlacht hij. ‘Op zijn gezondheid!’
Yiannis Boutaris, sinds januari 2011 burgemeester van Thessaloniki, is het lichtend voorbeeld in bange Griekse dagen. Op zijn achtenzestigste droeg hij zijn wijnimperium aan zijn kinderen over en stortte zich in de politiek. Met een voor Griekenland geheel verfrissend imago. Want Boutaris fietst, heeft twee tatoeages (één van een eenhoorn, om zijn overleden vrouw te eren, en één van een hagedis om zijn nieuwe vrijheid te vieren), is Janis Joplin-fan en voormalig alcoholicus – naar eigen zeggen staat hij sinds twaalf jaar droog. Toen de aartsbisschop hem tijdens de verkiezingscampagne toelispelde dat hij er persoonlijk voor zou zorgen dat hij nooit de binnenkant van het stadhuis te zien zou krijgen, stonden er toevallig een journalist en een geluidsman in de buurt. Boutaris werd verkozen en, alweer een noviteit, liet de gemeentelijke ambtenarij doorlichten door een auditbureau. Twintig procent van de ambtenaren bleek niet of nauwelijks te werken. Sommigen werden ontslagen. Anderen doen nu zinvoller werk. Als de voortekenen niet bedriegen, blijft de stad voor het eerst sinds mensenheugenis binnen het eigen budget.

Na het diner lopen mijn tafelgenoot en ik door de verlaten stad en zien ineens een koperen letter op straat liggen. Een Griekse epsilon. Als je die een kwartslag draait, wordt het een W, toevallig de letter waarmee de naam van de correspondent begint. Tevreden stopt hij de letter in zijn zak. Dan zien we dat de letter oorspronkelijk op een glazen pui van een damesschoenenwinkel prijkte. Het was de ‘E’ van ‘Eisodos’ – ingang. ‘Ach,’ zegt hij, ‘het kan geen kwaad ’m mee te nemen, toch? De winkel is zo te zien toch op de fles.’
Eindelijk bewoonbaar
Thessaloniki mag dan een grote stad zijn, vanuit de haven vertrekt er welgeteld één krakkemikkige veerboot per week richting de Griekse eilanden. De Taxiarchis is eigenlijk niet meer dan een grote laadbak, halfvol met Duitse trucks. De chauffeurs, voornamelijk József Kiprich-achtige Hongaren, zitten zwijgend de zestien uur tot Lesbos uit. De twintig uur tot Chios. De vierentwintig uur tot Samos. Zwijgend en koffie slurpend.
Zelf reis ik vandaag naar Samos. Na een half leven in Griekenland te hebben doorgebracht (ik studeerde in Athene, werkte als reisgids op verschillende eilanden en was tien jaar getrouwd met een Griekse) kocht ik daar twee huizen. Of liever: ruïnes, van het soort dat voor een paar duizend euro van de hand gaat. Na vijf jaar renovatie waren ze eindelijk bewoonbaar. Elke zomer zet ik mijn huizen te huur. In de winter is het tijd voor inspectie en, waar nodig, onderhoudswerk. Daarvoor heb ik Sultan, een Afghaan van een jaar of achtentwintig. Of Sultan zijn echte naam is, weet niemand maar feit is dat hij de beste klusjesman van het eiland is.
Als de Grieken gaan lunchen, laten we zeggen van een tot vier uur, werkt hij al die tijd gewoon door. Sultan heeft dan ook weinig keus: drie jaar geleden arriveerde hij op Samos in een rubberboot vol vluchtelingen die vanuit Turkije de oversteek waagden. Het bekende verhaal: zijn spaargeld ging op aan de reis en zijn papieren bleken bij aankomst ‘zoek’. De asielprocedure is na drie jaar nog niet veel opgeschoten. Volgens de Griekse wetgeving mag hij hangende de procedure niet werken en moet hij blij zijn met zijn dagelijkse bord voer in het asielzoekerscentrum. Sultan wist wel beter en voegde zich al snel bij de ‘Groep van 7’ – de groep mannen die elke ochtend om zeven uur op het centrale plein in Samos-stad staat te wachten op werk. Een klus waar je een dag mee bezig bent, brengt zo’n vijfentwintig euro op. Een jaar of tien geleden waren het de Grieken die Albanese dagloners oppikten. Nu zijn het de Albanezen die Afghanen oppikken. De Grieken beklagen zich erover, maar de autoriteiten knijpen een oogje toe.
Messteken en glasscherven
Sultan klinkt wat afwerend aan de telefoon. Hij heeft er niet zo veel zin in. Ik dring aan, want als iemand de klus kan klaren, is hij het. Maar Sultan onderbreekt me en zegt: ‘Weet je dan niet dat ik wegga?’ Naar Amerika, neem ik aan. Zijn grote droom. Maar nee, Sultan gaat terug. Naar Afghanistan. Hij is het beu nog langer op zijn papieren te wachten. Zolang hij die niet heeft, mag hij het eiland niet af. Niet dat het in Athene beter is. Ik heb zeker wel gelezen hoe de immigranten daar regelmatig bij razzia’s worden opgepakt, geschopt en geslagen en bij de grens met Bulgarije uit de bus worden gekieperd? Amnesty International, de Verenigde Naties, ze schrijven allemaal al jaren lijvige rapporten over de slechte behandeling van asielzoekers en illegale immigranten in Griekenland. Sinds de crisis is het alleen maar erger geworden. Berucht is het voorbeeld van een Afghaanse alleenstaande moeder die dag na dag stenen door haar glazen deur kreeg, waarna onbekenden gas naar binnen spoten. Human Rights Watch rapporteerde over groepen mannen met maskers en kappen op die razzia’s houden in de immigrantenwijken van Athene. In 2011 werden er na een dergelijke actie vijfentwintig gewonden geteld – als gevolg van messteken en glasscherven. De politie stond erbij en keek ernaar.
Nu de crisis ook Samos bereikt heeft, is de politie op het eiland ronduit vijandig. Wie hier het asielzoekerscentrum verlaat, kan maar beter bewapend zijn. Dan liever terug naar Afghanistan, zegt Sultan. ‘Je kunt mijn brommertje overnemen. Tweehonderd euro.’
Het is stil in Athene. Op de pleinen hoor je zelfs de vogeltjes fluiten
Skypen
Het was nog niet eerder voorgekomen dat een van mijn huizen een hele winter bewoond is. Maar sinds afgelopen november woont Iraklis in het kleinste van de twee. Hij kwam in mijn leven via een telefoontje van een bevriende cafébaas: ‘Er zit hier een man naast me die een huis zoekt. Hij kan je driehonderd euro betalen. Voor de komende twee maanden.’ Dat klonk als goed nieuws. Als de huizen op Samos in de winter niet warm gehouden worden, vallen ze ten prooi aan de hoge vochtigheid. De boeken krullen op, de muren tranen en het hele huis begint te kraken van de reuma.
Op het moment dat ik Iraklis voor het eerst zie, weet ik het al: naar die driehonderd euro kan ik fluiten. Hoe oud is hij? Veertig, vijftig? Moeilijk te schatten. Zijn lange, zwartgrijze haar hangt in slierten voor een rimpelig gezicht. Waar leeft hij van? In het zomerseizoen werkt hij als ober in de El Greco, een goed draaiende toeristentaverna. In de winter is hij werkeloos. Zijn uitkering is in oktober stopgezet, en zijn huis is hij kwijt. In het café geven ze hem dagelijks een bord eten en een half litertje retsina. Als tegenprestatie doet hij de afwas. Of maakt hij de afzuigkap schoon. Lijkt het maar zo of durft hij me nauwelijks aan te kijken? Als hij dat uiteindelijk doet, is zijn blik alleszeggend: laat me blijven, als het mag. Natuurlijk mag het. Want wat moet hij anders? In de auto van de cafébaas gaan slapen, zoals hij eerder deed, soms zelfs bij twee graden onder nul? Iraklis is blut. En al was hij loodgieter, timmerman of elektricien, dan zou hij nog blut zijn. Waar is er nog werk? De laatste vaklui die er zijn in het dorp zitten elke dag te skypen met hun neven in Dortmund en ‘Frankfourti’.

Later die dag zie ik hoe Iraklis leeft in mijn huis. De keuken en de badkamer liggen er onaangeroerd bij. Hij gebruikt alleen de slaapkamer en een wastafel. Er staan twee koffers en een weekendtas in de hal. Zijn hele hebben en houwen, zo te zien. Die avond tillen we samen de televisie zijn slaapkamer in. ‘Geef hem wat te doen,’ zeggen ze in het café. ‘Iraklis voelt zich slecht over de situatie. En van de hele dag in het café zitten, wordt hij ook niet vrolijker.’
Dus geef ik hem een grote klus: orde brengen in een totaal verwilderde tuin. Prima, zegt Iraklis direct. Hij struint door het metershoge gras en trekt alles er met zijn blote handen uit. Na een dag hard werken eten we een groot bord spaghetti en praten over onze families. Al snel komt zijn verhaal naar boven. ‘Wist je niet dat ik getrouwd ben? Met een Duitse. Die had een internetbedrijfje. Dat verdiende lekker. Nou zit ze in Augsburg. Met ons kind.’
Ik wacht op meer details, maar Iraklis doet er het zwijgen toe. ‘En nu?’ vraag ik na een tijdje. Hij heft zijn handen ten hemel, en zegt: ‘Eèèh.’ Dat betekent iets tussen ‘we zullen wel zien’ en ‘ik heb bij God geen idee’ in. We spreken af dat ik hem voor de tuinklus zal betalen in de vorm van een vliegticket naar Beieren. Wil hij een enkeltje of een retour? Iraklis rommelt lang met zijn lege pakje sigaretten, legt zijn hand op mijn arm en zegt: ‘Ela, vriend. De Marlboro’s zijn op. Gaan we even nieuwe halen?
‘Een enkeltje of een retourtje?’ herhaal ik. ‘Een enkeltje liefst.’
Ideale bestemming
Half maart neem ik de boot naar Athene. Daar moest ik echt eens komen kijken, hadden vrienden die daar wonen gezegd. Ze schetsten het beeld van een stad op de rand van de afgrond. Athene is stil geworden, is het eerste wat me na aankomst opvalt. Er is veel minder verkeer op straat. Op de pleinen hoor je zelfs de vogeltjes fluiten. Een handvol uitgebrande bioscopen en bankgebouwen getuigen van de meest recente rellen, die volgden op het besluit van het Griekse parlement om het minimumloon tot 580 euro bruto per maand te verlagen.
Je zou kunnen stellen dat Athene momenteel de ideale bestemming is voor een korte vakantie. Het is mooi lenteweer. Mijn hotel aan zee is redelijk comfortabel en kost 25 euro per nacht. Overal in het centrum kun je shoppen tegen bodemprijzen. De taxichauffeurs zijn bereidwilliger dan ooit, ja haast beleefd. Je zou ook kunnen stellen dat de Atheense toeristensector alles uit de kast moet halen om te overleven.
Tijdens de lunch slaat het lenteweer ineens om. Het wordt donker, heel donker. Er barst een hagelbui los die zelfs de Pakistaanse parapluverkopers van het plein jaagt. Alleen de kranten blijven gewoon onder de markiezen van de kiosk hangen. De koppen van vandaag laten harde cijfers zien: bijna veertig procent van de Atheense winkelhouders hebben de rolluiken permanent naar beneden gedaan, en de werkloosheid heeft zojuist de kaap van 21 procent genomen. Nog een paar dagen en er zal bekend worden of de Griekse regering haar ‘haircut’ krijgt: daarvoor moet ze genoeg schuldeisers vinden die vrijwillig het grootste deel van hun vorderingen op de Griekse staat kwijt willen schelden. Het gaat om meer dan tweehonderd miljard euro. Lukt dat niet, dan kunnen de Grieken fluiten naar de volgende lening van 130 miljard euro, en gaat het land mogelijk in een paar weken failliet.
Tovenaar
Ondanks de lage kamerprijs blijk ik de enige gast in het hotel te zijn. De eigenaar heet Paschalis en biedt me een kop koffie aan met een plak cake. Paschalis is een grote, kale man van een jaar of vijfenvijftig. Hij heeft op de grote vaart gezeten en werkte daarna vijf jaar in een Grieks restaurant in Nijmegen. Wat een fout was het, zegt hij, om dit hotel hier te beginnen. Goed, het ligt tegenover een mooi strand, je hoeft alleen maar de weg over te steken. Maar wie boekt er vandaag de dag een strandvakantie in Athene?
Samen kijken we naar het nieuws op televisie. De minister van Binnenlandse Zaken wordt gekapitteld over de steeds hogere prijzen voor stookolie. Hij ritselt wat met zijn papieren en komt uiteindelijk met het antwoord dat het nu lente is. Volgende item: de vele kapotte stoplichten in Athene. Derdewereldtoestanden, meldt de presentator. De verantwoordelijke ambtenaar begint steeds harder te schreeuwen dat het zijn schuld niet is: ‘Kan ik er wat aan doen? Ik ben toch geen tovenaar!’
Goeroes, helers en gebedsgenezers – booming business in bange dagen
Wat de meeste aandacht trekt zijn de toestanden rond de Griekse zanger nummer één, Giorgos Dalaras. De avond ervoor kreeg hij tijdens een benefietconcert voor daklozen van alles over zich heen: verwensingen, flessen water, koffie en yoghurt. En dat omdat zijn vrouw Anna staatssecretaris van Werkgelegenheid is geweest in de regering van George Papandreou, die – terecht of niet – door de meeste Grieken hoofdverantwoordelijk wordt gehouden voor de omvang van de crisis. Ook verklaarde Dalaras recentelijk in een interview dat hij niets moet hebben van de bezuinigingspakketten, maar dat er geen andere oplossing is voor Griekenland. Een amateuropname toont een onaangedane zanger die tussen de bekogelingen door nog tijd heeft voor een grapje: ‘Niet met yoghurt gooien jongens! De regering verkoopt het allemaal door!’
Paschalis vraagt of we nu voetbal kunnen gaan kijken. Er is Champions League vanavond.
Peetvaders van de nacht
De volgende ochtend rijdt een vriendin die vlak bij het hotel woont me naar het centrum. We nemen de kustweg, waar de ene nachtclub na de andere zijn best doet om de aandacht te trekken. De Lido, de Sexy, de Frangelico… kitscherige bouwsels, billboards met halfnaakte, blonde meisjes erop. Of ik weet van wie al die clubs hier zijn, vraagt mijn vriendin. ‘Van de kerk. De Grieks-orthodoxe staatskerk, ja. Als jij een avond naar een topless-show wilt, betaal je de clubeigenaar, die op zijn beurt een fikse huur betaalt aan de kerk. Want de priesters verpachten de grond aan de peetvaders van de nacht. En dat is nog maar het topje van de ijsberg. De kerk bezit hele lappen Griekenland. De duurste stukken Athene bijvoorbeeld, rond de heuvel Lycabettus. En het meest trieste van alles is dat het tot nu toe geen enkele regering gelukt is om de kerk een onroerendgoedbelasting op te leggen.’
In een adem door begint ze over haar salaris. Weet ik hoeveel ze tegenwoordig per maand verdient? Vijf-honderd-drie-en-veertig euro. En weet ik hoeveel dat vorig jaar was? Zes-tien-hon-derd! Officieel is ze er dertig procent op achteruit gegaan. Maar wat de staat er niet bij vertelt, is dat ook de bonussen vervallen, en dat er retroactief in salarissen wordt gesneden. Dus krijgt ze deze maand een pak minder betaald, omdat er over de voorgaande acht maanden nog loon moet worden ingeleverd.
Haar oudere broer heeft een eigen timmerbedrijf met een half dozijn werknemers. Hij is recentelijk door de Griekse sociale zekerheidsinstelling IKA aangeslagen over de afgelopen vier, vijf jaar. Hem werd verteld dat hij nog 54.000 euro moet ophoesten. Die heeft hij niet. ‘En nu zit hij ’s avonds te chatten met Finse meisjes, in de hoop dat eentje hem “adopteert”.’
Braindrain
Mijn vriendin zet me af in de buurt bij het Syntagmaplein, het ‘Plein van de Grondwet’, waar de Griekse vestiging van SOS Kinderdorpen haar onderkomen heeft. Ik ben te gast bij Anna Katsouli, coördinator voor Athene, een bedachtzame, vriendelijke vrouw van in de vijftig. Ze valt met de deur in huis: ze is dringend op zoek naar moeders. Liefst tussen de dertig en de vijfenveertig. Vrouwen die zelf kinderen hebben, maar die er een of twee bij kunnen nemen. Ze zijn steeds harder nodig, want het aantal kinderen dat hulp nodig heeft, verdubbelt elk jaar. Kinderen voor wie de ouders geen plaats meer hebben. ‘De meest brandende reden waarom ouders bij ons aankloppen, is geld,’ zegt Anna. ‘In 2011 telden we driehonderd gevallen in Athene alleen.’
Even stokt ze en dan zegt ze: ‘Ik wil wel heel duidelijk stellen dat we het hier niet hebben over ouders die hun kinderen bij kloosters achterlaten, of op school. Daar hebben wij geen cijfers over.’ Dergelijke gevallen halen de Griekse media steeds vaker. Aanvankelijk was de berichtgeving discreet, maar eerder dit jaar werd in een Oprah-achtige talkshow een briefje getoond dat een meisje van vier mee naar de kleuterschool had genomen: ‘Ik kan zo niet meer leven, ik heb niets meer. Maar helpt u tenminste mijn kind. Alstublieft.’ De juf kon het briefje niet missen; het zat op de jas van het meisje gespeld.

SOS Kinderdorpen moet het hebben van vrouwen die economisch onafhankelijk zijn. Maar die vind je bijna niet meer. Ze verdienen minder. Ze raken hun baan kwijt. Of ze emigreren. Want ze hebben allemaal twee of drie masterdiploma’s, en daarmee kunnen ze niets. Griekenland kende altijd al hoge emigratiecijfers. Dat ging doorgaans om mensen zonder diploma’s, die onder aan de arbeidsmarkt zaten. Vandaag de dag gebeurt het omgekeerde: braindrain. ‘Het is tragisch,’ zegt Anna. ‘Want we moeten veranderen. Eigenlijk moet alles veranderen. Maar hoe? En wie gaat het doen? Het Griekse volk is nog steeds niet volwassen genoeg om te beseffen dat als we uit deze put willen raken, we ons er zelf uit moeten werken. Wie neemt ons straks bij de hand, als er een systeem ten grave moet worden gedragen dat de beste mensen uitstoot?’
Burberry-sjaal
Kolonaki, de duurste buurt van Athene, lijkt een prima plek om de crisis even te vergeten. Hier zitten de terrassen vol met chic volk, hier trippelen de hoogste hakken ten oosten van Milaan voorbij. Typische conversatie tussen twee serveersters: ‘Hij draagt geen ring.’ ‘Koest, Soula, die is voor mij.’ Bastion Kolonaki houdt stand, voorlopig.
Of vergis ik me? Een oudere heer gaat de terrastafeltjes langs, een directeurstype met verzorgd grijs haar en een Burberry-sjaal om. Hij houdt een volle plastic tas omhoog en zegt steeds hetzelfde: ‘Hier is het Nationaal Instituut voor de Werkloosheid. Vijftig cent voor een pakje zakdoeken alstublieft.’ Hij doet goede zaken.
Er ligt een langwerpig stickertje op mijn tafel, van het soort dat slotenmakers en loodgieters hier op je deur plakken. Normaal staat er dan: ‘Ik ontstop pijpleidingen.’ Of: ‘Derde sleutelkopie gratis.’ Maar op dit stickertje staat: ‘Ik doe oraal en anaal. 15 euro. Dolly.’ De ober heeft haar gezien, vanochtend vroeg, toen ze de terrassen afliep met een lading stickertjes in de hand. Dolly. Een heel gewone Griekse, zo op het oog, zegt de ober. ‘Op het Omonia-plein staan de Afrikaanse meisjes zichzelf nu voor vijftien euro te verkopen. Per twee wel te verstaan. En nu dit.’
Bij het afrekenen houdt de ober mijn briefje van vijf euro tegen het licht. ‘Worden die nou ook al gecontroleerd?’ laat ik me ontvallen. ‘Nou en of,’ zegt hij ernstig. ‘Die van vijf worden het vaakst vervalst.’ Terug in het hotel serveert Paschalis een glaasje metaxa bij de koffie. Hoe gaat het in Nederland? Weet ik misschien ergens een zaak om over te nemen? En kom ik wel eens in Oslo? Hij heeft gehoord dat er daar bijna geen Griekse restaurants zijn. Misschien is dat iets? Ken ik toevallig iemand daar?
Jan Kees de Jager is vandaag het hoofditem in het televisiejournaal. Hij heeft verklaard dat hij er nog allerminst zeker van is dat er genoeg privé-investeerders achter de ‘haircut’ zullen staan. De nieuwslezer voegt eraan toe dat Nederland ook moet bezuinigen en dat het lang niet zeker is dat Nederland zich zal houden aan de Europese afspraak om het begrotingstekort niet boven de drie procent te laten oplopen. Een panel van financiële journalisten zit er verbolgen bij: ‘We hebben het hier over een land dat ons met hel en verdoemenis heeft gedreigd als we in 2014 de drie procent met ook maar het kleinste verschil overschrijden!’ De discussieleider brengt naar voren dat Nederland niet te hard wil bezuinigen om het consumentenvertrouwen op peil te houden. Het panel ontploft zowat: ‘En hier dan? Wat doet Europa met ons consumentenvertrouwen?’
Uitstel van executie
De ontbijtruimte van het hotel is leeg. Ook Paschalis is verdwenen. Terwijl ik koffie maak, kijk ik naar het ochtendnieuws. De ‘haircut’ is erdoor, maar liefst 85 procent van de investeerders neemt het verlies op hun vorderingen. De Europese leiders zien er opgelucht uit. Van Rompuy verklaart dat het ergste voorbij is, Sarkozy zegt zelfs dat dit de redding van Griekenland betekent. Het panel van financiële journalisten zit met glazige ogen bij elkaar. Werkelijk, zijn we nu gered? Een specialist in openbare financiën brengt duidelijkheid: dit is uitstel van executie. Het ergste moet nog komen. Als we in de toekomst de productie niet aan de gang krijgen, kunnen we net zo goed een hek om het land zetten en er een pretpark voor Chinese families van maken. Als om dat te bevestigen, komt het bericht binnen dat de werkloosheid onder jongeren tussen de vijftien en vierentwintig is gestegen is tot 51,5 procent.
Wanneer ik later die ochtend een krant doorblader, verbaast het me hoeveel advertenties ik tegenkom van allerlei soorten goeroes, helers en gebedsgenezers. Booming business in bange dagen, zo lijkt het. Ik besluit er één te bellen die kantoor houdt in een goede buurt. Zijn naam is Kostas, en het eerste uur is gratis.
Kostas draagt geen oranje jurk of kraalkettingen, Kostas is een tweeënzestigjarige orthopedische chirurg met een onopvallend uiterlijk. De luxueuze kliniek waar we afspreken, is van hem. Stipt om negen uur ’s avonds leidt hij me een kamertje binnen. Overdag wordt het gebruikt voor fysiotherapie, zegt hij wat besmuikt. Ik mag gaan liggen. Horloge afdoen graag, portemonnee en mobieltje op een stoel. En kan ik die rode trui uitdoen? Hij heeft liever geen rode of zwarte kleren. Het eerste deel van de sessie wordt besteed aan het uitbannen van de negativiteit. Kostas beweegt zijn handen vlak over mijn lichaam en fluistert onbegrijpelijke formules. Af en toe drukt hij op mijn schouders of mijn bovenbenen. Ik dwing mezelf om te ontspannen. Dat lukt erg goed – als de sessie voorbij is, moet Kostas me wakker maken.
Kostas accepteert een glas wijn om de hoek. Want ook hij wil zijn verhaal kwijt. De Grieken zijn schuldig aan de crisis, zegt hij. De Grieken declareren tweeduizend olijven als het er in werkelijkheid tweehonderd zijn. De Grieken moeten veranderen. ‘Ik heb het over sociaal weefsel. Een gemeenschapsgevoel. Dingen doen zonder direct persoonlijk gewin. Dát moeten wij hier leren. Als je in Stockholm een patiënt opereert en het gaat goed, dan is hij je dankbaar. Dan vertelt hij zijn vrienden erover. Hier in Griekenland houdt de patiënt de dokter voor zichzelf.’
Zomercursus healing
Zijn kliniek dreef tot voor kort op orthopedische ingrepen en fysiotherapie. ‘Ik behandel tegenwoordig de helft van de mensen gratis. Wat doe je met een werkloze moeder die niet meer rechtop kan staan van de pijn? Het hele stelsel ligt plat – zelfs als je recht hebt op vergoeding krijg je die niet altijd, omdat de sociale verzekeringskas bijna leeg is. Er zijn ontelbaar veel dokters in Athene die voor niets werken. Ik help zelf ook mee bij gratis inentingsacties voor kinderen. De eed van Hippocrates in optima forma. Apothekers betalen uit eigen zak het verschil bij. De klinieken die hier door Dokters van de Wereld zijn opgezet voor illegalen zitten nu vol Grieken.’
Kostas volgde een zomercursus healing. Dat deed hij niet zomaar. Hij had al vaker gehoord dat hij ‘warme handen’ had. Sinds de zomer biedt hij een pakket aan van tien sessies. Als het goed is, verdrijft dat je negatieve gevoelens en stelt het je open voor hoop. Optimisme. Kracht om de strijd aan te gaan met het dagelijkse Atheense leven.
‘Heb je de laatste zelfmoordcijfers gezien?’ vraagt Kostas. ‘Ook dat is niet langer een taboe!’
Voordat de crisis toesloeg had Griekenland het laagste aantal zelfmoorden in Europa: jaarlijks achtentwintig per een miljoen inwoners. Dat cijfer ligt inmiddels twee keer zo hoog, terwijl geen ander Europees land een dergelijke stijging laat zien. Voorheen weigerde de Griekse kerk in principe een begrafenis in geval van zelfmoord. Dan moest de familie zelf op zoek naar een doodgraver en een vrij hoekje op het kerkhof. Maar veel priesters komen daar nu van terug. Ze moeten wel.
En toch heeft Kostas hoop. Er zijn tekenen van solidariteit. De mensen met weinig geld geven gul aan de mensen die níéts meer hebben. In bijna alle supermarkten loopt er een ‘mandenactie’. Als klant koop je een pak macaroni extra en legt dat in de mand naast de kassa. De opbrengt wordt via de kerk verdeeld onder de meest behoeftigen. Ook voor ongebruikte medicijnen is een inzamelingsactie opgezet. Het is een groot succes. ‘Als een Griek geconfronteerd wordt met problemen, gaat er een creatief lampje branden,’ zegt Kostas. ‘Dat zit ons in het DNA. Nu gaat het erom juist die creativiteit te vangen. Om dat vermogen tot improviseren goed te kanaliseren. Te positiveren. Soms denk ik wel eens: waarom stuurt de EU ons al die financiële specialisten? Wat wij nodig hebben, dat is een vliegtuig vol psychologen. Nationale therapie, elke avond primetime.’
Kalashnikov
Samos, een paar weken later. Op de haventerrassen zit iedereen aan de breedbeeldtelevisies gekluisterd. Vanochtend heeft de zevenenzeventigjarige ex-apotheker Dimitris Christoulas zichzelf een kogel door zijn hoofd geschoten, midden op het drukke Syntagmaplein in Athene. Een nagelaten brief windt er geen doekjes om. Hij beschuldigt de Griekse regering ervan dat hij na de verlaging van zijn pensioen geen mogelijkheid meer had om op een waardige manier te leven. ‘En omdat mijn hoge leeftijd het mij belet om tot actie over te gaan (maar als een ander naar een Kalashnikov zou grijpen, zou ik achter hem staan), zie ik geen andere oplossing dan dit waardige einde aan mijn leven, zonder dat ik in vuilnisbakken hoef te vissen voor mijn levensonderhoud.’
Diezelfde avond is er een wake op het Syntagmaplein. Ruim duizend sympathisanten brengen bloemen en kaarsen mee. De avond erna zoekt een groep betogers de confrontatie met de politie. ‘Moordenaars! Moordenaars!’ wordt er gescandeerd.
Via Facebook en Twitter wordt opgeroepen om ook de volgende avonden te blijven komen. ‘We mogen niet wennen aan de dood. Al helemaal niet op het Plein van de Grondwet.’
Zie vn.nl/griekenland voor meer informatie
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.