Een getrainde sixpack is voor watjes, vindt Esma Linnemann. ‘Ik wil een lijf dat wordt bestuurd door een gezonde, vindingrijke geest.’ En die geest train je niet in de sportschool.
In het tweede seizoen van het BNN-programma Sophie in de kreukels onderzoekt presentatrice Sophie Hilbrand het mannelijke schoonheidsideaal. Want hoe denken mannen over hun uiterlijk? Verrassing! Ook mannen willen jong en strak blijven.
Afgelopen maandag werd de blik gericht op het lijf. Hilbrand interviewde vooral bekende Nederlanders, die vertelden hoe onzeker ze waren over hun buik, hoe schuldig ze zich voelden als ze niet naar de sportschool gingen, en hoeveel druk eruit gaat van de perfecte plaatjes op Instagram. Daarom drinken de mannen proteineshakes, en frequenteren ze de sportschool. Dj Mattie Valk en Filemon Wesselink verklapten daarbij dat ze botox zullen inzetten in de strijd tegen ouderdom.
In de kreukels schetst een dystopisch beeld van de man, ik heb er minstens twee uur van wakker gelegen. Als dit de trend is, zijn dit soort mannen straks nog erger dan de meest leeghoofdige fitgirls: met een selfiestick in de ene hand, en een verse shake in de ander komen de sixpack-mannen al Instagrammend de dag door, elke ongewilde plooi daarbij weggetraind of platgespoten.
Is de drie uur trainende gladjanus vooral een Randstedelijk verschijnsel?
Nou kun je je afvragen hoe representatief de geportretteerde mannen in Sophie in de kreukels werkelijk zijn. Wat was er gebeurd als Sophie Hilbrand naar de faculteit werktuigbouwkunde van de Universiteit Delft was getogen, om de mannen dáár te vragen naar hun lijf? Hoe denken mannelijke medewerkers van de Amsterdamse Botanische tuin, of bestuursleden van hightechbedrijf ASML over sixpacks en botox? Ook: hoe is het in Oldenzaal, of in St. Anna Parochie gesteld met de mannelijke zucht naar fysieke perfectie? Is de drie uur trainende gladjanus vooral een Randstedelijk verschijnsel?
Desalniettemin baart In de kreukels mij zorgen, al is het maar omdat het dat pijnlijk strookt met mijn eigen omgeving. Ik zie in mijn Albert Heijn in Amsterdam-Noord weldenkende mannen met brede torso’s en gladde voorhoofden door de supermarkt paraderen, op zoek naar kokosvet of een ander peperduur foodie-ingrediënt. Vooral het sportlijf is alomtegenwoordig. Misschien is het optisch bedrog, maar het lijkt alsof het hoofd krimpt als de spierbundels uitdijen. Een kennis bouwde zichzelf om tot bodybuilder, in de hoop zijn kansen bij de vrouwen te vergoten. Het was geen gezicht, een kwetsbaar, Woody Allen-achtig koppie op het lijf van een jonge Arnold Schwarzenegger. Hij zag er ook uit alsof hij geestelijk iets had moeten inleveren. Dat kan niet anders, want al zijn tijd besteedde hij nu aan trainen en het volgen van het juiste dieet.
Ik gruwel van die gladde, gespierde lijven. Ze roepen de associatie op met honderden kostbare uren die niet zijn gestopt in vioolles, in Russische literatuur of het begrijpen van financiële crisis van Griekenland. Die uren zijn ook niet geïnvesteerd in bezoekjes aan oma, of taalles aan vluchtelingen. Een man met een strakke sixpack heeft maar een ding voor ogen met zijn vrije tijd: alles op alles zetten om te voldoen aan een schoonheidsideaal.
Een getrainde sixpack zie ik daarnaast als een kinderlijke poging om sterfelijkheid, en alle levensvragen die daarbij komen kijken, weg te trainen. Je kunt de naderende dood niet wegtrainen, evenmin als dat je sterfelijkheid kunt oplossen met een peperduur orthomoleculair kookboek. Iedereen wordt ouder, de meeste van ons worden ziek, en als we ziek worden, is dat vaak niet onze eigen schuld; het is de wrede consequentie van het leven zelf. Dat leven moet desalniettemin ten volste worden geleid. Je kunt je afvragen in hoeverre de mannen uit Sophie in de kreukels daar nog tijd voor hebt als ze halve dagen gedachteloos slijten op de crosstrainer, al kauwend op vitaminepreparaten. Hoeveel ruimte is er bovendien nog voor een originele gedachte, als denkplooien worden afgestraft met botox?
Hoeveel ruimte is er bovendien nog voor een originele gedachte, als denkplooien worden afgestraft met botox?
Grote denkers Albert Camus en Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir – allemaal overleden, want zo gaat dat met mensen – liepen niet weg voor de dood. Ze discussieerden met elkaar, en dat deden ze niet op fitnessapparaten in fel verlichte sportscholen, maar in rokerige cafés. Om precies te zijn: de Parijse Bec-de-Gaz bar, alwaar de existentialisten gezamenlijk abrikozencocktails naar achteren werkten en zich afvroegen wat een oprecht, authentiek leven is.
Inmiddels weten we dat fysieke inspanning gezond is voor de geest, en dat bovengenoemde filosofen er misschien goed aan hadden gedaan om minder abrikozencocktails te drinken, en meer aan beweging te doen. Aan de beste universiteit van de wereld, Oxford, heb ik gezien dat PHD-studenten elke ochtend om zes uur opstonden om de eerste paar uur van de academische dag te joggen of roeien. Sporten leidt tot betere prestaties, en tot meer creativiteit. Ook ik heb Waar ik over praat als ik over hardlopen praat van de Japanse bestsellerschrijver Haruki Murakami in de kast staan, alhoewel ik het zijn saaiste boek vond. Sporten (en gezond eten) is heus goed. Maar het lijf moet in dienst staan van de geest, anders is elke sportexercitie in mijn ogen zinloos.
Van de sixpackmannen in strak T-shirt met V-hals wordt gezegd dat ze ‘vrouwelijk zijn’, omdat ze ook nog eens crèmes op hun wangen smeren aan de lijn doen. Maar ik zie vooral een genderloze, menselijke angst. Het is de angst dat het leven misschien wel geen orde is, maar chaos. Die chaos zit in het lijf – uitvallende haren, blubberend buikvet, rimpels. Dat willen de sixpackmannen niet, en dus ordenen ze wanhopig hun lijf: alles moet symmetrisch, recht, gespierd en geplooid. Ze zijn daarin gelijk aan alle vrouwen die met gojibessen sterfelijkheid willen uitschakelen, en trainen voor een tigh gap en ab crack om maar niet achter te raken in de seksuele competitie.
Beste metromannen uit Sophie in de kreukels, en ik weet niet hoe representatief jullie zijn: ik ben niet geïnteresseerd in jullie perfectie. Durf juist een lijf te tonen dat imperfect is, een ‘witte peer’ zoals dj Mattie Valk zijn ‘before’-lichaam vol zelfhaat beschrijft. Ik wil een lijf dat wordt bestuurd door een gezonde, vindingrijke geest. Ik bemin dan ook tien keer liever een witte peer dan een gebruind sportlijf, en ik ben daar echt niet alleen in. Er moet wat op het spel moet staan als iemand zijn kleren uittrekt: de mogelijkheid tot afwijzing. Imperfectie maakt kwetsbaar. Maar in die kwetsbaarheid ligt – hoe eng ook – de kans op echte intimiteit. En uiteindelijk: op onvoorwaardelijke liefde en zelfacceptatie. Het maakt het leven niet langer, maar wel waardevoller.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.