In opdracht van Vrij Nederland onderzocht Twitterspecialist Thomas Boeschoten de beïnvloeding van GeenPeil vanuit Rusland, waar de CIA het Kremlin van verdenkt. De uitkomst: van systematische beïnvloeding via Twitter is geen bewijs te vinden.

Half januari kwam de Britse Sunday Telegraph met een opmerkelijk bericht: de Amerikaanse inlichtingendiensten zouden onderzoek doen naar de wijze waarop het Kremlin probeert de politieke cohesie in Europa te ondermijnen door politieke partijen als het Front National en andere eurosceptische organisaties te financieren. Daarbij zouden de CIA en NSA ook het Nederlandse GeenPeil, initiatiefnemer van het Oekraïne-referendum op 6 april, in het vizier hebben. Volgens bronnen in de inlichtingenwereld zouden de argumenten die het nee-kamp gebruikt ‘sterke gelijkenis vertonen’ met Russische propaganda.

In opdracht van Vrij Nederland deed Twitterspecialist Thomas Boeschoten de afgelopen weken onderzoek naar het Twitterverkeer van de kopstukken van het nee-kamp, want volgens critici zou het Kremlin ook via de sociale netwerken rond GeenPeil propaganda bedrijven – misschien zelfs zonder dat de GeenPeil-voorlieden het doorhebben: zijn ze op Twitter de ‘nuttige idioten’ van Vladimir Poetin?

Thomas Boeschoten, oprichter van de Utrecht Data School, richtte zich op het twitterverkeer van de vijf drijvende krachten in het nee-kamp: Thierry Baudet, oprichter van Forum voor Democratie, Pepijn van Houwelingen van het Burgercomité EU, Bart Nijman en Jan Roos van GeenStijl en GeenPeil, en Harry van Bommel van de SP. De data die hij gebruikte werden aangeleverd door BuzzCapture.

Allereerst nam hij het ‘volggedrag’ van het vijftal onder de loep: een goede indicator voor ‘duurzame relaties’ die twitteraars aangaan. De accounts van de vele duizenden mensen die door het vijftal worden gevolgd werden in een reusachtige database opgeslagen, compleet met hun profielinformatie, de taal waarin ze tweeten, het aantal volgers dat ze hebben en hun bio. Dat leverde een ‘oerwoud van usual suspects’ op, zoals Rusland-correspondent Pieter Waterdrinker, RTLZ-journaliste Hella Hueck, de NOS, Geert Wilders en Mark Rutte. Om mogelijke ‘dubieuze’ Russische bronnen naar voren te halen, gooide Boeschoten de twitteraars eruit van wie geautomatiseerd vast te stellen is dat ze Nederlands zijn, alsmede alle twitteraars die het Burgercomité EU volgt, want via dat account volgt Pepijn van Houwelingen iedereen terug die hem volgt, hetgeen dus weinig zegt over zijn echte belangstelling. Uiteindelijk bleven er ruim driehonderd twitteraars over. Als er dus dubieuze door het Kremlin aangestuurde twitteraars door de kopstukken van het nee-kamp worden gevolgd, zouden ze op die lijst moeten staan.

De belangrijkste conclusie van het twitteronderzoek: er is geen bewijs voor systematische beïnvloeding via Twitter vanuit het Kremlin – direct of via ‘trollen’ – van de vijf kopstukken van het nee-kamp. Wie had verwacht dat zich in de twitternetwerken van het vijftal hele legers Russische en pro-Russische twitteraars bevinden die proberen hen te voeden met propaganda over Poetin en Oekraïne, komt bedrogen uit.

Die bevinding is in overeenstemming met wat Thierry Baudet deze week zelf verklaart in Vrij Nederland, in een dubbelinterview met Joshua Livestro, voorman van het ja-kamp. Op de vraag aan Baudet of hij ooit gemerkt heeft dat de Russen zijn standpunt probeerden te beïnvloeden, bijvoorbeeld via de sociale media, antwoordt hij: ‘Nooit iets van gemerkt.’

Een patriottische erepenning

Wel blijkt uit het onderzoek dat Baudet en zijn GeenPeil-makkers uit zichzelf verschillende Russische accounts volgen. Burgercomité en Bart Nijman bijvoorbeeld volgen de twitteraccount van Sputnik, het nieuwsagentschap dat geheel in handen is van de Russische overheid en dat in 2013 door Poetin persoonlijk werd opgericht. Jan Roos volgt de dubieuze pro-Russische twitteraar Moscow Ghost. En Thierry Baudet volgt niet alleen het officiële Engelstalige account van het Kremlin en dat van Vladimir Poetin zelf, maar ook de pro-Russische politiek analist Vladimir Kornilov uit Oekraïne, die volgens berichten op internet een paar jaar geleden door de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergei Lavrov een patriottische erepenning kreeg uitgereikt.

Op zich hoeft dat niet zoveel te zeggen: dat je iemand volgt op Twitter, betekent nog niet dat je zijn of haar standpunten deelt. Zo volgt Bart Nijman bijvoorbeeld ook Martin Schulz, voorzitter van het Europees Parlement, en Donald Tusk, president van de Europese Raad, die wat betreft het associatieakkoord juist zijn tegenstanders zijn. En Harry van Bommel is één van de volgers van Mabel van Oranje, die in Londen werkt voor het Open Society Institute van George Soros, de Hongaars-Amerikaanse miljardair die juist de referendumcampagne van het ja-kamp helpt financieren. Wat zegt dat? Inderdaad: niks.

Het retweeten van berichten uit het Kremlin zou wél kunnen wijzen op instemming met de Russische standpunten, en dus wellicht op de effectiviteit van de Russische propaganda. Maar van zulke retweets is bij de kopstukken van het nee-kamp in het gehele databestand geen enkel voorbeeld te vinden.

Wel hebben de heren uit zichzelf verschillende lovende tweets gestuurd over en aan pro-Russische twitteraars. Zo wijdde Burgercomité EU een twitterbericht aan een artikel van Sputnik waarin GeenPeil werd geprezen: ‘Prachtig! Dutch People vs Brussels: Ukraine Referendum Will Show Who Wears the Pants’ en voerde Thierry Baudet instemmende twitterconversaties met Vladimir Kornilov, de pro-Russische analist uit Oekraïne.

Misschien is dat wel de bottomline: Thierry Baudet en de mannen van GeenPeil hebben helemaal geen aansporing uit het Kremlin nodig om Poetin – zij het ongewild – een handje te helpen.

Bekijk hier de infographic van het ‘retweetnetwerk’ rond GeenPeil
Toelichting Thomas Boeschoten

‘Deze infographic laat zien hoe twitterberichten rond GeenPeil worden verspreid, gebaseerd op tweets waarin de woorden ‘GeenPeil’ en/of ‘associatieverdrag’ voorkomen. Ieder bolletje is een twitteraar, elke lijn staat voor een retweetrelatie. De afmeting van een bolletje is bepaald door het aantal keer dat deze persoon werd geretweet. De kleuren zijn bepaald door een algoritme dat de modularity in beeld brengt; daarmee worden personen die elkaar en ongeveer dezelfde mensen retweeten, bij elkaar in dezelfde groep ingedeeld. Zij worden ook dichterbij elkaar geplaatst in de compositie, die met Gephi is gemaakt met het algoritme Force Atlas 2. Weergegeven zijn alleen de twitteraars die 14 keer hebben of zijn geretweet met een bericht waarin bovengenoemde woorden voorkomen. In de visualisatie zijn alleen directe retweets gevisualiseerd, en niet retweets waar eigen commentaar bij wordt geschreven. Die zorgen namelijk voor ruis.

Netwerkvisualisaties van retweets kunnen worden gebruikt om verschillende posities in het debat op Twitter in kaart te brengen, al is dat rondom het associatieverdrag en GeenPeil nog niet zo eenvoudig. De posities in het debat zijn immers nogal complex; wie voor het referendum is, hoeft nog niet tegen het associatieverdrag te zijn. Dat uit zich ook in complexe verhoudingen en gelegenheidscoalities op Twitter.

In de visualisatie is te zien dat de initiatiefnemers en fanatieke supporters van GeenPeil, groot en centraal in de visualisatie, een indrukwekkende hoeveelheid mensen hebben weten te mobiliseren. Er zijn ruim 150.000 tweets verstuurd met expliciete vermelding van GeenPeil of het associatieverdrag. Onder hen zijn zowel mensen die GeenPeil steunen omdat ze tegen het associatieverdrag zijn als mensen die alleen principieel voor een referendum zijn. Hun politieke kleur kan sterk variëren; onder de in het donkerblauw afgebeelde personen in het netwerk bevinden zich bijvoorbeeld veel PVV’ers. Elders in het netwerk zijn Marianne Thieme (PvdD) en Emile Roemer (SP) te zien die hun steun uitspraken voor GeenPeil en Alexander Pechtold (D66), die GeenPeil feliciteerde met het referendum.

De voorstanders van GeenPeil zijn vanzelfsprekend veel zichtbaarder op Twitter dan de tegenstanders; zij hebben hard moeten werken om het associatieverdrag op de agenda te zetten en handtekeningen te werven. En met succes: alleen al de naam van Jan Roos werd afgelopen jaar bijna 164.000 keer genoemd in interacties op Twitter.

De tegenstanders van GeenPeil hebben zich niet zo nadrukkelijk georganiseerd en bevinden zich vooral aan de linkerzijde van de graphic, in het rood. Een kritische column van Peter Middendorp over GeenPeil werd in deze kring instemmend verspreid, net als de oproep van Ahmed Marcouch (PvdA) om vóór het associatieverdrag te stemmen.

Journalisten en media krijgen als min of meer neutrale bronnen een plaats in de visualisatie tussen de tegenstanders en voorstanders, omdat ze door beide partijen worden aangehaald.

Wat de analyse van Twitterberichten nadrukkelijk niet laat zien is wat de houding is van de zwijgende meerderheid – de miljoenen Nederlanders die zich niet zo nadrukkelijk mengen in het debat als in de visualisatie afgebeelde personen. In de netwerkvisualisatie zijn slechts 1400 van de fanatiekste twitteraars over dit onderwerp in kaart gebracht. Zij vormen minder dan zeven procent van de twintigduizend mensen die op Twitter aandacht hebben besteed aan het onderwerp en een fractie van de stemgerechtigde bevolking. Ondanks de enorme media-aandacht, zal hoe (en of) de zwijgende meerderheid zijn stem laat horen uiteindelijk doorslaggevend zijn.’

Met dank aan Buzzcapture voor de data