Er is nog steeds een gebrek aan rebelse vrouwelijke rolmodellen voor jonge meisjes. Ja, nog steeds, ondanks ‘die ellendige feminisering’. Ze zijn er wel, maar erg royaal is het aanbod niet, naast de gebruikelijke prinsesjes.
De geliefde van mijn ex, sinds kort moeder van twee rebelse meisjes, gaf me laatst een boek voor mijn verjaardag: Good Night Stories for Rebel Girls. Het is eigenlijk bedoeld voor kinderen, maar er staan honderd biografietjes van bijzondere vrouwen in, van Jane Austen en Malala Yousafzai tot Rosa Parks en Yoko Ono. En dan zijn er nog de krijgsheldinnen, modeontwerpers, piraten, computerwetenschappers, supermodellen, ontdekkingsreizigers en wiskundigen. Sommigen wereldberoemd en anderen in de vergetelheid gedrukt, want die neiging heeft de geschiedschrijving soms als het om grootse vrouwen gaat.
Francesca Cavallo en Elena Favilli, de twee Italiaanse dertigers die het boek bedachten, concludeerden toen ze terugkeken op hun jeugd dat er in kinderboeken en op televisie maar weinig rolmodellen voor meisjes waren. Ja, je had natuurlijk Pippi Langkous, en later Hermelien Griffel, en nog later sneeuwkoningin Elsa en de Polynesische prinses Moana, maar erg royaal is het aanbod nooit geweest. En dat vonden blijkbaar meer mensen, want met crowdfunding haalden de vrouwen vorig jaar meer dan een miljoen dollar op uit zeventig verschillende landen. Een absoluut recordbedrag voor een boek.
Meisjes zouden toch zomaar eens het idee kunnen krijgen dat hun stem er minder toe doet, of dat ze niet te veel ruimte in mogen nemen.
Maar ho eens even! En die ellendige feminisering dan? Nou, dat valt vooralsnog allemaal wel mee. Janice McCabe, sociologieprofessor aan Dartmouth, onderzocht bijna zesduizend Engelstalige kinderboeken van tussen 1900 en 2000 en ontdekte dat vrouwen in nog geen derde daarvan een belangrijke rol spelen. Als een dier de hoofdrol heeft, is dat zelfs drie keer vaker een mannetje dan een vrouwtje. Meisjes zouden toch zomaar eens het idee kunnen krijgen dat hun stem er minder toe doet, of dat ze niet te veel ruimte in mogen nemen.
Van een gemiddelde Disneyfilm krijgen ze dezelfde boodschap. The Pudding, een website voor visuele essays, zocht uit hoe de tekst is verdeeld in dertig klassiekers, en wat bleek? In slechts vier daarvan zijn er vooral vrouwen aan het woord. In De Leeuwenkoning wordt bijvoorbeeld maar dertien procent van de tekst door een vrouwelijk personage gesproken. In Mulan? Vijfentwintig procent. Aladdin? Tien procent. De Kleine Zeemeermin? Dertig procent. Jungle Boek? Twee procent. Zelfs in het feministisch verantwoorde Frozen over de zusjes Elsa en Anna gaat het om slechts veertig procent. Maar toegegeven, Disneys producties van de laatste jaren laten zien dat de animatiestudio het probleem wel serieus neemt.
In Good Night Stories for Rebel Girls las ik over Nellie Bly (1864-1922), een meisje uit Pennsylvania dat Pinky werd genoemd omdat ze altijd roze kleren droeg. Ze was nog maar een tiener toen de Pittsburgh Dispatch een misogyne column afdrukte waarin werkende vrouwen monsters werden genoemd, maar dat weerhield haar er niet van om de hoofdredacteur per brief eens goed de waarheid te vertellen. Die was zo onder de indruk dat hij haar een baan aanbood.
Op haar drieëntwintigste begon Bly bij de New York World, waar Joseph Pulitzer de baas was, en stond aan de wieg van het soort onderzoeksjournalistiek waar ook Vrij Nederland zich mee heeft onderscheiden. Zo veinsde ze bijvoorbeeld een geestesziekte om zich op te laten nemen in een psychiatrische inrichting, en schreef vervolgens over de misstanden die ze aantrof. Daarnaast reisde ze, geïnspireerd door De reis om de wereld in tachtig dagen, de wereld rond in 72 dagen. Suck on that, Phileas Fogg.
En wat had ik als tiener ook graag gelezen over Artemisia Gentileschi, Mary Anning, Policarpa Salavarrieta, Hypatia, Melba Liston en Zaha Hadid. Het boek is trouwens nog niet in het Nederlands vertaald. Als ik een uitgever was zou ik het wel weten.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.