Jeroen Vullings ontmoet Eva Meijer en twee andere dieren. Haar honden Doris en Olli. ‘Veel mensen denken dat andere dieren niet in staat zijn tot politiek handelen, maar dat dachten we vroeger ook over zwarte mensen en over vrouwen.’ Zo.

Schiphol, 17 november 2013, in de vooravond. De nieuwe, Roemeense huisgenoot van Eva Meijer is geland, weet ze. Hij is dan al meer dan een etmaal onderweg naar haar. Hij vertrok op zaterdagmiddag uit Pascani, in het noorden van Roemenië. Op zondagochtend kwam hij aan in Boekarest, op het vliegveld wachtte hij een paar uur tot hij naar Nederland kon vliegen – naar Eva. Gespannen staat ze in de aankomsthal, samen met Nederlandse lotgenoten die ook in afwachting zijn van hun nieuwe levenspartner.

Daar komen ze binnen, de een na de ander, jong, knap, langharig, met aantrekkelijke oren. Olli is de laatste, Eva herkent hem meteen aan zijn kleur. Hij hijgt uit nervositeit, zijn ogen zijn ontstoken en hij ruikt niet erg lekker. Ook is hij groter dan ze had gedacht. Overdonderd door al die nieuwe indrukken, de felle lichten en al die mensen laat hij zich direct plat op de grond vallen. Eva gaat naast hem zitten en daar vertelt ze hem hoe gelukkig ze is. Omdat hij hier is, bij haar.

Democratisch handelen

Juli, 2017. Op een zonnige ochtend het Amsterdamse Beatrixpark ontmoet ik de filosoof, schrijver, beeldend kunstenaar en singer-songwriter Eva Meijer (Hoorn, 1980). Olli vergezelt haar en ook hun nieuwe huisgenoot Doris, eind augustus een jaar in Nederland, is van de partij. Ze hebben al een wandeling van veertig minuten achter de rug, van hun huisadres in de Pijp naar onze ontmoetingsplek. Eva is in de weer met haar smartphone, Olli staart lijdzaam naar een nabije struik. Doris reageert direct op mijn komst. Ze gromt waakzaam.

Eva is in de weer met haar smartphone, Olli staart lijdzaam naar een nabije struik. Doris reageert direct op mijn komst. Ze gromt waakzaam.

Ook ik heb zowaar een verscherpt bewustzijn. Door mijn lezing van het manuscript van Eva’s essay-in-boekvorm De soldaat was een dolfijn. Over politieke dieren weet ik nu dat dit niet een ontmoeting zal zijn van mens tot mens, de laatste begeleid door haar twee honden. Maar een ontmoeting met een mens en twee andere dieren.

(Ja, dat hoort u goed: mensen en andere dieren, een ‘kleine talige ingreep’ die Eva Meijer consequent voorstaat in haar conversatie en geschriften om de positie van mensen ten opzichte van dieren ter discussie te stellen.) Ik maak mij, daar aan de rand van het Beatrixpark, op voor een ontmoeting met drie volwaardige burgers van onze samenleving: Eva, Olli en Doris.

Want Olli en Doris voldoen ruimschoots aan de drie voorwaarden voor burgerschap, leer ik uit De soldaat was een dolfijn: het bezit van de nationaliteit van een land; volkssoevereiniteit (deel uitmaken van het volk in wier naam de regering beslissingen neemt) en ten laatste: democratisch kunnen handelen. Over die eerste twee voorwaarden hoeven we niet al te moeilijk te doen: zwaar gehandicapten en baby’s zien we ook als burgers, dus waarom ‘gedomesticeerde dieren’ niet?

Die laatste, bepalende voorwaarde vertaalt Eva Meijer als: iemand moet een standpunt hebben en dat duidelijk kunnen maken aan anderen; diegene moet in staat zijn tot het gehoorzamen aan wetten en regels, en in staat zijn om die mede te vormen.

Goed volk

Tijdens het wandelen met de drie burgers – de eveneens voormalige Roemeense straathond Doris geeft mij de voorwaardelijke status ‘goed volk’ – specificeert Eva Meijer dat burgerschap voor honden nog even. Dat alles vanuit een breder perspectief: haar nieuwe essay over dierenrechten vloeit voort uit eerdere ‘projecten’ – ze noemt zich consequent ‘maker’, zoals gebruikelijk onder beeldend kunstenaars. Dus De soldaat was een dolfijn (de titel is ontleend aan de dolfijn Takoma die in de Perzische Golf deserteerde van zijn mijnenopsporingswerk voor het Amerikaanse leger) vloeit voort uit haar boek Dierentalen en het jarenlange onderzoek voor haar dissertatie Political Animal Voices, waarop ze dit najaar als dierenrechtenfilosoof hoopt te promoveren.
Het is een boeiend terrein, merk ik. Niet-menselijke dieren blijken te beschikken over genuanceerde en complexe manieren om zich jegens leden van de eigen soort en van andere soorten uit te drukken. Neem gorilla’s: die kunnen in gebarentaal aanschouwelijk verhalen over hun verleden. Prairiehonden en pijlinktvissen blijken een volwaardige grammatica te hanteren. Vleermuizen zijn verzot op roddelen. Eksters, mieren en varkens herkennen hun beeltenis in de spiegel. Ratten zien het als hun taak vreemden te helpen. Olifanten en raven kennen uitgebreide, geciviliseerde rouwrituelen. Vissen gebruiken gereedschap, bavianen palaveren met animo over de toekomst en honden ruiken feilloos hoe laat het is.

Neem gorilla’s: die kunnen in gebarentaal aanschouwelijk verhalen over hun verleden. Prairiehonden en pijlinktvissen blijken een volwaardige grammatica te hanteren. Vleermuizen zijn verzot op roddelen.

Eva Meijer, Olli, en Doris. Foto: Valentina Vos
Bráááááfffff

Dus ja, zegt ze, terwijl ze Olli kordaat weg manoeuvreert van ‘een heel vies plekje’ op het grazige grasveld, waar hij onlangs verzaligd in lag te rollen, honden kunnen net als veel andere dieren een flink aantal woorden van onze mensentalen leren, maar ook weten ze op andere manieren te communiceren. Ze stelt mij de vraag: ligt je hond thuis op de bank? Ja, beken ik, dat zou eigenlijk niet mogen, maar dat doet hij gewoon met zijn enorme hondenlichaam. Precies, merkt ze op, honden weten nu eenmaal af te dwingen dat ze op de bank mogen. Ook beïnvloeden ze of en wanneer we met vakantie gaan. En wat die rechten betreft, over bijvoorbeeld het gebruik van het openbaar vervoer: in Moskou nemen straathonden doodleuk de metro.

Grrr, zegt Doris tegen een raar klein mannetje in een te groot pak; hij is wat achter geraakt bij zijn langbenige collega’s die lekkere zelfbesmeerde boterhammen uit een trommeltje eten en valt daarmee enigszins uit de toon – Doris heeft dat direct door.

Zij wil mij beschermen, verklaart Eva, líéffff, Doris, brrráááááffff. Om meteen te vervolgen: ‘Het is ook een gedachtenexperiment: wat betekent politiek nog als je dieren erbij betrekt? Wat zijn de grenzen van de gemeenschap waarin honden een belangrijk gezinslid zijn, maar in rangorde onder de mensen staan? Het gaat mij in dit essay om een radicaal nieuw doordenken van de politiek zoals dat in Dierentalen met taal gebeurt.’

De échte problemen

Ik denk onderwijl aan een vriend die een recent bericht dat apen auteursrecht moeten krijgen op foto’s waarbij ze zelf op het knopje hebben gedrukt, briesend afdeed als ‘decadentie’ – in vergelijking met de gruwelen in Syrië, de échte problemen, zoals hij ze ziet. Door die associatie stel ik Eva Meijer de bruuske vraag: wat is maatschappelijk urgent aan dat gedachtenexperiment?

‘In Nederland leven en sterven jaarlijks meer dan 500 miljoen dieren onder barre omstandigheden in de vee-industrie. Veel andere dieren worden afgemaakt in de proefdierindustrie of voor menselijk plezier. Weer andere dieren lijden onder eenzaamheid of andere verwaarlozing als huisdieren. Dat intensieve gebruik van dieren is voor de planeet, en dus voor toekomstige generaties, niet houdbaar,’ zegt Meijer.
‘Verandering moet beginnen bij mensen,’ voegt ze eraan toe, ‘omdat andere dieren nu meestal niet of nauwelijks hun positie kunnen verbeteren; mensen bepalen grotendeels hun leven. Begrijpen dat je deel uitmaakt van dat alles en dat je thuishoort op deze planeet met al haar inwoners en goed voor anderen moet zorgen, verrijkt je. Beter kijken naar andere dieren, en beter naar ze luisteren, geeft de wereld veel meer kleur en reliëf. Anders met andere dieren leren samenleven, op grond van gelijkwaardigheid, leert ons over de dieren, over onszelf, over het leven. En we bannen het onnodige lijden van dieren uit – en het verdriet van mensen die om ze geven.’

Waar begin je?

‘In gesprek gaan met andere dieren begint met begrijpen dat mensen dieren zijn. Het is goed als we ons niet langer centraal stellen, als mensen tegenover alle andere dieren. In de dierenrechtenfilosofie wordt sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw betoogd dat andere dieren moreel meetellen. Veel mensen denken dat andere dieren niet in staat zijn tot politiek handelen, maar dat dachten we vroeger ook over zwarte mensen en over vrouwen.’

De pen is je wapen.

‘Ja, maar het veranderen van het denken over politiek gaat altijd gepaard met een roep om maatschappelijke verandering en daarvoor zijn activisten, filosofen, kunstenaars en schrijvers even hard nodig. Zij moeten de status quo in discussie stellen en mogelijke nieuwe werelden verbeelden.’ Ze lacht: ‘Ik was bij de laatste verkiezingen ook nog lijstduwer voor de Partij van de Dieren. Ze vertegenwoordigen de belangen van de dieren. Eigenlijk heel paternalistisch, want dieren hebben hun eigen manieren om politiek te handelen en hun eigen manieren om tegen mensen te spreken. Af en toe houd ik lezingen voor ze, en ik stond met flyers bij het station om kiezers te winnen.’

De kans had dus bestaan dat je nu als een Theo Hiddema, maar dan voor de Partij van de Dieren, in de Kamer had gezeten.

‘Nou, ik stond niet echt verkiesbaar, op nummer 37… Ik voel het als mijn plicht om een bijdrage te leveren en het Binnenhof is wel een plek waar je iets kunt veranderen. Maar ik houd ervan om veel verschillende dingen te doen, te plannen en die projecten uit te voeren. Over tien of twintig jaar zou ik het misschien écht willen, de politiek in. Ik zie mijn werk, de filosofische boeken en mijn romans, niet als middel om mensen een mening in de maag te splitsen. Ze zijn erop gericht mensen aan het denken te zetten en ze anders, kritischer naar de wereld te laten kijken. De meeste dieren hebben het heel slecht, dat roept morele vragen op, maar ook vragen naar wie we als mens zijn. Ja, natuurlijk speelt rechtvaardigheidsgevoel een rol.’

Hoe zou de ideale wereld voor mens en dier eruitzien?

‘Belangrijk is dat de mens het idee opgeeft dat hij het middelpunt van het bestaan is. Hij moet de macht loslaten. Als onderzoeker is dat realiseerbaar. Mijn laatste roman Het vogelhuis gaat over vogelonderzoeker Len Howard, die in de vorige eeuw twee boeken heeft geschreven over haar leven met koolmezen. Uit ontevredenheid over de vertekening van de werkelijkheid door het bestaande onderzoek naar vogels, namelijk in laboratoria, zocht ze een alternatief. Wilde vogels zijn namelijk angstig voor mensen en de spanning door gevangenschap in kooitjes heeft effect op de uitkomst van het onderzoek. Howard kocht daarom een huisje op het platteland en dat stelde ze open voor met name koolmezen; die vlogen door de ramen naar binnen. Ze leerde hun taal verstaan en de vogels leerden haar taal verstaan. Belangrijker nog is dat ze heeft laten zien dat tot welke soort je behoort geen cruciale factor is in het scheppen van een gemeenschap. Maar stel je de mens niet langer centraal en laat je als mens de macht los in het alledaagse, niet-onderzoekgerichte bestaan, dan kom je misschien terecht in een situatie die chaotischer is dan nu.

Als antwoord op je vraag: in een ideale wereld zouden we dieren niet meer uitbuiten. Tegelijkertijd zijn machtsrelaties inherent aan het samenleven tussen mensen en andere dieren, dus ik voorzie geen harmonieuze situatie waarin iedereen samen in het gras danst en daar picknickt. Want dan eet Ollli alles op. Of hij bijt misschien een kind in z’n hand.’

Eva Meijer, Doris, en Olli. Foto: Valentina Vos
Botten met rauw vlees eraan

Olli, die zijn naam hoort, komt zich kwispelend melden. Hij is een voorbeeldige ingezetene van ons land, dankzij de inspanningen van Eva en Olli zelf. Maar Eva Meijer moet zich nu acuut op een geval van falend burgerschap onder haar verantwoordelijkheid richten: ‘Doris! Doris, blijf!’ Een sympathieke mastiff maakt zich ijlings uit de voeten, onder Doris’ vervaarlijke gegrom dat geducht blijft aanzwellen. Vergoelijkend zegt Eva Meijer tegen de bazin van de tot op het bot geïntimideerde vluchteling, naar wiens billen net gehapt is: ‘Ze kan ook wel met deze hond spelen. Maar ze denkt dat ze ons moet verdedigen…’

De bazin toont begrip: ‘Ik ken dat, dat heb zij ook…’

Eva Meijer: ‘Doris, ga zit. Hou eens op, joh. Foei, hè.’
Onverstoorbaar pakt ze de draad weer op: ‘De mens heeft door de geschiedenis heen dieren klein gehouden en daardoor is ons denken over ze veranderd, zijn we gewend ze als minderen te zien. Door aan de zolang onbevraagde begrippen te morrelen, kan er een ander beeld ontstaan.’

Ze laat het daar niet bij: Eva Meijer is veganist. Haar liefde en respect voor het dier gaan ver, heel ver. In De soldaat was een dolfijn oppert ze zelfs de mogelijkheid tot het gunstig stemmen van de regenworm, uit communicatiedrift: ‘Wormen schijnen vooral van kersen en wortel te houden – goed om te onthouden voor je volgende picknick.’ De vraag is daarom hoe dat moet: als principiële veganist voedsel verstrekken aan honden, schepsels Gods die nu eenmaal bekend staan om hun voorliefde voor botten met rauw vlees eraan.

Wat geef jij Olli en Doris eigenlijk te eten?

Geamuseerd: ‘Ze eten vega-brokken, maar Doris had laatst op de hondencursus de eerste prijs voor het onderdeel “gehoorzaamheid” gewonnen: een worst. Die mag ze dan natuurlijk wel gewoon opeten. Hun burgerschap bestaat nu vooral uit ze serieus nemen binnen de grenzen die de maatschappij aan ons stelt. Bij Doris is het nog veel opvoeden, socialiseren en vertrouwen krijgen in mens en hond. Bij Olli is het meer luisteren naar wat hij wil. Hij zou graag overdag zelf op stap gaan, een beetje socializen met de mensen in de buurt en her en der hapjes scoren, maar dat zit er helaas niet in. Af en toe kluiven in de mand en lekker in de tuin liggen, is gelukkig een goed alternatief.’
We hebben even rust: Doris en Olli spelen tikkertje. Ik vraag Eva Meijer of er nog een boek van haar gaat komen waarin géén dier voorkomt. Dat is tenslotte alweer heel lang geleden: haar eerste roman Het schuwste dier gaat niet echt over dieren, maar over de dood. Maar daarna was het altijd raak, qua aanwezigheid van dieren. Gaat ze die verwachting nu doorbreken?

Hij zou graag overdag zelf op stap gaan, een beetje socializen met de mensen in de buurt en her en der hapjes scoren, maar dat zit er helaas niet in.

Ze vertelt dat ze aan een nieuwe roman werkt, inderdaad niet over dieren, maar over drie mensen die een andere manier zoeken om met elkaar en de wereld om te gaan. Het is een liefdesverhaal, ook dat is nieuw. Ze heeft twee verhaallijnen: rond 1910 was er een nudistisch-veganistisch-anarchistische commune en een groep mensen in ons heden of de nabije komst raakt door hen geïnspireerd. ‘Wat mij daarin intrigeert, is hoe je omgaat met hoe andere mensen onze wereld hebben vormgegeven. Ontsnap je daaraan door iets nieuws te beginnen? Of moet je je roeren door binnen de huidige machtsstructuren je stem te laten horen? Genoegen nemen met kleine aanpassingen?’
Geblaf weerklinkt. ‘Ik geloof dat Doris net bijna een puppy heeft opgegeten. Nee, Doris is nog niet echt een goede burger. Daar werken we aan.’

Nadat de beide honden zijn aangelijnd: ‘Mijn bestaan is verbonden met dingen maken, met discipline, met projecten. Wat ik uiteindelijk zou willen, is een grote boerderij hebben, met dieren, om verder onderzoek te doen. Maar ook als onderzoekscentrum voor kunst en wetenschap. Zo’n plek buiten de stad zou nooit los staan van de wereld, of van mensen.’

Olli’s oren stralen

Precies dat moment kiest Olli om affectie te betuigen. Hij drukt zijn natte neus tegen Eva aan. Uit De soldaat was een dolfijn weet ik nu dat hondentaal niet alleen uit klanken bestaat, maar dat je ook de oren moet lezen. Olli’s oren stralen. Het parkbezoek was weer jofel, mijn dank is groot – zoiets. Eva aait hem en ze spreekt tijdens die bijna meditatieve handeling voor zich uit: ‘Het hele intermenselijke verkeer is een onuitputtelijke bron van absurditeiten, verschrikkelijks én moois.’ Olli kijkt haar bij deze woorden aan. Hij heeft er kijk op.

De promotieplechtigheid en openbare verdediging van het proefschrift Political Animal Voices van Eva Meijer vindt plaats op 20 september om 13.00 uur in de Oude Lutherse kerk in Amsterdam.

Over Eva

Zelf denkt ze in termen van verwantschap eerder aan een voorganger als schrijver en beeldend kunstenaar Charlotte Mutsaers, maar dat laat onverlet dat Eva Meijer (Hoorn, 1980) als multitaskend meervoudig talent een perfecte vertegenwoordiger is van de jongste schrijversgeneratie, die onlangs in een Vrij Nederland-special in kaart is gebracht. Ze is namelijk filosoof, schrijver, singer-songwriter en dierenrechtenactivist. Ze publiceerde de romans Het schuwste dier (2011), Dagpauwoog (2013) en Het vogelhuis (2016). Daarnaast bracht ze vier albums en een aantal EP’s uit. Op non-fictiegebied schreef ze het populairwetenschappelijke boek Dierentalen (2016) en het essay over dierenrechten De soldaat was een dolfijn, dat deze maand verschijnt bij uitgeverij Cossee. Dit najaar hoopt ze aan de Universiteit van Amsterdam te promoveren met haar dissertatie over de politieke stem van het dier Political Animal Voices. Dat is nog lang niet alles: naast performances, muziektheatervoorstellingen en installaties maakt ze ook tekeningen en foto’s, video’s en afleidingsmateriaal voor varkens.