Fotodocument De braindrain uit Curaçao
Ralf is zestien jaar. In de zomer van 2008 leer ik hem kennen via zijn lerares Belinda. Hij woont samen met zijn moeder Sandra en zijn zus Stephanie in de wijk Brievengat. Zijn moeder werkt als oppas en in een winkel waar ze hair extensions verkopen. Ralf heeft op Curaçao de Ago Geertruida Kroon School (op arbeid gericht onderwijs) afgerond. Hij spreekt dan nog geen Nederlands, we communiceren in het Spaans. Ralf is voor een deel door zijn Dominicaanse oma opgevoed. Twee jaar geleden is zij naar Nederland verhuisd en deze zomer gaan Ralf en zijn zus Stephanie bij haar wonen. Zijn oma zal het voogdijschap over hem krijgen. Ralfs moeder laat me papieren van de Nederlandse overheid zien om duidelijk te maken dat alles goed geregeld is. ‘Ik wil later elektricien worden,’ vertelt hij. ‘Piloot, dat is echt mijn droom, maar dat kan niet, ik heb migraine en een bril. Ik wil naar Nederland om te studeren en geld te verdienen en zo. Ik weet nog niet echt iets van Nederland – ja, alleen dat er sneeuw is.’ Twee weken voor vertrek heeft hij zijn koffer al ingepakt. Hij staat te popelen om naar Nederland te gaan.
Het eerste jaar in Nederland gaat Ralf in Rotterdam naar een schakelklas voor buitenlandse studenten die geen Nederlands spreken. Binnen een paar maanden spreekt hij goed Nederlands. Na dat jaar gaat hij door naar de mbo-opleiding voor assistent elektrotechniek aan het Albeda Collega in Rotterdam. Er zitten bijna geen Nederlanders in zijn klas. ‘Er zijn Antillianen, Russen, Marokkanen, Angolezen, enzovoort. Ik ken niemand die Nederlands is, dus ik praat niet echt met ze. Mijn vrienden hier ken ik allemaal van school,’ vertelt hij dan. ‘We zijn matties en neven. We zijn niet echt neven, maar zo noemen we elkaar, als familie. Ik heb veel Antilliaanse vrienden, want als er iets is, dan begrijpen ze je. Een Antilliaan staat altijd achter een Antilliaan. Ook als je hem niet goed kent, je weet dat hij als een broer is. Ik spreek Spaans, Nederlands, Papiaments en met mijn vriend Sherwin soms een beetje Engels. Hij leert het me. Op school hier praat ik Papiaments of Nederlands met de leraar. Met oma Spaans of Papiaments.’
Afgelopen juni is Ralf achttien jaar geworden. Hij woont nog steeds bij zijn oma in de buurt van het Zuidplein waar hij het prima naar zijn zin heeft. In september gaat hij naar het tweede jaar van de opleiding assistent elektrotechniek. Hij heeft een bijbaantje bij McDonald’s en sinds een paar maanden verkering met Zjedsayrah uit Hellevoetsluis. Zijn moeder heeft hij al meer dan twee jaar niet gezien, behalve op de webcam. Zijn zus Stephanie is na een jaar in Nederland teruggegaan naar Curaçao, omdat ze last had van heimwee.
‘Soms mis ik Curaçao ook wel,’ zegt Ralf, ‘die zee en zo, en daar kan je gewoon muziek blazen en niemand zegt niks. Als ik heimwee heb, dan ga ik computer spelen. Iedereen van Curaçao mist Curaçao, maar voorlopig wil ik echt nog niet terug, hoor. Ik heb nu hier mijn leven en mijn vrienden.’
Fayemy is zeventien als ik haar op Curaçao ontmoet. Ze heeft Nederlands, Antilliaans, Hindoestaans en Surinaams bloed. Samen met haar moeder en zus Chiara woont ze in Villapark Girouette, aan de westkant van Willemstad. Haar vader is cardioloog en haar moeder werkt als onderwijzeres en bij een goudsmid in Otrabanda. Als kind heeft Fayemy van haar eerste tot haar negende jaar met haar familie in Rotterdam gewoond.
Ze heeft een actief sociaal leven, doet aan ballet en zeilen en heeft veel vrienden. Bijna al haar klasgenoten vertrekken na het eindexamen ook naar Nederland. Ze worden hierbij begeleid door een stichting in Curaçao die de studenten in Nederland opvangt.
Fayemy gaat geneeskunde studeren in Leiden. ‘Ik heb zin om naar Nederland te gaan,’ zegt ze, ‘maar er moet nog veel worden gedaan hier. Deze week moet ik nog werken en wat dingen met mijn vriendinnen gaan doen. Dan nog rijles en massage en ik moet mijn bankpasje gaan ophalen, en bij de studiefinanciering nog wat dingen regelen. Aan de ene kant ben ik blij dat ik op mezelf ga wonen, aan de andere kant niet. Ik doe thuis helemaal niks in het huishouden, we hebben ook een werkster. Ik denk dat ik mijn moeder wel vaak ga bellen voor vragen. Hier in Curaçao is het een heel klein wereldje, iedereen kent elkaar en dat is leuk. Maar ik heb ook heel veel familie en vrienden in Nederland, en ik ken nog een heleboel mensen van msn.’
Als ik haar in Nederland spreek, vertelt ze dat studenten bij de introductie dachten dat ze Italiaanse was, maar toen ze zei dat ze Antilliaanse was, wel even anders naar haar keken.
‘Ik werd een beetje ongelukkig van al die mensen die me probeerden over te halen om lid te worden van een studentenvereniging. Het is alsof je er niet bij hoort als je nog niet ergens lid bent. Ik ben lid geworden van een roeivereniging, maar daar heb ik eigenlijk nu alweer spijt van.
Ik hou ook niet zo van studentenfeesten en verenigingen. Ik lust geen bier, maar misschien moet ik het dan maar leren drinken.
Ik heb een kamer gekregen midden in de Schilderswijk in Den Haag in een studentenhuis met andere Antilliaanse studenten. Als meisje voel ik me hier niet veilig op straat. Ik ga alleen met andere mensen ’s avonds de straat op. Ik heb al meerdere keren gevraagd of ik ergens anders kan wonen.’
Op Fayemy’s achttiende verjaardag zit de hele kamer vol oud-klasgenoten uit Curaçao, die allemaal in Nederland studeren.
In het tweede jaar vindt ze een betere kamer. ‘Ik woon hier samen met mijn huisgenootje Racheeda die ook uit Curaçao komt en geneeskunde studeert. Het is als op een soort campus, echt veel beter.
Mijn vader is in de zomervakantie geweest en we gingen naar een concert van Gloria Estefan. Hij komt regelmatig, als hij naar een congres moet. Mijn moeder en zus zijn in september geweest. In de kerstvakantie ben ik terug geweest naar Curaçao. Toen ik terugkwam in Nederland zat ik echt even in een dip. Het was zo koud, het vroor de hele tijd. Iedereen ging schaatsen maar ik dacht er gewoon niet aan om iemand te bellen. Ik lag veel in bed en had toen echt heel erg veel heimwee naar Curaçao.
Maar er is heel veel veranderd het afgelopen jaar. Ik ben nog niet zo zelfstandig maar ik kan wel zelf koken. Zelf je dingen regelen is soms moeilijk. Het is lastig omdat mijn moeder dat altijd voor me deed. Soms sta ik er nu wel bij stil dat ze veel voor me deed. Ze bracht me ook overal heen met de auto. Ik was best al wel vaak in Nederland geweest en dacht dat het een beetje hetzelfde zou zijn, maar het is toch wel heel anders. Ik vind Nederland een heel georganiseerd land, heel precies, heel veel stress. De mensen zijn hier ook heel erg snel. Dan ben ik aan het fietsen of zo, en dan fiets ik voor mijn gevoel normaal, en dan haalt iedereen me gewoon in! Ook als ik aan het lopen ben, mensen halen me gewoon in! Iedereen heeft altijd haast en is zo op zichzelf gericht.
Als ik klaar ben met mijn studie, denk ik wel dat ik weg ga uit Nederland, het is hier wat te koel, en de mensen ook.
Mijn vrienden hebben ook moeite met integreren. Ik had dat van tevoren niet gedacht dat het zo moeilijk zou zijn.’
Karine Versluis
Karine Versluis (1980) is fotograaf. In 2007 studeerde ze af aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag met het boek Staphorst. Foto’s van dit project waren te zien tijdens de Noorderlicht Fotomanifestatie in Groningen.
In haar werk onderzoekt Versluis de invloed van verschillende culturen en historische gebeurtenissen op het dagelijkse leven van mensen. Een paar jaar geleden werkte ze samen met een Antilliaanse collega die haar vertelde hoe ze als tiener naar Nederland was gekomen omdat er op Curaçao weinig mogelijkheden zijn om te studeren. Nederland is een logische keuze omdat jongeren met hun Nederlandse paspoort hier een studiebeurs kunnen krijgen. Versluis werd nieuwsgierig en besloot er een fotoproject over te maken.
In 2008 ging ze naar Curaçao en legde contact met een aantal toekomstige studenten en hun familie. De afgelopen twee jaar trok ze met hen op en legde hun leven zowel in Curaçao als in Nederland vast in foto’s en verhalen.
Karine Versluis, ‘Enkeltje Schiphol’, € 24,50, vanaf 11 september in de winkel of te bestellen via www.enkeltjeschiphol.nl.
De foto’s van Karine versluis zijn van 11 september t/m 14 november te zien in het Nationaal Onderwijs Museum in Rotterdam, www.onderwijsmuseum.nl
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.