Als de trein even buiten Kopenhagen begint aan de langzame klim over de brug, ontvouwt zich aan weerszijden een wijds uitzicht over de Sont, de brede zeestraat tussen Denemarken en Zweden. In de verte doemt de Zweedse kust al op uit de nevel. Door de luidsprekers kraakt een oproep: de reizigers wordt verzocht hun paspoort of ID-kaart gereed te houden. Even later aan de overkant, op het eerste station van Malmö, komt zwaarbewapende grenspolitie de trein binnen om alle reizigers te controleren. Het perron is afgegrendeld met hoge hekken, ook wie uitstapt moet langs de grenscontrole. Wie geen geldig identiteitsbewijs heeft, wordt uit de trein gehaald en meegenomen naar een noodgebouw op het perron.
De kilometerslange brug over de Sont, bekend van Deens-Zweedse politieserie The Bridge, was jarenlang het symbool van het vrije reizen tussen de Scandinavische landen. Sinds de invoering van de Noordse Paspoortunie in 1958 konden de Denen, Zweden, Noren, IJslanders en Faeröers heel Scandinavië doorreizen zonder paspoort op zak: een Schengen avant la lettre. Ook niet-Scandinaviërs werden niet gecontroleerd. In de rest van de wereld stond vooral Zweden al die jaren bekend als sociaaldemocratisch walhalla. De verzorgingsstaat was er zelfs beter georganiseerd dan in Nederland, van gratis kinderopvang tot langdurig ouderschapsverlof, van een uitgebreid sociaal stelsel tot een ruimhartig asielbeleid. Maar daar is sinds de vluchtelingencrisis in 2015 snel een einde aan gekomen.
Hoe heeft de stemming in het sociaaldemocratische paradijs zo snel om kunnen slaan? Is de Scandinavische droom uiteengespat?
De Sontbrug wordt inmiddels zwaar bewaakt om immigranten zonder geldige papieren te weren, net als de zeehavens en andere grensovergangen. En in de aanloop naar de Zweedse verkiezingen in september heeft de sociaaldemocratische regering onlangs nieuwe harde maatregelen tegen immigratie aangekondigd, waardoor meer dan twintigduizend uitgeprocedeerde Afghanen met spoed het land uit moeten worden gezet.
Hoe heeft de stemming in het sociaaldemocratische paradijs zo snel om kunnen slaan? Is de Scandinavische droom uiteengespat?
‘Mijn Europa bouwt geen muren’
In de zomer van 2015 bereikte de Europese vluchtelingencrisis haar hoogtepunt. Dagelijks waren beelden te zien van overvolle rubberboten bij de Griekse eilanden en eindeloze stoeten vluchtelingen op de Balkan, op weg naar de veiligheid in West-Europese landen. Symbool voor de crisis werd het Syrische jongetje Alan Kurdi, dat begin september aanspoelde op het Turkse strand. Vier dagen later vond op een regenachtig plein in Stockholm een massale manifestatie plaats om de vluchtelingen welkom te heten. Voor een gehoor van vijftienduizend Zweden, verscholen onder paraplu’s, betoogde de sociaaldemocratische premier Stefan Löfven dat ‘we nú moeten beslissen wat voor Europa we willen zijn.’
Met een brok in de keel sprak hij over de miljoenen mensen ‘zoals jij en ik’ die de oorlog ontvluchten, die onderweg hun leven riskeren. Over de kleine Alan, drie jaar oud, die levenloos op het strand aanspoelde: ‘Ik rouw om hem en alle andere kinderen die tijdens de vlucht en in de oorlog sterven. Ik rouw om de mensheid wanneer dit voor onze ogen gebeurt.’
Dit verdriet dat wij delen, sprak de premier, moeten we omzetten in daadkracht. En dat is niet door de grenzen te sluiten: ‘Mijn Europa bouwt geen muren. De opvang van vluchtelingen in Zweden is de verantwoordelijkheid van het hele land. We zullen een land blijven dat solidariteit draagt als grootste trots.’
Op het plein klonk ovationeel applaus, de sociaaldemocratische leider kreeg een grote bos rode rozen.

Permanent hekwerk
Twee maanden later besloot het kabinet van dezelfde Stefan Löfven dat de grenzen voor immigranten zonder papieren gesloten moesten worden. Duizenden politiemensen werden vrijgemaakt voor de verscherpte grensbewaking, ook op de brug over de Sont.
‘Hier liepen de migranten in 2015 over de spoorbaan, voor de grenscontroles begonnen,’ zegt agent en ‘operationeel manager’ van de grenspolitie Johannes Nilsson. Hij geeft een knikje naar links, waar het spoor en de autoweg gestaag aan hoogte winnen. De politiewagen snelt langs de voet van de Sontbrug. Achter de Volvo duikt de tunnel uit Kopenhagen boven het waterpeil, om door te lopen in een sierlijke boog over de zeestraat. ‘Aan de andere kant van de brug was een opvangcentrum voor vluchtelingen ingericht,’ zegt zijn collega Eftikhar Taimor. ‘Maar na een paar weken stond dat al leeg omdat er bijna geen vluchtelingen meer doorkwamen.’
Politieman Efikhtar Taimor kwam eind jaren negentig op zijn achtste als kind van Afghaanse vluchtelingen naar Zweden. Zijn niet-westerse uiterlijk en zijn vloeiende beheersing van het Farsi zijn een groot voordeel bij zijn werk, zegt hij. Iedere dag plukken hij en zijn collega’s verschillende asielzoekers zonder geldige papieren uit de trein. ‘Dan helpt het als ik goed contact met ze kan maken.’
‘Het zou mooi zijn als iedereen zich vrij kon bewegen in Scandinavië, net als vroeger. Maar voor nu moeten we dit maar accepteren, denk ik.’
Johannes Nilsson groeide op in het nabijgelegen havenstadje Helsingborg. Vanaf de kade kon hij de lage heuvels van Denemarken aan de overkant zien liggen. ‘Ik had zelf ook liever dat er geen controles nodig waren,’ zegt hij. ‘Het zou mooi zijn als iedereen zich vrij kon bewegen in Scandinavië, net al vroeger. Maar voor nu moeten we dit maar accepteren, denk ik.’
Voorlopig zit daar voor de politiemensen ook weinig anders op: eind april besloot het Zweedse kabinet de grenscontroles te verlengen tot november 2018. Hoewel het in naam een tijdelijke maatregel betreft, werd de provisorische afrastering op het eerste station van Malmö in de weken na het kabinetsbesluit vervangen door een permanent, zwaar stalen hekwerk, gegoten in beton.
Terrorismedreiging
Volgens de Europese regels zijn systematische grenscontroles tussen EU-lidstaten zoals Denemarken en Zweden alleen onder uitzonderlijke omstandigheden toegestaan. Inmiddels is die uitzonderingsgrond moeilijk meer vol te houden. In 2015 kwamen nog ruim tienduizend vluchtelingen per week Zweden binnen, maar sinds de grenscontroles werden ingevoerd is de toestroom dramatisch gedaald. Inmiddels melden zich nog maar enkele duizenden asielzoekers per maand aan de Zweedse grenzen.
Het Europees Parlement oordeelde dat de grenscontroles ‘noodzakelijk noch proportioneel’ waren. Maar daar trekt de Zweedse regering zich vooralsnog weinig van aan.
Eind mei oordeelde het Europees Parlement dat de grenscontroles ‘noodzakelijk noch proportioneel’ waren, en daarmee onwettig. Maar daar trekt de Zweedse regering zich vooralsnog weinig van aan. Sinds een uitgewezen asielzoeker uit Oezbekistan in 2017 met een gestolen vrachtwagen in het centrum van Stockholm op winkelend publiek inreed waarbij negentien gewonden en vijf doden vielen, gooit de Zweedse regering de terrorismedreiging als argument in de strijd om de grenscontroles te handhaven.
De rechts-populistische Zweden-democraten, die in 2010 voor het eerst in het parlement kwamen, zagen in de aanslag een zoveelste bewijs dat Zweden onder een asiel-tsunami dreigt te bezwijken. Na de gruwelijke gebeurtenis stegen ze meteen in de peilingen en werden ze virtueel de tweede partij van het land –- na de sociaaldemocraten van Stefan Löfven. ‘Tot nu toe zijn we niet serieus genomen, en hier en daar zelfs belachelijk gemaakt,’ zei Julia Kronlid, vicevoorzitter van de Zweden-democraten. ‘Ik hoop dat we dat nu achter ons kunnen laten.’

We kunnen het niet aan
Bij de parlementsverkiezingen in september 2018 zouden de Zweden-democraten voor het eerst groter kunnen worden dan de sociaaldemocraten, die in Zweden al decennia vrijwel onafgebroken hebben geregeerd. Na Denemarken, waar de tot dan toe oppermachtige sociaaldemocraten al in 2001 plaats moesten maken voor een rechtse coalitie met gedoogsteun van de populistische Volkspartij, dreigt het rode bastion ook in Zweden te bezwijken.
‘Er moet een wonder gebeuren, wil de sociaaldemocratische partij in september aan de macht blijven,’ zegt Jonas Hinnfors, hoogleraar in de politicologie aan universiteit van Göteborg en kenner van de sociaaldemocratie. Volgens de politicoloog speelt de discussie over een strenger migratiebeleid al jaren in Zweden, ook binnen de sociaaldemocratische beweging. ‘Onder druk van de sociale vleugel heeft Stefan Löfven in 2015 zijn beroemde speech over solidariteit gehouden, maar een deel van de partij was het daar toen al niet mee eens. Toen bleek dat de immigratiestroom bleef groeien, werd de partijtop onder druk gezet door de andere vleugel, vooral door afdelingen in gemeenten waar opeens duizenden vluchtelingen op de stoep stonden. Sindsdien is het leidende uitgangspunt: we kunnen het niet aan, we moeten de instroom controleren.’
Maar de wending naar rechts lijkt weinig te hebben geholpen. Teleurgestelde linkse kiezers stappen volgens de peilingen over naar de Linkse Partij en de Groenen, keren de politiek compleet de rug toe of nemen zelfs het heft in eigen handen: op het platteland is een heel onderduiknetwerk opgezet om te voorkomen dat uitgeprocedeerde Afghanen worden uitgezet. Tegelijkertijd lopen de rechtse stemmers die het beleid nog niet streng genoeg vinden weg naar de Zweden-democraten.
Op de extreme rechterflank hebben ook splinterpartijen als de Noordse Verzetsbeweging in Zweden de afgelopen jaren de wind in de zeilen gekregen.
Vikingen tegen racisme
Onder de watertoren op het grote plein in het havenstadje Trelleborg, zo’n dertig kilometer ten zuiden van Malmö, betreedt een predikant van de lutherse Zweedse Kerk een podiumpje, waaromheen zich zo’n honderd demonstranten hebben verzameld: jonge leden van de feministisch-socialistische Linkse Partij, een ploegje van een antifascistische wielerclub uit Malmö, ouders met kinderwagens. De geestelijke spreekt zich krachtig uit tegen het neonazisme, dat onder Zweedse jongeren steeds meer aanhang krijgt. ‘Trelleborg laat zich niet inpakken door de nazi’s!’
Even later vertelt Nicole Voigt, lid van de jongerenafdeling van de Linkse Partij en organisator van de demonstratie, dat in Trelleborg steeds vaker neonazi’s op straat verschijnen. ‘Ze staan bij het winkelcentrum flyers uit te delen, ze plakken stickers met hakenkruisen op de lantaarnpalen. Dat pikken we niet. Ze moeten weten dat ze niet welkom zijn.’
Anette Hegelund is een Viking. ‘Maar alleen op jaarmarkten, thuis ben ik bang dat de buren denken dat ik extreemrechts ben.’
Onder de demonstranten is ook een vrouw met twee lange grijze vlechten, haar wijde rokken reiken tot de grond. Ze leunt op een knoestige houten wandelstok en steekt met haar andere arm een stapel flyers de lucht in. ‘Vikingar mot rasism’ staat er op de velletjes: ‘Vikingen tegen racisme’. Anette Hegelund is een Viking, vertelt ze. ‘Maar alleen op jaarmarkten en bij rollenspelen, thuis ben ik bang dat de buren denken dat ik extreemrechts ben. Fascisten zoals de Noordse Verzetsbeweging hebben het Viking-erfgoed gekaapt.’
Vanuit de haven van Trelleborg gingen Vikingen de hele wereld over, legt Hegelund uit, ook naar het Midden-Oosten, waar ze samenleefden met de lokale bevolking. ‘Ze waren helemaal niet xenofobisch. Daarom wil ik laten zien dat we trots kunnen zijn op de Scandinavische geschiedenis zónder vreemdelingenhaat.’
Plotseling wordt de groep demonstranten opgeschrikt door twee jongens met korte kapsels en in zwarte jasjes die in ferme pas op het podium aflopen. De antifa’s uit Malmö herkennen hen direct als neonazi’s en duwen ze met zachte hand naar de politieagenten die aan de rand van het plein staan toe te kijken. Die leiden het duo weg van de demonstratie, de hoek om. ‘Malmö is nog relatief rood, daar durven de nazi’s geen demonstraties te verstoren,’ zegt Kalle Strömberg, een van de antifa’s. ‘Maar hier in Trelleborg denken ze dat ze hun gang kunnen gaan.’
Dat ook in het slaperige havenstadje neonazi’s in het straatbeeld verschijnen is geen toeval: in heel Zweden zijn extreemrechtse groeperingen aan een opmars bezig. De antiracistische organisatie Expo becijferde dat in 2017 in Zweden ruim 3600 extreemrechtse activiteiten hebben plaatsgevonden, zeshonderd meer dan het jaar daarvoor: van stickeracties tot het gooien van brandbommen naar asielzoekerscentra.

Net als de Bijlmer
Koren op de molen van de extreemrechtse activisten zijn wijken als Rosengård in het oosten van Malmö, waar volgens de laatste tellingen meer dan 86 procent van de bevolking uit immigranten van de eerste of tweede generatie bestaat. In de stad als geheel is inmiddels bijna de helft van niet-Zweedse afkomst. De wijk werd bekend om de wereldberoemde profvoetballer Zlatan Ibrahimović die er opgroeide, als kind van een Bosnische vader en een Kroatisch-Albanese moeder. Maar tegenwoordig zijn het de schietpartijen tussen straatbendes waarmee de wijk het nieuws haalt. Afgelopen jaar nog werd de zestienjarige Ahmed Obaid doodgeschoten terwijl hij bij het winkelcentrum van Rosengård op de bus stond te wachten.
In de late jaren zestig werd Rosengård in opdracht van het sociaaldemocratische stadsbestuur ontworpen als paradijs voor de arbeiders, net als de Bijlmer in Amsterdam. Maar de laatste vier decennia hebben de arbeidersgezinnen plaatsgemaakt voor immigranten uit Turkije, Irak, voormalig Joegoslavië, Polen en Somalië. ‘En daarmee nam de werkeloosheid in de wijk toe,’ vertelt Tapio Salonen, hoogleraar Sociaal Werk aan de Hogeschool van Malmö. ‘Toen de havenindustrie in de jaren tachtig in elkaar stortte, waren het de immigranten die als eersten op de bank belandden. En veel van hen zijn daar gebleven: omdat de vakbonden voor zulke goede arbeidsvoorwaarden hebben gezorgd, is het voor veel bedrijven onaantrekkelijk om laaggeschoolde arbeiders aan te nemen. Al helemaal als hun Zweeds niet goed is.’
Daar kwam de toestroom van laagopgeleide immigranten van de laatste jaren overheen. Intussen groeit de inkomensongelijkheid in Zweden, zegt Salonen: hoger opgeleiden worden welvarender, terwijl de immigranten en laagopgeleide autochtonen steeds verder achterblijven. ‘Dat zorgt in wijken als Rosengård voor grote sociale spanningen.’
Inzet van het leger
Op vrijdagavond zijn enkele tientallen bewoners van Rosengård bijeengekomen in Folkets Hus, het buurthuis in het winkelcentrum, om over geweld en uitsluiting te praten. Het seminar is onderdeel van de ‘Democratiedagen’ die het buurthuis organiseert over de polarisatie in Zweden en in de wijk. Aan de ramen hangen kindertekeningen, in een boekenkast liggen stapels schriftjes om Zweeds te leren naast Het Rode Liedboek, vol socialistische strijdliederen en klassiekers van de Zweeds-Nederlandse troubadour Cornelis Vreeswijk, waaronder ‘De bekommerde socialist’.
Het gezelschap bestaat vooral uit jongere buurtbewoners van Iraakse, Turkse en Somalische afkomst. De vraag van de avond: hoe kan de stigmatisering van de wijk als gewelddadig getto worden doorbroken? Voor de gelegenheid zijn campagnevoerders van de landelijke beweging ‘Förorten mot Våld’ – ‘De voorstad tegen geweld’ – uit Stockholm overgekomen om een presentatie te houden. ‘Rosengård is méér dan schietpartijen en brandende auto’s,’ klinkt het tijdens het afsluitende kringgesprek. ‘Maar dat wordt te vaak en te gemakkelijk over het hoofd gezien.’
De campagnemensen van ‘Voorstad tegen geweld’ houden het gezelschap voor dat de inwoners van Rosengård hun wijk moeten ‘terugclaimen’ om het negatieve imago om te buigen en er bij de overheid op moeten aandringen dat er meer middelen voor sociaal werk en bestrijding van de werkloosheid dienen te worden vrijgemaakt: de ‘nationale crisis’ moet ‘bij de wortels worden aangepakt.’
Maar intussen zit het stadsbestuur van Malmö met de handen in het haar: de huidige programma’s van het sociaal werk en de werkloosheidsbestrijding leveren bedroevend weinig op. Om het straatgeweld in Rosengård op korte termijn te beteugelen heeft het college eerder dit jaar aangekondigd dat er in de wijk op alle straathoeken beveiligingscamera’s moeten komen.
Zulke maatregelen gaan de Zweden-democraten, de derde partij in Malmö, lang niet ver genoeg. De rechtspopulisten vinden niet alleen dat de buitengrenzen van Zweden hermetisch moeten worden gesloten en dat alle uitgeprocedeerde asielzoekers onmiddellijk het land moeten worden uitgezet, maar pleiten ook voor de inzet van het leger om in wijken als Rosengård orde op zaken te stellen. Pontus Andersson, politiek secretaris van de lokale Zweden-democraten, verklaarde afgelopen jaar voor de camera van de BBC: ‘Als er rellen zijn, moeten de militairen de politie helpen om de situatie in zulke buurten onder controle te krijgen.’
Schaduwmaatschappij
Sinds de Zweedse regering met de hete adem van de Zweden-democraten in de nek in oktober 2017 aankondigde dat afgewezen Afghaanse asielzoekers met spoed zullen worden uitgezet – volgens de immigratiedienst zou het op korte termijn gaan om 21.000 mensen – hebben bezorgde Zweedse burgers een ondergronds netwerk opgezet op het platteland om te voorkomen dat de vluchtelingen worden teruggestuurd: de asielzoekers krijgen onderdak en juridische hulp, en worden als het nodig is telkens verplaatst naar andere opvanghuizen in de eindeloze Zweedse bossen. Volgens de vreemdelingenpolitie zijn er inmiddels duizenden uitgeprocedeerde asielzoekers ondergedoken, en dreigt in Zweden met hulp van gezagsondermijnende burgers een ‘schaduwmaatschappij’ te ontstaan.
De Zweeds-Nederlandse kinderboekenillustrator Marit Törnqvist heeft in het geheim vier Afghaanse jongens opgevangen in een houten huisje.
Die burgers zijn nog niet vergeten dat premier Löfven in zijn beroemde speech in de nazomer van 2015 de Zweden die zich om de vluchtelingen bekommerden uitvoerig prees als de ‘trots van de natie’ – al wordt de sociaaldemocraat daar tegenwoordig niet graag meer aan herinnerd.
Ook de Zweeds-Nederlandse kinderboekenillustrator Marit Törnqvist trok zich het lot van de ontheemde Afghanen aan. Ergens in de bossen van Zuid-Zweden heeft ze in het geheim vier Afghaanse jongens opgevangen in een houten huisje op het terrein van een bevriende boer.
Als de avond valt en de half leeggegeten schotels rijst met lamsvlees zijn opgeruimd, hangen de jongens op de bank. Ze kijken naar de schermen van hun mobiele telefoons, waarop berichtjes verschijnen van andere asielzoekers, of spelen spelletjes. ‘Het wachten is het ergst,’ zegt Törnqvist. ‘Ze zijn vaak totaal wanhopig. Voor alle vier betekent teruggaan naar Afghanistan levensgevaar, voor twee van hen een regelrecht doodvonnis. In het Zweedse rechtssysteem krijgen ze geen poot aan de grond. Ze hebben hier nu geen leven. Ze kunnen niet studeren, ze mogen niet werken. Als de vreemdelingenpolitie hen op het spoor komt, worden ze meteen opgepakt en uitgezet.’
De illustrator heeft advocaten en Amnesty Zweden ingeschakeld om fouten in de procedures aan te tonen, in de hoop dat hun zaken opnieuw worden behandeld. ‘Ik geef niet op, want de jongens kunnen nergens heen. Maar in het huidige politieke klimaat is de kans heel klein dat ze alsnog mogen blijven. Ik heb zelfs een brief aan premier Löfven gestuurd, maar ik heb nooit antwoord gekregen.’
Zo grijpt de polarisatie in Zweden, de vroegere sociaaldemocratische heilstaat, om zich heen. Terwijl de rechts-populistische Zweden-democraten hard op weg zijn de grootste partij van het land te worden, neonazi’s de lantaarnpalen in de steden volplakken met hakenkruisen en immigranten in de arme wijken zich het hoofd breken over een antwoord op de toenemende stigmatisering, verbergen bezorgde burgers uitgeprocedeerde vluchtelingen in de bossen uit angst voor de vreemdelingenpolitie. ‘Waar die polarisatie ons zal brengen, is moeilijk te voorspellen,’ zegt politicoloog Jonas Hinnfors. ‘Maar Zweden is niet meer zoals het was. We dachten altijd dat we de hele wereld konden redden, maar dat zegt bijna niemand meer.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.