Premier Mark Rutte weet de meest geharde tegenstanders te verzoenen. Dat is geen geringe kwaliteit, nu overal in Europa de tweepartijenregeringen wankelen en onwaarschijnlijke combinaties een noodzaak zijn.

Mocht Hillary Clinton tegen alle zorgwekkende verwachtingen in toch winnen van Trump, dan zou ze, vrezen zelfs haar medestanders, wel eens de meest geheimzinnige president uit de moderne geschiedenis kunnen worden. Persoonlijk denk ik dat ze nog een stevige kluif zal krijgen aan Kim Jong-un van Noord-Korea. Maar als je Clinton vergelijkt met premier Rutte, moet je toegeven dat het verschil in benaderbaarheid gigantisch is. Eigenlijk heeft Rutte vroeger nog met alle Nederlanders geknikkerd. Nooit eerder kende dit land een premier op wie de aanspreektitel ‘excellentie’ zo slecht van toepassing is. Dat is niet alleen maar winst, want de term excellentie wordt gedragen door ‘excellent’, en het zou jammer zijn als die belofte ook met het badwater is weggegooid.

Volkskrant-columnist Sheila Sitalsing schreef een moedig boek over onze premier, met de lapidaire titel: ‘Mark’. ‘Mar-rek’ was misschien nog treffender geweest. Moedig, want iedere journalist weet dat je zittende politici met de grootst mogelijke achterdocht moet bejegenen, en hen het beste kan beschouwen als voorlopige verdachten. Die mentaliteit van ‘ik-heb-jou-door-mannetje’ is afwezig in Sitalsings portret. Zij loopt daarom grote kans van naïviteit beschuldigd te worden, of zelfs van fangedrag.

Zijn ‘Pleur op’ is op z’n best een gaffe, op z’n slechtst een populistische uitglijer.

Maar Sitalsing is geen populist, en dus ook geen salonpopulist, die politici per definitie weghoont. Zij laat zien waarom het niet eenvoudig is een hartgrondige hekel te koesteren jegens de mens Rutte. In het verleden waren er politici die met even veel passie werden aanbeden als gehaat (Den Uyl, Fortuyn) en je had minister Van Agt, die in linkse kring absoluut abject gevonden moest worden. Maar dat hele scala aan emoties is niet van toepassing op Rutte. Zelfs politieke tegenstanders moeten mompelend toegeven dat hij ‘gewoon een aardige vent’ is. En benaderbaar, tot in het krankzinnige. De stroom van sms’jes moet inmiddels een brede rivier vormen.

Ook hebben we nooit een premier gehad die zich zo vrijmoedig uitliet over de dagelijkse bezigheden binnenshuis. Rutte werkte voordien bij Unilever, en die liefde is nog niet over: ‘Kampioen met stip is voor mij Cif, vroeger Jif. Daar ben ik dol op. En Robijn. En allesreiniger voor de ramen. (…) En er gaat niks boven de geur van Glorix. Met een scheutje Glorix heb ik het gevoel dat alles heerlijk schoon is.’

Geen vrouwelijke premier zou zich zo’n Huishoudelijk Hooglied kunnen permitteren, want te stereotype. Geen homoseksuele premier, want te karikaturaal. In die zin heeft de blanke heteroseksuele man wel degelijk de grootste uitingsvrijheid; dit soort uitspraken maken hem hooguit prettig excentriek. En natuurlijk heeft zo’n man geen partner nodig.

Sitalsing gaat niet voorbij aan de PVV-gedoogsteun waarvoor Rutte uiteindelijk koos; ook niet aan het ‘comfort’ dat Wilders telkens maar weer geboden moest worden, ook als dat betekende dat zijn eigen bewindslieden door het stof moesten kruipen. Het Polenmeldpunt van de PVV – Rutte waagt zich niet aan kritiek. ‘Omdat ik het onverstandig vind om als er belletje wordt getrokken, daar meteen met zijn allen bovenop te springen.’

Enfin, die terughoudendheid heeft Rutte laten varen met zijn uitspraak in Zomergasten: ‘Pleur op.’ Naar huis? Naar ‘je eigen land?’ Het is op z’n best een gaffe, op z’n slechtst een populistische uitglijer.

Eén kwaliteit steekt er bij Rutte bovenuit: hij is de Mensenvanger, vrij naar het sprookje van Hamelen. De meest geharde tegenstanders weet hij te verzoenen, en de onwaarschijnlijkste gedoogsteun te organiseren. Dat is geen geringe kwaliteit, zeker niet nu overal in Europa de tweepartijenregeringen wankelen en onwaarschijnlijke combinaties een noodzaak zijn.

En dan is er nog Ruttes grote verhaal, of beter gezegd; het gebrek daaraan. Hij hoeft geen vaderfiguur te worden – alsjeblieft. Maar als het gaat over bijvoorbeeld de nieuwe etnische verhoudingen in dit land, kan hij niet de afwezige oom blijven spelen.