Geschiedenis
Het onsterfelijkheidscomité waarvan sprake is in de titel van John Gray’s boek werd in 1924 in Moskou ingesteld om ervoor te zorgen dat het dode lichaam van Lenin zo werd behandeld dat het voor de eeuwigheid mee kon. Eerst probeerde men het lichaam in te vriezen, maar de vriezer bleek niet krachtig genoeg. Het lichaam raakte in verval. Daarna werd het toonbaar gehouden door het regelmatig opnieuw te balsemen. Lenin kwam in een glazen kubus te liggen. De kubus was volgens de ontwerpers Kazimir Malevich en Aleksej Sjtsjoesjev een onsterfelijke geometrische vorm, dus was Lenin ook onsterfelijk.
Je zou denken dat die onsterfelijkheid van Lenin symbolisch opgevat moest worden. Maar zo was het niet. Rond Lenin hielden zich mensen op, de zogeheten ‘Godbouwers’, die echt in ‘wetenschappelijke opstanding’ geloofden, zoals ze er ook van overtuigd waren dat de mens letterlijk maakbaar was. Gorki, Lysenko, Krasin, Loenatsjarski, Fedorov: allemaal geloofden ze in een variant van de uitspraak ‘Menselijke organismen worden geboren, maar mensen worden gemaakt.’ Niet alleen schrijvers werden door Stalin de ‘ingenieurs van de ziel’ genoemd, alle wetenschappers behoorden tot deze familie. Met een koud genoegen lepelt Gray het ene waanzinnige experiment na het andere op waarbij mensen alleen maar werden gebruikt, zoals voor het aanleggen van het Witte Zeekanaal, waarvoor driehonderdduizend dwangarbeiders nodig waren, van wie eenderde het leven liet. Een ander plan betrof ‘de vervolmaking van de mens en de liquidatie van onvolmaakte levensvormen.’
Gray schept er een wreed plezier in om te zien hoe mensen zich verslingeren aan illusies als vooruitgang, volmaaktheid en onsterfelijkheid. De Engelse Victorianen richtten wetenschappelijke genootschappen op voor het bestuderen van telepathie en het paranormale om er achter te komen of de doden nog ergens leefden. The Society for Psychical Research probeerde aan te tonen dat menselijke onsterfelijkheid bestond.
Gray maakt ook nog ruimte voor het modernste verlangen naar onsterfelijkheid, zoals dat bij de singularisten en transhumanisten van het computertijdperk optreedt. Volgens Ray Kurzweil, de profeet van de singulariteit, zullen het menselijk brein en de computer in 2029 niet meer van elkaar te onderscheiden zijn: ze zullen singulier zijn, één, met elkaar versmolten. In dat jaar zullen ze de Turing Test glansrijk doorstaan: men zal niet meer kunnen uitmaken of een boodschap van een mens of van een computer komt wanneer die buiten het zicht van de ontvanger van de boodschap wordt geuit. Kurzweil voorziet dat er een stap in de evolutie wordt gedaan wanneer de computer meer zal weten dan het menselijk brein. De computer zal het brein in leven kunnen houden. Dat schept alle mogelijkheden voor onsterfelijkheid.
‘Wetenschap kan uitbreiden wat mensen al kunnen, het kan mensen niet ontdoen van wat ze zijn,’ schrijft Gray. Met satirisch genoegen wijst hij erop dat Kurzweil in zijn boek Transcend: Nine Steps to Living Well Forever aanraadt je alvast op de onsterfelijkheid voor te bereiden door het slikken van vitaminen en het doen van lichamelijke oefeningen.
**** John Gray, ‘Het onsterfelijkheidscomité’, vertaling Ruud van de Plassche, Ambo, 238 p., € 24,95
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.