Het gaat slecht in de uitvaartbranche. Dat gaat in de berichtgeving gepaard met uitdrukkingen waar Jamal Ouariachi onbedaarlijk om moet lachen. Wat zegt dat over zijn idee van de werkelijkheid?

Wat een hoop mensen met seks hebben – dat het onderwerp op hun giechelspieren werkt – heb ik met de dood. Hoe serieuzer, hoe harder ik moet lachen. Afgelopen zaterdag was het weer zover. In de Volkskrant stond een artikel over financiële problemen in de uitvaartindustrie. Doet u even mee aan een kleine close reading-sessie?

Ter inleiding: je zou op basis van de bevolkingsgroei misschien een toename in het aantal doden verwachten, waarmee het niet vreemd is te veronderstellen dat de uitvaartindustrie een groeimarkt is. Maar niets is minder waar. Twee ‘marktleiders’ (heerlijk woord) in de uitvaarderette zijn onder curatele gesteld: ‘Rouwservice Nederland (rouwvervoer) en Bogra (grafkisten)’. Eigenlijk ga ik op dit punt al stuk, door die alledaagse kroket-uit-de-muur-bedrijfsnaam ‘Rouwservice’ (ongetwijfeld uitgesproken als ‘surruffus’), of de bevreemdende aanduiding ‘rouwvervoer’ (alsof de rouw vervoerd wordt), maar ik weet me nog heel even te beheersen.

De problemen bij Rouwservice Nederland zorgen ook voor ellende bij uitvaartverzorger Monuta. Een woordvoerder wordt als volgt geciteerd: ‘Het geeft bij ons wel stof tot nadenken.’ Stof. Hij zegt het echt. Zijt gij. Hij zegt het echt. En tot stof. Ik begin te hinniken.

“Het geeft bij ons wel stof tot nadenken.” Stof. Hij zegt het echt. Zijt gij.Ook uitvaartverzorger Dela heeft lucht gekregen van de problemen: ‘Toen we hoorden dat [Bogra] in zwaar weer (hou op met me! – JO) verkeerde, hebben we een extra voorraad grafkisten aangelegd.’

Ik vind dat onbedaarlijk grappig. Zie die magazijnen al vol staan. Met lege grafkisten. Zoals de tranen me ook in de ogen springen bij de woorden van de directeur van DZU Uitvaartkisten, Marceau Mureau: ‘Het is tegenwoordig dringen op de markt.’ Mijn buik begint inmiddels pijn te doen van het lachen, maar onthoud even die naam Marceau Mureau, terwijl ik een klein uitstapje maak om te bedaren.

Gepassioneerd aan het werk

Een uitstapje, om precies te zijn, naar de website van DZU Uitvaartkisten. Die geeft geen uitsluitsel over de betekenis van de afkorting DZU, maar weet wel de volgende informatie te verstrekken: ‘Onze “mannen van hout”, zoals wij onze kistenmakers ook wel noemen, zijn elke dag gepassioneerd aan het werk om mooie houtproducten te maken en met zorg en aandacht te regelen dat onze uitvaartkisten tijdig op de plaats van bestemming komen.’

Uitstapje mislukt. Als ik er niet in wil blijven, moet ik die website heel snel weer verlaten. Waar te beginnen? Die ‘mannen van hout’? Dat woord ‘gepassioneerd’, dat rechtstreeks uit het standaardpakket van de niet-gepassioneerde reclameboer komt, want welke man van hout staat in godsnaam ‘gepassioneerd’ een grafkist in elkaar te timmeren? En een grafkist een ‘houtproduct’ noemen, ik besterf het zo onderhand. Maar het mooiste is toch die ‘plaats van bestemming’. In de grond, bedoelen ze natuurlijk. Onder de groene zoden. Tussen het ongedierte. Maar dat klinkt zo ongezellig.

Maar het mooiste is toch die “plaats van bestemming”. In de grond, bedoelen ze natuurlijk.Terug naar de Volkskrant. Er is een nuchtere Fries voor nodig om het artikel tot een monter einde te brengen. Wouter Hoogland, ‘eigenaar van de Friese kistenfabriek Hoogland’ is van mening dat het allemaal wel meevalt met de problemen in de uitvaartbranche. ‘De markt is nooit slecht geweest.’

Oké, that’s it. Ik lig te huilen op de vloer, het lichtgrauwe krantenpapier wordt donker van mijn lachtranen.

Suske en Wiske

Een deel van de lezers zal nu wellicht denken: waar héb je het over, man? Een ander deel huilt inmiddels mee. Maar ik wil even met u terug naar de naam Marceau Mureau. Die naam zou je in een roman niet kunnen gebruiken. Volstrekt ongeloofwaardig. Ik denk dat zelfs de makers van Suske en Wiske de naam te overdreven zouden vinden. Allitteratie? Oké. Eindrijm? Ook prima. Maar allebei? Nee, da’s echt te gortig. Maar goed, bij Suske en Wiske hebben ze weer andere problemen, waar we het nu maar even niet over zullen hebben.

Het uitvaartartikel doet me denken aan een passage in de roman Een circusjongen van Gerard Reve. Daar beschrijft Reve hoe hij op zeker moment in zijn leven tot het besluit komt voor zichzelf een grafkist te bestellen. Samen met een vriend rijdt hij op een ochtend naar ‘H. Zwart, Rivierstraat 8 hs, grafkistenmakerij’ in ‘de stad H.’. Daar aangekomen treffen ze in de woning van de grafkistenmaker een groot gezelschap aan, gezeten in een hoefijzervormige kring. De schoonzoon des huizes staat hen te woord. Een grafkist? ‘Voor wie is het?’ ‘Nee, eh…’ antwoordt Reve, ‘het is voor mijzelf.’

Een ongemakkelijk moment, want wat blijkt? De grafkistenmaker is overleden. ‘Vandaag is de begrafenis,’ zegt de schoonzoon. ‘We wachten op de stoet, die zo dadelijk voor komt rijden.’

Jaren later blikte Reve in zijn colleges over literatuur, gepubliceerd onder de titel Zelf schrijver worden, terug op deze episode, die hij, achteraf gezien, eigenlijk ongeschikt vond voor in een literair werk. ‘Elke keer dat ik de fout maakte de werkelijkheid onafgezwakt en in haar volle letterlijkheid toe te laten, ben ik voor die fout bestraft met ongeloof bij de lezer, ongeloof bij de critici, ongeloof bij iedereen.’

Ons idee van de werkelijkheid

Het zegt iets over onze rare verhouding tot de ons omringende wereld, die we ‘werkelijkheid’ noemen. De werkelijkheid bezorgt ons vaak ongemak. Ze klopt niet, maar waarmee niet? Met ons idéé van de werkelijkheid. Maar het is natuurlijk ons idee dat niet klopt.

Wanneer je de verwikkelingen uit dat Volkskrant-artikeltje als uitgangspunt voor een roman of kort verhaal zou willen nemen, zou je, Reve indachtig, de werkelijkheid moet ‘afzwakken’. De grappen – dat ‘stof tot nadenken’, die ‘mannen van hout’, zo’n uitspraak als: ‘De markt is nooit slecht geweest’ – zouden flauw zijn in een roman. Te dik erbovenop. Te gezocht. Zo’n naam als Marceau Mureau, ongeacht zijn functie? Absoluut ongeloofwaardig, ik zei het al.

Maar in de werkelijkheid kan het. Bovendien, als iets écht is en serieus bedoeld, kan het soms des te grappiger zijn. En het is zeer wel mogelijk dat u, lezer, dat helemaal niet vindt. Dat ligt dan aan uw idee van de werkelijkheid. Of aan het mijne.

En hiermee eindigt dit verhaal over de dood. U mag er weer heerlijk boos en verontwaardigd op reageren, zo u dat wilt, dat staat u uiteraard vrij. Maar ik probeer u nergens van te overtuigen. Ik bied u slechts een kijkje op mijn werkelijkheid, door mijn bril. De glazen heb ik gepoetst, de bril kunt u op elk gewenst moment weer afzetten. Niemand dwingt u, dus bedwing uw woede. Dat wat afwijkt van uw denkbeelden, is geen aanval op u, maar een geschenk áán u. Ik wens u allen een gezegende maandag. Moge de dood nog lang uit uw leven wegblijven. En maakt u zich over de uitvaartindustrie maar geen zorgen. De markt is nooit slecht geweest.

Meer columnisten van Vrij Nederland? Neem de nieuwsbrief.