Autorisatie als keurmerk van rommel
Een van mijn favoriete televisieprogramma is Wegmisbruikers, nu helaas van de buis verdwenen. In elke aflevering van dit realityprogramma zag je wel iemand verschrikkelijk boos worden nadat hij of zij door de politie was aangehouden. Niet omdat er een boete werd uitgeschreven, maar omdat er een draaiende camera in de buurt was. In negen van de tien gevallen verweert iemand zich dan met de opmerking: ‘U mag mij niet filmen.’
Dat nu, is een groot misverstand. Iemand die zich in het openbaar vertoont, kan gezien, gefilmd en becommentarieerd worden. Of we dat nu leuk vinden of niet. Natuurlijk zijn er regels van de goede smaak of opvattingen over maatschappelijke of andere relevantie, en helaas zijn er tenenkrommende resultaten die het gevolg zijn van ons recht op vrije nieuwsgaring. Maar dat is nu eenmaal de prijs die we betalen voor een op zichzelf groot goed: het recht op commentaar en de daarbij behorende kritiek op het openbare leven. Kunst, wetenschap en politiek kunnen alleen gedijen in een omgeving van tegenspraak. Kritiek scherpt de geest. Daarom wil ik de ruimte mij hier gegund, gebruiken om een pleidooi te houden tegen het zogenaamde autoriseren van teksten, in het bijzonder de biografie.
Het verhaal van de kruimeldief
Wie ooit politierapporten heeft ingekeken, valt direct op dat bekentenissen van verdachten allemaal op elkaar lijken. Het taalgebruik van de ongeletterde kruimeldief is hetzelfde als de formuleringen van de hooggeleerde fraudeur. Nee, niet in werkelijkheid natuurlijk, maar wel in geschreven vorm. Een bekentenis is het resultaat van onderhandeling. De verdachte spreekt en de agent schrijft alles op in dezelfde ambtelijke frases die later gekoppeld kunnen worden aan wetteksten die de agent wel en de verdachte vaak niet kent. Als de kruimeldief tekent, is dit het gecanoniseerde verhaal, ook al is het in de woorden van iemand anders.
Dit verschijnsel doet zich ook voor in de biografie. In een bepaald type biografie is het zelfs nog gekker. Biograaf en gebiografeerde spreken dan met elkaar, soms vier keer en soms zeven jaar lang, en aan het einde verklaart de hoofdpersoon met het zetten van zijn handtekening dat hij niet verkeerd geciteerd of begrepen is. Dat heet autorisatie. Maar bijna altijd sluipt er iets anders in deze autorisatieafspraken, namelijk dat de hoofdpersoon denkt dat hij met een handtekening verklaart het eens te zijn met wat de biograaf heeft geschreven. En nog ingewikkelder wordt het als iemand van wie een biografie wordt geschreven van tevoren eist dat deze alleen mag verschijnen indien de tekst ‘geautoriseerd’ is. Dat is alleen al potsierlijk omdat een serieuze biografie echt niet op basis van interviews alleen wordt geschreven, zodat de hoofdpersoon kennelijk ook de al bestaande documenten, brieven en dagboeken, zelfs als die door ánderen zijn geschreven, eerst wil ‘autoriseren’.
Recept voor heibel
We zijn de afgelopen twee maanden getuige geweest van een boeiende casestudy vol misverstanden: de biografie van Reinbert de Leeuw. Uit interviews en andere berichtgeving blijkt dat biograaf Thea Derks en musicus Reinbert de Leeuw samen bespraken hoe die biografie eruit moest komen te zien. De Leeuw legde zelfs het contact met de uitgever. Derks mocht het archief van De Leeuw raadplegen en ging aan de slag.
Gaandeweg ontstond er wrijving omdat Derks niet precies deed wat De Leeuw voor ogen stond. Over het ene schreef ze te veel, over het andere te weinig, volgens De Leeuw. Te veel over zijn jeugd en een ‘ongelooflijke lacune’ zou zijn dat Derks zo weinig over zijn vriendschap met Harry Mulisch en een zekere Piet Veenstra schreef.
Uit interviews die zowel Derks als De Leeuw over deze kwestie hebben gegeven, blijkt dat beiden slachtoffer zijn van het misverstand dat autorisatie heet.
De Leeuw had in een schriftelijke overeenkomst met de uitgever beloofd dat hij autorisatie ‘niet op onredelijke gronden’ zou weigeren. Wat zijn dat, ‘onredelijke gronden’? Door die clausule werd bovendien beklonken dat er alleen kritiek op De Leeuw in de biografie mogelijk was als hij die redelijk vond. Het is onbegrijpelijk dat De Leeuw, de biograaf en de uitgever zich hieraan geconformeerd hebben. Temeer daar het convenant waarin stond dat autorisatie een voorwaarde was voor publicatie is opgesteld nadat Derks begon te merken dat De Leeuw haar helemaal geen vrijheid liet in haar werkzaamheden.
Hoe tegengesteld de belangen van de drie partijen ook waren, ze hadden één ding gemeen: ze autoriseerden een gouden recept voor heibel. Derks heeft zelf in een interview gezegd dat ze steeds met vragenlijsten naar De Leeuw toeging, niet om hem te bevragen maar om ‘door te nemen’ of dat wel goede vragen waren die aan mogelijke derden voorgelegd konden worden. De Leeuw vond het vervelend dat allerlei mensen door de biograaf benaderd werden. Enfin, je valt van de ene verbazing in de andere. Want zo kan er natuurlijk nooit een coherent beeld van de gebiografeerde geschetst worden. En toen in deze sfeer van onenigheid dus die afspraak over autoriseren werd gemaakt, wist je dat het fout zou lopen. Derks voelde zich gecensureerd, terwijl ze zelf dat malle convenant getekend had, De Leeuw onthield natuurlijk zijn autorisatie, maar kon niet goed uitleggen waarom. Dat is ook wel weer logisch, want de dingen die hij niet in de biografie wenste, wil hij natuurlijk al helemaal niet in interviews oprakelen – dan krijgen ze juist nog meer aandacht. ‘Bij een geautoriseerde biografie is dat ondenkbaar,’ zei hij in een interview.
U kent de afloop. Derks publiceerde haar boek bij een andere uitgeverij en volgens Erik Voermans in Het Parool heeft zij daarmee ‘een prachtig monument opgericht’ met ‘gepaste hosanna’s en halleluja’s’ en ‘goddank is er ook ruimte voor de mens’.
Bijna gelyncht
Misschien is niet voor iedereen duidelijk wat een biografie is. We leven in een tijd van selfrepresentation, bedoeld om zoveel mogelijk likes te verzamelen. Op LinkedIn kun je iemand ‘endorsen’ vanwege zijn geweldige kwaliteiten, in de hoop dat jij op jouw beurt ook weer aanbevolen wordt. Dat is allemaal niet erg, want ik denk dat iedereen wel begrijpt dat op Facebook en LinkedIn iets verkocht moet worden, namelijk jezelf.
En hier komen we aan wat een biografie in elk geval niet is. Een goede biografie is geen huldeboek, ook al wordt dat misverstand de wereld in geholpen door de eindeloze stroom zogenaamde biografieën van sporthelden, koks van sterrenrestaurants en BN’ers. Altijd geautoriseerd. In feite gaat het om door BN’ers ingehuurde ghostwriters. Zo gaat later dit jaar de door hemzelf bestelde biografie van Frans Bauer verschijnen, geschreven door Aktueel-journalist Louis Bovée. En reeds verschenen is de geautoriseerde biografie van Carice van Houten; het eerste exemplaar van dit boek werd aan haarzelf aangeboden en bij die gelegenheid liet ze weten dat ze toestemming had gegeven aan AD-journalist Ab Zagt haar geautoriseerde biografie te schrijven. En eind april verscheen de geautoriseerde biografie van Badr Hari van voormalig Telegraaf-journalist Maarten Bax, dezelfde die eerder de geautoriseerde biografie van Frank en Ronald de Boer publiceerde. In het persbericht waarmee dit boek werd aangekondigd, stond een onthullend citaat: ‘Dit is de énige echte geautoriseerde biografie over mij, Badr Hari. Al die andere vertellen onwaarheden, sprookjes. Het is nu tijd om mijn verhaal te vertellen en de zaken eens goed uit te leggen. Sportjournalist Maarten Bax heb ik een kijk in mijn leven gegund.’
Als een biograaf het lef heeft om een onafhankelijke biografie van zo’n sportman of andere celebrity te schrijven, loopt hij de kans ten prooi te vallen aan een volksgericht. Zo ervoer Kitty Kelley, de biograaf van Oprah Winfrey, een paar jaar geleden. Ze is degene die ook een unauthorized biography van Frank Sinatra schreef. Zouden wij nu geweten hebben dat Sinatra wel degelijk banden met de maffia onderhield als zijn biografie authorized was? Nadat Kelley bijna was gelyncht omdat ze aantoonde dat Oprah het verhaal over haar succesvolle loopbaan aan de gedroomde werkelijkheid had aangepast en zelfs consequent gelogen had over wie haar vader was, publiceerde Kelley een artikel in The American Scholar, een driemaandelijks opinietijdschrift over literatuur, kunst en wetenschap dat iedere biograaf zou moeten lezen.
Kelleys verhaal, ‘Unauthorized, But Not Untrue’ is onthullend. Ze vertelt daarin dat het management van Oprah verkondigde dat de biografie ‘unauthorized’ was, en die mededeling maakte van het boek zowat een misdaad. De bekende televisiester had er niet aan meegewerkt, haar zegen er niet aan gegeven, dus moest het boek geboycot worden. Lezers voelden het als verraad om dit boek nog te lezen. De bekende interviewer Larry King hield zijn deur dicht voor Kelley omdat hij zijn goede relatie met Oprah niet op het spel wilde zetten. Barbara Walters vertelde in haar populaire The Today Show dat ongeautoriseerde biografieën alleen geschreven worden ‘to dig dirt’. Geen van de stations die de The Oprah Winfrey Show uitzenden, nodigde Kelley nog uit om in een nieuws- of amusementsprogramma over haar biografie te komen praten.
Nu zou je ter verdediging van Oprah kunnen inbrengen dat zij helemaal niet om die biografie gevraagd had. Maar Reinbert de Leeuw, die zoveel tijd heeft gestoken in ‘het project’? Waarom schrijft hij niet gewoon zelf zijn autobiografie? Het antwoord is waarschijnlijk: omdat hij weet dat een biografie een hogere status heeft, juist omdat het geen selfie is. En het mooiste is natuurlijk – zo zal hij gedacht hebben – een autobiografie vermomd als biografie.
Zelfcensuur is het effectiefst
Een biografie moet onafhankelijk zijn, vrij van invloed van buitenaf en vrij van ideologie. Voor wat biografieën van musici betreft, heeft Nederland toch al geen fraaie traditie.
Neem de biografie van de componist Johan Wagenaar (1862-1941) uit 2004. Alleen al de ondertitel ontneemt je de lust tot lezen: Leven en werk van een veelzijdig kunstenaar. Zeker als je op de titelpagina ook nog een van de auteurs vermeld ziet: Johannes Wagenaar (een achterneef), weet je al dat dit eerder een eerbetoon dan een biografie is. En inderdaad, het boek mist elke kritische distantie. Wel hebben, volgens het voorwoord, Lodewijk Wagenaar en Willem Wagenaar ‘kritisch commentaar’ op het manuscript gegeven.
De familie waakte altijd al over elk biografieplan. Meteen na de dood van Johan opperde een neef van Wagenaar een biografie te schrijven. De familie hield dat tegen, met als belangrijkste argument dat ‘piëteit ten opzichte van voorgaande geslachten het publiceren van een biografie op dat moment ongewenst maakte’.
Er zijn andere voorbeelden van ‘autorisatie’ te geven waarbij je je wenkbrauwen optrekt. Oud-minister Job de Ruiter schreef een biografie van de jurist Jan Donner. De biograaf mocht het archief van Donner gebruiken op voorwaarde dat zijn familie voor publicatie van het manuscript eventuele ongewenstheden zou mogen schrappen. En raadt u eens wat er gebeurde? De familie streepte niets uit de biografie. Omdat zij zo liberaal was? Nee, natuurlijk niet, maar omdat zelfcensuur nog altijd de meest effectieve censuur is. Donner werd precies zo beschreven als hij zelf gewild had.
Terwijl Hepburn al dood was
Een biografie is niet het gestolde beeld dat de beschreven hoofdpersoon van zichzelf heeft, daar is nu juist de autobiografie voor uitgevonden. Een onafhankelijke biografie kan iemands leven duiden en herduiden, al naar gelang het tijdperk waarin het boek geschreven is. Het beeld dat de gebiografeerde van zichzelf schetst, zal een verstandige biograaf zeker gebruiken, maar slechts als één van de noties die het eindresultaat bepalen. En dat ook nog met de nodige scepsis. Iedereen kan zich voorstellen dat een autobiografie wordt geschreven als een zelfrechtvaardiging.
We lezen bijna dagelijks in de krant dat onafhankelijk onderzoek wordt bedreigd door allerlei belangen. The advertorial verkocht als onafhankelijke journalistiek is daar een voorbeeld van. Daar hoeft niet altijd boze opzet bij in het spel te zijn, maar belangen van welke aard dan ook doen een kritische geest snel verdampen. Natuurlijk is het mooi dat er zoveel goed geschreven autobiografieën en andere egodocumenten bestaan – in de serie Privé-domein heeft De Arbeiderspers er al zo’n 250 gepubliceerd, die bijna allemaal zeer de moeite waard zijn. Nog mooier is dat biografen hun genre verdedigen en zich los van welk belang dan ook durven te manifesteren, zeker ten opzichte van het belang van degenen die ze biograferen. Onafhankelijk en zonder belangen betekent dat een biograaf er goed aan doet pas in actie te komen als zijn object van onderzoek is overleden.
In Amerikaanse boekhandels zie je – helaas – maar al te vaak biografieën met een buikbandje eromheen waarop in koeienletters staat: Authorized. Wat ooit als een waarschuwingsterm geïntroduceerd werd, bedoeld om de lezers duidelijk te maken dat we te maken hadden met onbetrouwbare rommel, is de laatste jaren omgedraaid tot een keurmerk. In Amerika worden zelfs rechtszaken gevoerd tegen biografen die ten onrechte de indruk wekken ‘authorized’ te zijn. Zo begon de zoon van Audrey Hepburn een proces tegen Diana Maychick omdat die laatste een biografie publiceerde onder de titel Audrey Hepburn: An Intimate Portrait. Met zo’n titel wekte zij de indruk authorized te zijn, en dat zou de verkoop van Audrey Hepburn, An Elegant Spirit: A Son Remembers schade berokkenen. Het boek van Sean Hepburn Ferrer verscheen tien jaar na dat van Maychick, maar de rechtbank gaf hem gelijk en Maychick werd verplicht om op het omslag van een herdruk van haar biografie te vermelden dat dit boek ‘unauthorized’ was. De halve wereldliteratuur is geschreven omdat ouders en kinderen elkaar maar niet willen begrijpen, maar hier werd wettelijk vastgelegd dat de zoon van Audrey Hepburn wel ‘Authorized’ op zijn boek mocht zetten, terwijl de hoofdpersoon ervan al dood was voordat zelfs maar het idee voor Audrey Hepburn, An Elegant Spirit: A Son Remembers geboren was.
Het voordeel van deze marketing met autoriseren is dat je als lezer weet: niet kopen. Of, om Gerard Mulder naar aanleiding van de Reinbert de Leeuw-biografie uit Het Parool te citeren: ‘Autorisatie is de dood in de pot.’ Want neemt u van mij aan: geen enkele biograaf maakt zomaar een afspraak over autoriseren. Het is altijd een afspraak waarvoor hij iets van zijn onafhankelijkheid moet inleveren, terwijl de ware biograaf alleen verantwoording hoeft af te leggen aan zijn professionaliteit.
Liggen er degelijke vragen ten grondslag aan deze biografie? Zijn de bronnen verantwoord, is het boek goed geschreven? Of dat allemaal gelukt is, mag iedereen zelf bepalen. Wie als gebiografeerde geen vertrouwen heeft in die professionaliteit van de biograaf, raad ik aan zelf zijn autobiografie te schrijven. Die biografie komt dan wel na je dood. n
De Hazelhoff-lezing werd uitgesproken op 14 april bij de uitreiking van de tweejaarlijkse Erik Hazelhoff Roelfzema Biografieprijs. Hans Renders is hoogleraar Geschiedenis en Theorie van de Biografie en directeur van het Biografie Instituut aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Bladwijzer
Online bron
Unauthorized, But…
Kitty Kelley na Oprah
‘Ongeautoriseerd. Het woord werkte als een alarm en al die mensen die naar Barnes & Noble waren gekomen om de Oprah-biografie te kopen, stormden de winkel weer uit.’ Kitty Kelley schreef een biografie over Oprah Winfrey. Nadat Oprah had verklaard dat de biografie ‘ongeautoriseerd’ was, sloten zich de deuren. Talkshows wilden haar niet meer ontvangen uit angst voor Oprahs toorn, fans wilden het boek niet kopen want dat zou verraad betekenen. Je kan maar beter non worden of emigreren of met pensioen gaan, reageerden Kelleys vrienden. In haar artikel ‘Unauthorized, But Not Untrue’ beschrijft Kelley wat er zoal kan gebeuren als je een ongeautoriseerde biografie schrijft. En waarom ze het toch telkens weer doet.
Ga naar VN.nl/biografie
Nee
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.