Met de overname van Raqqa afgelopen oktober lijkt de nederlaag van IS in zicht. Maar met het onschadelijk maken van het kalifaat komt nog geen eind aan de terreur, zagen we aan de recente aanslagen in Egypte en Spanje. Andere terreurorganisaties, als Al Qaida, dreigen (opnieuw) met aanslagen, en als ondergrondse organisatie kan IS nog altijd oproepen tot geweld in het Westen. Zo werd Amsterdam onlangs met naam en beeld vermeld als een mogelijk doelwit.
Den Haag nam een groot aantal maatregelen om terreur voor te zijn. Afgelopen zomer stelde de NRC een lijst samen van deze maatregelen, in volgorde van meest tot minst effectief. Strenger bewaakte landsgrenzen en uitgebreide overheidsdiensten (de AIVD natuurlijk) staan bovenaan de lijst, en de onderkant wordt opgemaakt door strafrechtelijke procedures en deradicaliseringsprogramma’s. De meest ‘opvallende mislukking’, helemaal onderaan, bleek toch wel het gebruik van counter-narratives.
Tegenverhalen voor extremisme
Counter-narratives – vrij vertaald als tegenverhalen – zijn een vorm van contrapropaganda: zo zou de jihadistische boodschap ondermijnd kunnen worden, en kan radicalisering van personen worden voorkomen. Reclame voor het Westen, so to speak. De methode won aan populariteit toen het kalifaat naar schatting 160 burgers uit Nederland naar de brandhaarden in Syrië en Iraq lokte. Maar de westerse tegenhanger is geflopt, terwijl de PR van IS – denk met go pro’s geschoten filmpjes, talloze tweets en theologische verwijzingen – online floreert.

Daar zijn meerdere redenen voor: het Europees Parlement nam ten eerste het verschil in kwaliteit kwalijk, staat in hun rapport: het AIVD-werkstuk uit 2016 was wel erg suf, zeker vergeleken met de gebaarde en gewapende posterboys van IS. Ook is het verband tussen het bekijken van propaganda en het deelnemen aan extreem geweld wazig: elke puber komt wel eens in de krochten van het internet terecht, maar niet elke puber sluit vervolgens zijn laptop en neemt dan de wapens op. Dan: tegenverhalen zijn in essentie defensief. Het zijn reacties op het verhaal van de vijand, en die bepaalt op welke grond het gevecht plaatsvindt en kadert het narratief af naar eigen smaak.
Het AIVD-werkstuk uit 2016 was wel erg suf in vergelijking met de gebaarde en gewapende posterboys van IS.
Een vierde en minstens zo groot probleem is dat tegenverhalen van de overheid afkomstig zijn. De contrapropaganda van de AIVD, waarin het dagelijkse leven in het kalifaat wordt geschetst, met bijzondere aandacht voor het misbruik van vrouwen, de dakloze kinderen en de onderdrukte minderheden, is aan dovemansoren gericht: radicalen in spe en strijdende jihadisten wenden zich namelijk niet vlug tot de AIVD of andere overheidsdiensten voor advies. Dit roept de volgende vraag op: hangt de efficiëntie van een tegenverhaal nauw samen met de bron van die boodschap?
Wijlen Eberhard van der Laan geloofde van wel. In het geheim ontwikkelde de burgemeester een reeks YouTube-filmpjes waarin een Marokkaans-Nederlandse vlogger over zijn lastige bestaan in Amsterdam vertelt, maar elke afslag richting extremisme afraadt. Door een onderzoek van Elsevier werd het project alsnog naar de gemeente herleidt en uitgebreid afgebrand: de geheimhouding van het project, de onrechtmatige beïnvloeding van burgers, en de betwijfelbare effectiviteit van de gemaskeerde gemeentepoging vielen in slechte smaak bij publiek en politici.
Een ’tegenverhaal’ is een ambigu begrip. Los van de doelgroep (extremisten, zij die kwetsbaar zijn voor extremisme, leden van een gemeenschap waarin extremisme voorkomt, of de samenleving als geheel) loopt ook de vorm uiteen. Het begrip verwijst naar de verwijdering van accounts, de omleiding naar andere content (zoek jihadistische en gij zult vredelievende websites vinden), de pogingen om tegenverhalen aan beleid te verbinden én de zelfstandige inspanningen vanuit de samenleving.
Submarine Channel
En daar betreedt Submarine Channel de bühne. Corine Meijers (interactive producer) en Hans Dortmans (research coördinator) experimenteerden de afgelopen jaren in meerdere mediaprojecten met het gebruik van nieuwe technologieën en andere vormen van verhalen vertellen. Zo navigeert de kijker in Refugee Republic door een Irakees vluchtelingenkamp (uitgebeeld met werkelijke videobeelden en tekeningen van Jan Rothuizen) en ontmoet gaandeweg de inwoners. Last Hijack, een project over de piraterij langs de kust van Somalië, dat beide kanten van een kaping belicht, leverde Submarine Channel een Digital Emmy op.
In het spitsuur van het uitreizen – de zomer van 2015 – startten Corine en Hans een nieuw project, Echoes of IS, We Share the Scars. Het idee: twaalf portretten van twaalf mensen die op diverse manieren zijn aangeraakt door IS, zowel vluchtelingen als uitreizigers. Met die verzameling van uiteenlopende perspectieven en verschillende ervaringen wilden ze brandende vragen beantwoorden: waarom gaan Nederlandse burgers naar Syrië? Wat verwachten ze daar aan te treffen? Wat betekent het om te vluchten uit je moederland? Waarom en hoe radicaliseert iemand, en waaraan merk je dat?
Corine en Hans namen afstand van de schandpaal en het slachtofferschap. Zij lieten het opgeheven vingertje van de moraalridder links liggen en wilde elke deelnemer een gelijke kans geven om ervaringen en meningen te delen. Subsidie kwam van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Ook de NCTV (Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid) subsidieerde het project met een forse som, in de hoop dat dit initiatief wél effect sorteerde. Volgens Corine ging deze bijdrage niet gepaard met voorwaarden, en bleef Submarine Channel onafhankelijk in initiatief én productie. Elk portret werd apart opgenomen, waardoor het vertoond kan worden aan de doelgroep die het best bij de boodschap past.
Het portret van de zevenjarige Hwidi geeft inzicht in de wijze waarop geweld genormaliseerd wordt voor een kind dat in het kalifaat opgroeit. Hwidi vertelt, als het kind dat hij is, over de onthoofdingen die hij zag, hoe zijn moeder zich sluierde op straffe des doods en over de ontsnapping van zijn vader aan de IS-strijders. Op de vraag of hij wil terugkeren antwoord hij: ‘Nee, omdat Syrië kapot is en IS daar zit.’ Een ander Syrië kent Hwidi niet.
Hoewel de statistieken suggereren dat voornamelijk jongeren radicaliseren, laat Submarine Channel zien dat de aantrekkingskracht van extremisme de leeftijdsgrenzen overschrijdt. Zo vertelt Hoessein hoe zijn ex-vrouw radicaliseerde en zijn kinderen ontvoerde naar Syrië. Zijn zoontje kwam daar tijdens een bombardement om het leven. Sarie en Orhan leggen uit hoe buurtbewoners zorgzaam en waakzaam kunnen zijn voor signalen van extremisme. En Ferry bezoekt nog steeds concerten, die bewuste avond in de Bataclan ten spijt.
Hwidi vertelt, als het kind dat hij is, over de onthoofdingen die hij zag, hoe zijn moeder zich sluierde op straffe des doods en over ontsnapping van zijn vader aan de IS-strijders.
Jongerenorganisaties kunnen leren van Abdel-Rahman – voorheen Jordi geheten – die zich in Nederland minderwaardig voelde. Zijn omgeving bespotte zijn baard en zijn werkgever gaf geen toestemming om te bidden, onderwijl zijn collega’s elke vijf minuten een sigaretje rookten. Het vertrek van zijn vrienden en zijn ervaring als tweederangsburger vergemakkelijkte zijn keuze. Eenmaal in Syrië raakte hij gedesillusioneerd in een trainingskamp en keerde terug met de wens om het toekomstperspectief van Nederlandse moslims te verbeteren. Uitreizigers als Abdel-Rahman blijven bang om naar voren te treden: ze willen hun leven opbouwen en vrezen de gevolgen van het verleden.
Ondanks die vrees en de taboestatus van IS weigerde Submarine Channel de deelnemers met pixelhoofden en ruisstemmen in beeld te brengen. ‘Mensen moeten bij dit project betrokken worden,’ vertelt Corine. ‘De openheid van een dialoog is belangrijk. Vandaar hebben we iedereen ook open in beeld gebracht.’ Deze openheid vormde een barrière van velen, en niet in het minst voor de Syrische vluchteling Dyana. Zij zag na aankomst in Nederland de zwarte vlag met witte letters uit het raam van een flat hangen. IS-strijders bedreigden haar man op Facebook (ze weten waar hij woont en zweren hem op te zoeken) en Dyana vreest voor de dag waarop een jihadist bij haar op de stoep staat.
Counter-dialogues
Vooral het portret van Abdel-Rahman maakte de tongen los in een van de buurthuizen die Submarine Channel bezocht. De jongeren kwamen telkens weer terug op de worsteling van Nederlandse jongeren met een migratieachtergrond: hoe pushfactoren hen richting extremistische ideologieën duwen. Sommige jongeren toonden begrip voor Abdel-Rahman, anderen niet. De een uitte haar angst voor IS, terwijl een ander beweerde dat het gevaar al geweken was. Hans en Corine hopen dat de dialoog in het buurthuis een vertaalslag maakt naar de samenleving als geheel, van micro naar macro. Om daar zeker van te zijn ging Hans in gesprek met organisaties als SPIOR (Stichting Platform Islamitische Organisaties Rijnmond).
Hulp van deze organisatie, die bestaat uit imams, leraren en andere sleutelfiguren uit de islamitische gemeenschap, is cruciaal bij het opbouwen van een dialoog met de groep die het meest ontvankelijk is voor extremisme. De leden van SPIOR reageerden enthousiast: zo ontstond zelfs het idee om mildere portretten in te zetten op basisscholen, zodat kinderen vroeg kennis maken met de thematiek. In een klein klaslokaal, met een goed gesprek achteraf, kan Hwidi een verschil maken.
Maar de belangrijkste doelgroep van het project vormen de autochtone Nederlanders zelf. ‘Echoes of IS is een eyeopener voor hen die sceptisch zijn,’ vertelt Corine. ‘Met de portretten leren zij de thematiek en de beweegredenen van vluchtelingen en uitreizigers kennen. Het radicaliseren van jongeren, en ook de anderen, werpt licht op het tekortkomen in onze samenleving. Met deze docu’s willen wij het idee geven dat er wel degelijk een plek voor hen in Nederland bestaat, al moeten zij die soms vrijvechten: als je baas het bidden verbiedt en het roken van sigaretten toestaat, confronteer hem dan!’
In tegenstelling tot de monologen van de AIVD en de Amsterdamse gemeente is de dialoog die Echoes of IS aangaat niet eenvormig; de diversiteit, de sociale waarden en de tolerantie van een multiculturele samenleving passen niet in één enkel keurslijf, maar zijn fluïde en worden constant afgetast in de maatschappij. Om dat verhaal te vertellen is een veelvoud van stemmen nodig, het werkelijke alternatief voor de propaganda van extremisten. Submarine Channel deed een eerste stap in de juiste richting: exit counter-narratives, enter counter-dialogues.

Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.