Dit verhaal is ook te beluisteren.
De koffieoogst is net achter de rug in Suka Jaya, een dorp in het zuiden van het Indonesische eiland Sumatra. Op veel erven liggen tapijten van koffiebonen te drogen. Vrouwen en mannen gaan er met houten bezems doorheen, ratelende machines ontdoen de bonen van hun schil. Kinderen rennen rond.
In het pakhuis midden in het dorp ligt een enorme berg losse koffiebonen. Op stapels zakken koffie die ernaast liggen, zitten jongemannen te niksen. De bonen gaan vanuit hier naar verschillende kopers, zegt de koffiehandelaar aan het houten tafeltje, terwijl hij de administratie bijhoudt. Zoals het handelsbedrijf Asia Makmur, dat onder meer aan JDE Peet’s levert, het moederbedrijf van Douwe Egberts. Weet hij dan nog precies welke bonen van welke boer komen? Nee, antwoordt de man. Hij koopt in van meer dan duizend boeren.
De koffie van JDE Peet’s moet vanaf 2025 ‘verantwoord’ ingekocht zijn. Dat betekent dat de teelt ervan bijdraagt aan ‘welzijn van de boeren, gelijkheid van mensen en duurzaamheid van het land’, schrijft het bedrijf op de website. In 2021 verdiende nog geen derde van de bonen dat stempel, maar in 2022 verwachtte de koffiegigant een grote klapper te maken en het percentage naar tachtig procent op te trekken.
Om zeker te weten dat de koffiebonen aan deze voorwaarde voldoen, moet JDE Peet’s wel weten waar de bonen vandaan komen. The Investigative Desk trok naar Indonesië om die ambities te onderzoeken en trof een lange en onoverzichtelijke koffieketen aan. Garanties over de herkomst van een koffieboon blijken niet realistisch. Boeren leven bovendien in onzekerheid omdat ze afhankelijk zijn van schommelende koffieprijzen en onbetrouwbare tussenhandelaren. Daar heeft JDE Peet’s geen antwoord op.
Indonesië produceert zeven procent van alle koffie in de wereld. Hoewel Indonesiërs zelf steeds meer koffie drinken – Jakarta bulkt van de koffietentjes – gaat 62 procent van de bonen naar het buitenland. Van de ruim 1.34 miljoen Indonesische koffieboeren, veelal met een paar hectare land, komt de koffie via de brommers en de pickups van kleine en grotere tussenhandelaren via coöperaties, leveranciers, exporteurs en makelaars bij de grote branders als JDE Peet’s en Nestlé terecht. De brander kan onmogelijk weten wat zich in die lange keten allemaal afspeelt, en geeft dat ook toe.
The Investigative Desk
The Investigative Desk is een groep gespecialiseerde onderzoeksjournalisten. Zij financieren hun werk met donaties, subsidies, beurzen en honoraria. De geldgevers hebben geen rol in of inhoudelijke zeggenschap over de onderzoeken en publicaties. Meer informatie op www.investigativedesk.com
Nepgeld
‘Ik verkoop mijn koffie aan de koffiecoöperatie, maar net zo goed aan de handelaar hier tegenover als die sneller is en beter betaalt,’ zegt koffieboer Ponidi in Ngarip, een dorp in de koffieregio Tanggamus op Sumatra. Hij is bezig met het repareren van het zadel van zijn motor. Zeven grote zakken bonen staan op zijn veranda, nog een kleine stapel losse bonen ligt op zijn erf te drogen. Een kind van een jaar of tien brengt een grote zak bonen op de brommer weg. Naast de winkel die lokale koffie verkoopt, laden jonge mannen zakken op een pickup. Het dorp ligt ver in de beboste heuvels van Sumatra, op uren rijden over een slechte weg. De prijs is met 1,35 euro voor een kilo bonen nu best goed, zegt Ponidi. ‘Maar het is ook wel eens 15.000 roepia geweest.’ Minder dan een euro.
Ruim negentig procent van de koffieplantagearbeiders verdient minder dan het minimumloon. Op Sumatra is dat ongeveer 168 euro per maand.
Ponidi boert al vijfentwintig jaar, en is een vat vol verhalen over oplichting en diefstal door tussenhandelaren. Eentje betaalde eens met nepgeld. Hij lacht er nu om, maar het kostte hem wel zijn inkomen.
Die problemen moeten koffieboeren zelf oplossen, aldus Ponidi. Ze zijn niet verzekerd, steun van de overheid, zoals subsidies voor pesticiden, is minimaal. ‘En de kosten voor koffieplukkers, onderhoud van de koffiestruiken en transport zijn hoog.’ Tijdens de oogst, zo’n drie maanden per jaar, betaalt Ponidi zijn koffieplukkers omgerekend zo’n drie euro per dag. Ruim negentig procent van de koffieplantagearbeiders verdient minder dan het minimumloon. Op Sumatra is dat ongeveer 168 euro per maand.
Schulden
De koffiemarkt is altijd onzeker, vertelt Harm van Oudenhoven, directeur van de Hanns R. Neumann Stiftung in Indonesië, een Duitse stichting die gelieerd is aan de koffiebrander Neumann Kaffee Gruppe en wereldwijd koffieboeren helpt. De organisatie is nu ruim tien jaar actief in het land. ‘Een paar jaar terug was de prijs de helft lager. Mensen kapten hun koffiestruiken om wat anders te planten. Ze staken zichzelf in de schulden om schoolgeld te kunnen betalen, en leden honger. Dat waren moeilijke tijden. En dan ligt uitbuiting door bijvoorbeeld koffiehandelaren ook op de loer.’
Dat de prijs nu hoger is, komt door de mislukte oogst in Brazilië, ’s werelds grootste koffieproducent. Is dat voorbij, dan zullen de prijzen hoogstwaarschijnlijk weer gaan dalen. ‘Wij willen boeren juist weerbaar maken door ze minder afhankelijk te maken van koffie en ook andere producten te laten verbouwen,’ zegt Van Oudenhoven.
Door sterk schommelende koffieprijzen, inflatie en oplopende productiekosten kwamen steeds meer koffieboeren in extreme armoede terecht, valt ook te lezen in de Koffiebarometer (2020), een tweejaarlijkse studie naar de ontwikkelingen in deze markt. Droogte en plantenziekten door klimaatverandering tasten de oogst aan. In Kameroen en Nicaragua leeft bijna de helft van de boeren van minder van twee dollar per dag. Ook onder Indonesische koffieboeren heerst armoede, vooral in de afgelegen gebieden.
Machtsconcentratie
Daarbij wordt de wereldkoffiemarkt gedomineerd door een steeds kleinere groep multinationals, het gevolg van het voortdurend opkopen en opschalen van bedrijven. Zo is Nederlands bekendste koffiemerk Douwe Egberts, in 1753 opgericht als een winkeltje ‘in koloniale waren’ in het Friese Joure, opgeslokt door JDE Peet’s, de een na grootste koffiebrander ter wereld met een jaarlijkse omzet van ruim zeven miljard euro. Sinds 2013 heeft JAB Holding, een investeringsvehikel van een extreem rijke Duitse familie, een controlerend belang in het bedrijf. Alleen de koffietak van voedingsreus Nestlé is groter.
De koffiebrander is niet blind voor de lastige positie van de boeren, verzekert Laurent Sagarra, directeur Kwaliteit & Duurzaamheid bij JDE Peet’s. We spreken hem samen met directeur Koffee & Thee Inkoop Christopher Beath op het hoofdkantoor aan de Koffiekade in Utrecht. Buiten rookt de iconische DE-schoorsteen. Binnen wordt koffie geschonken.
Honderd procent verantwoord ingekocht betekent dat alle koffie moet voldoen aan minimumstandaarden, waaronder geen kinderarbeid, geen ontbossing, geen gevaarlijke pesticiden. Deze standaarden zijn mede ontwikkeld door de industrie zelf, het Global Coffee Platform, waar JDE Peet’s ook onderdeel van is, en vastgelegd in de Coffee Sustainability Reference Code.
De code legt de verantwoordelijkheid vooral bij de boeren zelf. Zij moeten met de juiste kennis en landbouwmethodes hun productie verhogen om meer te verdienen en een betere kwaliteit boon te leveren. Over een minimumprijs rept de code met geen woord. Wel zijn er vage en niet meetbare standaarden, zoals dat boeren ‘prijzen ontvangen die de kwaliteit van hun koffie weerspiegelen’. Volgens Sagarra produceren veel boeren ‘zo weinig dat ze ook met een minimumprijs niet zouden rondkomen’.
‘Certificering is duur en de eisen zijn zo hoog, dat vooral grote boeren daaraan kunnen voldoen. Kleine boeren vallen buiten de boot en hebben zo geen toegang tot onze markt.’
Yuca Waarts, onderzoeker duurzame ketens aan de Wageningse universiteit, is dat met hem eens. Maar, zegt ze ook, ‘veel boeren zijn zo arm dat elke euro telt’. Koffiebranders kunnen hen bijvoorbeeld ook beter betalen via cash transfers: een basisvergoeding van enkele honderden euro’s per jaar die iedere boer krijgt, ongeacht zijn productie. ‘Cash transfers zijn een goede strategie om de positie van de allerarmsten te verbeteren, maar het is wel duur.’ In de cacaosector wordt er al langer mee gewerkt.
De controle hoeft volgens de regels van het Global Coffee Platform bovendien niet uitgevoerd te worden door een onafhankelijke partij als Fairtrade of Rainforest Alliance, koffiebranders mogen hun koffie ook laten ‘verifiëren’ door een organisatie zonder externe toezichthouder.
De introductie van verificatie binnen Peet’s in 2016 was een keerpunt voor het duurzaamheidsbeleid van het bedrijf. Voorheen wilde de koffiebrander de positie van de boeren verbeteren door steeds meer gecertificeerde koffie te verkopen. In dat geval voldoet de koffie aan de eisen van een onafhankelijk keurmerk zoals Fairtrade of Rainforest Alliance. Externe en daarvoor geaccrediteerde organisaties controleren de naleving daarvan. Maar, zegt directeur Koffee & Thee Inkoop Beath nu: ‘Certificering is duur en de eisen zijn zo hoog, dat vooral grote boeren daaraan kunnen voldoen. Kleine boeren vallen buiten de boot en hebben zo geen toegang tot onze markt.’
Dat klopt niet, stelt Rainforest Alliance. Volgens de keurmerkorganisatie heeft 92 procent van de boeren in hun programma’s minder dan twee hectare land.
Niet openbaar
JDE Peet’s maakt nu ook gebruik van verificatie om milieu- en welvaartsstandaarden te controleren. Het bedrijf werkt daarbij samen met Enveritas. Deze in 2016 opgerichte Amerikaanse non-profitorganisatie bezoekt boeren steeksproefsgewijs, en maakt daarnaast gebruik van kunstmatige intelligentie. Via satellietbeelden is te zien of er scholen zijn, of ontbossing. Zo hoeft niet elk bergdorp meer te worden bezocht. ‘We gebruiken machine learning om te weten waar de scholen zijn,’ vertelt Enveritas-CEO David Browning in een online interview. ‘Een schoolgebouw is langer dan een huis, heeft een voetbalterrein en een toilethok.’ Veel efficiënter, en daarmee goedkoper, dan de aanpak van Rainforest Alliance of Fairtrade, aldus Browning. Enveritas zegt zo jaarlijks 60.000 boeren te kunnen bezoeken. Rainforest Alliance zegt bij navraag dit jaar zo’n 9.000 boeren te hebben bezocht.
Op basis van de rapporten van Enveritas ontwikkelt JDE Peet’s vervolgens, samen met een ngo, een programma om bijvoorbeeld de productiviteit van koffieboeren te verbeteren, zoals een training in goed snoeien. JDE Peet’s kiest daarbij voor het laaghangend fruit, ‘voor de problemen die we het snelst en goedkoopst mogelijk kunnen oplossen’, vertelt Beath.
Enveritas maakt de resultaten van de controles, die wel aan de brander worden gerapporteerd, niet openbaar. ‘Dat is serieus problematisch,’ vindt Heske Verburg, directeur van Solidaridad, de hulporganisatie die het allereerste koffiekeurmerk Max Havelaar ontwikkelde. ‘De controlerapporten mogen de brander wellicht waardevolle inzichten geven, maar niemand weet wat ze er vervolgens mee doen en of dat nut heeft.’
Hoewel Verburg het nut ziet van nieuwe technologie, zet ze ook vraagtekens bij de inzet van kunstmatige intelligentie. ‘Infrastructuur, maar ook ontbossing en nieuwe koffie-aanplant kun je inderdaad aflezen via een satelliet, maar eerlijke lonen en kinderarbeid natuurlijk niet.’
Opvallend is ook dat Enveritas geen jaarverslagen publiceert op zijn website. Uit de belastingaangifte van de organisatie, in te zien via de database ProPublica, een Amerikaanse collectief van onderzoeksjournalisten, blijkt dat de organisatie in 2020 een omzet van bijna 10 miljoen dollar draaide. Slechts zo’n 52.000 dollar hiervan kwam volgens de belastingaangifte uit geleverde diensten, oftewel verificatie. De rest kwam uit giften van donateurs, ‘uit de koffie- en cacaoindustrie’, aldus CEO Browning. Verder worden er forse salarissen verdiend. Zo krijgt Browning meer dan 350.000 dollar per jaar. Vergelijkbare salarissen worden overigens ook door de directeuren van Rainforest Alliance en UTZ Certified verdiend.
De methode van Enveritas en de organisatie zelf zijn kortom weinig transparant. ‘De slager keurt zijn eigen vlees,’ zegt onderzoeker Sjoerd Panhuysen van Ethos Agriculture, auteur van de Koffiebarometer. ‘Verificatie is een black box: bedrijven die zeggen dat ze aan hun eigen criteria voldoen.’ Volgens Panhuysen is de industrie vooral op zoek naar een efficiënte en goedkope oplossing.
Sagarra en Beath van JDE Peet’s willen er allemaal niets van weten. Zij vinden de methode van Enveritas ‘innovatief’ en een ‘bewijs dat we volgroeid zijn’. Volgens Sagarra gaat JDE Peet’s in het jaarverslag over 2022 wel ‘meer communiceren’ over de controles.
Traceerbaarheid tot aan de boer
JDE Peet’s streeft naar 40 procent geverifieerde of gecertificeerde bonen in 2025. De vraag is hoe de overige 60 procent bonen dan gecontroleerd worden, en of JDE Peet’s zich aan de voorwaarden van het Global Coffee Platform houdt. ‘Volledig verantwoord ingekocht betekent dat in alle gebieden waar we koffie vandaan halen programma’s lopen,’ verklaart Beath.
Dat betekent dus niet dat het bedrijf de herkomst kent van alle bonen die de één miljoen koffieboeren aan het bedrijf leveren. Beath schat dat JDE Peet’s ‘voor ongeveer 80 procent’ weet uit welk gebied de koffie komt. ‘Maar niet tot op de individuele boer.’
‘Volledige traceerbaarheid lost de problemen van de boeren niet op. Het leidt er alleen maar toe dat zij geen toegang meer hebben tot de Europese markt.’
Die traceerbaarheid tot aan de boer wordt straks wél geëist door Europa. De Europese Commissie (EC) heeft in februari 2022 een richtlijn voorgesteld die bedrijven verplicht hun hele keten door te lichten en schadelijke gevolgen voor mens en mensenrechten op te sporen en te voorkomen. En in december 2022 is een akkoord bereikt over de ontbossingswet, zo meldt de EC. Als JDE Peet’s koffiebonen wil invoeren in de Europese Unie, zal het bedrijf straks moeten bewijzen dat zijn keten vrij is van bijvoorbeeld kinderarbeid en ontbossing.
‘Maar volledige traceerbaarheid lost de problemen van de boeren niet op,’ meent Sagarra. ‘Het leidt er alleen maar toe dat zij geen toegang meer hebben tot de Europese markt.’
De kern van deze wet is juist dat het mensenrechtenschendingen en ontbossing moet uitsluiten, legt Yuca Waarts van Wageningen University & Research nog maar eens uit.
Zwarte lijst
Maar traceerbaarheid blijkt in Indonesië ook zo goed als onmogelijk. Er zijn geen langjarige en directe contracten tussen koffieboeren en handelaren of branders. En boeren kunnen leveren aan wie ze willen. ‘De relatie tussen handelaren en koffieboeren is erg vrij,’ zegt Muhammad Ibnu, gepromoveerd op certificering van koffie. Hij werkt nu aan de universiteit van Lampung, in de bruisende provinciale hoofdstad Bandar Lampung aan de zuidkust van Sumatra. Het is de koffiehub van het eiland waar alle grote handelshuizen gevestigd zijn, en waar de bonen worden opgeslagen en verscheept. ‘Soms kennen ze elkaar niet eens. Tussenhandelaren kunnen uit een ander gebied komen, met een betere prijs. Prijs en tijdige betaling is voor boeren het belangrijkste.’
Het huidige handelssysteem maakt het achterhalen van de herkomst van koffie dan ook heel moeilijk, aldus Ibnu. ‘De vraag naar bonen is groot. Als een handelaar slechts vijftien van de twintig ton beloofde bonen kan leveren, gaat hij elders op zoek om het volume aan te vullen. Hij haalt ze dan overal en nergens vandaan. Maar vermengde bonen kun je niet traceren. Handelaren mogen dan zeggen dat ze de verschillende stromen koffiebonen gescheiden houden, maar eigenlijk weten we het nooit.’
Een vertegenwoordiger van een groot handelshuis in Bandar Lampung bevestigt dat. Hij wil anoniem blijven, omdat hij direct aan JDE Peet’s levert. ‘Wij kopen koffie van de lokale jongens, tussenhandelaren. Die hebben vaak heel veel contracten afgesloten terwijl er dan niet altijd voldoende aanbod van koffie is. Bij lage koffieprijzen houden de boeren hun koffie ook vaak vast, om het later voor meer te verkopen. Dan moeten de handelaren op zoek naar bonen van anderen. Zo wordt er ook veel met de handelswaar gesleept.’ En dan met een grijns: ‘Want koffie is koffie, toch?’ Levert de tussenhandelaar niet de afgesproken volumes, ‘dan riskeert hij van ons een boete of kan hij zelfs op een zwarte lijst komen,’ zegt de handelsman. ‘Bij grote volumes kan die boete flink oplopen. Grote handelaren informeren elkaar ook over onbetrouwbare leveranciers.’
Het komt vaak genoeg voor dat de koper de boeren pas betaalt als hún klant heeft betaald, zegt ook Ibnu van de universiteit. ‘En als ze niet kunnen betalen, gaan ze er regelmatig vandoor.’ De boeren blijven dan met lege handen achter. Alle boeren die The Investigative Desk op Sumatra sprak, vertellen over onbetrouwbare tussenhandelaren.
Koffieboer Rusman uit Suka Jaya is door de jaren heen ‘tonnen koffie’ kwijtgeraakt door handelaren die hem niet konden betalen, of er gewoon vandoor gingen met zijn bonen. Ook de handelaar in het pakhuis vertelt dat het betalen van boeren een van zijn grootste uitdagingen is. Het handelshuis betaalt hem tenslotte pas als hij de afgesproken volumes en kwaliteit heeft geleverd.
De tussenhandelaren blijken een noodzakelijk kwaad. ‘We hebben ze nodig,’ vertelt de anonieme handelsman. ‘We kunnen niet handelen met duizenden individuele koffieboeren. We hebben ook geen direct contact met hen.’ Dus wat er precies aan de kant van de boeren gebeurt, kan hij niet weten.
Onbetrouwbaar
Die gefragmenteerde keten – en de gevolgen daarvan voor boeren – is geen specifiek Indonesisch probleem, zegt Beath. ‘Dat zien we eigenlijk overal.’ Het programma van JDE Peet’s maakt boeren echter niet weerbaar tegen de onzekerheid van de wereldkoffiemarkt en de volatiele koffieprijzen. Laat staan dat het programma de problemen van onbetrouwbare handelsrelaties aanpakt door bijvoorbeeld direct in te kopen. ‘Dat is een keus,’ reageert Waarts van Wageningen University & Research. ‘Handelshuizen kunnen mensen inhuren om die gebieden in te gaan. Maar dat is wel duurder.’
Jammer voor koffieboer Rusman uit Suka Jaya. ‘Wij hadden de branders graag wat dichterbij gehad,’ vertelt hij in een gekleurd overhemd temidden van zijn koffiestruiken. ‘Dan kunnen we die frauduleuze opkopers omzeilen.’ Rusman heeft maar te dealen met de tussenhandelaren. ‘Zij bepalen de prijs, en als die laag is, krijgen we nooit precies te weten waarom.’
Ooit moesten keurmerken ervoor zorgen dat boeren een betere marktpositie zouden krijgen. Maar van die principes is in de hele koffiesector weinig meer over.
Nico Roozen, voormalig directeur van Solidaridad en bedenker en oprichter van het allereerste koffiekeurmerk Max Havelaar, constateert dat de basisprincipes van verduurzaming in de koffiesector door de jaren heen steeds verder afgezwakt zijn. ‘Ooit moesten keurmerken ervoor zorgen dat boeren een betere marktpositie zouden krijgen, via betere prijzen, voorfinanciering, duurzame handelsrelaties en betere handelsvoorwaarden.’ Maar van die principes is in de hele koffiesector weinig meer over, vindt hij. ‘In plaats daarvan is er met dit soort duurzaamheidsprogramma’s een enorme last op de schouders van de boer terechtgekomen. Hij moet aan allerlei eisen voldoen, en zijn gezin onderhouden terwijl de ongelijke machtsverhoudingen in de keten niet worden aangepakt.’
JDE Peet’s stelt in zijn jaar- en duurzaamheidsverslagen oog te hebben voor de hele keten. ‘Onze duurzaamheidsstrategie omvat onze hele waardeketen en is erop gericht ervoor te zorgen dat we onze grondstoffen op verantwoorde wijze binnen krijgen.’ Ondertussen weten de boeren in Indonesië niet dat hun koffie naar JDE Peet’s gaat. Slechts een enkeling die we spreken heeft van de brander gehoord.
Het stempel ‘100 procent verantwoord ingekocht’ past in het duurzame imago dat JDE Peet’s zichzelf graag aanmeet. Maar de heren van JDE Peet’s kunnen nog steeds niet uitsluiten dat die koffiebonen door kinderhanden zijn geplukt. Dat is geen prettig verhaal naar de consument die zijn kopje koffie graag zonder schuldgevoel drinkt.
Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl).



Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.