Het beestje bij de naam noemen
De AfD is niet meer rechts-extremistisch. Of ja, van de bestuursrechter in Keulen mag inlichtingendienst BvF de partij niet meer als ‘rechts-extremistisch’ bestempelen. Afgelopen donderdag werd het spoedverzoek van de partij om dit label af te zweren (niet geheel toevallig aan het begin van het nieuwe verkiezingsseizoen, met stemmingen in vijf deelstaten) in een voorlopige voorziening ingewilligd.
‘Rechts-extremistisch’ was hier niet een of ander theoretisch begrip. Het label gaf de BvF concrete bevoegdheden om de partij nauwlettend in de gaten te houden. Het inzetten van surveillance. Informanten rekruteren.
In mei 2025 kreeg de AfD de noemer opgeplakt. Na jaren onderzoek concludeerde de BfV dat de standpunten van de AfD in strijd zijn met de democratie. In eigen woorden: ‘Concreet ziet de AfD bijvoorbeeld Duitse staatsburgers met migratieachtergrond uit moslimlanden niet als gelijkwaardige leden van het door de partij etnisch gedefinieerde Duitse volk.’ Voor bewijs hoefde de inlichtingendienst niet zo ver te zoeken. Zo riep de partij in het programma voor de federale verkiezingen van afgelopen jaar op tot een verbod op de bouw van minaretten en gebedsoproepen van muezzins.
Voor de rechter bleek het onvoldoende. Zijn redenering? Individuele eisen staan niet gelijk aan het algemene beeld. Preciezer: de AfD kan best eisen stellen die onverenigbaar zijn met de democratie en het garanderen van menselijke waardigheid (het discrimineren van moslims, bijvoorbeeld), maar dat wil nog niet zeggen dat de partij een ‘fundamentele ongrondwettelijke tendens’ heeft. Uitspraken van AfD-politici over ‘remigratie’ (het met de honderdduizenden uitzetten van mensen met een migratieachtergrond) zouden nog niet bewijzen dat dit een ‘concreet politiek’ doel van de partij zou zijn.
Op welk punt spreken de delen voor het geheel? Hoeveel stenen moeten er door de lucht vliegen voordat je kunt spreken van een (rechts-extremistische) rel?
In een procedurele behoefte aan sluitend bewijs (dat zich vaak pas na de daad aanbiedt, als de schade gedaan is) lukte het de bestuursrechter niet om te onderstrepen wat inmiddels kristalhelder is. De AfD is een extreemrechtse partij. Mensen uit de samenleving weren op basis van godsdienst en afkomst is een aanval op het staatsburgerschap – en daarmee op de democratie zelf. En dat nastreven is geen incident of bijeffect van de partij. Het is hun unique selling point.
Nu de AfD opgeschoond aan de deelstaatverkiezingen van 2026 begint, is het hopen dat de politiek en journalistiek blijven doen wat de rechtbank in Keulen deze week naliet. Het lelijke beestje bij de naam noemen.














