Is de Brekel mans genoeg?
Wie dacht dat het populisme van de VVD vooral een hobby van de huidige partijleider is, doet er verstandig aan om de Binnenhoflezing van Ruben Brekelmans eens te lezen. In wat ongetwijfeld bedoeld is als poging om de partij meer kleur op de wangen te geven, onderstreept de fractievoorzitter vooral het bestuurlijke failliet van de VVD.
Brekelmans spreekt zijn zorgen uit over het onvermogen van Nederland om de razendsnelle economische ontwikkelingen in China en de Verenigde Staten bij te benen. Chinezen draaien werkweken van 72 uur, schetst Brekelmans. Onze jongeren zouden, volgens de VVD’er, te lui zijn om zelfs maar 32 uur te werken.
Het kabinet zou ondertussen worden gesaboteerd door oppositiepartij PRO en de vakbonden, die weigeren mee te werken aan de verdere ontmanteling van de verzorgingsstaat. En zitten we volgens Brekelmans ook nog eens opgescheept met een overheid die is verworden tot een proceduremachine die niets meer voor elkaar krijgt.
Dit laatste is trouwens niet per se onwaar, al zou je die observatie ook kunnen interpreteren als een recensie van dertien jaar Rutte. Maar zorgwekkender dan zijn gebral, is het schrijnende gebrek aan politiek inzicht dat schuilgaat achter de uitspraken van Brekelmans.
Natuurlijk staat het Brekelmans vrij om hardop te fantaseren over bezuinigingen op uitkeringen zoals de WW en de WIA. Zelfs wanneer het geld voor de volksverzekeringen door de werkenden zelf bijeen is gebracht. Maar als Brekelmans zijn fantasieën ook in de praktijk wil brengen, zal hij eerst de macht moeten vergaren om dergelijke ingrepen te kunnen afdwingen.
En daar loopt de analyse van Brekelmans spaak.
Macht verkrijg je niet door het eens te worden met je vrinden op de sociëteit. Als je wil dat het feest voortduurt, zal je ook chauffeurs bereid moeten vinden om de sociëteit te bevoorraden. Schoonmakers om de soos poetsen. En productiemedewerkers om bier te brouwen of bitterballen in elkaar draaien.
De kans dat het personeel de een of andere wederdienst verlangt van de geprivilegieerde leden van de club, is levensgroot. Als je wil dat zij voor jou blijven werken, zal je hen iets moeten bieden dat aantrekkelijk genoeg is om hun medewerking te verlenen.
Vertaald naar de huidige politieke context: de vakbonden en PRO zijn op geen enkele manier verplicht om aan tafel te verschijnen. Het is niet de verantwoordelijkheid van de sociaaldemocraten om mee te werken aan de ontmanteling van de laatste restjes sociaaldemocratie.
Als Brekelmans wil dat de oppositie en de bonden toch meedenken over bezuinigingen op sociale zekerheid, dan zou het helpen als hij zich bereid zou tonen om een wezenlijke politieke wens van de oppositie in vervulling te laten gaan. De zes miljard die het kabinet wil vrijspelen voor Defensie door te bezuinigen op uitkeringen, kan tenslotte ook elders in de rijksbegroting worden gevonden. Bijvoorbeeld door een verhoging van de vermogensbelasting.Door nu te sneren naar de oppositie en de vakbonden, legt Brekelmans vooral de machteloosheid van het huidige kabinet bloot. En het bestuurlijke failliet van zijn eigen partij. Het was tenslotte zijn eigen VVD die Nederland veroordeelde tot een minderheidscoalitie. Net zoals het zijn eigen partijleider was die de oer-Hollandse cultuur van het politieke compromis openlijk afzwoer.
Als Brekelmans Nederland werkelijk vooruit wil helpen, kan hij zijn pijlen daarom beter richten op de politica die goed bestuur al sinds de val van het laatste kabinet-Rutte in 2023 (!) in de weg staat. Maar of de Brekel ook mans genoeg is om een coup te plegen binnen zijn eigen partij, valt nog te bezien.











