Er is te veel #Ophef in ’t land. Het vreet alle energie uit ons. Bovendien heb ik nooit op tijd een degelijke mening paraat. Tijd voor een #Ophef Anonymous.

Toen er vorige week op verschillende plaatsen in mijn twittertijdlijn wéér nieuwe veenbrandjes dreigden op te vlammen, begon ik me serieus af te vragen of er ergens al een #Ophef Anonymous is. Zo’n tl-verlicht zaaltje, met bittere koffie uit plastic bekertjes, waar een groep mensen met betraande ogen opbiecht hoe hun levens in de soep lopen omdat ze steeds maar weer de lokroep van Het Laatste Relletje niet kunnen weerstaan. Daar zat dan de gepensioneerde leraar, die twee dagen en nachten lang de dames van The Green Happiness op Twitter hun vet gaf en eindelijk maar hulp is gaan zoeken toen de hond met een hulpeloze blik op het tapijt begon te kakken. De sales manager van een beddenfabriek die een grote order misliep omdat hij uren knutselde aan het perfecte GIF’je om die Happinez-trut die haar kind niet wilde inenten eens goed voor paal te zetten. De studente die haar scriptie niet af kreeg omdat ze woedend maar gevat moest bloggen over die hufters van Vindicat, waarna meteen die eikels van Esquire weer haar volle aandacht opeisten. Enzovoort. Na elk hartverscheurend verhaal werd er bemoedigend geapplaudisseerd. ‘Thanks for sharing, Peter/Marco/Evelien.’

Zelf zou ik er besmuikt vertellen over mijn #ophef-voyeurisme. Zelden meng ik me in de arena, maar ondertussen lonkt de #ophef ook naar mij, als een verleidelijke Sirene. Je weet heus wel dat je de energie die je nog hebt voordat het #voltooidleven in zicht komt, zou moeten steken in zaken die er meer toe doen. Je weet heus wel dat je in tijdnood komt als je nu niet begint aan alle mails die getikt en alle telefoontjes die gepleegd moeten worden, maar toch is er voortdurend een stemmetje dat zegt: ‘Kom joh, een kwartiertje Sylvana vs. Johan Derksen, en je kan er weer helemaal tegen.’

Misschien was ik nog een beetje in denial, die eerste sessie. De groepstherapeut sprak ons ernstig toe over de negatieve aspecten van #ophef – dat de grondtoon altijd boos is, dat de massa van een twitterstorm an sich onaangenaam en intimiderend is – maar ik wilde er nog niet helemaal aan. Ja, het ging er vaak onsmakelijk aan toe, en het was opvallend dat er vroeg of laat altijd wel iemand opmerkte: ‘Weet je wie óók groene smoothies dronk/tegen vaccinaties was/graag eens een Dronken Dolly wilde “doen”?’ Maar ja, er was toch ook kwaliteits-#ophef, the good shit, zo verslavend, zeker als je het live zag ontstaan. Dat razendsnel uitdijende bouwwerk van slimme argumenten, creatieve omkeringen, snedige beschimpingen en goede grappen. Fotootje erbij, GIF’je, linkje – the works. Bereikte de #ophef bovendien soms niet gewoon zijn doel? Als er echt gas werd gegeven, werden er blogs ingetrokken, excuses gemaakt en konden de oude media er ook niet meer omheen. En wees eerlijk: waren de meest recente #ophef-erupties niet vaak gericht tegen mensen die er wel een beetje om vroegen?

Inmiddels ben ik wat verder in mijn bewustwordingsproces, dank u. Ik accepteer dat er goede en slechte, intelligente en domme #ophef is, en ik besef dat het probleem, mijn probleem, vooral ligt in te véél #ophef. In het beste geval dwingt het me ergens over na te denken, om er, wanneer ik eenmaal een mening heb waar ik een beetje op durf te leunen, achter te komen dat de #ophef-karavaan al lang weer verder is getrokken. In vrijwel alle andere gevallen leidt de #ophef du jour de aandacht af van niet-ophefwaardige zaken, die helaas vaak de neiging hebben in het grote geheel der dingen belangrijker te zijn. Klimaatverandering, of dat tranentrekkende rapport van het WNF over de massale uitstervingsgolf van diersoorten – het meningt niet lekker en trouwens: wie moeten we aan de schandpaal nagelen. Prins Bernhard?

Nee, het blijft verleidelijk om te kiezen voor het relletje, waarvan de houdbaarheidsdatum, immer morgen, voorkomt dat je ervan wakker hoeft te liggen. Maar ik werk eraan, elke dag is er een, en aan het eind van elke sessie pak ik stevig de hand van mijn buurman, waarna we samen met gesloten ogen minutenlang het groepsmantra prevelen: #Stophef.