Woede, rouw, duisternis, horror, zwaarte, en dan naar het werk gaan om college te geven, te glimlachen, en zichzelf door het leven te loodsen: de Palestijns–Britse religiewetenschapper en historica Liana Saif, sinds drie jaar universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), realiseert zich nu pas ten volle hoe zwaar het is geweest. ‘Maar nu heb ik mijn tribe gevonden,’ zegt ze. ‘Een tribe die draait om rechtvaardigheid. Dat geeft energie, ruimte, helderheid, licht.’
Die tribe, dus haar stam, is Dutch Scholars for Palestine, een netwerk van academici verspreid over alle universiteiten in Nederland die willen dat hun onderwijsinstellingen de banden met Israëlische universiteiten en andere instellingen verbreken. Aan het begin van het afgelopen academische jaar nog een groepje van pakweg dertig mensen, inmiddels een netwerk van honderden betrokkenen die elkaar informeren en inspireren. DSP organiseert studiebijeenkomsten over Israël en Palestina, haalt buitenlandse sprekers naar Nederland en geeft de beweging, die een einde wil aan de bezetting van Palestina en de genocide in Gaza, een stevige academische inbedding.
Zo begeleidt DSP–oudgediende Yolande Jansen, hoogleraar filosofie aan de UvA, in mei de Israëlisch–Canadese wetenschapper Maya Wind naar een grote collegezaal aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Wind wordt in de volle zaal als heldin verwelkomd. Haar boek Towers of Ivory and Steel, how Israeli Universities Deny Palestinian Freedom zet uiteen hoe de academische wereld in Israël in dienst staat van de bezetting van Palestina en de onderdrukking van de Palestijnen. Tijdens het college zegt ze: ‘Toen ik het boekmanuscript af had, stonden er nog huizen, bakkerijen, ziekenhuizen, scholen en universiteiten in Gaza. Nu niet meer.’
Wind schrijft en spreekt over de onmogelijkheid van Palestijnen om student te zijn in Israël, inclusief over het geweld tegen hen. Over hoe rechtenfaculteiten de regering voorzien van interpretaties van het internationaal recht die de bezetting en onderdrukking recht breien maar die door de rest van de juridisch–academische wereld categorisch worden afgewezen. Ook de Zuid-Afrikaanse aanklacht betreffende genocide bij het Internationaal Gerechtshof werd met dergelijke interpretaties te lijf gegaan. Filosofiefaculteiten berekenden voor het Israëlische leger hoeveel Palestijnse burgerdoden opwegen tegen één Israëlische burgerdode, en concludeerden: 3,14. Studies archeologie en geschiedenis vernietigen, ontkennen of marginaliseren Palestijns erfgoed en historie.
Sommige Israëlische universiteiten zijn gebouwd op Palestijnse dorpen die in 1948 van de kaart werden geveegd. Als student of academicus aan welke faculteit dan ook onderzoek doen naar perspectieven die de staat niet welgevallig zijn, is onmogelijk. Kritische onderzoekers, zoals Wind zelf, vertrekken allemaal naar het buitenland.
Wind noemt de Israëlische academische wereld ‘een van de pilaren waar de Israëlische koloniale staat op steunt’: als je die onderuit haalt, wankelt het hele systeem. Wind: ‘Het is niet voor niets dat het Palestijnse maatschappelijk middenveld al twintig jaar pleit voor een academische boycot, zelfs al langer dan ze oproept tot een militaire boycot van Israël. Ik neem die oproep ongelooflijk serieus.’
grasveld
De studenten ook: na het gastcollege en de aangekondigde walk–out zetten ze op een grasveld op het universiteitsterrein razendsnel een tentenkamp op. Verschillende academici, ook DSP’ers, voegen zich bij hen, vooral om de studenten te steunen – ze overnachten er niet zelf.
Hoeveel Dutch Scholars for Palestine er inmiddels zijn, is onbekend, want het is geen ledenorganisatie. Het is een netwerk dat soms samenkomt en elkaar ontmoet, en verder vooral communiceert via berichtendiensten als Telegram en Whatsapp. De honderden academici die samen Dutch Scholars for Palestine vormen, nemen hun academische expertise en perspectieven mee naar de beweging. Dat werpt een ander licht op de banden tussen Israëlische en Nederlandse universiteiten, maar ook op de vraag wat die banden zeggen over Nederland. Ook de analyse van de reactie van de universiteitsbesturen op de protesten levert interessante inzichten op. Als de universiteiten moeite hebben met de tentenkampen, waarom beëindigen ze die dan niet op een voor de hand liggende manier, namelijk door de banden met Israël door te snijden?
De universiteiten zelf gaan niet in op interviewverzoeken, maar verwijzen naar verklaringen op hun websites. Daar reppen ze van dialoogsessies, commissies en van samenwerkingen die ‘complex’ zijn en een ‘zorgvuldige weging’ behoeven. In een gezamenlijke verklaring begin juni zeggen vijftien universiteiten echter ineens dat ze al hebben besloten de banden met Israëlische universiteiten niet te verbreken. Ze beroepen zich op de academische vrijheid en op de wens ‘kritische Israëlische wetenschappers’ niet te isoleren.
‘De democratisering die bij studentenprotesten in de jaren zestig werd afgedwongen, is eind jaren negentig grotendeels teruggedraaid,’ zegt universitair docent Mathijs van de Sande, filosoof en onderzoeker van protestbewegingen. ‘Wettelijk hebben studenten en academici inspraak, maar ze hebben geen macht. Universiteiten in Nederland worden geleid als bedrijven.’
Hij wil maar zeggen: als de overlegstructuren niets opleveren, is er niet zo veel anders dat je kunt doen dan overgaan tot minder ‘academische’ acties als een tentenkamp neerzetten. Van de Sande: ‘In Nederland mogen we publiceren en college geven over kritisch burgerschap en over revolutionaire bewegingen, maar wee je gebeente als studenten het geleerde in de praktijk gaan brengen. De waarden die universiteiten met de mond belijden, verhouden zich slecht tot de bedrijfsmatige manier waarop ze worden geleid.’
Zoals het gebrek aan democratisering in de jaren zestig tot bezettingen leidde omdat er geen andere manieren waren om iets te veranderen, zo nemen studenten nu hun toevlucht tot tentenkampen. Van de Sande: ‘Voor de jaren zestig waren universiteiten conservatief-autoritair, nu neoliberaal. Beide zijn niet democratisch.’

politiebusje
Alle Dutch Scholars for Palestine die we voor dit artikel spraken, noemden het als hun eerste taak als academisch activisten om de discussie over Israël en Palestina en over de boycot-eis naar een hoger plan te tillen. Yolande Jansen: ‘Als academici hebben we toegang tot kennis en ik zie het als mijn plicht om daarmee bij te dragen aan de kwaliteit van de discussie.’
Ze staat op de UvA-campus op het Roeterseiland, waar de Mobiele Eenheid een dag eerder met geweld een einde heeft gemaakt aan het eerste tentenkamp aan een Nederlandse universiteit – sindsdien werden er ook zulke kampen opgezet bij de universiteiten in Delft, Maastricht, Utrecht, Nijmegen, Wageningen, Groningen en Tilburg. Het krioelt er van de studenten, die net een politiebusje al slogans roepend (‘Cops off campus!’) van het terrein hebben gedreven.
Jansen is nog vol van het geweld van de dag ervoor. Ze deelt het met een andere DSP’er, de joodse Anya Topolski, universitair hoofddocent aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, die er ook bij was. Zij heeft de tranen in de ogen staan. Nadat ze een troostende omarming van Jansen heeft gekregen, zegt ze: ‘Er is ook een joodse student geslagen gisteren en die kwam bij mij uithuilen. En dan zeggen de universiteitsbesturen dat ze de politie laten ingrijpen voor de veiligheid van de studenten, met name ook de joodse studenten. Het is zó schokkend!’
Een paar dagen later, zittend op het gras in het studentenkamp in Nijmegen, vertelt Topolski: ‘Weet je nog dat er in 2014 op het strand van Gaza vier voetballende jongens door Israël werden doodgeschoten? Dat gebeurde precies een jaar nadat ik mijn derde kind op tweejarige leeftijd plotseling was verloren. Eén van de moeders in Gaza had haar overleden zoon in haar armen en dat raakte me zo. Voor mijn eigen kind kon ik niets doen, maar aan sommig onrecht kunnen we wél iets doen.’
Ze was al twee decennia actief binnen de joodse gemeenschap in België, onder andere in de groep Een Andere Joodse Stem (vergelijkbaar met het Nederlandse Een Ander Joods Geluid) maar besloot op dat moment ook buiten haar eigen groep te treden met haar activisme, gericht op het aan de kaak stellen van de Israëlische bezetting van Palestina.
hypocrieten
Historica Liana Saif zegt dat ze heeft moeten zoeken naar haar rol in DSP: ‘Als een gemeenschap in ons academische netwerk wordt vernietigd, zoals de universiteiten in Gaza, en als de instituties waar we zelf werken daar via hun samenwerkingen met Israëlische universiteiten medeplichtig aan zijn, moeten we ons daartegen uitspreken.’ Maar ze is, zegt ze, ook schatplichtig aan haar studenten: ‘Zij delen tijdens colleges en in werkgroepen hun kwetsbare persoonlijke verhalen om te groeien en helpen medestudenten hetzelfde te doen. Die eerlijkheid wil ik eren. Als we de studenten niet steunen, zijn we niets anders dan een stelletje hypocrieten.’
Ook theoloog en docent aan de Vrije Universiteit in Amsterdam Janneke Stegeman werd ooit persoonlijk geraakt, deelde ze in een openluchtlezing op 3 mei in Amsterdam bij een wake voor Gaza en herdenking van de Holocaust. De eerste keer dat ze Israël en Palestina bezocht, was met een witte Zuid-Afrikaan die opgroeide tijdens de Apartheid. Samen passeerden ze probleemloos een checkpoint, waar ze zagen hoe de Palestijnen door de Israëlische militairen werden getergd.
In haar lezing vertelde Stegeman dat de witte Zuid-Afrikaan zich ooit pijnlijk bewust was geworden van de ontmenselijking en wreedheid van de Apartheid die hij ooit normaal had gevonden. Op een dag, zei hij, worden die Israëlische militairen zich misschien ook bewust van het systeem dat zij dienen. Stegeman: ‘En toen keek hij mij aan: ‘Er komt een dag dat witte christelijke Europeanen zoals jij ook rekenschap zullen moeten afleggen van de onderdrukking waarvan jullie onderdeel zijn.’ Die ontmoeting is inmiddels vijftien jaar geleden, en galmt nog altijd na.’

uitverkoren
Als Bijbelwetenschapper met haar wortels stevig in de protestantse kerk houdt Stegeman zich al jaren bezig met, zoals ze het zelf zegt, ‘hoe de Nederlandse identiteit is opgebouwd rond witte protestante superioriteit’. Samen met mede-auteur Saskia Pieterse legt ze de laatste hand aan een boek over de relatie tussen protestantisme en kolonialisme. ‘Uitverkoren – Hoe Nederland aan zijn zelfbeeld komt’ verschijnt in september.
Wat dat met Israël en Palestina te maken heeft? Alles, zegt Stegeman, en ze geeft een kort lesje Nederlandse geschiedenis, waarin antisemitisme diep geworteld is: ‘Na de terugkeer van de joden naar het Heilige Land zou Jezus terugkeren op aarde,’ schetst ze de context van het begin van de zeventiende eeuw, waarin de Tachtigjarige Oorlog tegen de katholieke Spanjaarden woedde. ‘Het was de tijd waarin het Nederlands etnonationalisme aan het ontluiken was. Joden werden beschreven als ‘andere lichamen’, die bovendien Jezus hadden vermoord. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd het nieuwe ‘uitverkoren volk’.’
Dat ‘uitverkoren volk’ streed tegen de Spaanse katholieken en wilde zichzelf ‘zuiver’ houden, zegt Stegeman: ‘Spanje was niet zuiver omdat de Spanjaarden eeuwenlang hadden samengeleefd met joden en moslims. Tegelijkertijd groeide onze koloniale macht. Hoe groter die werd, hoe meer mensen buiten de Nederlandse identiteit werden gehouden: eerst joden, toen moslims, toen zwarte mensen. Nederland heeft nog steeds een dubbelzinnige houding ten opzichte van joden. Zij zijn voor Nederland vooral belangrijk als ze in Israël zijn. Joden die het zionisme steunen, zijn het ‘soort joden’ waar we hier mee kunnen leven.’
Het raakt aan de frustratie die antizionistische joden in Nederland de afgelopen tijd hebben geuit: zij vinden dat er geen ruimte is voor hun perspectieven.
Stegeman ziet de uitwerking van die geschiedenis en dat zelfbeeld terug in gesprekken met universiteitsbesturen die ze zelf voert en waar ze over hoort van andere DSP’ers: ‘Bestuurders zeggen dat Israël dicht bij hen staat en dat ze de banden met universiteiten daar niet zomaar door kunnen snijden. Dat is geworteld in die geschiedenis van de witte protestantse identiteit van Nederland. Dat is, met andere woorden, ons onverwerkte koloniale verleden.’
‘Voor studenten overal ter wereld is het helder: zij willen niet leven in een genocidale wereld en er niet via hun universiteiten medeverantwoordelijk voor zijn,’ sluit Maya Wind daarbij aan, zittend op het gras in het Nijmeegse tentenkamp. ‘Dat is niet ingewikkeld. Dat universiteiten doen alsof het wél ingewikkeld is, is onderdeel van de hele structuur die bezetting, kolonisatie en genocide normaal maakt. Wij willen fundamenteel nadenken over wat de academie óók kan zijn: een instituut dat draait om kennis die democratisch wordt ontwikkeld, niet om macht en geld.’
Nederlandse universiteiten hebben wat dat betreft werk te doen, zegt Wind: ‘Hun opstelling is een uitvloeisel van oude koloniale reflexen, die weer mede door de banden met Israëlische universiteiten in stand worden gehouden.’
treinspoor
Een belangrijk thema in veel berichtgeving over de studentenprotesten is veiligheid. Hoe gaan de Dutch Scholars for Palestine om met joodse studenten die zeggen zich niet veilig te voelen bij protesten op hun universiteit? De vraag is geknipt voor Anya Topolski, die onder andere colleges geeft over racisme, en dus ook over antisemitisme als specifieke vorm van racisme. ‘Als kind,’ zegt Topolski, ‘werd ik altijd misselijk als ik een treinspoor zag. Ik was nog te klein om iets te weten over de Holocaust die mijn grootouders hadden overleefd, maar toch gebeurde dat. Trauma, ook intergenerationeel trauma, is echt. Tegelijkertijd wordt het soms aangewend om mensen angstig te houden en anderen tot vijand te maken.’
Dat is wat ze bij veel joden ziet gebeuren en waar ze ook zélf last van had. Ze spreekt over ‘het afleren van trauma’: het ongedaan maken van de reflexen en aangeleerde gedragingen rondom trauma. Topolski: ‘Bij studenten doe ik dat door ruimte te maken voor dat trauma. Niet alleen bij joodse studenten, want mijn colleges worden ook door Romastudenten, moslims, zwarte mensen, door Palestijnen en anderen bezocht.’ Zo creëert ze wat ze een ‘moedige plek’ noemt. Topolski: ‘Dat is een plek waar je fouten durft te maken. Waar je niet meteen reageert, maar zelfreflectie toont, een open houding hebt en bereid bent je mening te veranderen.’
In het begin van de protesten schuurde het bij Topolski ook, zegt ze. ‘Ik vond de slogan “From the river to the sea, Palestine will be free” moeilijk. Maar ik vind dat ik ongemak aan moet gaan. Ik leerde: de slogan is gecriminaliseerd en daarin zat mijn ongemak.’ Roept ze ’m nu mee? ‘Ja, ja, zéker!’
Maya Wind, in een korte extra lezing in het studentenkampement in Nijmegen: ‘Ongemak en leren zijn verbonden. Maar ongemak is iets anders dan onveiligheid. Als we studenten zich niet ongemakkelijk laten voelen, leren we ze niets. De universiteit is kritisch, of ze is niet.’

escalatie
Voor Liana Saif heeft het thema ‘veiligheid’ een nieuwe dimensie gekregen sinds ze zich aan het begin van het academische jaar bij Dutch Scholars for Palestine aansloot. Ze groeide als Palestijnse op in Libanon, werkte jarenlang aan een Londense universiteit en heeft behalve een Libanees inmiddels ook een Brits paspoort.
‘Voor ik me bij DSP aansloot,’ zegt ze, ‘voelde ik me afschuwelijk, geïsoleerd en vervreemd en vond ik het moeilijk navigeren in het publieke domein. Niet alleen in Nederland, ook in Londen. Toen de escalatie van het geweld in oktober begon, wíst ik wat de reactie van de maatschappij zou zijn. Zodra ik zeg dat ik Palestijnse ben, krijg ik daar meningen over te horen. Wat is dat, een Palestijn? Je groeide toch op in Libanon? Mijn identiteit maakt mensen ongemakkelijk, boos of genocidaal, of ze vergoeilijken koloniaal geweld. DSP is voor mij de eerste plek waar ik als Palestijnse academica in Europa veilig mezelf kan zijn.’
Het afgelopen academische jaar is het moeilijkste van haar leven geweest, zegt ze. Het blootgesteld worden aan de horror van het geweld in haar land, het trauma van haar ouders en grootouders en van zichzelf, het familiehuis in Tulkarm op de Westelijke Jordaanoever dat onlangs door het Israëlische leger is verwoest. Bij de protesten in Amsterdam kreeg ze klappen van de politie, al wuift ze die weg: ‘Ik had speciaal dikke kleding aangedaan, dus ik had zelfs geen blauwe plekken.’ Ze zegt: ‘Ik heb jarenlang in de overlevingsstand geleefd, uit trauma maar ook uit angst om mijn visum kwijt te raken. In Nederland hield ik er ook rekening mee dat ik me gedeisd moest houden voor als ik hier ooit naturalisatie tot Nederlandse zou willen. Nu kan me dat niet meer schelen. Ik heb mijn tribe.’
In het tentenkamp aan de Radboud Universiteit is de Palestijn Omar Barghouti aangekomen. Hij was twintig jaar geleden een van de eersten die zich uitspraken voor het boycotten van Israël en is inmiddels een wereldberoemd activist. Ooit, als student, demonstreerde hij in de Verenigde Staten tegen de Apartheid in Zuid-Afrika. Hij spreekt de studenten toe en adviseert ze over de te volgen strategie. ‘Als de universiteit zegt dat ze met Israël samenwerken in een leuk project rondom gender, of samenwerken aan het bestrijden van kanker of het kweken van bloemen, weet dan: dat is een manier om je in verwarring te brengen. Al dat onderzoek vindt plaats binnen de apartheidsstaat Israël.’
Het applaus dat Barghouti – die op het moment promotie-onderzoek doet aan de UvA – ten deel valt, is telkens groot. Hij waarschuwt studenten zich niet in de luren te laten leggen door universiteitsbesturen die ‘commissies’ willen instellen, of ‘onderzoeken’: ‘We willen publieke toezeggingen dat de banden met Israël verbroken worden. Die moeten gepaard gaan met een redelijke tijdlijn, en met de instelling van een comité dat de implementatie gaat monitoren op een inclusieve en democratische manier. En onthoud: iets lijkt onmogelijk, tot het mogelijk blijkt.’
Het academisch jaar is voorbij, maar voor DSP is er geen zomerstop. De studenten willen door met hun tentenkampen. Ook Yolande Jansen stoomt deze zomer door, al zal ze nog wel éven vakantie nemen. Ze werd geraakt laatst, door een opmerking van een student. Jansen: ‘Ze zei: ‘We hebben niet zo lang meer, toch? Je kunt mensen niet eindeloos blijven uithongeren.’ Ze heeft gelijk. De druk is groot. We vechten tegen de klok.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.