Non-Fictie / Aanraders en opstekers
Klaas Landsman
Hoogleraar analyse aan de Universiteit Nijmegen
1. Douglas Hofstadter
I Am a Strange Loop
Basic Books, € 25,95
Heeft een insect bewustzijn?
Een boek kan een vakantie maken of breken. Het laatste was het geval met Gstaad 95-98 van Marek van der Jagt, dat ik afgelopen kerstvakantie mee had naar Tenerife. Ik had me daar erg op verheugd en verwachtte een geestige satire over een wijnkelner en zijn gasten, maar las in werkelijkheid het meest negatieve en walgelijke boek dat ik ooit op schoot heb gehad. Het eerste was het geval met Gödel, Escher, Bach, de briljante eersteling van Douglas Hofstadter, dat ik in de zomervakantie van 1980 op zestienjarige leeftijd las. Ik deed er de hele maand over die we op een naturistencamping in Frankrijk doorbrachten, de hele dag lezen en ’s avonds nog een beetje volleyballen. Achteraf bezien is de link tussen zijn drie protagonisten flinterdun, maar dat maakt het boek er niet minder knap om.
Hofstadter pakt zijn favoriete thema van zelfreferentie nu weer op, en wel met de motivatie die in GEB niet goed uit de verf kwam, maar nu centraal staat: het bewustzijn en het ik-gevoel. Wat I am a strange loop al direct sympathiek maakt zijn de uiteenzettingen over de vraag of een insect over een bewustzijn beschikt – zoals lezers van mijn eigen Requiem voor Newton weten, boeit die vraag mij al decennia. Als vegetariër voelde ik me uiteraard ook aangesproken door zijn algemenere beschouwingen over de dierenziel en zijn daaruit voortvloeiende vegetarisme.
Daar begint het boek mee en zo zet Hofstadter meteen de toon. Zoals we van hem gewend zijn, is I am a strange loop een cocktail van filosofie, autobiografie en andere luchtige terzijdes, met als rode draad een onophoudelijke keten van analogieën en metaforen. De conclusie is dat bewustzijn een soort luchtspiegeling is, veroorzaakt door oneindige zelfreferentie van het soort waarin een videocamera wordt gericht op het televisiescherm dat de output van de camera vertoont.
De inhoud is in zekere zin niet technisch. Er komt geen wiskunde of neurobiologie in voor, maar je moet als lezer wel voortdurend nadenken. Dat maakt het voor mij het ideale vakantieboek: het gaat over een onderwerp dat me zeer boeit, ik hoef geen aantekeningen te maken maar word wel steeds geprikkeld. Door zijn combinatie van luchtigheid en diepgang verveelt Hofstadter geen seconde. Het raakt indirect ook aan mijn eigen onderzoek, dat de verklaring van de klassieke macroscopische wereld uit de kwantummechanica tot doel heeft. Net als bewustzijn is dat een voorbeeld van wat tegenwoordig ‘emergence’ heet.
Het gebrek aan technische inhoud is tevens de zwakte. Het is niet zo dat Hofstadter de technische details ongeschikt voor dit boek achtte en ze wel in vakbladen heeft gepubliceerd: er zíjn geen technische details. Hij maakt van de nood een deugd door bij herhaling op te merken dat de neurobiologie irrelevant is voor de verklaring van het bewustzijn, zoals ook de gedetailleerde vorm van luchtmoleculen irrelevant is voor het horen van muziek – hij verwijt zijn collega’s zelfs dat zij veel te veel bezig zijn met dendrieten en neuronen en zo door de bomen het bos niet meer zien. Maar ik vind dat hij de klok 2500 jaar terugzet door de illusie te wekken dat je bewustzijn met wat filosoferen kunt verklaren.
Hans Oerlemans
Hoogleraar meteorologie aan de Universiteit Utrecht en Akademiehoogleraar aan de Koninklijke Akademie van Wetenschappen
2. John en Katherine Imbrie
Ice Ages. Solving the Mystery
Harvard University Press, € 24,-
Goede ideeën breken langzaam door
Ice ages. Solving the mystery is geschreven door vader John en dochter Katherine Imbrie. Hij is geoloog en topwetenschapper, zij is journaliste. Daardoor is het een degelijk wetenschappelijk werk, maar ook ontzettend goed geschreven. Ik verkies het boven heel veel andere boeken, hoewel het een beetje oud is. Imbrie heeft eigenlijk de geschiedenis van het wetenschappelijk denken over de ijstijden opgetekend. Wetenschap is vaak vooral achteraf heel spannend, als het in de goede context wordt opgeschreven.
Het begint in 1837 met de Zwitserse professor Louis Agassiz. Hij trok er met een stoet wetenschappers op uit om ze de sporen van de vergletsjering van heel Zwitserland te laten zien. Iedereen had natuurlijk wel eens zwerfkeien gezien, maar die werden meestal aan de zondvloed toegeschreven. Langzaam drong het besef door dat heel Zwitserland met ijs bedekt was geweest. De acceptatie van de ‘glaciale theorie’ ging sneller nadat Nansen in 1888 de Groenlandse ijskap was overgestoken. Men had steeds gedacht dat het midden van Groenland uit toendra bestond. Nansen leverde het eerste bewijs dat grote ijskappen mogelijk zijn.
Een ander fantastisch verhaal is dat van Milankovic. Hij was de eerste die, om klimaatcycli te verklaren, de baan van de aarde grondig ging uitrekenen, met potlood en papier – hij was enkele jaren politiek gevangene, dus hij had te veel tijd.
De titel van het boek is wel een beetje aanmatigend: alsof er daadwerkelijk iets wordt opgelost. De twintigduizend- en de veertigduizendjarige cyclus van ijstijden begrijpen we inmiddels wel aardig, maar de honderdduizendjarige is nog steeds niet opgelost. Op dat onderwerp ben ik gepromoveerd. Ik opperde dat de interactie tussen ijskappen en bodembewegingen verantwoordelijk is voor die cyclus. Toen ik er in 1980 een artikel aan wijdde in Nature, kreeg ik een eenregelig briefje van Imbrie: ‘Congratulations on a splendid idea.’
Een interessante observatie uit het boek is dat goede ideeën vaak heel lang kunnen bestaan voordat ze doorbreken. Dat is, denk ik, nog steeds zo. Als een goed idee te veel afwijkt van de gevestigde kennis, wordt het maar moeilijk geaccepteerd. Omgekeerd komt de revolutie vaak uit onverwachte hoek. Een goed voorbeeld is de C14-methode, de koolstofdatering. Toen die werd uitgevonden kon van het ene moment op het andere worden aangetoond dat de laatste ijstijd, die volgens de theorie van Milankovic tachtigduizend jaar geleden was geëindigd, in feite twintigduizend jaar geleden ophield.
Thomas Vaessens
Hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en directeur van het Huizinga Instituut, onderzoeksschool voor cultuurgeschiedenis
3. Kiene Brillenburg Wurth en Ann Rigney
Het leven van teksten. Een inleiding in de literatuurwetenschap
Amsterdam University Press, € 34,50
Literatuur in enerverende tijden
Het leven van teksten is eigenlijk bedoeld voor literatuurstudenten, maar iedere enthousiaste lezer zou het moeten lezen. Het is goed geschreven en onderhoudend, ook voor niet-specialisten. Het leven van teksten laat zien dat de literatuurbeschouwing in Nederland op het moment spannend is en breed georiënteerd. Dat komt door de enerverende tijden die de literatuur zelf doormaakt. Bijvoorbeeld doordat schrijvers zich in deze tijd van internet herbezinnen op hun medium en hun stijl, maar ook omdat de wereld van vandaag vraagt om een ander soort omgang met literatuur. Minder normatief, minder gericht op de smaak van de connaisseurs van wat tot voor een jaar of twintig ‘de literaire elite’ heette. Literatuur is, volgens dit boek, om allerlei redenen interessant. Niet alleen omdat ze ‘mooi’ is of ‘leuk’, maar vooral ook omdat ze betekenis en vorm geeft aan de wereld waarin we leven.
Patricia Pisters
Hoogleraar filmwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam
4. Edgar Morin
The Cinema or the Imaginary Man
University of Minnesota Press, € 14,85
Filmbeeld als mentale machine
Dit werk verscheen oorspronkelijk in het Frans in de jaren vijftig, maar het is nu eindelijk in Engelse vertaling verschenen. The Cinema or the Imaginary Man is een van mijn favoriete boeken over cinema – volledig uit de mode geraakt in de verwetenschappelijking en ideologisering van filmtheorie, maar nu eigenlijk weer heel actueel.
Morins opvatting dat het filmbeeld wezenlijk deel uitmaakt van de complexe stroom der dingen waarin we allemaal participeren en waarin werkelijkheid en fictie een complexe verhouding tot elkaar hebben, werd lange tijd als hopeloos impressionistisch en naïef weggefloten. Maar in feite geeft het boek prachtige inzichten over de magie en de kracht van het filmbeeld als mentale machine en de menselijke werkelijkheid als ‘semi-imaginair’.
Coby van der Linde
Hoofd van het Clingendael International Energy Programme en hoogleraar geopolitiek en energiemanagement aan de Rijksuniversiteit Groningen
5. Daniel Yergin
The Prize. The Epic Quest for Oil, Money and Power
Simon & Schuster, € 22,-
6. Oystein Noreng
Crude Power: Politics and the Oil Market
I.B. Taurus & co, € 28,-
7. Jonathan Stern
The Future of Russian Gas and Gazprom
Oxford University Press, € 89,-
Veel onzin over Rusland
Als je wilt begrijpen hoe de olie-industrie in elkaar zit, is The Prize. The Epic Quest for Oil, Money and Power een goed startpunt. Daniel Yergin beschrijft de geschiedenis van de industrie van de negentiende eeuw tot de jaren negentig. Het is wel ónze – de westerse – geschiedenis van de olie. Hoe zijn de belangen van Shell en Esso in het Midden-Oosten ontstaan, en hoe zijn de bedrijven die belangen weer kwijtgeraakt? Wat het boek vooral leuk maakt, zijn de vele details. Tot aan welk merk sigaren Rockefeller rookte.
Mensen hebben vaak niet door dat de olie-industrie uit heel veel segmenten bestaat. Wat ook belangrijk is: de huidige energiestructuur is een product van deze geschiedenis, terwijl vaak wordt gedacht dat die is geoptimaliseerd voor de huidige situatie. De eerste en tweede oliecrisis en de eerste Golfoorlog komen uitgebreid aan bod. Veel jonge mensen hebben die niet op hun radar, terwijl het voor hen die het bewuster hebben meegemaakt interessant is om te zien hoe die conflicten zijn ontstaan. Het is heel toegankelijk geschreven. Tegen mijn studenten zeg ik altijd: het is verplichte literatuur, maar dan voor in bed.
Pas als je de voorgeschiedenis kent, kun je de ontwikkelingen van na 1990 goed begrijpen. Daarover gaat Crude Power. Politics and the Oil Market. Oystein Noreng zoomt in op de rol van de Opec en het Midden-Oosten, en de veranderde machtsrelaties. De actuele energiediscussie in Europa gaat vaak over Russisch gas en hoe Poetin dat aanwendt als machtsmiddel. Jonathan Stern schreef daarover The Future of Russian Gas and Gazprom. Dat boek is belangrijk, omdat er heel veel onzin over Rusland wordt geschreven. Olie en gas worden altijd ingezet voor politieke doeleinden. Maar deze discussie gaat veel verder dan energie: wat willen wij zijn als Europa, en hoort Rusland daarbij?
Over gas is nog niet zo gek veel geschreven, terwijl het in Europa een belangrijker vraagstuk is dan olie. Nederland is een gasproducent, en niet eens zo’n kleintje ook. Aan de Rijksuniversiteit Groningen geef ik een vak over gas, boven op de Nederlandse gasvelden. Door nieuwere spelers op de energiemarkt wordt met interesse gekeken naar wat we hier al in de jaren zestig hebben ontwikkeld. Dat is iets wat de politiek niet altijd beseft.
Piet de Rooy
Hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam
8. Salvador Bloemgarten
Hartog de Hartog Lémon, 1755-1823. Joodse revolutionair in Franse Tijd
Aksant, € 39,90
Vrijwel vergeten erflater
Een algemeen geschiedenisoverzicht is even niet verschenen – en dat vind ik juist wel aardig, dan kan de rest even bezinken. Er zijn vele aardige boeken uitgekomen, maar waar ik graag op zou wijzen is het fascinerende boek van Salvador Bloemgarten: Hartog de Hartog Lémon. Joodse revolutionair in Franse Tijd, onlangs verschenen bij uitgeverij Aksant.
Een slecht bekende periode, met daarin op het voorplan de joodse arts die toen een revolutionair was en nu een vrijwel vergeten erflater is. Warm aanbevolen.
Gerard de Vries
Hoogleraar wetenschapsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid
9. Denis Diderot
Jacques de fatalist en zijn meester
Athenaeum/Polak & Van Gennep € 32,50
Diderot is een feest
Spinoza staat weer in het brandpunt van de aandacht. De historicus Jonathan Israel heeft hem met zijn boeken over de radicale Verlichting opnieuw op de kaart gezet. Er gaan zelfs stemmen op voor een standbeeld van Spinoza in Amsterdam. Verlichting is een serieuze zaak, maar als je wilt ontdekken waarom het leuk en interessant is, kun je beter bij Diderot terecht. Spinoza schrijft streng-filosofische teksten. Hem op het strand lezen is een bezoeking, Diderot een feest. Jacques de fatalist en zijn meester is een even vrolijk als complex boek. Diderot speelt voortdurend spelletjes met de lezer. Jacques gaat ervan uit dat ‘alle goede en slechte dingen die ons hier beneden overkomen daarboven geschreven staan.’ Het leven ligt vast, maar biedt elke keer weer verrassingen. Dat geldt ook voor de lezers van dit boek, zo maakt Diderot meteen duidelijk. De lezer is, net als Jacques, onderworpen aan de luimen van een auteur. Daarmee is het een diep en gelaagd filosofisch werk. Terwijl Jacques fatalist is, gelooft zijn meester in de menselijke vrijheid – maar zonder Jacques kan hij geen stap zetten. De meester geeft de bevelen, maar zijn knecht beslist welke hij opvolgt – want zo staat het volgens Jacques daarboven geschreven. Op een buitengewoon speelse manier stelt Diderot zo de vraag: hoe te leven met de Verlichting? De prachtige nieuwe vertaling van Martin de Haan biedt de mogelijkheid er kennis van te nemen.
Diderot was misschien niet de grootste denker van zijn tijd, maar hij was wel een buitengewoon aangenaam en veelzijdig mens. Hij schreef naast filosofische verhandelingen romans, kunstkritieken en schitterende brieven. Bovenal was hij samen met d’Alembert de man achter de Encyclopedie, de Wikipedia van de achttiende eeuw. Alles wat er te weten viel, was daar in op te zoeken.
Belangwekkende filosofische publieksboeken die even leesbaar zijn als die van Diderot zijn zeldzaam geworden. De hedendaagse filosoof schrijft specialistische artikelen in vaktijdschriften. De publieke rol van de filosofie staat helaas onder druk.
Paul Emmelkamp
Hoogleraar klinische psychologie aan de Universiteit van Amsterdam
10. Mikal Gilmore
Shot in the Heart
Anchor, € 15,95
Aanrader voor meneer Rouvoet
Hoe kan de ene broer uitgroeien tot een beroemde schrijver en de ander tot seriemoordenaar? Die vraag vind ik als psychotherapeut zeer boeiend. Mikal Gilmore schetst de achtergrond van het Amerikaanse gezin waarin hij en zijn broer Gary opgroeiden. Zowel de omgeving als genetische factoren lijken een rol te hebben gespeeld in hun ontwikkeling. Hun vader had een antisociale persoonlijkheid en omdat hij een notoire oplichter was, reisde het gezin van staat naar staat om de politie voor te blijven. Hij was erg gewelddadig; opvallend is dat Mikal dat geweld bespaard is gebleven – omdat hij de lieveling van zijn vader was of misschien omdat hij een nakomeling was. Zoals wij dat zeggen: psychopathy burns out, het neemt af met de jaren.
Ook genetisch is dit geval erg interessant. Een gerucht dat steeds weer opduikt in de familie is dat de vader het resultaat is van hun oma’s slippertje met de magiër Houdini. Houdini kon extreme spanningen en angsten aan, een belangrijk kenmerk van een psychopaat. Ergens moet nog DNA van hem te vinden zijn om dat aan te tonen.
Ik vond het een verbijsterend boek. Je leest wat de effecten van huiselijk geweld zijn en hoe die van generatie op generatie worden doorgegeven. Hoe kun je een normaal mens worden als je dat meemaakt? Aan genen kun je niks doen, aan huiselijk geweld wel. Daarom vind ik dit boek echt een aanrader voor meneer Rouvoet, om mee te nemen in zijn vakantiekoffertje.
Christine Mummery
Hoogleraar ontwikkelingsbiologie, verbonden aan het Hubrecht Instituut en het Hart Long Centrum van het Universitair Medisch Centrum Utrecht
11. Stefan Brijs
De engelenmaker
Atlas, € 19,90
12. Bill Bryson
Een kleine geschiedenis van bijna alles
Atlas, € 39,90
Gigantische wetenschapsbijlage
De engelenmaker van Stefan Brijs is een soort Vlaamse Boys From Brazil. Mooi mengt Brijs voor mij bekende wetenschap met enorm veel fantasie. Het boek speelt zich af op het grensvlak van wetenschap, geloof en roddel. Voor mij was het een sport om te zien waar de feiten ophouden. Brijs heeft zijn research uitstekend gedaan. Het boek speelt in 1984. In die tijd was er een affaire rond een Duitse wetenschapper, Karl Illmensee, die claimde voor het eerst muizen te hebben gekloond. Later bleek het fraude. De baas van Illmensee heette Hoppe, en dat is de naam van de hoofdpersoon van het boek. Hoppe heeft een drieling gekloond. Hij is gestoord, maar briljant. Het boek geeft, met de drie jongetjes die snel oud worden, heel realistisch weer wat de gevolgen kunnen zijn als wetenschappers erin slagen mensen te klonen. Het laat ziet wat er gebeurt als er geen ethische controle is. Dat is precies waar het publiek bang voor is. Goede pr voor de wetenschap is De engelenmaker niet.
Ik las Brijs vorig jaar op mijn vakantie, samen met Bill Brysons Een kleine geschiedenis van bijna alles. Ook een absolute aanrader. Wij vakwetenschappers zijn buiten ons specialisme leken als ieder ander. De wetenschapsbijlagen lezen we even gretig. Een kleine geschiedenis van bijna alles is één gigantische wetenschapsbijlage. Bryson legt alles fantastisch uit en het boek is rijk aan schitterende verhalen. Bijvoorbeeld over de man die met zijn blote oog sterren aan de hemel kan ontdekken. Bryson vergelijkt hem met iemand die miljoenen gestrooide zandkorrels kan onderscheiden. In Engeland is zijn boek verplicht leesvoer voor middelbare scholieren met exacte vakken in hun profiel.
Michel Buijs
Docent klassieke talen aan de Universiteit Utrecht en Universiteit Leiden
13. Herman Altena (vertaling)
Aischylos’ Oresteia
Antiek Theater, € 15,-
Vertaald wat er staat
Een van de belangrijke teksten uit de Griekse Oudheid is Aischylos’ trilogie Oresteia, waarin wordt verteld hoe Agamemnon terugkeert uit Troje, en in bad sterft door de hand van zijn vrouw Klytaimnestra. Hoe zijn kinderen Elektra en Orestes elkaar treffen en Orestes de moord wreekt op hun moeder en haar minnaar Aigisthos, waarna Orestes door wraakgodinnen achterna wordt gezeten en een proces aan zijn broek krijgt, waarin hij uiteindelijk door de godin Athena wordt vrijgepleit.
Deze intrigerende toneeltekst is al vaak in het Nederlands vertaald en wordt met grote regelmaat door gerenommeerde gezelschappen op de planken gebracht. Nu is het mooie van theater, zo wordt wel gezegd, dat het vluchtig is; voor het genieten van de taal van deze poëtische tekst is dat een nadeel. Maar op een rustig plekje op het strand, bij temperaturen die kunnen concurreren met die waarbij de trilogie ooit door Aischylos werd geschreven en in Athene werd opgevoerd, zal iedere vakantieganger genieten van de poëzie van de tekst in de recentelijk verschenen vertaling van Herman Altena. Die vertaalt wat er staat en met Aischylos’ Oresteia heeft hij een hoogtepunt aan zijn oeuvre toegevoegd. ‘Uitgangspunt is geweest om de oorspronkelijke tekst van Aischylos zo dicht mogelijk te benaderen in betekenis en muzikaliteit,’ zo staat er in de inleiding. Zonder hier nu de hele discussie omtrent meaning en significance op te rakelen zeg ik: dat is gelukt. ‘Respect dat vroeger onbetwistbaar, onbedwingbaar, | onbeoorloogbaar de oren en de geest | binnendrong’ (p. 74) en de ‘tjuikende nachtegaal’ (p. 51) – ze zijn me dierbaar geworden.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.