De revolutie die uitbleef

Stand-up comedian Gunter Lamoot tekent in het filmpje ‘Het Vlaams Blok in 10 etappes’ op een muur de grafiek die de komeetachtige opkomst van het Vlaams Belang weergeeft. Als de lijn die de lucht in schiet het plafond heeft bereikt, begint Lamoot erop te beuken en in zijn agressiefste Duits ‘aufmachen’ te roepen. Met de vertoning van dit filmpje is de toon is gezet in De Brakke Grond. Het thuishonk van de Vlamingen in Amsterdam is op de avond van de verkiezingen in België het decor van het debat over ‘De Vlaamse Revolutie’.

Zal België na zondag nog hetzelfde zijn? opende organisator Coolpolitics de bijeenkomst met gevoel voor drama. Want dan is er nog grote kans dat het Vlaams Belang een meerderheid van stemmen zal krijgen in een aantal steden en dat het Cordon Sanitaire daarmee zijn langste tijd heeft gehad.

Alles is op alles gezet om er een lekker spannende avond van te maken. Een echte ‘Blokker’, Steven Utsi, geeft acte de presence. Marco Pastors van EenNL – zou die zich misschien laten betrappen op enige sympathie voor Het Belang? – mag ook zijn zegje doen. Met de vraag of hij wethouder zou willen zijn in een college met het Vlaams Belang probeert de debat­leider Pastors uit de tent te lokken. Maar die omzeilt de kwestie handig: ‘Ik ga België niet helpen uit de problemen te komen. Dat zou koloniaal zijn.’ Al denkt Pastors wel dat we het hier veel beter weten. De politieke partijen zitten in België op een volstrekt verkeerde koers. Want ze houden nog steeds het hiep-hiep-hoerabeeld van de multiculturele samenleving hoog. Terwijl hier in Nederland de andere partijen zo verstandig zijn geweest een deel van het verhaal van Fortuyn over te nemen.

Voor echte opwinding kunnen deze uitspraken niet zorgen. Ook het onnavolgbare betoog over de onzindelijke vermenging van integratie en immigratie van de Vlaams Belanger Utsi leidt tot weinig commotie. Een nette mevrouw in de zaal tracht zichzelf nog een beetje op te zwepen en roept dat het een schande is dat die man dat zomaar kan zeggen en niemand hem weerwoord biedt. Terwijl de panelleden op het podium bekvechten over kwesties als of er nu in België al dan niet een knuffelbeleid is gevoerd, druppelen op een groot scherm op de achtergrond de uitslagen binnen. Grote winst voor Patrick Janssens in Antwerpen! Het Vlaams Belang groeit nauwelijks ten opzichte van de verkiezingen voor het Vlaamse Parlement in 2004! Maar gejuich blijft uit. Het lijkt wel of publiek en organisatie erop hadden gehoopt het trio sensatiezucht, heilige verontwaardiging en meewarigheid ruim baan te kunnen geven. Het mooiste moment van de avond komt dan ook niet uit de zaal maar van het scherm, waarop in de pauze te zien is hoe Hugo Claus glundert van blijdschap dat ’t stad niet van Filip, maar van Patrick is.

Tomas Vanheste

Thuisfrontdag

‘Dag vader, Marieke, dag moeke. Alles goed hier. Over twee maanden ben ik weer thuis. Dan moet mijn stamppotje klaarstaan! Groetjes, Leo.’ Vanaf een reusachtige beamer op het podium grijnst de militair een zaal vol familieleden in. Hij knijpt met zijn ogen. Tegen de strak­blauwe hemel op de achtergrond staan rijen jeeps geparkeerd. Het beeld is wat korrelig, het geluid laat te wensen over. Maar het is onmiskenbaar Leo. Vader, Marieke en moeke slaan elkaar op de schouder.

Voor de eerste lichting militairen is de missie in Afghanistan halverwege. Daarom is er dit weekend een ‘midterm thuisfrontdag’ voor hun families georganiseerd. Minstens negenhonderd dierbaren zijn vandaag naar congrescentrum Papendal op de Veluwe gereisd. Om informatie te krijgen en bij te praten. Maar eigenlijk heeft iedereen maar één doel: kind, partner of ouder zien via de live-verbinding met Afghanistan.

Een man met grijze stekels en gouden oorringetjes friemelt nerveus aan een rode papieren servet. Naast hem zit zijn vrouw, met geblondeerde stekels. Daarnaast de tienerzoon, weggedoken in zijn capuchontrui. Ze zitten rechtop, met de armen over elkaar. Ze staren naar de beamer. ‘Lieve familie, bedankt voor alle tekeningen en post. Ik heb onwijs veel zin om terug te komen want ik mis jullie,’ zegt een jongen uit Tarin Kowt. ‘Het is hier top. Mázzel!’ brult een militair uit Deh Rawod. In rap tempo volgen de boodschappen elkaar op en flitsen kortgeknipte koppen voorbij. Soms stijgt er gejuich op uit de zaal. Maar het is vooral afwachtend stil. Meer dan eens valt het beeld weg en neemt een oorverdovende ruis het over. Daar maken sommigen dankbaar gebruik van, lachend proberen zij de spanning te breken. Het trio lacht niet. Het rode servetje is vochtig.

‘Ondanks alles wat gebeurd is, zijn wij vrij normaal gebleven,’ grapt een commandant uit Deh Rawod. Hij relativeert het praatje van de militaire psycholoog die ochtend. Die wees de thuisblijvers op mogelijke problemen met hun dierbare bij terugkomst. Dan kijkt de commandant serieus. Hij wenst de negentienjarige Roy sterkte bij het revalideren. Roy is de militair die begin september gewond raakte toen zijn konvooi werd beschoten. Hij zal op één been verder moeten. Gevaarlijk is het volgens de commandant nog steeds in Afghanistan, ze zullen alert moeten blijven. Maar hij is vooral ‘buitengewoon trots’. ‘Veel lieden zijn er pas vorig jaar bijgekomen en hebben een korte opwerktijd gehad. Zij zullen terugkeren als buitengewoon professionele militairen.’ Ook de thuisblijvers mogen trots zijn op zichzelf. Zij maken zich grote zorgen, heeft hij begrepen. Dan valt het beeld weg. ‘Dat waren ze dan, onze militairen,’ zegt de presentator.

De man met het grijze stekelhaar staat op. Zijn zoon heeft hij niet te zien gekregen tijdens de live verbinding. In zijn handen heeft hij een inmiddels doorweekte rode prop. Hij staat snel op. Zijn vrouw volgt op een meter afstand. Daarachter de zoon. Zwijgzaam benen ze naar buiten, de bossen in, naar hun auto. ‘Nog maar twee maandjes,’ gaat de stem binnen met onverminderd enthousiasme verder. ‘Dan heeft u hem al weer terug.’

Carolina Lo Galbo

Haitinks feestje

‘Eigenlijk gaat het over onnozelheden,’ zegt Emile Wennekes, hoogleraar muziekwetenschap, over alle commotie rond de binnenkort te verschijnen biografie van Bernard Haitink, die hij samen met de historicus Jan Bank schreef. Volgens de Volkskrant distantieert Haitink zich van het boek omdat hij van zijn dochters heeft gehoord dat ‘het vreselijk over mijn jeugd gaat en alles, en dat gaat eigenlijk niemand iets aan, ik vind dat heel vervelend.’

‘De klank als handschrift’ zou op 7 november aangeboden worden tijdens het gala ‘Goud voor Haitink’, ter ere van zijn eerste optreden bij het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) vijftig jaar geleden. Omdat Haitink dreigde deze avond verstek te laten gaan, heeft het KCO, na enkele mislukte bemiddelingspogingen, besloten de handen van het boek af te trekken. Uitgeverij Meulenhoff brengt het nu zelfstandig uit.

Hoe ‘vreselijk’ zijn de onthullingen over Nederlands beroemdste dirigent? Volgens de auteurs gaat het om kleine weetjes, zoals het feit dat Haitink zijn middelbare school niet heeft afgemaakt, of dat hij door Willem van Otterloo werd afgewezen voor de dirigentenklas.

Het plan voor de biografie is van tevoren met Haitink besproken en door hem goedgekeurd. Het moest een feestbundel worden zonder pikanterieën over zijn privéleven. ‘Daar hebben we ons aan gehouden,’ aldus Wennekes. ‘We zijn van alles op het spoor gekomen – dat staat er allemaal niet in. Dat geeft niet. Pas als iemand overleden is, kun je een echte weging maken van zijn leven en werk en waardevrij oordelen over de feiten. Als het ooit zo ver komt, weten wij precies waar alle interessante brieven en dagboeken liggen.’

Formeel hebben de auteurs niets gehoord over het waarom van Haitinks negatieve reactie. Ze vermoeden dat het gaat om een ‘algemeen onbehagen dat er in zijn verleden wordt gewroet’. En dat Haitink niet op goede voet staat met zijn eigen verleden is bekend. ‘Een symbolisch moment doet zich voor in 1954 als hij zijn eerste publieke optreden heeft,’ vertelt Wennekes. ‘Per ongeluk komt zijn naam verkeerd op het affiche: Bernard Haitink in plaats van Herman Haitink, zoals hij tot dan toe heet. Vanaf dat moment noemt hij zich Bernard, alsof hij niets meer te maken wil hebben met de vroegere Herman.’

Tekenend is ook dat Haitink de Eerste van Mahler steeds opnieuw blijft opnemen, terwijl hij van eerdere opnamen niets meer wil weten. En zoals het voor musicologen juist interessant is uitvoeringen met elkaar te vergelijken, zo hebben Wennekes en Bank geprobeerd Haitinks ontwikkeling tot dirigent te verklaren. ‘Nu koestert hij de mythe dat hij een halve eeuw geleden vanuit het niets voor het Concertgebouworkest stond.’

De ophef over ‘De klank als handschrift’ past in een reeks conflicten, met als hoogtepunt de legendarische breuk met het Concertgebouworkest in 1988, waarvan Haitink een halfjaar geleden bekende dat het eigenlijk ‘een kinderachtige ruzie’ is geweest. Ook nu weer afficheert hij zich als de gekwelde, onbegrepen kunstenaar. Ondertussen vestigt het incident juist de aandacht op het verleden dat hij zo naarstig probeert af te schermen: van de dagbladen tot de tv-journaals, iedereen heeft zich inmiddels op het akkefietje gestort.

Jacqueline Oskamp

Lopen voor Armani

De shows van Giorgio Armani lopen is het hoogst haalbare voor een model. Dus je komt op tijd bij de fitting. Een minuut te laat en het komt nooit meer goed. De McDonald’s moet je mijden als miltvuur. ’s Nachts goed slapen en overdags veel detoxen met water. Tweemaal daags je gezicht insmeren met de moisturizer van een A-merk. Puistjes voor een show is alsof een atleet een dag voor de wedstrijd een been breekt.

Backstage drinken we kort voor de show champagne uit papieren bekertjes. Sommigen nemen een tweede, ik ook een derde.

Ik kijk op het tv’tje dat live de volle zaal laat zien: een gevulde donkerte met in het midden, hel verlicht, een stralend witte streep. Er loopt een model over de streep en daarachter nog een. Een liedje van The Doors dreunt hard achter de coulissen.

Nog een minuut of drie, schat ik, voor ik aan de beurt ben.

Fotografen schieten backstage foto’s, er wordt een nieuwe spuitbus in mijn haar leeggespoten. De kleedsters kijken toe, een heeft haar digitale camera meegenomen, ik ga met haar op de foto.

Terwijl de rij voortschuifelt, kom ik langs de make-upmeisjes. Geen tijd om te flirten nu. Professioneel blijven, Armani staat in de buurt. Het meisje moet op haar tenen staan. Ze kamt met een krom borsteltje mijn wenkbrauwen ruw omhoog en doet meer poeder op mijn neus. Toch even een korte flirt. Dan weer concentratie.

Een kleedster strikt opnieuw mijn veters. Een designer trekt geconcentreerd mijn jasje goed terwijl een fotograaf gebaart of ik wil poseren. Ik doe de James Dean-pose.

Nog een tel of twintig. Aan het einde van de rij staat Armani met zijn witte haar en oranje-bruine kop. Tweeënzeventig jaar en nog steeds in vorm. Hij propt mijn handen in mijn zakken. Dan pakt hij me bij de pols, alsof ik te vroeg zou gaan lopen. Hij houdt me tegen tot hij me de duw geeft die betekent dat ik gaan moet. Nu. Het is een flinke duw.

Direct herpakken en de blik naar voren. Ik loop. Ik ga met trage pas, in ogenschijnlijk totale ontspanning, het opgewonden flitslicht van de camera’s tegemoet. Aan weerszijden zijn de donkere tribunes gevuld met mensen die ertoe doen: inkopers van grote warenhuizen, journalisten.

Mijn hoofd houd ik recht en mijn kin iets omlaag. Mijn schouders zijn los. Uit alle macht concentreer ik me op een ontspannen blik. Ik loop ritmisch. Vóór mij is licht. Iedere halve seconde is een foto, tot ik bij het einde ben. Als ik heel dichtbij ben, kan ik de lenzen zien. Niet staren. Schouders los. Langs de fotografen. Klaar.

En dan rennen om te verkleden. Er zijn twee kleedsters om je te helpen. Sneller gaat het niet – het is wel leuker. Zeker als de broek knoopjes heeft, die één voor één moeten worden dichtgeknoopt. Het meisje doet haar werk snel en behendig. Een ander meisje gooit een overhemd over mijn hoofd. Terug in de rij. Hysterisch wordt mijn naam geroepen, luidkeels met Italiaans accent: ‘Kòòòòòòòk! Sàààààààànder!’ Ik kom aangerend, mijn schoenen nog los. ‘Ecco!’ roep ik, zoals een soldaat ‘present!’ roept. De ontwerper trekt mijn broekspijpen recht. Terwijl zijn blik al naar de jongen achter mij gaat, tikt hij me vaderlijk in de nek: ‘Bello!’

Sander Kok

Hommage aan Hauer

‘Wat een hoop mensen. Dat ben ik helemaal niet gewend,’ mompelt Rutger Hauer als hij de trap afloopt van het Louis Hartloopercomplex in Utrecht. Zojuist is op het Utrechts Filmfestival de documentaire ‘Blond Blue Eyes’ in première gegaan, die over zijn leven gaat. Natuurlijk is Monique van de Ven er, net als Willeke van Ammelrooy en Annemarie Oster. Maar om nou te zeggen dat de hele Nederlandse filmwereld een hommage komt brengen aan de meest succesvolle ster van de laatste dertig jaar…

Hauer heeft zijn smoking thuis gelaten, en loopt rond met een lang overhemd dat uit zijn broek hangt, op zijn colbert een aids-symbool en zwart-witte schoenen. Zijn familie en schoonfamilie zijn er en verder zijn er veel goede vrienden. De organisatoren hebben ervoor gekozen de avond low profile te houden. Dus geen Paul Verhoeven, die Hauer ontdekte met de serie Floris en ook geen Jeroen Krabbé, zijn tegenspeler in Soldaat van Oranje. ‘Rutger heeft nooit van grote mensenmassa’s gehouden,’ zegt Monique van de Ven na afloop van de film. ‘Ook toen we na het succes van Turks Fruit zo ontzettend in de schijnwerpers stonden, ging hij altijd het liefst zo snel mogelijk op de motor terug naar zijn huis in Friesland.’

Hauer is enthousiast over de film. Aanvankelijk keek de filmster de kat uit de boom. Hij wilde niet dat documentairemaakster Simone de Vries in zijn huizen in Friesland en Los Angeles kwam, zijn vrouw wilde al helemaal niet meedoen. Maar De Vries slaagde er in het vertrouwen van zowel Hauer als zijn vrouw Ineke te winnen. Die laatste komt uitgebreid aan het woord over de eerste ontmoeting met haar man, toen die na autopech bij haar broer logeerde (‘Ineens zat aan de keukentafel een blonde god die van zijn santé niet wist’). Hauer wordt gevolgd op sets in Spanje (waar hij een overtuigende voetbaltrainer neerzet voor de film Goal 2) en Roemenië (waar hij in een low-budgetfilm speelde die volgens de acteur ‘een tweede Turks Fruit’ kan worden).

De documentaire is bijna te kort. Er zit een fragment in van een homevideo waarin Hauer een gesprek heeft met zijn goede vriend Erik Hazelhoff Roelfzema, de man op wie Soldaat van Oranje is gebaseerd. Dat had veel langer mogen duren.

Voorafgaand aan de première staan Hauer en De Vries de verzamelde pers te woord, die buiten op straat achter een rood koord staat opgesteld. ‘Gaat u ook nog een film in Friesland maken?’ vraagt een wakkere verslaggeefster van Omrop Fryslân. Ze heeft een Friese vlag op haar camera gestoken. ‘Waarom niet, ik sta overal voor open,’ zegt Hauer met licht vermoeide stem. Als een andere verslaggever vraagt of het publiek de documentaire mooi zal vinden, zegt Hauer: ‘Het kan me geen reet schelen of de mensen komen kijken.’ Dan beent de filmster naar binnen.

Harm Ede Botje