De een, Ahmed Alhadaui, bezit een supermarkt in Den Haag. De ander, Mustapha Kadi, runt een visfïleerbedrijf in Harlingen. Een derde David Pinto, leidt een drukbeklant instituut voor culturele voorlichting te Groningen. Een vierde, Hassan Tufti, importeert en gros olijfolie. En de vijfde, zesde en zevende, Driss , M’Bark, en Mohammed zijn gedrieën directeur van een goedlopende rijschool in Rotterdam.

Succesvolle buitenlanders, in dit geval Marokkanen, want over hen gaat dit verhaal.

Ze kennen elkaar allemaal, ten minste van naam. Zoveel succesvolle Marokkanen zijn er niet in Nederland. Waaraan schrijven zij, die misschien niet de doctorsbul, maar wel de directeursstoel gehaald hebben, hun succes toe? En hoe denken zij over het achterblijven van zoveel van hun landgenoten?

Zijn zij misschien onder heel andere omstandigheden en met heel andere verwachtingen indertijd naar Europa gekomen?