Niet het handelen van George Maat, maar de effecten in de samenleving worden hem door de minister verweten, zo blijkt uit antwoorden op Kamervragen. Angst voor emoties in de samenleving en voor de media dreven Van der Steur tot zijn gehaaste acties en broddelwerkrapport.

Maar liefst drie setjes Kamervragen moesten Pieter Omtzigt (CDA) en Sjoerd Sjoerdsma (D66) indienen over het dubieuze regeringsonderzoek naar forensisch anatoom George Maat en zijn MH17-lezing. Deze week kwamen de antwoorden binnen. Daaruit rijst een helder beeld: een draaiende minister die de wetenschapper slachtoffert om zijn eigen hachje te redden. Van de aantijgingen en harde woorden van de minister naar Maat blijft niets overeind.

De belangrijkste conclusies:

  • Maat mag nu toch het onderzoeksrapport inzien. Dat wordt openbaar. Aanvankelijk moest het rapport geheim blijven en mocht Maat het niet inzien. Maar na alle Kamervragen en vier verzoeken op de grond van Wet Openbaarheid van Bestuur zag de minister zich genoodzaakt om het openbaar te maken, zij het geanonimiseerd. Maat heeft geen geheimhoudingsplicht.
  • Het rapport is gepubliceerd op basis van nul getekende verklaringen. Alle verklaringen van de ondervraagde betrokkenen zijn pas door hen ondertekend, nádat het rapport was ondertekend door de expert en de korpschef, en nádat de minister zijn conclusies al getrokken had. Alle getuigen hebben bij het ondertekenen van hun verklaring nog aanvullende informatie gezet. Maar daar werd niets meer mee gedaan: de conclusie was toen al door de minister getrokken.
  • Maat was bevoegd om de lezing te geven. Van der Steur geeft nu toe dat Maat op basis van gemaakte afspraken informatie mocht delen, zolang het zijn eigen vakgebied en expertise betrof, in dit geval onderwijs geven over forensische anatomie.
  • De minister geeft toe dat er geen formele regels waren. Eerder beweerde hij dat er heldere afspraken waren die Maat had geschonden. Van der Steur: ‘Het ontbreekt binnen het LTFO aan duidelijke kaders, afspraken en criteria tot het geven van lezingen en het vrijgeven en gebruik van (beeld) materiaal afkomstig uit de werkprocessen van het LTFO. Het is in de jarenlange gegroeide werkprocessen en gewoonten van het LTFO gebruikelijk om aan vakgenoten lezingen te geven.’
  • Er zijn maar liefst elf presentaties gegeven met het beeldmateriaal. Van meerdere is niet bekend of er toestemming gevraagd is. Zeker niet alle presentaties waren voor vakgenoten.
  • De minister erkent dat Maat het lesmateriaal van het LTFO heeft gekregen. Een deel van de foto’s, die Maat gebruikt heeft, komen van ‘een SD card die door het LFTO ter beschikking is gesteld aan de heer Maat voor educatieve en identificatie doeleinden’.
  • Maat heeft op eigen initiatief de beelden geanonimiseerd. Eén nummer bleef zichtbaar, maar de identificatie daarvan kon alleen via een interne vertrouwelijke database. Toehoorderders konden dat niet.

Wat was dan de reden om de samenwerking te beëindigen en Maat oneervol te ontslaan? Van der Steur: ‘Het effect van het handelen van professor Maat, de gevoelens van de nabestaanden en alle media-aandacht leidde tot deze beëindiging.’

Niet het handelen van de professor wordt hem dus verweten, maar het effect van zijn handelen. Van de feitelijke aantijgingen blijft niets over. Angst voor emoties in de samenleving en angst voor de media dreven deze minister tot zijn uitspraken, gehaaste acties en broddelwerkrapport.

Excuses aan Maat dus? Natuurlijk niet. Maar hij heeft hem wel weer nodig straks.
Van der Steur: ‘Ik herhaal dat professor Maat een uitstekende staat van dienst heeft op het gebied van forensische antropologie. (…) Wij hopen dat hij (dan) bereid is om een bijdrage te leveren. Dit zal ik hem in ons gesprek ook overbrengen.’