Maandag oordeelt het hof van discipline over de klachten tegen Bram Moszkowicz. De advocaat zelf vreest dat hij voor het leven wordt geschrapt. Die angst lijkt gerechtvaardigd.

Hij was relaxt, welbespraakt en voorkomend als altijd. Toen Bram Moszkowicz de afgelopen weken in de Amsterdamse Bunker optrad als raadsman van afpersverdachte Harry S., was in eerste instantie nauwelijks te merken dat het einde nadert voor ’s lands beroemdste advocaat.

Toch was alles anders in de zittingszaal. Moszkowicz zei meerdere keren tegen de rechtbankvoorzitter dat hij zich ‘bescheiden’ en ‘geserreerd’ zou opstellen en sprak het vermoeden uit het einde van de strafzaak niet mee te kunnen maken. In de wandelgangen van de Bunker zocht hij zelfs toenadering tot de media – waarvan hij het gros in de voorgaande periode had weggezet als onkruid. Moszkowicz liet ons weten weinig fiducie te hebben in een goede afloop. Hij houdt er ernstig rekening maandag door het Hof van Discipline te worden geschrapt van het tableau. Dan mag hij nooit meer advocaat zijn.

Dat het Moszkowicz raakt, was hem aan te zien tijdens dat onderonsje in de Amsterdamse rechtbank. Als hij inderdaad straks advocaat-af is, zal het saaier worden in de zittingszalen. Want pleiten kan hij als de beste. Hoe eloquent de raadsman is, bleek opnieuw afgelopen woensdag tijdens de afperszaak.

De gedachte dat de bekendste strafpleiter van Nederland na een carrière van dertig jaar de toga aan de wilgen moet hangen, is misschien spijtig. Wie echter opnieuw kijkt naar waar het in de basis om gaat, de klachten die vorig jaar tegen hem werden ingediend bij de Raad van Discipline, ziet toch vooral een advocaat die er structureel een potje van heeft gemaakt (zie ook het profiel Teflon Bram). Hij kwam toezeggingen aan zijn klanten niet na, had lak had aan de regels van de beroepsgroep en schoffeerde de toezichthouder keer op keer. Het is een advocaat bij wie de financiën zo uit het lood staan, dat ieder moment het kantoor kan omvallen. Kortom: alles wijst er op dat hij het harde oordeel van de tuchtrechter moet vrezen.

Eerder zetten we de grieven van de klagers op een rijtje in ons boek Het Geheim van Bram Moszkowicz. Hier het verslag waarin zij aan het woord komen tijdens de zitting op 18 september 2012.

‘Een lange, grijze man met een baardje, afkomstig uit voormalig Joegoslavië, beet het spits af. Hij wond zich hevig op en kon daardoor nauwelijks uit zijn woorden komen. Ter ondersteuning had hij een advocaat meegenomen die het verhaal overnam. Moszkowicz had de cliënt persoonlijke rechtsbijstand beloofd, maar was vaak niet zelf komen opdagen. In plaats daarvan waren kantoorgenoten verschenen. Door een slechte verdediging – Moszkowicz had ontlastend feitenmateriaal over het hoofd gezien – was de man zwaar gestraft.

Veel ernstiger was de beschuldiging van verduistering, oplichting en valsheid in geschrifte. Volgens de advocaat had een bevriend echtpaar van de gedupeerde cliënt in totaal 60.000 euro cash aan Moszkowicz gegeven. De advocaat had verzuimd om een kwitanties te schrijven of een urenspecificatie te maken. Na een eerste bemiddelingspoging van de Deken was Moszkowicz alsnog met een verantwoording gekomen, daaruit bleek dat de cliënt bijna 20.000 euro te veel had betaald. De Joegoslaaf eiste zijn geld terug. Uiteindelijk kwam het advocatenkantoor met stukken over de brug, maar volgens de klager was daarmee gesjoemeld. Bedragen klopten niet en de data waren niet correct. Moszkowicz had ook twee declaraties overlegd van bezoeken aan deze gedetineerde cliënt. Maar de Joegoslaaf kon via de gevangenisadministratie onomstotelijk aantonen dat hij op die momenten door niemand was bezocht in het huis van bewaring.

De aanwezige toeschouwers waren het unaniem eens over de schuldbewuste opstelling van Moszkowicz: too little, too late

Daarna was klager twee aan de beurt, een in België gedetineerde Israëliër. Hij en zijn advocaat waren niet aanwezig. Zijn grieven werden voorgelezen door de Raad van Discipline. De man was in het verleden ooit eens niet teruggekeerd van een verlof en ontsnapt naar Nederland. Hier was hij bij een controle tegen de lamp gelopen en de Belgische justitie had zijn uitlevering gevorderd. De Israëliër had Moszkowicz gevraagd om dat te voorkomen. De familie van de man bracht vijftienduizend euro naar het kantoor aan de Herengracht voor de rechtsbijstand, een voorschot voor de te verrichten werkzaamheden. Ook werd er door een vennootschap, waarin de cliënt zakenpartner was, nog eens negenduizend euro per bank overgemaakt. Dat bedrag was volgens Moszkowicz nodig om aan de Nederlandse autoriteiten duidelijk te maken dat de Israëliër over voldoende financiële middelen beschikte om zelfstandig in Nederland te kunnen verblijven.

Het was een opmerkelijk standpunt van Moszkowicz, gezien de juridische praktijk bij overleveringsverzoeken. Iedere advocaat die wel eens een overlevering heeft gedaan, weet dat het bijkans onmogelijk is om dat te voorkomen. De procedure is bij de rechtbank bijna altijd een hamerstuk. Dat gold ook voor de zaak van de gevluchte Israëliër. Dus zat de man binnen de kortste keren weer in zijn Belgische cel – vele duizenden euro’s armer. Hij nam een andere advocaat in de arm om zijn geld terug te eisen. Die zocht tevergeefs contact met Moszkowicz. Secretaresses van het kantoor aan de Herengracht lieten telkens weten dat hun baas uitstel nodig had: de strafpleiter verbleef in het buitenland of was naar het ziekenhuis voor zijn dochter. Na een jaar was de klager nog geen steek verder en was er niets terugbetaald.

De derde klant met grieven was een imposante heer van Turkse afkomst, die bijna uit zijn pak knapte. Hij had een tolk aan zijn zijde. De man zweeg voornamelijk, de tolk deed zijn verhaal. De klager – die hier verdachte was – werd in de zomer van 2010 in Moldavië aangehouden en naar Nederland overgebracht. Kennissen benaderden Moszkowicz voor de rechtsbijstand. Die ging akkoord in ruil voor een honorarium van 90.000 euro. Een hoge prijs, maar daarvoor zou de strafpleiter dan ook zelf acte de présence geven.

Op zijn werkkamer aan de Herengracht had Moszkowicz 75.000 euro in contanten aangenomen. Volgens de klager had de raadsman daarvoor ‘geen serieuze werkzaamheden’ verricht. Moszkowicz had bovendien zonder overleg een kantoorgenoot naar een belangrijke zitting gestuurd.

De rest van de klacht sloot naadloos aan bij de al eerder geschetste praktijk op het advocatenkantoor. Geen kwitanties, geen urenverantwoording, geen reactie op brieven en telefoontjes. Tegenover de Deken had Moszkowicz het verhaal van deze klager eerder al betwist, maar op de zitting bij de Raad van Discipline wapperde de Turkse man alsnog met een – recent verkregen – kwitantie, waarop het logo van Moszkowicz, Moszkowicz, Moszkowicz & Moszkowicz prijkte. ‘Op enig moment ontvangen: 75.000 euro,’ stond onder een reçu met de handtekening van de advocaat. En in de handgeschreven brief die de man daarna aan de Raad ter inzage gaf, meldde de praktijk dat ‘binnen twee weken het overschot dat is betaald minus de door het kantoor gemaakte kosten zal worden overgemaakt naar de cliënt.’

De tolk: ‘Meneer heeft 28.000 euro retour gekregen via zijn bankrekening, maar op basis van de urenspecificatie zou Moszkowicz 30.862 euro hebben moeten betalen.’ Ook bleek uit die urenspecificatie dat Moszkowicz maar een kwart van alle werkzaamheden voor zijn rekening had genomen, ondanks de toezegging de cliënt persoonlijk bij te staan.

‘Ik hou het voor me om te zeggen wat het ergste is. Moszkowicz is ongeschikt voor zijn vak als advocaat.’

Daarna kwam klager vier, een tobberige Marokkaan. Hij was lastig te verstaan door problemen met zijn gebit. In 2010 zat de man – naar eigen zeggen onterecht – in de cel. Hij had al een advocaat, maar wilde de bijstand van de bekende strafpleiter. Hij had Moszkowicz gebeld vanuit het huis van bewaring. De advocaat had daarbij verzuimd om de man op de mogelijkheid van rechtsbijstand op toevoeging te wijzen. Daarbij betaalt de staat het – dan veel lagere – honorarium voor de raadsman.

De gedetineerde Marokkaan ging in zee met Moszkowicz voor een bedrag van 20.000 euro. Op het specifieke verzoek van Moskowicz bracht de dochter van de klager 10.000 euro in contanten naar de Herengracht. Voor dat voorschot kreeg zij een handgeschreven kwitantie. Maar ondanks de toezeggingen van de strafpleiter verscheen hij niet persoonlijk op de eerste zitting. Hij stuurde een kantoorgenote. Daarop nam de klager direct afscheid van Moszkowicz en zocht een andere advocaat. Uiteindelijk werd de man vrijgesproken.

Na lang aandringen ontving de klager in de zomer van 2011 een urenspecificatie van het advocatenkantoor. Daaruit bleek dat Moszkowicz hem vijf keer in detentie had bezocht, terwijl hij volgens de cliënt maar twee keer vijf minuten langs is geweest. Bij een derde bezoek verscheen een kantoorgenoot. De in de specificatie vermelde besprekingen en telefoongesprekken met hem en zijn dochter waren er nooit geweest, beweerde de klager. Ook over deze klacht had de Deken eerder al overleg gevoerd met Moszkowicz. De advocaat had per brief de gang van zaken weersproken. Hij had alleen maar cash aangenomen omdat de cliënt zo wilde betalen. De tuchtraad wilde van de klager weten of zijn dochter over een bankrekening beschikte. Volgens de man was dat het geval. ‘Meneer Moszkowicz wilde juist contant geld zien.’ En dan vastberaden: ‘Ik wil mijn geld terug.’

Tenslotte was de vijfde klager aan de beurt. Voor de Raad verscheen een ernstig kijkende jonge Pakistaan, die ten onrechte 1739 dagen in voorarrest bleek te hebben gezeten wegens een moordverdenking. Hij werd vrijgesproken. Ook deze man liet zijn huidige advocaat het woord doen.

Ook hier ging het om geld en nalatigheid. In juli 2005 had de moeder van de klager 15.000 euro in contanten overhandigd aan de strafpleiter op diens kantoor. Ze had daarvan een handgeschreven kwitantie gekregen. In 2006 maakte de familie per bank in twee tranches ook nog eens bijna veertienduizend euro over. Toen de man werd vrijgesproken, had hij zijn advocatenkosten kunnen terugvorderen van de Nederlandse staat. Moszkowicz was echter vergeten om op tijd de daarvoor verplichte documenten in te sturen. De cliënt kon naar z’n geld fluiten. Hij klopte daarop tevergeefs aan bij de advocaat. Vervolgens bleek nog dat Moszkowicz in zijn eigen administratie een ander bedrag had ingeboekt dan was vermeld op de aan de moeder verstrekte kwitantie. In de boekhouding van de advocaat was maar 7000 euro opgenomen, terwijl hij 15.000 euro had ontvangen.’

De Raad van Discipline verklaarde de klachten gegrond. Dat gold ook voor het bezwaar van de Orde van Advocaten, waarin de Deken Germ Kemper concludeerde: ‘Er rijst een beeld op van een advocaat die stelselmatig de regels voor het aannemen van contant geld heeft overtreden, die lak heeft aan de Deken, die lak heeft aan zijn cliënten. Ik hou het voor me om te zeggen wat het ergste is. Moszkowicz is ongeschikt voor zijn vak als advocaat.’

Hoe zwaar de Raad van Discipline hem vorig jaar zijn falen aanrekende is hier te lezen. Hij werd van het tableau geschrapt. Moszkowicz ging in beroep bij het Hof van Discipline, dat zijn zaak begin dit jaar opnieuw behandelde. De advocaat – deze keer kwam hij wel opdagen – probeerde nog te redden wat er te redden viel en beloofde beterschap. Moszkowicz liet weten dat hij met enkele klagers al afspraken had gemaakt over het teruggeven van het teveel betaalde geld.

Toch is de kans groot dat aanstaande maandag het Hof tot eenzelfde vernietigend oordeel komt. De beroepsinstantie neemt veelal het eerdere oordeel van raad over, laat de geschiedenis zien. En de aanwezige toeschouwers waren het unaniem eens over de schuldbewuste opstelling van Moszkowicz: too little, too late. Dat lijkt de advocaat ook zelf te beseffen. Vandaar dat hij afgelopen woensdag in de Amsterdamse Bunker namens zijn cliënt Harry S. het verzoek aan de rechtbank begon met de woorden: ‘De omstandigheid kan zich voordoen dat ik maandag na 16.00 uur dit vak niet meer kan uitoefenen.’