De eerste caissièreloze supermarkt is een feit. Dat doet een beetje pijn.

Of ik de codes ooit nog uit mijn hoofd krijg weet ik niet. De meest gebruikte, althans. Courgette: 83. Sperziebonen: 421. Elstar: 499. Grolschkrat: 35. Bloemkool: 3. Ik wil ze beginnende caissières tegenwoordig nog wel eens toefluisteren, als ze met een peer in hun hand wanhopig door hun snelhechtmapje bladeren. ‘Conference: 509.’

Nietsvermoedend fietste ik de afgelopen weken dagelijks langs de grote blauwe aankondigingsborden. Klussers rookten er een sigaretje op de stoep, terwijl grote karren vol pakken wasmiddel naar binnen werden gereden.

Ik wist het niet. Maar op die straathoek bleek al die tijd gewerkt te worden aan de eerste caissièreloze supermarkt van Nederland.

Van valse nostalgie wordt de wereld niet beter. Maar een wereld met caissièreloze supermarkten, dat doet een beetje pijn. Drie jaar lang waren de PLU-codes mijn alfa en omega. Soms, na een lange dag werk, trokken de melkpakken in bed nog een tijdje achter mijn oogleden langs.

Niemand verplicht me de toekomst te bezoeken. Ook voor deze opening had dit gebied al een diep donkerblauwe dichtheid. Maar iedereen weet: na deze winkel gaan er meer volgen. Geleerden in de supermarktkunde bevestigen dat. Over tien jaar zien we alleen nog maar zelfscanwinkels.

Volgens Albert Heijn staan in het nieuwe filiaal in totaal niet minder medewerkers. Medewerkers. Om nog maar eens te benadrukken wie er niet meer zijn: die caissières dus. Waren die eerst de poortwachters van de winkel, nu zijn ze ertoe veroordeeld schaapachtig gade te slaan hoe klanten scannen.

Zeker, als tiener waren de vroegste zaterdagdiensten zwaar. Maar als ik om kwart voor acht mijn fiets wegzette, stond voor de winkeldeuren steevast een kluitje mensen te wachten. Daar deed je het voor. Voor de eerste klant – vaak de in slaapzak gehulde licht riekende buurtzwerver. Zijn halve liter combineerde hij altijd met een chocolade-room puddinkje, waarna ik de handvol zweterige muntjes van de lopende band moest vissen. Daar deed je het voor.

Voor de klantengrappen, anders. Het corporaal schreeuwen van ‘hamstereeeeen!’, het ‘ik kan het niet bij je declareren, hè’ of ‘kan ik jou er niet bij krijgen?’. Beter nog: de mannen die luid en langzaam articuleerden, bang dat mijn intellectuele vermogens een normaal gesprek niet aan zouden kunnen. Die a-vo-ca-do, spelden, als een code me even ontschoten was. ‘Bij de A.’

Niets van dat alles voor de ‘medewerkers’ in de nieuwe Albert Heijn. Zij mogen de klant naar de scanner wijzen. Een bonnetje controleren, wellicht. Een pakje sigaretten verkopen. Ik benijd ze niet. Zelfs aan hun encyclopedische kennis van de PLU-codes heeft de wereld straks niks meer.