Honderd jaar geleden in 1916 werd in Zürich het cabaret Voltaire opgericht door Hugo Ball. Daar ontstond het dadaïsme als antwoord op de absurditeit van de Eerste Wereldoorlog.

De Eerste Wereldoorlog was zo’n absurde aanslag op elke redelijkheid dat het absurdisme van het dadaïsme ontstond. Idiotie beantwoord met idiotie. Wanneer de politiek het zo bont maakte, dan moest daar met gelijke munt op gereageerd worden: met woorden die niets meer betekenden, met zinnen die nergens op sloegen, met louter klanken, geen woorden. Het geluid van de kanonnen moest overstemd worden door roffels op een grote trom.

‘Wat nu is losgebarsten, is de hele machinerie en de duivel zelf,’ schreef Hugo Ball, de oprichter van het Cabaret Voltaire in Zürich in februari 1916. Binnen een maand maakte zich van Tristan Tzara, Hans Arp, Richard Huelsenbeck en vele andere ‘een ondefinieerbare roes’ meester. Cabaret Voltaire werd de uitlaatklep van hun gestileerde ongenoegen. ‘Ons cabaret is...