Het ‘verhaal’ dat nu samenvalt met de Amerikaanse schrijversnaam Colson Whitehead is een mediagebeurtenis: eerst nam Oprah Winfrey zijn laatste roman The Underground Railroad op in haar Book Club, daarna liet president Obama weten dat Whiteheads nieuwste op zijn zomerleeslijstje prijkt. Je kunt nuffig doen over de combinatie Oprah & literatuur, maar dankzij haar boekenclub hebben hoogliteraire auteurs als Cormac McCarthy en Jonathan Franzen een massapubliek gevonden. Wat Obama betreft: zie nog maar eens een tweede president te vinden die zich over literatuur wil uitspreken en daarin een goede smaak heeft.

Zo’n verhaal dat niet over de roman zelf gaat, maar over roem of populariteit, is nooit het echte verhaal. Dat is het onderwerp dat Colson Whitehead aansnijdt evenmin: de slavernij, midden negentiende eeuw in zijn land. The Underground Railroad, over de vlucht van de minderjarige slavin Cora die haar van een katoenplantage in Georgia noordwaarts voert, van staat naar staat, op naar de ‘vrije staten’ en Canada waar de verhoopte vrijheid op haar wacht, drijft op een magnifieke literaire vondst – dát is het verhaal.

De romantitel verwijst naar de geuzennaam voor het ondergrondse netwerk van blanken en zwarten die voortvluchtige slaven verder hielpen op hun weg naar het noorden. Zo’n spoorweg bestond natuurlijk niet, maar Whitehead verbeeldt de historische realiteit door die metafoor werkelijkheid te maken in het verhaal: Cora en haar vriend Caesar ontdekken écht zo’n spoorweg. Ze belanden bij een perron waar de rails verdwijnen in oneindige duisternis. Er is een Harry Potter-achtige stoomlocomotief; er zijn wagons waarin de ‘passagiers’ zitten, de vluchtelingen dus. Hun helpers heten ‘conducteurs’; de pleisterplaatsen tijdens de vlucht heten ‘stations’; de trein wordt bestuurd door een ‘machinist’, die als enige weet waarnaar de reis voert. In de trein onderga je je lot, je zit in de wagon en wacht, je weet alleen dat de reis naar het noorden gaat.

Door dit gebruik van een magisch-realistisch vehikel slaagt Whitehead erin zijn historische fictie los te zingen van (en op te tillen boven) de bekende feiten rond de tweede erfzonde van zijn land (de eerste behelst de genocide op de indianen). Door zich voor te stellen hoe het zou zijn geweest als er werkelijk een spoorweg naar de vrijheid had bestaan en een vrouw die door Amerika heen moest reizen om haar doel te bereiken, vertelt hij een loodzwaar verhaal op een lichte manier, zonder – dat is de paradox – dat zijn vertelling aan zwaarte inboet.

Ongemakkelijke waarheden

De welkomstboodschap die Cora en Caesar te horen krijgen, blijkt sardonisch: ‘Als je wilt zien waar het in dit land om gaat, (…) moet je met de trein reizen. Kijk naar buiten als je erdoorheen raast en je zult het ware gezicht van Amerika zien.’ De reis voert door tunnels, dus zien ze alleen duisternis. Bij de haltes waar ze uitstappen, wacht andere duisternis: hun hallucinatoire reis voert langs etappes in de hel, zo blijkt. Overal regeert onmenselijkheid begaan tegen medemensen, in dit geval slaven. Cora ontvluchtte in Georgia de onmenselijke wreedheid van haar eigenaar en de volgende staat, South Carolina, lijkt paradijselijk vergeleken met wat ze achterliet. Maar nee, dat is beschaafde schijn, er vinden genetische experimenten plaats met zwarten en massasterilisatie van zwarte vrouwen moet genocide bewerkstelligen.

Er vinden genetische experimenten plaats met zwarten en massasterilisatie van zwarte vrouwen moet genocide bewerkstelligen.

In North Carolina stapt ze het station uit en ziet de ‘Freedom Trail’, een lange weg met bomen waaraan zover ze kan zien gelynchte zwarten en hun helpers bungelen, sommigen gecastreerd. ‘Southern trees bear a strange fruit,’ zoals Billie Holiday zong. Als Anne Frank huist ze in die staat maandenlang op een zolder, vanwaar ze uitzicht heeft op constante lynchpartijen op straat. Daarna voert Cora’s reis nog naar Tennessee – de ergste staat, naar Indiana, naar New York. Maar eigenlijk zijn de locaties in deze queeste arbitrair. Het gaat erom dat Cora anderen nodig heeft om haar vrijheid te bereiken, maar als iets het onmenselijke van slavernij typeert, is het juist dat het gericht is op de vernietiging van sociale structuren, van gezinnen, families, relaties. Slaven zijn eigendom, een voorwerp, ‘het Amerikaanse imperatief’.

Gruwelijker dan gruwelijk, deze ongeneeslijke wond uit het verleden. Maar het grootse The Underground Railroad met al z’n ongemakkelijke waarheden is geen manifestachtige aanklacht. Dat blijkt al uit Whiteheads stijl: koel, onthecht, registrerend, wars van effectbejag en bombast, tegelijkertijd vaak lyrisch en poëtisch. Etnische stereotypen vermijdt hij nadrukkelijk, zoals dat een goede schrijver betaamt want met raciale karikaturen maak je slechte literatuur. Toch spreekt hij zich indirect uit over de rol van de literatuur in het huidige identiteitsdebat via een passage waarin Cora in South Carolina werk krijgt in het (fictieve) Museum of Natural Wonders. Daar moet zij meespelen in tableaux vivants, die het leven aan boord van een slavenschip of dat op een plantage uitbeelden. Het plantagetableau is niet naar waarheid, merkt Cora op, maar haar blanke baas vindt dat geen probleem. Een van haar witte medespelers is zwart geschminkt. Het publiek is zonder uitzondering wit. Whitehead zegt via deze subtiele, literaire parabel wat het inhoudt dat de zwarte geschiedenis onjuist wordt verteld vanuit wit perspectief. Namelijk de universele, niet aan huidskleur gebonden ervaring dat er over je hoofd heen gepraat wordt, indien je niet goed vertegenwoordigd bent.

Zijn aanpak staat daarmee haaks op die van de botte cultural appropriation-activisten, die door hun naargeestige vingerwijscultuur de verbeelding willen knevelen in een verpolitiseerd frame. In de meest extreme vorm willen ze onderwerpen naar huidskleur verdelen, met als doel bestaande literatuur verdacht te maken en toekomstige literatuur te ‘zuiveren’ door schrijvers op te leggen dat hun onderwerp pas mag als ze over de ‘juiste’ huidskleur daarvoor beschikken. Wat hebben ze weinig fiducie in de vrije verbeelding. Alsof niet algemeen geldig is dat iedere schrijver moet weten waarover hij schrijft en zich optimaal moet inleven in zijn personages. Lees het meesterwerk The Underground Railroad, dan besef je hoe subtiel, intelligent en dubbelzinnig een heet hangijzer als raciale ongelijkheid op de vleugels van de literatuur blijvend vorm kan krijgen.

Colson Whitehead, The Underground Railroad, Fleet,
310 p., € 19,90. De Nederlandse vertaling verschijnt in januari
bij Uitgeverij Atlas Contact.