Boris Johnson deed een magistrale gok, die hem nu de gedoodverfde nieuwe Britse premier maakt. Wat ongelooflijk egomaan om een heel volk te gebruiken als persoonlijk vehikel voor je carrière.
Hoe zei Winston Churchill het ook al weer, op 13 mei 1940:
‘Hoewel ik ernstige bezwaren heb tegen nazi-Duitsland, en de expansiedrift van het Rijk met lede ogen aanzie, lijkt het me toch het verstandigst te vertrouwen op onze Britse autonomie en te rekenen op de immuniteit van dit grootse eiland.’
Nee, zo zei de oud-premier het niet. Hij toonde zich onverzettelijk toen Hitler zijn zogenaamd vredesvoorstellen deed, en hield op 13 mei 1940 de beroemde rede waarin hij stelde: ‘I have nothing to offer but blood, toil, tears and sweat. We have before us an ordeal of the most grievous kind…’. Daarmee was de oorlog met nazi-Duitsland een feit en begon die vijf jaar durende ‘ordeal’.
Het is niet goed voorstelbaar dat Churchill op dat moment nog een andere speech in zijn achterzak had zitten waarin hij zou pleiten voor appeasement en afzijdigheid. Ik bedoel: de man vond echt iets, hij was ervan overtuigd dat hij de juiste koers voer, hoe verschrikkelijk de prijs ook was die het land en de burgers moesten betalen.
Inmiddels is Churchill uitgegroeid tot de politieke held van de twintigste eeuw en probeert iedere politicus, van welke richting dan ook, zich te verzekeren van ‘de geest van Winston’. Dat Boris Johnson, de oud-burgemeester van Londen en belangrijkste promotor van de Leave-campagne, ook dekking zoekt bij Churchill, valt te begrijpen. Maar anders dan zijn grote voorbeeld is Johnson een man met twee tongen. Tot aan maart dit jaar twijfelde hij of hij nu voor of tegen een Brexit was. Dat kan betekenen dat iemand niet lichtvaardig een beslissing neemt en eerst alle mogelijkheden wil onderzoeken voordat hij tot een besluit komt. Het kan ook betekenen dat zo iemand een windvaan is die wacht uit welke hoek de wind waait om zich vervolgens precies in die hoek te positioneren.
In het geval Johnson is mogelijkheid twee een reële optie. Uiteindelijk publiceerde hij een column in The Daily Telegraph waarin hij zich scherp uitsprak voor de breuk met de EU. Maar hij had voor de zekerheid ook een andere column geschreven, die nooit gepubliceerd zou worden. Daarin stelde hij ‘ondanks zijn bezwaren tegen de koers van de EU’ onvervaard achter zijn (conservatieve) partij en zijn premier te staan. Tot slot riep hij de Britten op in de EU te blijven.
Windgevoeligheid is geen slechte eigenschap voor een politicus, maar wanneer iemand bij zo’n belangrijke kwestie tegelijkertijd twee diametraal verschillende standpunten kan verdedigen, is de verdenking van persoonlijk opportunisme niet vergezocht. Johnson wil premier worden, en zijn oude corpsvriend Cameron moest dus weg. De Brexit is het middel om dit doel te bereiken. En dus verscheen na lang aarzelen de anti-EU-column in de krant, en bleef de pro-variant in de lade van Johnson. Een magistrale gok, die Johnson nu tot de gedoodverfde nieuwe man maakt, maar ook: wat ongelooflijk egomaan om een heel volk te gebruiken als persoonlijk vehikel voor je carrière.
Juist als je de bezwaren van de meerderheid van de Britten serieus wilt nemen, verdienen die critici een woordvoerder die oprecht gelooft in wat hij namens hen verkondigt. Die bezwaren komen neer op drie punten: immigratie, immigratie en immigratie. Het idee dat ‘good old Britain’ onherkenbaar is veranderd, en wel ten kwade; dat Londen zichzelf wel kan aanprijzen als de meest kosmopolitische stad ter wereld, maar dat voor veel Britten daarin juist hun grootste schrikbeeld zit vervat. Hun luidruchtige bede ‘laat ons niet worden zoals Londen’ lijkt nu te worden verhoord.
De uitvoerder van dat nieuwe anti-idee wordt waarschijnlijk… de oud-burgemeester van Londen, die zich om veel dingen heeft bekommerd, maar nooit om het multiculturele, kosmopolitische en über-kapitalistische karakter van de hoofdstad.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.