Ieder jaar, aan het einde van september, komen de regeringsleiders of staatshoofden bij elkaar in New York om een bijzondere zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties bij te wonen. Normaal is het saai en business as usual aan de 405 East 42nd Street, maar dàn staan de schijnwerpers aan. Als er iets belangrijkste te zeggen valt, bewaren ze dat vaak voor elkaar en voor dit podium.
Als Donald Trump op het laatste moment niet besluit tot een partijtje golf, zal hij volgende week donderdag ook even de voorzitter van de Verenigde Naties zijn. En een dag eerder beklimt hij, net als 192 andere regeringsleiders, het katheder om de wereld toe te spreken. Daar is men nu al nerveus over, want de president houdt zich slecht aan zijn tekst, doet zijn huiswerk niet (vorig jaar had hij kritiek op het niet-bestaande land Nambia) en heeft bovendien al aangekondigd eens flink van leer te trekken tegen Iran. Dat naaste medewerkers hem dat ontraden hebben, omdat zij zeker weten dat een oproep van Trump om dat land eens een lesje te leren geen kans maakt, is voor hem waarschijnlijk alleen maar een aanmoediging om extra te keer te gaan.
Succes, daar gaat het Trump niet om: je moet de kans om tegen je vijand te donderen niet voorbij laten gaan.
Je kunt zeggen van Trump wat je wil, maar in zijn opvatting over Iran is hij heel consequent: dat land maakt kernwapens, heeft een gruwelijke staat van dienst op het vlak van mensenrechten, is met zijn interventie in Syrië, Libanon en Jemen uit op regionale heerschappij over (na ontwrichting van) het hele Midden Oosten, en bedreigt uiteindelijk het bestaan van Israël.
Heel misschien weet Trump dat hij – als ook maar de helft waar is van wat hij zal zeggen – beter een ander podium kan kiezen om enig succes te hebben, maar daar gaat het hem niet om: je moet de kans om eens te donderen tegen je vijand niet voorbij laten gaan. Hij geniet van die openbare kansen: vorig jaar kreeg de Noord-Koreaanse dictator Kim Jong-Un ervan langs, betitelde Trump hem als Little Rocket Man die ‘op zelfmoordmissie’ was, en scheerde de wereld even langs de nucleaire afgrond.
Maar het VN-podium kan ook een pijnlijke demonstratie van Trumps geïsoleerde positie worden: bijna niemand – behalve Netanyahu en prins Salman – is blij met de eenzijdige terugtrekking van de VS uit de nucleaire deal met Iran, en met de verborgen (nou ja) agenda van de Amerikanen om op de een of andere manier een ‘regime change’ in Teheran te veroorzaken. In zo’n post-interventiesituatie is de VS (zie Irak en Libië) nou niet echt succesvol geweest. En aan nog meer chaos in de regio heeft niemand behoefte. Vriend en vijand proberen Trump het hoofdnummer ‘let’s bash Iran’ dan ook uit het hoofd te praten. Dat zal met deze eigenwijze president nooit helemaal lukken, maar naar verluidt zal hij wat gas terugnemen.
Durven we het aan?
Ook Nederland zal aan het woord komen. Met enige prominentie zelfs wel, omdat het dit jaar lid is van de VN-Veiligheidsraad en dan wordt er iets meer naar je geluisterd dan anders, wanneer je ‘maar’ een van de bijna 200 leden bent. Ik ben benieuwd of we onze rug recht houden en hoe we op de tirades van Trump zullen reageren.
Durven we het om kritiek te hebben op het feit dat de VS de Saoedi’s van bommen voorziet die dood en verderf in Jemen veroorzaken en, hoewel daar kinderen en burgers sneuvelen, onlangs nog die partijdigheid hebben verdedigd?
Durven we het om kritiek te hebben op de verhuizing van de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem, en het eenzijdige stopzetten van geldstromen naar de VN-organisatie die de Palestijnse vluchtelingen van water en stroom voorziet?
Durven we het om Trump te zeggen dat hij daarmee de geloofwaardigheid van de VS als neutrale bemiddelaar in het slepende conflict voorgoed te grabbel heeft gegooid?
Ik ben benieuwd of we onze rug recht houden en hoe we op de tirades van Trump zullen reageren.
Durven we het om onze grote beschermheer zelf aan te spreken op zijn minachting voor de mensenrechten, door kinderen van migranten van hun ouders in zinderende kampen aan de Rio Grande te scheiden?
Durven we iets kribbigs te zeggen over het vertrek van de VS uit de UNHCR-organisatie in Genève, afgelopen zomer?
Durven we iets te zeggen over Trump, die de pers “de vijand van het volk” noemt en zichzelf tot rolmodel maakt voor landen waar dictators de media achter de tralies zetten?
En durven we het, niet in de laatste plaats, om Trump te kapittelen over de schandelijke fysieke bedreiging van zijn nationale veiligheidsadviseur John Bolton aan de rechters van het jonge Internationale Strafhof in Den Haag, een instituut dat hij ‘outright dangerous’ vindt, dat de VS toch al niet erkent en waar het zich geen lor van aantrekt. Wat vindt Trump, als hij volgende week de voorzittershamer vastpakt, verder van Boltons idee om het VN-gebouw te halveren en voortaan met nog maar één in plaats van de huidige vijf permanente leden (nl. de VS) te werken?
Durven Stef Blok en Sigrid Kaag te zeggen dat de VS zichzelf niet boven de partijen mag stellen?
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.