robert harris, V2

Engels, (V2, 2020), Cargo, € 20,99

‘Mijn God, wat is dat ding mooi,’ zegt Sturmscharführer Biwack tijdens zijn inspectie van Vergeltungswaffe 2. Want zo heette die raket officieel. ‘Ik heb er alles over gehoord, natuurlijk, maar ik heb er nooit eerder een gezien.’

Dolgraag wil hij een lancering bijwonen. En zo geschiedt: ‘Tien… Negen… Acht… Zeven… (…) Drie… Twee… Een!’

De nieuwste, veertiende thriller van meesterverteller Robert Harris gaat over de vermaledijde Duitse V2-raketten die Adolf Hitler eind november 1944 vanuit de bossen van Scheveningen liet afvuren op Londen. De ravage die erop volgde, was verschrikkelijk.

Het brein achter dit bijzonder explosieve en dodelijke wapen heet in het boek Rudi Graf. Deze fictieve Herr Doktor is technisch verbindingsofficier en weet alles wat er over raketten te weten valt. En dat is veel, lezen we. Leeg weegt de raket vier ton, met brandstof maar liefst twaalfeneenhalve ton. De turbopomp drijft een mix van alcohol en vloeibare zuurstof de verbrandingskamer in en brengt zo het hardste geluid voort dat een mens ooit op aarde heeft gemaakt.

Werkelijk alles wat je altijd hebt willen weten over neuskegels, gyroscopen en staartvinnen komt aan bod. Toch wordt het nergens te encyclopedisch of langdradig, want Harris weet zijn gedetailleerde kennis mooi te doseren. Eerder voel je je als lezer weer even goed bijgepraat.

Harris geeft het verhaal een voortstuwende kracht, al zit je niet voortdurend op het puntje van je stoel.

Op hetzelfde moment, aan de andere kant van de Noordzee, doet officier Kay Caton-Walsh bij de Women’s Auxiliary Air Force mee aan een uiterst geheime missie. Deze brave dame (saai mag je haar ook gerust noemen) krijgt van haar baas de exacte coördinaten van de inslagen in Londen en het is haar taak de parabolische curve van de V2 via foto’s te extrapoleren tot aan de gevreesde afvuurplaatsen in Nederland, zodat haar Britse collega’s in hun Spitfires die subiet kunnen aanvallen. Per Dakota vertrekt ze richting Mechelen (dat al bevrijd is) en werkt daar haar wiskundige berekeningen tot in de puntjes uit. Dan is het natuurlijk wachten tot die twee hoofdpersonen elkaar ontmoeten in deze lekkere leesthriller.

En – spoiler alert – dat gebeurt ook, pal voor het einde. Tot die tijd volg je hun opdrachten, gedachten en belevenissen, in aparte hoofdstukken, om en om. Harris weet het verhaal een mooie voortstuwende kracht mee te geven, al zit je als lezer niet voortdurend op het puntje van je stoel. Loeispannend wordt het nergens. Maar toch, en dat is het talent van de schrijver, je blijft de pagina’s omslaan.

Vooral Graf is een interessant personage. De fatsoenlijke wetenschapper die in zijn jeugdjaren lid was van de Verein für Raumschiffahrt en nu met zijn V2 grote ‘successen’ beleeft, komt steeds meer in conflict met zichzelf: ‘Ik wilde een ruimtevaartuig bouwen, geen moordmachine.’ Hij voelt zich bedot door de nazi’s, nee, sterker nog: misbruikt – die groeiende frustratie beschrijft Harris fraai en subtiel. Graf kan dan alleen nog tegen zijn collega Biwack zeggen: ‘U had gelijk. Prima in orde. Geniet van het afvuren.’ En hij steekt zijn duim op.

Anne Versloot

(tekst gaat door onder deze galerij van de besproken titels)

arnaldur Indriðason, smeltend ijs

IJslands (Stúlkan hjá brúnni, 2018), Volt, € 21,99

‘Je bent toch met pensioen?’ is de reactie die misdaadoplosser Konràð krijgt als hij ex-collega’s uit zijn politieverleden raadpleegt. Of: ‘Rommel jezelf nou niet die zaak in. Je bent gestopt, hè?’

De telefoontjes die Konràð in Boven water krijgt van een echtpaar dat een beroep op hem doet vanwege de dood van hun drugsverslaafde kleindochter, drukt hij aanvankelijk weg. Mooi aan zo’n speurder-tegen-wil-en-dank is dat innerlijke drijfveren belangrijker zijn dan plichtsbesef of arbeidsethos. Waarom Konràð toch in de zaak duikt? Gebrek aan weerstand tegen het vasthoudende echtpaar? Een vaag verlangen om recht te doen aan de gestorven jonge vrouw? ‘Hij was onzeker over het doel van zijn gesnuffel, misschien had hij na zijn pensionering wel te weinig omhanden,’ peinst hij zelf.

Het is opmerkelijk dat Arnaldur Indriðason (1961) ervoor heeft gekozen om zijn nieuwe serie te wijden aan een gepensioneerde politieman. De laatste drie van de veertien boeken over zijn vorige speurdersheld, de Reykjavikse detective Erlendur Sveinsson, waren prequels over een jongere versie van Erlendur, en je zou denken dat hij een volgende hoofdpersoon meer toekomst zou willen geven. Maar dat Konràð veel verleden heeft, past bij het oeuvre van de IJslandse schrijver.

Ter herinnering aan de spionagegrootmeesterDe verraderlijke zielen van John le Carré (1931-2020)1 juni 2016

Indriðason studeerde geschiedenis en werkte als journalist en filmcriticus voordat hij in 1997 misdaadboeken ging schrijven. Historische gebeurtenissen geeft hij daar een grote rol in. Via misdaadzaken die naar het verleden leiden, bijfiguren die daarbij betrokken zijn, de persoonlijke voorgeschiedenis van de onderzoekers en hun overdenkingen, vertelt Indriðason over zijn geboorteland.

Met groot gemak verspringt zijn vertelling in de tijd, soms binnen een hoofdstuk en zonder dat jaartallen dat markeren.

Gedetailleerd roept hij het dagelijks leven op van vaak onbeduidende figuren van decennia terug, en laat hun belevenissen parallel lopen met een moordonderzoek in het heden. Zo krijgen zijn lezers een beeld van hoe IJsland zich ontwikkelde van een arm visserseiland met een paar grote steden en een uitgestrekt platteland tot het toeristen- en beleggersparadijs dat het nu is. En hoe een deel van de bevolking van die nieuwe rijkdom profiteerde en een ander deel in armoede achterbleef.

Gedetailleerd roept Indriðason het dagelijks leven op van
de vaak onbeduidende figuren.

Een periode die vaak terugkeert in zijn werk is de geallieerde Brits-Canadese bezetting van IJsland in de Tweede Wereldoorlog. De historische thrillers over het militaire speurdersduo Flóvent en Thorson spelen in die tijd. Even leek het erop dat Indriðason na zijn Erlendur-serie met hen verder zou gaan, maar sinds 2017 heeft hij zijn schrijvershart verpand aan de hedendaagse Konràð, die in de Flóvent & Thorson-thriller Erfschuld (2015) zijn intrede deed.

Net als Erlendur – IJslanders gebruiken in de dagelijkse omgang elkaars voornamen – is Konràð een weerbarstig en gesloten personage met de melancholieke inborst die de schrijver zelf typerend vindt voor de Scandinavische verteltoon. De gepensioneerde politieman is eenzelviger, omdat hij niet (meer) binnen een team werkt, al heeft hij nog een kort lijntje met de heerlijk bruuske politiechef Marta en met zijn lijkschouwersvriendin Svanhildur.

Konràð is gewoner, minder excentriek dan Erlendur, heeft wél een stabiel gezin opgebouwd en is een liefdevolle opa voor zijn kleinkinderen. Allebei de personages zijn geboren in armoedige omstandigheden, maar waar Erlendur van het platteland kwam, is Konràð een stadskind uit de sloppenwijken van Reykjavik.

Wat Konràð toenemend bezighoudt, naast de zaken die op zijn pad komen, is de vroegere moord op zijn vader, een morsige zwendelaar bij wie hij opgroeide na de scheiding van zijn ouders. Doordat die vader samenwerkte met een helderziende en Konràð in contact komt met diens spiritueel begaafde dochter Eygló, moet de nuchtere pensionado zich verhouden tot tekenen van gene zijde, wat Indriðason als een mogelijke waarheid behandelt, net zoals hij eerder IJslandse sagen en traditioneel bijgeloof een plek gaf in zijn verhalen. In Boven water verschijnt er een in 1961 verdronken meisje aan Eygló, wat een zaak wordt die thematisch die van de verslaafde kleindochter weerspiegelt.

De grootste kracht van Indriðason is zijn inlevingsvermogen in geweldig opgetekende karakters, vooral van mensen met kleine, onbeduidende levens aan de onderkant van de maatschappij. Verwacht bij hem geen spectaculaire gruwelmoorden, bizarre seriemoordenaars, woeste achtervolgingen of schietpartijen. De spanning in zijn thrillers komt van de wendingen in het onderzoek, en uit de uiteenzetting van vroegere gebeurtenissen, die samen een verloop schetsen dat altijd complexer is en anders in elkaar steekt dan het aanvankelijk lijkt. Innerlijke woekeringen bij door het lot of door hun naasten getergde figuren zijn bij Indriðason de motieven voor geweld, en hij plaatst die binnen maatschappelijke thema’s als huiselijk geweld, racisme, vrouwenonderdrukking of kindermisbruik.

Indriðason bijzonder mooie schrijfstijl komt tot stand door zijn afkeer van opsmuk en pathetiek.

Dit sociaalrealisme, zoals hij zelf zijn bijna journalistieke aanpak noemt, zegt hij te danken aan de eisen van zijn IJslandse lezerspubliek, dat nog op thrillers neerkeek voordat hij er (ook internationaal) mee doorbrak. Over moordzaken in IJsland schrijven is eigenlijk geen doen, stelde hij ooit, ‘want hier gebeurt nooit iets’. Om plaatselijke moorden geloofwaardig te maken, moet je dus wel diep in de psychologie van de karakters duiken.

Indriðasons bijzonder mooie schrijfstijl komt tot stand door zijn afkeer van opsmuk en pathetiek. Hij ziet het als een uitdaging om zo veel mogelijk te suggereren in zo min mogelijk woorden. Dit streven maakt Boven water weer superieur leesvoer. De gevoeligheid van een door Konràðs moeder gebezigd kindergebed dat de speurder zich herinnert als hij aan het grafje staat van het verdronken meisje, en dat hem een kruis doet slaan hoewel hij zelf niet gelooft. De levensecht hoekige dialogen, sprankelend vertaald door Adriaan Faber: ‘“Ik dacht dat jij dit wel zou begrijpen,” zei Konráð teleurgesteld. “Hoe kom je erbij?” zei Marta.’

Toch is dit tweede boek dat louter om Konràð draait minder indrukwekkend dan het eerste. Je moet in Smeltend ijs het hartverscheurende afscheid van Konràðs aan kanker gestorven vrouw hebben gelezen om te weten hoe groot het gemis van Erna nog voor hem is. In Boven water richt hij één onrustige avond zijn gedachten op haar, wat wel weer aangrijpend onsentimenteel is verwoord: ‘Hij rook de zilte lucht van Nauthólsvík. Hij hoorde het gelach van de kinderen, heel lang geleden, in een uur van geluk. In het zachte zand waren lieve woorden geschreven en in een briesje dat van zee kwam aangewaaid sliep hij in, met haar kus op zijn lippen.’

Marijn van der Jagt

Ruth ware, een voor een

Engels (One by One, 2020), Luitingh-Sijthoff, € 20,99

Een luxe skichalet in de Franse Alpen wordt een week lang bewoond door twaalf mensen: twee die verantwoordelijk zijn voor eten, bediening en schoonmaak, en tien voor wie het een bedrijfsuitje is van een Britse tech-start-up, de succesvolle muziekapp Snoop. Al snel gaan er dingen mis.

Een medeoprichtster van de start-up, Eva, verdwijnt spoorloos van de skipiste. Kort daarna wordt het chalet getroffen door een lawine die het resterende gezelschap volledig – ook telefonisch – van de buitenwereld afsluit. Als vervolgens de ene dode na de andere valt, liggen de ingrediënten klaar voor een ouderwetse detective à la Agatha Christie: de claustrofobische setting waartoe buitenstaanders of politie geen toegang hebben en daaraan gekoppeld de wetenschap dat een van de aanwezigen de moordenaar is. Uit lijfsbehoud zullen de angstige overblijvers wel aan het puzzelen moeten slaan.

De lezers worden gestimuleerd mee te puzzelen: de Engelse schrijfster Ruth Ware strooit, zoals ook Christie dat deed, behulpzaam met onopvallende aanwijzingen.

Met de plotopbouw gaat Ware haar fantasierijke gang met psychologisch beter uitgewerkte personages dan in ouderwetse detectives nodig werd gevonden.

Dat de overeenkomsten tussen Wares verhaal en het werk van haar illustere voorgangster geen toeval zijn, onderstreept ze met verwijzingen in de tekst naar het aftelversje waarop Tien kleine negertjes van Christie is gebaseerd. Maar dat betekent niet dat deze zesde thriller van Ware een remake is. Met het basisgegeven van de plotopbouw gaat ze haar fantasierijke gang in een eigentijdse vertelling met psychologisch beter uitgewerkte personages dan in ouderwetse detectives nodig werd gevonden. We volgen er twee: Liz, voormalig medewerkster van Snoop die als bezitster van twee aandelen in het bedrijf nog belanghebbende is, en Erin, de gastvrouw van het chalet, verantwoordelijk voor een perfecte bediening, sfeer en schoonmaak, ook als ze dat moet combineren met een provisorisch gespalkte gebroken enkel.

Om en om volgen we door de ogen van Liz en Erin de gebeurtenissen die uiteindelijk zullen leiden, zoals we aan het begin van het boek al leren, tot vier doden en twee zwaargewonden. Centraal in de plot staat de couppoging die medeoprichtster Eva meteen de eerste dag doet: er is een flinke som voor het bedrijf geboden, waarop zij wil ingaan omdat het de aandeelhouders instant miljonair zou maken en het bedrijf er minder florissant voorstaat dan gedacht. Medeoprichter Topher wil Snoop in eigen hand houden en uitbreiden met de nieuwe mogelijkheden waar Elliot, de nerd van het stel, aan werkt. Twee strijdende oprichters met als gevolg twee kampen in het bedrijf en twee voor de hand liggende moordmotieven. Als Eva zelf het eerste slachtoffer is, lijkt het Topher-kamp de moordlustige partij. Maar the plot thickens als het tweede slachtoffer de Topher-trouwe Elliot is.

Een voor een leest vlot, houdt je aandacht vast, speelt in een prachtige, beeldend beschreven omgeving en heeft een plot die je met de nodige oplettendheid kunt ontrafelen. Dat Ware vanaf haar thrillerdebuut In een donker, donker bos (2015) op de bestsellerlijsten staat en in veertig talen vertaald is, is dan ook volkomen terecht.

detective en thrillerbrief

Wil je het hele jaar door op de hoogte blijven van alle ins and outs in de wereld van het spannende boek? Schrijf je dan in voor de Detective & Thrillerbrief.

michael connelly, een gewaarschuwd man

Amerikaans (Fair Warning, 2020), Boekerij, € 21,99

Heeft u wel eens overwogen uw DNA naar een commercieel bedrijf op te sturen om te kijken waar u vandaan komt? Grote kans dat u daar vanaf ziet na het lezen van Een gewaarschuwd man. Vooral als u ook nog Connelly’s nawoord leest, waarin hij uiteenzet dat dit boek geen hersenspinsel van hemzelf is, maar berust op feiten.

Waar gaat het om? Journalist en schrijver Jack McEvoy − misschien wel het meest autobiografische personage van Connelly − is terug. En dat mag best bijzonder heten, want na het met vijf sterren beoordeelde eerste deel De dichter (1996) moesten we dertien jaar wachten op het bijna even goede vervolg Ongrijpbaar (2009). Nu is, elf jaar later, het derde deel in de reeks verschenen.

Hoofdpersoon McEvoy schreef ooit een bestseller waarvan de royalty’s inmiddels vrijwel op zijn. Vervolgens werd hij wegbezuinigd bij de LA Times. Tegenwoordig werkt hij voor Fair Warning, een − echt bestaande − nieuwssite waar grondig verslag wordt gedaan van consumentenzaken. Als de politie bij hem aan de deur komt in verband met de moord op een vrouw met wie hij een jaar tevoren een onenightstand heeft gehad, raakt hij geïntrigeerd en gaat op onderzoek uit.

De klauwier breekt zijn prooi op net zo’n gruwelijke wijze de nek als de moordenaar.

Tot zijn verbijstering meldt de politie zich in no-time opnieuw, nu op zijn werk, en sommeert hem zich onmiddellijk te distantiëren van de zaak. Zo niet, dan zou hij wel eens gearresteerd kunnen worden. McEvoy’s baas, de ook alweer echt bestaande Myron Levin, wijst hen fijntjes op de persvrijheid. Maar als Jack zonder enige reden wordt opgepakt en gevangengezet, lijkt die een wassen neus, al wordt hij al snel weer vrijgelaten wegens totaal gebrek aan bewijs.

Connelly gebruikt deze episode om bij monde van zijn hoofdpersoon flink zijn hart te luchten over de houding van Trump tegenover de pers. Daarna vervolgt McEvoy zijn speurtocht naar de moordenaar. Die blijkt een dermate bizarre modus operandi te hebben dat Jack een visje uitgooit op een site van lijkschouwers: is iemand zoiets wel eens eerder tegengekomen? En jawel, langzaam druppelen er gevallen binnen.

Nader onderzoek leert dat alle op dezelfde manier omgekomen vrouwen een DNA-staal hebben opgestuurd naar hetzelfde particuliere bedrijf. Dat kan geen toeval zijn. Stap voor stap komt Jack dichter bij de moordenaar, die gebruik maakt van de onheilspellende bijnaam de Klauwier − een vogel die zijn prooi op net zo’n gruwelijke wijze de nek breekt als de moordenaar. Intussen heeft Jack assistentie gekregen van zijn ex, voormalig FBI-agent Rachel Walling, die trouwens ook geregeld acte de présence geeft in Connelly’s Harry Bosch-reeks. Op de hielen gezeten door de Klauwier komen zij achter de verbijsterende waarheid. Connelly laat de lezer uitermate verontrust achter.

Overigens worden zijn anti-Trumpstootjes hem door een deel van zijn lezers niet in dank afgenomen. Velen blijken er even hard op los te kunnen twitteren als hun Grote Leider en kondigen aan nooit meer een boek te zullen kopen van deze ‘landverrader’. Maar dat verlies kan Connelly zich waarschijnlijk wel veroorloven, dankzij de royalty’s van meer dan 60 miljoen verkochte boeken.

Barbara van IJzeren

Lees ookDe VN-Thriller van het Jaar 2020: ‘Dat je in zó weinig pagina’s iemand zó veel kippenvel kan bezorgen’25 mei 2020
cilla & rolf börjlind, bevroren goud

Zweeds (Fruset guld, 2020), Bruna, € 20,99

De ongewoon hete zomer van 2019 bracht in het noorden van Zweden een gruwelijk geheim aan het licht. Door het smelten van een oude sneeuwlaag kwam het lichaam van een man tevoorschijn. Het leed geen twijfel dat hij vermoord was, jaren geleden bruut geëxecuteerd met drie kogels.

De jonge rechercheur Olivia Rönning krijgt opdracht naar het hoge noorden af te reizen om de zaak te onderzoeken. Ze baalt, want ze was liever in Stockholm gebleven met haar kersverse vriendje. Na een lange treinreis zet Olivia haar reis per helikopter voort naar de afgelegen plek waar het lichaam werd gevonden. Het toestel komt in noodweer terecht, stort neer en Olivia besluit de zwaargewonde piloot achter te laten om te voet op zoek te gaan naar hulp. De tocht door het onherbergzame landschap vergt het uiterste van haar en ze is zich totaal niet bewust van de twee personen die haar op afstand volgen.

Na enkele dagen vindt een helikopter van de reddingsdienst de levensgevaarlijk gewonde Olivia, een spoedoperatie redt op het nippertje haar leven. In haar zak vinden ze een kogel die recent is afgevuurd met hetzelfde wapen waarmee destijds de onbekende man werd vermoord.

De sfeervolle beschrijvingen van de Börjlinds nemen je zintuigen mee over de hele wereld.

Vanaf dit moment ontrolt zich in Bevroren goud het mysterie van de twintig jaar oude moord. Een zaak die zich, geheel volgens de traditie van de Börjlinds, uitspreidt over Europa en Afrika en zijn wortels heeft in de Tweede Wereldoorlog. De verschillende vertakkingen van dit labyrint komen uiteindelijk bijeen in een kille ontknoping.

In de beste Scandinavische traditie tonen Cilla en Rolf Börjlind hun maatschappelijke betrokkenheid door het verwerken van actuele thema’s in het verhaal. De ecologische ramp in het leefgebied van de Sami door de klimaatveranderingen zetten ze en passant op de kaart, evenals de enorme schade aan het milieu van ontwikkelingslanden als gevolg van de uitbuiting door westerse industrieën. De verhaallijn waarin de Tweede Wereldoorlog een rol speelt, laat zien dat Zweden ondanks zijn neutraliteit niet altijd het braafste jongetje van de klas was.

Dat de Börjlinds als scenaristen voor diverse toonaangevende televisieseries als Beck, Arne Dahl en Wallander in staat zijn een verhaal te vertellen, wisten we al. Het tempo ligt hoog, maar wordt nergens hijgerig, hun sfeervolle beschrijvingen nemen je zintuigen mee over de wereld. In eerdere boeken vertoonden hun intriges wat losse draadjes, maar dat nam je op de koop toe. Dit keer is het stel er echter in geslaagd de plot op overtuigende wijze dicht te timmeren.

Cilla en Rolf Börjlind krijgen met elk boek meer grip op hun gecompliceerde personages. De toegewijde Olivia Rönning, de eeuwig zoekende Tom Stilton en iedereen om hen heen: ze komen allemaal tot bloei door de toegewijde zorg van de Börjlinds. In Bevroren goud dragen allen hun steentje bij aan de oplossing van de zaak. Het tekent het schrijverschap van de Börjlinds dat dit volkomen natuurlijk overkomt. Ze zijn er bovendien in geslaagd hun personages in balans te houden: die dienen het verhaal en niet omgekeerd, waardoor Bevroren goud behoort tot het beste wat het echtpaar Börjlind tot nu toe heeft geschreven.

Els Roes

robert galbraith, kwaad bloed

Engels (Troubled Blood, 2020), Boekerij, € 24,99

Laat dit asjeblieft het begin van een serie zijn, verzuchtte menig recensent zes jaar geleden bij het uitkomen van Het koekoeksjong, de eerste thriller van een zekere Robert Galbraith. Al snel werd bekend dat de schrijver van het jubelend ontvangen boek in werkelijkheid J.K. Rowling heette, waarna er geen houden meer aan was.

Kwaad bloed is alweer het vijfde deel in de reeks rond Cormoran Strike, een ex-officier van wie een onderbeen in Afghanistan achterbleef. Hij runt een detectivebureau, met als partner zijn voormalig uitzendkracht Robin Ellacott. De zaken gaan dermate goed dat er diverse freelancers in dienst zijn genomen. Strike wordt dan ook node gemist als hij halsoverkop naar Cornwall vertrekt, omdat terminale kanker is ontdekt bij de tante die hem en zijn zuster grotendeels heeft opgevoed.

De avond voor hij terug naar Londen gaat, wordt hij aangesproken door een vrouw. Zij vraagt hem uit te zoeken wat er veertig jaar geleden precies is gebeurd met haar moeder, die op weg van haar huisartsenpraktijk naar de pub een paar straten verderop spoorloos verdween. Een heuse cold case, de eerste die Strikes pad kruist. Hij krijgt er een jaar de tijd voor.

Het grote verschil met de meeste whodunnits is de uitdieping van de karakters.

Meer dan duizend (!) pagina’s lang laat Galbraith ons meegenieten van het speurwerk en het reilen en zeilen van het detectivebureau. En natuurlijk ook van de broeierige persoonlijke relatie tussen de twee zakenpartners.

Duizend pagina’s, kan dat niet een onsje minder? Dat hangt er vanaf. Voor lezers die slechts geïnteresseerd zijn in de oplossing van een mysterie is het inderdaad veel te lang. Het verhaal van de cold case had ook in een kwart daarvan verteld kunnen worden. Voor de fans van Galbraith daarentegen hadden het er waarschijnlijk ook wel tweeduizend mogen zijn. Want elk woord en elke passage voegt iets toe, of het nu een tussenzinnetje over twee parkieten is dat meteen helemaal de sfeer tekent, of de epische ruzie tussen een straalbezopen Strike en een furieuze Robin.

Het grote verschil met de meeste, doorgaans veel dunnere whodunits is de uitdieping van de karakters van de beide hoofdpersonen. Wat weten we tenslotte over de jeugd van Miss Marple of Philip Marlowe? Niets. Van Elisabeth Georges Thomas Linley is misschien iets meer bekend, maar dat staat in geen verhouding tot wat we inmiddels allemaal te horen hebben gekregen over Cormoran Strike en Robin Ellacott. Soms is het alsof we hen beter kennen dan onze beste vrienden.

Maar staan al die pagina’s nu bol van de spanning? Gaat je nachtrust eraan omdat het boek niet weg te leggen is? Het antwoord is nee. Toch blijft het een heerlijk boek om te lezen. Juist omdat het zo dik is en je er heel wat aangename (corona)uren mee kan doorbrengen. Misschien valt deze dikke pil het best te vergelijken met een slow cooked meal. Iets dat de hele dag op een laag vuurtje heeft staan pruttelen en uiteindelijk een festijn van subtiele smaken blijkt te zijn.

Ane Riel, Beest

Deens (Baest, 2019), Prometheus, € 24,99

Je hebt het niet meteen door, maar langzamerhand merk je dat je in Beest in een andere, onbestemde wereld bent beland. Een wereld van bergen en dalen, dagloners met plunjezakken, gemzen, berensporen, landbouwtentoonstellingen, marktboksers, paard en wagen. In welk land en welke tijd het verhaal zich precies afspeelt, wordt nooit duidelijk. Dat maakt ook niet uit, omdat je meteen wordt gegrepen door de intrigerende karakters.

Met alle vier is wel wat aan de hand. De een had een handtastelijke dokter (Danica), de volgende is heimelijk verliefd (Mirko) of fluit als de vogels (Karl) en weer een ander (Leon) kent zijn eigen krachten niet. Hij knijpt muizen per ongeluk dood of breekt de middelvinger van zijn Amerikaanse tante met de paarlemoeren handschoenen als hij haar een hand geeft.

Ane Riel laat het boek beginnen met de situatie zoals die in het nu is, met de wat wonderlijke vriendschap tussen Mirko en de laagbegaafde spierbundel Leon die beiden als seizoenarbeiders op het land werken. Leon vraagt veel (‘waarom hebben vrouwen nooit borstelige wenkbrauwen?’), zijn steun en toeverlaat Mirko geeft soms antwoord. Leon raakt graag dingen aan – niet alleen dieren met liefst een vacht, maar ook de broek van de degenslikker, want die is zo zacht en glanzend. Hij ziet de dingen in de wereld op zijn eigen manier. Bij een gerimpelde oude dame moet hij denken aan ‘de boomstammen die we soms de rivier af vervoeren naar de zagerij. Er stroomden ontelbare stammen langs de hals van die mevrouw. Ze konden maar net door haar parelketting heen glippen.’

Wurgend langzaam onthult de Deense auteur wat zich heeft afgespeeld.

Wurgend langzaam onthult de Deense auteur wat zich tussen de hoofdpersonen heeft afgespeeld – waarbij ieder personage afwisselend zijn of haar versie vertelt. Leon blijkt de zoon van de wulpse, roodharige Danica en de jaloerse, brandewijn drinkende Karl, terwijl de veel jongere buurjongen Mirko, tevens hulp op de boerderij, tot over zijn oren verliefd is op haar. En elke dag wordt Leon sterker. Als hij zo groot als een reus is, wordt hij buiten aan een touw vastgebonden. Dat kan natuurlijk niet goed aflopen.

Maar eigenlijk is de grote vraag: hoe vergaat het de twee vrienden Mirko en Leon – die vaak doen denken aan de rondtrekkende landarbeiders George en diens niet zo snuggere makker Lennie in Steinbecks novelle Of Mice and Men? Een boek dat Riel in haar naschrift ook noemt als inspiratiebron. Leon en Mirko hebben niets te verliezen, zo wordt langzaam duidelijk, behalve elkaar. Of zit het toch anders in elkaar?

Beest is niet zozeer een plotgedreven thriller, maar wel een prachtig en bij vlagen ontroerend verhaal. Door de rustige verteltoon wordt de sfeer bovendien zó onheilspellend en grimmig dat je er ’s nachts nauwelijks van kunt slapen. Het knappe is dat je vaak al doorhebt wat er gaat gebeuren, maar dat Riel je toch telkens weer laat huiveren op het moment suprême. Datzelfde geldt ook voor de Grote Ontknoping, die voel je aankomen. Althans, dat denk je.

Anne Versloot

Nieuws

Na de ‘Frankenstein-constructie’ van dit jaar zal de 42ste D&T-gids op 1 juni weer als losstaande uitgave verschijnen, vol artikelen en verhalen over het spannende boek. Houd ons dus in de gaten!